Home Schepen Slagschepen en Slagkruisers USS Oklahoma (BB-37): geschiedenis en ondergang

USS Oklahoma (BB-37): geschiedenis en ondergang

USS Oklahoma (BB-37) passeert de gevangenis van Alcatraz in de Baai van San Francisco, Californië, gedurende de jaren dertig.
USS Oklahoma (BB-37) passeert in de jaren dertig de gevangenis van Alcatraz in de Baai van San Francisco.

USS Oklahoma (BB-37) was een Amerikaans slagschip van de Nevada-klasse, in dienst van 1916 tot 1944. Het schip beschermde konvooien tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd in het interbellum gemoderniseerd en kapseisde op 7 december 1941 tijdens de aanval op Pearl Harbor. Daarbij kwamen 429 opvarenden om.

Ontwerp van de Nevada-klasse

USS Oklahoma was het tweede van de twee slagschepen van de Nevada-klasse, die op 4 maart 1911 door het Amerikaanse Congres werd goedgekeurd. De klasse vormde het begin van het Amerikaanse Standard-type, een reeks van twaalf slagschepen met overeenkomstige eisen voor snelheid, draaicirkel, bescherming en artilleriebereik. Daardoor konden schepen van opeenvolgende klassen gezamenlijk in één gevechtslinie opereren. De bouw van Oklahoma maakte bovendien deel uit van een groter Amerikaans vlootprogramma waarin tussen 1900 en 1911 tweeëntwintig slagschepen en zeven pantserkruisers waren besteld.

Het ontwerp verenigde drie vernieuwingen die latere Amerikaanse slagschepen sterk beïnvloedden. De hoofdbewapening werd verdeeld over vier geschuttorens, waarvan twee met drie kanonnen en twee met twee kanonnen. Hierdoor waren voor tien zware kanonnen slechts vier torens nodig, zodat de gepantserde lengte van het schip kon worden beperkt. Daarnaast gebruikte de Nevada-klasse het alles-of-niets-pantserstelsel, waarbij munitieruimten, machines en andere vitale delen zwaar werden beschermd en minder belangrijke delen weinig of geen pantser kregen.

De Nevada-klasse was ook de eerste Amerikaanse slagschipklasse waarvan de ketels uitsluitend met stookolie werden gevoed. Olie leverde per gewichtseenheid meer bruikbare energie dan steenkool en vereiste minder personeel voor de brandstoftoevoer. Oklahoma verschilde op technisch gebied van zusterschip USS Nevada, omdat Oklahoma twee verticale drievoudige-expansiestoommachines kreeg. Nevada beschikte over modernere stoomturbines met tandwieloverbrenging, terwijl de voortstuwing van Oklahoma voortbouwde op een ouder en beproefd systeem.

In de oorspronkelijke uitvoering had Oklahoma een standaardwaterverplaatsing van 27.500 long ton, ongeveer 27.941 metrieke ton, en een waterverplaatsing van 28.400 long ton bij volle belading. Het schip was 178 meter lang, 29,11 meter breed en had een diepgang van 8,69 meter. Twaalf oliegestookte ketels van Babcock & Wilcox voedden twee machines met samen 24.800 indicateurpaardenkrachten. Daarmee bedroeg de ontworpen topsnelheid 20,5 knopen en het bereik ongeveer 8.000 zeemijl bij een snelheid van 10 knopen.

De hoofdbewapening bestond uit tien kanonnen van 356 millimeter met een looplengte van 45 kalibers. Voor de verdediging tegen torpedoboten en torpedobootjagers waren aanvankelijk eenentwintig kanonnen van 127 millimeter aanwezig. Bronnen noemen twee of vier onderwatertorpedobuizen van 533 millimeter voor de Bliss-Leavitt Mark 3-torpedo. De pantsergordel was op de zwaarste plaatsen 343 millimeter dik, de fronten van de geschuttorens waren maximaal 457 millimeter dik en de commandotoren had maximaal 406 millimeter pantser.

Bouw en indienststelling

De kiel werd op 26 oktober 1912 gelegd bij de New York Shipbuilding Corporation in Camden, New Jersey. De werf had voor de bouw een bedrag van 5.926.000 dollar geboden. Op 23 maart 1914 werd het schip te water gelaten met Lorena J. Cruce, dochter van gouverneur Lee Cruce van Oklahoma, als doopster. Bisschop Elijah Embree Hoss sprak vooraf een gebed uit, waarna het schip naar een afbouwkade werd verplaatst.

In de nacht van 19 juli 1915 ontstond brand onder de voorste zware geschuttoren. De Amerikaanse marine hield rekening met gebrekkige isolatie of een fout van een werfarbeider als oorzaak, maar de brand vertraagde de afbouw. Daardoor kon USS Nevada eerder proefvaren en eerder in dienst komen dan haar zusterschip. Oklahoma werd op 2 mei 1916 in Philadelphia in dienst gesteld onder bevel van kapitein Roger Welles, met aanvankelijk 864 officieren en overige bemanningsleden.

Eerste Wereldoorlog

Na de indienststelling opereerde Oklahoma vooral langs de Amerikaanse oostkust en bezocht het schip verschillende marinewerven. Toen de Verenigde Staten in 1917 aan de Eerste Wereldoorlog deelnamen, ging Oklahoma niet meteen naar de Britse Grand Fleet. In Groot-Brittannië was onvoldoende stookolie beschikbaar om de oliegestookte slagschepen langdurig te ondersteunen. Tijdens een verbouwing in 1917 kreeg het schip twee luchtafweerkanonnen van 76 millimeter en werden negen kanonnen van de secundaire batterij verwijderd of verplaatst.

Op 13 augustus 1918 werd Oklahoma ingedeeld bij Battleship Division Six onder schout-bij-nacht Thomas S. Rodgers. Samen met USS Nevada vertrok het schip naar Europa en bereikte het na een ontmoeting met zes Amerikaanse torpedobootjagers de ankerplaats Berehaven in Ierland. De divisie moest Amerikaanse konvooien beschermen die de Britse eilanden naderden, maar hoefde in tachtig dagen slechts eenmaal uit te varen. In oktober begeleidde Oklahoma troepentransportschepen naar een Britse haven, waarna oefeningen in Bantry Bay en trainingen aan de ankerplaats volgden.

Het leven aan boord omvatte onderwijs, sport en onderlinge wedstrijden in onder meer boksen, worstelen, roeien en American football. Zes bemanningsleden overleden tussen 21 oktober en 2 november 1918 tijdens de influenzapandemie. Oklahoma bleef bij Berehaven tot de wapenstilstand van 11 november 1918. Na vechtpartijen tussen enkele bemanningsleden en aanhangers van Sinn Féin bood de commandant excuses aan en ontvingen twee plaatselijke burgemeesters een financiële vergoeding.

Dienst na de Eerste Wereldoorlog

Oklahoma vertrok op 26 november 1918 naar Portland en sloot zich daarna aan bij andere Amerikaanse slagschepen. De eenheid begeleidde het passagiersschip SS George Washington, waarmee president Woodrow Wilson naar Frankrijk reisde voor de vredesbesprekingen. In de eerste maanden van 1919 volgden oefeningen bij Cuba, waarna Oklahoma Wilson in juni opnieuw tijdens een overtocht begeleidde. Op 8 juli keerde het schip terug naar New York en hervatte het zijn taken bij de Atlantische Vloot.

Tijdens de volgende jaren vonden onderhoud, artillerietraining en vlootoefeningen plaats. De secundaire batterij was in 1918 teruggebracht tot twaalf kanonnen van 127 millimeter. Begin 1921 voer Oklahoma met andere Amerikaanse oorlogsschepen naar de westkust van Zuid-Amerika en nam het schip deel aan activiteiten rond het honderdjarig bestaan van Peru. Later werd het slagschip aan de Pacific Fleet toegewezen, waarmee het inzetgebied blijvend naar de Grote Oceaan verschoof.

In 1925 maakte Oklahoma met verschillende slagschepen een lange oefenreis. De vloot vertrok op 15 april uit San Francisco, bereikte Hawaï op 27 april en hield daar oorlogsspelen. Daarna volgden Samoa, de oversteek van de evenaar op 6 juli, Australië en Nieuw-Zeeland. Na terugkeer in de Verenigde Staten voer Oklahoma begin 1927 door het Panamakanaal om zich bij de Scouting Fleet aan te sluiten.

Modernisering van 1927 tot 1929

In november 1927 ging Oklahoma naar de Philadelphia Navy Yard voor een ingrijpende modernisering die tot juli 1929 duurde. Het schip kreeg acht luchtafweerkanonnen van 127 millimeter en de maximale elevatie van de hoofdkanonnen werd verhoogd van 15 naar 30 graden. Een katapult voor watervliegtuigen kwam boven op de derde geschuttoren. Ook werd het dekpantser met ongeveer 51 millimeter staal versterkt.

Aan beide zijden werden torpedobulten aangebracht om de onderwaterbescherming en stabiliteit te verbeteren. Daardoor nam de breedte toe tot ongeveer 32,9 meter, terwijl de topsnelheid daalde tot 19,68 knopen. De verbouwing verlengde de bruikbare levensduur, maar kon niet verhullen dat het ontwerp uit de periode vóór de Eerste Wereldoorlog stamde. Internationale vlootverdragen beperkten de vervanging van bestaande slagschepen, waardoor modernisering voor de Amerikaanse marine een praktische oplossing bleef.

Spaanse Burgeroorlog en inzet in de Pacific

Na de modernisering oefende Oklahoma met de Scouting Fleet in het Caribisch gebied. In juni 1930 keerde het schip terug naar de westkust, waar het tot het voorjaar van 1936 deelnam aan vlootoperaties. Tijdens een Europese opleidingsreis met adelborsten brak in juli 1936 de Spaanse Burgeroorlog uit. Oklahoma werd naar Bilbao gestuurd en nam daar vanaf 24 juli Amerikaanse staatsburgers en andere vluchtelingen aan boord, die naar Gibraltar en Franse havens werden gebracht.

Het slagschip keerde op 11 september 1936 terug in Norfolk en bereikte op 24 oktober opnieuw de westkust. In de daaropvolgende jaren werkte de bemanning samen met eenheden van het Amerikaanse leger en trainde zij reservisten. Vanaf 29 december 1937 opereerde Oklahoma vanuit Pearl Harbor voor patrouilles en oefeningen. Slechts enkele bezoeken aan het Amerikaanse vasteland onderbraken deze periode.

Begin 1941 werden bij de Puget Sound Navy Yard luchtafweerbewapening en extra bescherming op de bovenbouw aangebracht. In augustus volgden werkzaamheden in San Pedro, maar tijdens de terugreis werd één man in een zware storm overboord geslagen en raakten drie anderen gewond. Een gebroken stuurboordschroefas dwong het schip op 23 augustus naar een geschikt droogdok in San Francisco. Na herstel tot halverwege oktober keerde Oklahoma terug naar Hawaï; uitdienststelling stond voor 2 mei 1942 gepland.

Aanval op Pearl Harbor

Op zondag 7 december 1941 lag Oklahoma aan ligplaats F-5 van Battleship Row, aan de buitenzijde van USS Maryland. Kort voor 08.00 uur vielen Japanse vliegtuigen de Amerikaanse vlootbasis aan. Torpedobommenwerpers richtten zich op de onbeschutte bakboordzijde van Oklahoma, die buiten Maryland lag. De eerste treffers volgden binnen korte tijd ter hoogte van de ketelruimen en brandstoftanks.

De eerste torpedo’s beschadigden de torpedobult en veroorzaakten olielekkage, terwijl een latere treffer de romp doorboorde. Water stroomde snel verschillende ketelruimen en aangrenzende compartimenten binnen. Ongeveer tachtig bemanningsleden probeerden de luchtafweerkanonnen te bemannen, maar konden een deel daarvan niet direct gebruiken omdat de afsluiters van de wapens in de wapenkamer lagen. Veel andere opvarenden bevonden zich volgens de toenmalige alarmprocedure op posten onder de waterlijn.

Oklahoma begon snel over bakboord te hellen en werd tijdens het kapseizen opnieuw getroffen. Het precieze aantal torpedotreffers is niet met zekerheid vastgesteld; officiële en historische publicaties noemen uiteenlopende aantallen van vijf tot mogelijk negen. Binnen ongeveer twaalf minuten rolde het slagschip om, totdat de masten de ondiepe havenbodem raakten. Omstreeks 08.08 uur lagen de stuurboordzijde en een deel van de kiel boven water.

Bemanningsleden die het dek bereikten, sprongen ongeveer vijftien meter naar het water, waarin olie dreef en op plaatsen brandde. Anderen bereikten Maryland via de trossen tussen beide slagschepen en hielpen daar bij de luchtafweer. De snelle kapseizing sloot honderden opvarenden in donkere, ondersteboven liggende ruimten op. Bij de aanval kwamen uiteindelijk 429 marinemannen en mariniers van Oklahoma om, het op een na hoogste dodental op een schip bij Pearl Harbor na USS Arizona.

Reddingswerk en onderscheidingen

Reddingsploegen begonnen vrijwel meteen met luisteren naar klopsignalen uit de omgekeerde romp. Zij boorden gaten, openden luiken en sneden staal weg om ingesloten mannen te bereiken. Het werk was gevaarlijk, omdat ontsnappende lucht het waterpeil in afgesloten ruimten kon verhogen en snijbranders brandstofdampen konden ontsteken. Onder leiding van de burgerwerfarbeider Julio DeCastro werden in de uren en dagen na de aanval 32 mannen levend uit de romp gehaald.

Onder de doden bevond zich aalmoezenier Aloysius Schmitt, de eerste Amerikaanse militaire geestelijke die tijdens de Tweede Wereldoorlog omkwam. Vaandrig Francis C. Flaherty en matroos James R. Ward kregen postuum de Medal of Honor voor het helpen van anderen in het zinkende schip. Chief Carpenter John Arnold Austin ontving postuum het Navy Cross en drie andere opvarenden ontvingen de Navy and Marine Corps Medal. Amerikaanse oorlogsschepen werden later genoemd naar onder anderen Schmitt, Austin, John C. England, Charles M. Stern en de broers Malcolm, Randolph en Leroy Barber.

Berging en buitengebruikstelling

De omgeslagen romp vormde een obstakel voor het scheepvaartverkeer in Pearl Harbor. Op 15 juli 1942 begon onder leiding van kapitein F.H. Whitaker de voorbereiding van een omvangrijke bergingsoperatie. Perslucht en geïmproviseerde luchtsluizen verdreven ongeveer 20.000 ton water door de torpedogaten. Voor de boeg werd ongeveer 4.500 ton koraalgrond gestort om verschuiven te voorkomen, terwijl pontons de bewegingen van de romp moesten beheersen.

Aan de romp werden eenentwintig hijsconstructies bevestigd met sterke staalkabels die naar hydraulische lieren op Ford Island liepen. Het gecontroleerd terugrollen van het schip begon op 8 maart 1943 en was op 16 juni voltooid. Bergers verwijderden daarna stoffelijke resten uit eerder onbereikbare delen van het schip. Rond openingen in de romp kwamen kofferdammen, zodat tijdelijke reparaties konden worden uitgevoerd en Oklahoma weer kon drijven.

In november 1943 was het schip voldoende waterdicht en op 28 december werd het naar droogdok nummer 2 van de Pearl Harbor Naval Shipyard gesleept. Daar verwijderde de marine de zware kanonnen, machines, munitie, voorraden en andere bruikbare onderdelen. De constructieve schade was te zwaar en het schip was te oud om herstel voor gevechtsdienst te rechtvaardigen. Oklahoma werd daarom op 1 september 1944 officieel buiten dienst gesteld.

De overgebleven bewapening en bovenbouw werden vervolgens verwijderd. Op 26 november 1946 werd de romp voor sloop aangeboden, waarbij onder meer de machines, ketels, generatoren, stuurinrichting en ongeveer 24.000 ton constructiestaal als herbruikbaar golden. Moore Dry Dock Company uit Oakland kocht het wrak voor 46.127 dollar. De koper liet de romp gereedmaken voor vervoer van Hawaï naar een sloopwerf aan de Baai van San Francisco.

Laatste reis in 1947

In mei 1947 begonnen de sleepboten Hercules en Monarch aan de overtocht naar Californië. De aankomst was voorzien rond Memorial Day, waar een delegatie van bijna vijfhonderd inwoners van Oklahoma onder leiding van gouverneur Roy J. Turner afscheid wilde nemen. Op 17 mei kwam het sleepverband ten oosten van Hawaï in zwaar weer terecht. De romp maakte steeds meer slagzij, waarna vanuit Pearl Harbor opdracht werd gegeven om terug te keren.

Tijdens de koerswijziging begon Oklahoma rechtstandig te zinken en trok het schip beide sleepboten achteruit. De bemanningen hadden de kabeltrommels losgezet, zodat de ongeveer 430 meter lange sleeplijnen konden uitlopen. Monarch kwam als eerste vrij; de kabels van Hercules lieten pas op het laatste moment los. Het wrak verdween in diep water en de precieze ligging op de bodem van de Grote Oceaan is niet vastgesteld.

Monumenten en identificatie van slachtoffers

Bij baggerwerkzaamheden in Pearl Harbor werd in 2006 een deel van een mastconstructie van Oklahoma teruggevonden. Het ongeveer twaalf meter lange en 11.340 kilogram zware onderdeel ging via Tinker Air Force Base naar het War Memorial Park in Muskogee, waar het sinds 2010 wordt tentoongesteld. De scheepsbel, een schroef en twee ankers bevinden zich in het Science Museum Oklahoma. Het achterste stuurwiel wordt bewaard in het Oklahoma History Center.

Op 7 december 2007 werd op Ford Island het USS Oklahoma Memorial voor de 429 slachtoffers ingewijd. Het monument bestaat uit witte marmeren zuilen met namen en zwarte granieten wanden. Het staat bij de toegang tot de ligplaats van museumschip USS Missouri, nabij de plaats waar Oklahoma tijdens de aanval lag. Het gedenkteken maakt deel uit van Pearl Harbor National Memorial.

Na de aanval konden slechts 35 van de 429 slachtoffers individueel worden geïdentificeerd. De overige stoffelijke resten werden aanvankelijk begraven op de begraafplaatsen Halawa en Nu‘uanu en in 1947 voor onderzoek overgebracht naar een militair laboratorium op Hawaï. In 1950 werden de vermengde resten als onbekenden herbegraven op de National Memorial Cemetery of the Pacific. De administratie vermeldt 62 kisten in 46 grafpercelen, waarvan één kist in 2003 voor nieuw onderzoek werd opgegraven.

Dat onderzoek toonde aan dat de resten sterk waren vermengd en leidde tussen 2008 en 2010 tot vijf identificaties. In 2015 liet het Amerikaanse ministerie van Defensie de resterende 61 kisten opgraven voor onderzoek met DNA, gebitsgegevens en skeletanalyse. De Defense POW/MIA Accounting Agency identificeerde binnen het project 355 personen individueel; samen met eerdere identificaties werden 396 van de 429 slachtoffers verantwoord. De resten die niet aan één persoon konden worden toegewezen, werden aan de laatste 33 marinemannen als groep verbonden en op 7 december 2021 opnieuw bijgezet.

Conclusie

USS Oklahoma vertegenwoordigde een overgang in de Amerikaanse slagschipbouw door de combinatie van oliegestookte ketels, zware centrale pantsering en geschuttorens met drie kanonnen. Het schip verrichtte tijdens de Eerste Wereldoorlog konvooidienst, nam in het interbellum deel aan internationale oefenreizen en evacueerde in 1936 burgers uit Spanje. Modernisering verlengde de diensttijd, maar in 1941 kon de onderwaterbescherming meerdere torpedotreffers niet opvangen. De torpedoaanval op Pearl Harbor leidde binnen twaalf minuten tot het verlies van het schip en 429 opvarenden.

De berging van de omgeslagen romp duurde van 1942 tot 1944, maar herstel voor actieve dienst bleek niet verantwoord. Oklahoma zonk in 1947 tijdens de sleepreis naar een sloopwerf en de precieze wraklocatie bleef onbekend. Het monument op Ford Island bewaart de namen van de slachtoffers, terwijl het identificatieproject van 2015 tot 2021 voor het merendeel van de voorheen onbekende doden een individuele naam vaststelde. Daarmee omvat de geschiedenis van Oklahoma zowel scheepsbouw, vlootdienst, bergingstechniek als forensisch onderzoek.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: USN, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Phister, Jeff, Thomas Hone en Paul Goodyear (2008). Battleship Oklahoma: BB-37. University of Oklahoma Press. ISBN 978-0-8061-3936-4.
  3. Friedman, Norman (1985). U.S. Battleships: An Illustrated Design History. Naval Institute Press. ISBN 0-87021-715-1.
  4. Madsen, Daniel (2003). Resurrection: Salvaging the Battle Fleet at Pearl Harbor. Naval Institute Press. ISBN 1-55750-488-1.
  5. Young, Stephen Bower (1991). Trapped at Pearl Harbor: Escape for Battleship Oklahoma. Naval Institute Press. ISBN 1-55750-975-1.
  6. Naval History Division (1970). Dictionary of American Naval Fighting Ships, deel 5: Historical Sketches, Letters N through Q. Department of the Navy. OCLC 769806179.
  7. Defense POW/MIA Accounting Agency (2021). USS Oklahoma Sailors Accounted For From World War II: Group Identification. United States Department of Defense.
  8. National Park Service (2024). USS Oklahoma. Pearl Harbor National Memorial.