Home Schepen Slagschepen en Slagkruisers USS Oklahoma BB-37 Amerikaans slagschip

USS Oklahoma BB-37 Amerikaans slagschip

USS Oklahoma BB-37 stoomt langs Alcatraz in San Francisco Bay tijdens de jaren dertig, gezien vanaf het water.
USS Oklahoma BB-37 passeert Alcatraz in San Francisco Bay tijdens de jaren dertig.

USS Oklahoma (BB-37) was een slagschip van de Nevada-klasse, in dienst vanaf 1916 en gebouwd als oliegestookte dreadnought binnen het standaard-slagschipconcept van de United States Navy. Het schip opereerde in Atlantische en later Pacifische wateren, onderging een modernisering in de jaren twintig en kapseisde op 7 december 1941 tijdens de aanval op Pearl Harbor. De eenheid werd gelicht maar niet opnieuw in dienst gesteld.

Ontwerp en constructie

USS Oklahoma behoorde tot de Nevada-klasse, besteld in 1911 als onderdeel van het Amerikaanse programma voor standaard-slagschepen. Deze schepen deelden vaareigenschappen, bescherming en manoeuvreerbaarheid, zodat zij als een uniforme slaglinie konden opereren. Kenmerkend waren all-or-nothing-bepantsering en drievoudige artillerietorens. Door deze indeling kon zware bepantsering worden geconcentreerd rond de vitale zones van het schip. Oklahoma had drievoudige expansiestoommachines, een oudere techniek dan de turbines van Nevada.

Het schip had een standaardwaterverplaatsing van ongeveer 27.500 long tons, een totale lengte van circa 178 meter, een breedte van ruim 29 meter en een diepgang van circa 8,7 meter. De voortstuwing werd geleverd door twaalf oliegestookte ketels die stoom leverden aan twee verticale drievoudige expansiemachines met een vermogen van ongeveer 24.800 geïndiceerde pk. De maximale snelheid bedroeg circa 20,5 knopen. De actieradius lag rond 8.000 zeemijlen bij 10 knopen kruissnelheid. Na tewaterlating in 1914 werd het schip in 1916 in dienst gesteld, geschikt voor liniegevechten binnen de destijds geldende marinedoctrine.

Bewapening

De hoofdbewapening bestond uit tien 14-inch/45-kanonnen, opgesteld in twee drievoudige en twee dubbele torens langs de centrale as. Deze configuratie leverde een krachtige salvo-opbouw en paste binnen het compacte pantserplan van de klasse. De secundaire bewapening omvatte eenentwintig 5-inch/51-kanonnen, die waren bedoeld voor verdediging tegen torpedobootjagers. Een deel bevond zich in kazematten in de romp. Daarnaast beschikte het schip over torpedobuizen van 21 inch. De bemanning telde bij oplevering circa 864 personen.

Bepantsering

De gordelbepantsering varieerde van ongeveer 13,5 inch op de vitale zones tot lagere waarden aan de randen. Het dekpantser bestond uit één laag van circa 3 inch met daaronder een tweede laag van ongeveer 1,5 inch. De geschutstorens hadden frontplaten tot 18 inch. De barbettes waren tot circa 13,5 inch gepantserd. De commandotoren had zijwanden van ongeveer 16 inch. Tijdens de modernisering in de late jaren twintig werden antitorpedobulges en aanvullend dekpantser toegevoegd.

Vliegtuigen aan boord

USS Oklahoma was geen vliegdekschip. Na de modernisering werd wel een katapult aangebracht om verkenningsvliegtuigen te kunnen lanceren vanaf een geschutstoren, maar het schip voerde geen luchtgroep zoals bij vliegdekschepen in de Tweede Wereldoorlog.

Sensoren en dataverwerking

USS Oklahoma werd ontworpen in de periode vóór de opkomst van radar en sonar. De sensoren bestonden daarom uit optische afstandsmeters, uitkijkposten op verschillende niveaus van de bovenbouw en mechanisch-elektrische vuurleidingstoestellen. Deze middelen vormden het hart van de doelbepaling en schietberekening op afstand. De vuurleiding gebruikte plottafels waarop koers, snelheid en afstand werden ingevoerd. Vanuit een centrale vuurleidingspost werden vervolgens richtgegevens doorgegeven aan de geschutstorens.

De informatievoorziening aan boord verliep via spreekbuizen, interne telefoons en signaalposten. De scheepsleiding integreerde deze gegevens in afzonderlijke commandoruimten, maar het schip beschikte niet over een Combat Information Center. Een CIC werd pas tijdens de oorlog standaard op nieuwere eenheden en maakte het mogelijk om sensorgegevens, radarwaarnemingen, luchtbeeld, koersinformatie en vuurleiding geïntegreerd te verwerken. Het ontbreken hiervan beperkte de gevechtsinformatiecapaciteit van Oklahoma.

Aan het begin van de jaren veertig kreeg de Amerikaanse vloot de beschikking over eerste generatie radarsystemen, maar Oklahoma wordt in de beschikbare literatuur niet vermeld als platform dat hiermee standaard uitgerust was. De vuurleiding en situational awareness bleven daarom vrijwel volledig optisch. Informatie over vijandelijke schepen, vliegtuigen en projectielbanen werd handmatig verwerkt. De waarneming werd ondersteund door uitkijkposten, maar had geen elektronische versterking zoals radarzoekapparatuur of radarthoogtemeters. Evenmin beschikte het schip over sonar voor onderwaterdetectie. Hierdoor was Oklahoma in 1941 qua dataverwerking en sensorcapaciteit duidelijk gebaseerd op technieken van vóór de Tweede Wereldoorlog.

Met de ontwikkeling van geïntegreerde vuurleiding, radar en sonar werd het verschil tussen moderne schepen en oudere dreadnoughts steeds groter. De afwezigheid van een CIC betekende dat informatie uit verschillende delen van het schip niet centraal werd samengebracht. De gevechtskracht hing daardoor af van optiek, communicatie en handmatige berekeningen. In de context van gevechtsnormen vanaf 1943 was het sensorsysteem hiermee verouderd.

Modificaties

In de Eerste Wereldoorlog en in het interbellum werden wijzigingen doorgevoerd aan secundaire bewapening en luchtafweer. De modernisering van 1927 tot 1929 omvatte antitorpedobulges, versterkt dekpantser, verbeterde elevatie van het hoofdgeschut en plaatsing van extra luchtafweer. Ook werd een katapult aangebracht voor verkenningsvliegtuigen. De modernisering verbeterde bescherming en vuurkracht, maar resulteerde in een bredere romp en een iets lagere snelheid. In de jaren dertig werden verdere aanvullingen op de luchtafweer geplaatst.

Status schip tijdens de oorlog

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was USS Oklahoma technisch goed onderhouden maar gebaseerd op een ontwerp dat terugging tot de periode vóór de Eerste Wereldoorlog. De voortstuwing met drievoudige expansiemachines beperkte de snelheid en flexibiliteit. De geplande uitfasering in 1942 weerspiegelde de status van het schip binnen de vloot. Hoewel het extra luchtafweer had ontvangen, was het sensorsysteem niet aangepast aan de ontwikkelingen op het gebied van radar en geïntegreerde informatieverwerking.

Operationele geschiedenis

Eerste jaren en Eerste Wereldoorlog

Oklahoma werd in 1912 op stapel gezet, in 1914 te water gelaten en in 1916 in dienst gesteld. Na indienststelling bleef het schip in Amerikaanse wateren en werd het aangepast voor inzet in de Eerste Wereldoorlog. Door het ontbreken van olievoorziening in Britse havens werd het pas in 1918 naar Europa gestuurd. Daar lag het schip in Berehaven in Ierland als bescherming voor inkomende konvooien. De inzet bestond vooral uit wachtligging en oefeningen. De bemanning werd getroffen door de grieppandemie. Na de wapenstilstand escorteerde Oklahoma het transportschip van de Amerikaanse president.

Interbellum

In de jaren na de oorlog maakte Oklahoma deel uit van de Atlantische Vloot en nam zij deel aan oefeningen, vlootmanoeuvres en bezoeken. In 1921 voer zij naar Zuid-Amerika en nam later deel aan een grote opleidingsreis door de Stille Oceaan, waarbij Hawaï, Samoa, Australië en Nieuw-Zeeland werden bezocht. Deze reizen dienden zowel voor diplomatieke zichtbaarheid als voor training van bemanning en adelborsten. Het schip bleef in gebruik binnen de Scouting Fleet en later de Pacific Fleet.

Modernisering en inzet in Spanje

Tussen 1927 en 1929 onderging Oklahoma een uitgebreide modernisering. Na terugkeer werd het schip ingezet voor oefeningen in Caribische en Pacifische wateren. In 1936 werd het naar Europa gestuurd voor een opleidingsreis. Na het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog werd het schip naar Bilbao gestuurd om Amerikaanse staatsburgers en andere vluchtelingen te evacueren naar Gibraltar en Franse havens. Na deze missie keerde het terug naar de Verenigde Staten en nam het opnieuw deel aan reguliere vlootoperaties.

Laatste jaren en aanval op Pearl Harbor

Oklahoma werd vanaf 1937 gestationeerd in Pearl Harbor. In 1941 werd het schip getroffen door stormschade en tijdelijk gerepareerd in San Francisco. In oktober keerde het terug naar Hawaï. Op 7 december 1941 lag het schip naast USS Maryland toen Japanse torpedovliegtuigen de aanval inzetten. Meerdere torpedo’s troffen de bakboordzijde. Binnen enkele minuten kapseisde de romp en kwam ondersteboven tot stilstand. Daarbij kwamen 429 bemanningsleden om. Reddingsteams wisten 32 ingesloten personen te bevrijden.

Na de oorlog

In 1942 begon de berging van het gekapseisde schip. In 1943 werd het schip rechtgetrokken, compartimenten werden leeggepompt en de romp werd gestabiliseerd. Daarna volgde droogzetting en verwijdering van bewapening, machines en voorraden. De marine concludeerde dat herstel niet haalbaar was. Oklahoma werd in 1946 verkocht voor sloop. Tijdens de sleepreis in 1947 zonk de romp in een storm tussen Hawaï en het vasteland van de Verenigde Staten. De positie is onbekend gebleven.

Conclusie

USS Oklahoma weerspiegelde de ontwerpfilosofie van vroege standaard-slagschepen met zware bepantsering en oliegestookte voortstuwing. Ondanks modernisering bleef het schip afhankelijk van optische vuurleiding. Het ontbrak aan radar, sonar en een Combat Information Center. Volgens de normen vanaf 1943 was het schip daardoor technisch verouderd. De ondergang bij Pearl Harbor maakte een einde aan de operationele inzet en bevestigde de beperkingen van dreadnoughts uit de vroege twintigste eeuw.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: USN, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Arroyo, Ernest (2001). Pearl Harbor. Metro Books. ISBN 978-1586631499.
  3. Breyer, Siegfried (1973). Battleships and Battle Cruisers 1905–1970. Doubleday and Company. ISBN 0-385-07247-3.
  4. Friedman, Norman (1985). U.S. Battleships: An Illustrated Design History. Naval Institute Press. ISBN 0-87021-715-1.
  5. Gardiner, Robert; Gray, Randal (1985). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1906–1921. Conway Maritime Press. ISBN 0-87021-907-3.
  6. La Forte, Robert S.; Marcello, Ronald E. (1991). Remembering Pearl Harbor. SR Books. ISBN 0-8420-2371-2.
  7. Madsen, Daniel (2003). Resurrection: Salvaging the Battle Fleet at Pearl Harbor. Naval Institute Press. ISBN 1-55750-488-1.
  8. Phister, Jeff; Hone, Thomas; Goodyear, Paul (2008). Battleship Oklahoma: BB-37. University of Oklahoma Press. ISBN 978-0-8061-3936-4.
  9. Young, Stephen Bower (1991). Trapped at Pearl Harbor. Naval Institute Press. ISBN 1-55750-975-1.
  10. Beigel, Harvey M. (2004). Parallel Fates. Pictorial Histories Publishing Co. ISBN 1-57510-113-0.
  11. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.
Previous articleUSS Arizona: slagschip ontwerp en gezonken op 7 december 1941
Next articleWilson Brown Jr.: Amerikaanse viceadmiraal in WO I & II
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.