
De USS Missouri (BB-63) was een slagschip van de Iowa-klasse en behoorde tot de zwaarste maritieme oorlogsschepen die ooit door de Amerikaanse marine in dienst zijn genomen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het schip ingezet in de Grote Oceaan, onder meer bij de gevechten rond Iwo Jima en Okinawa. De Missouri is vooral bekend als het schip waarop de Japanse capitulatie op 2 september 1945 werd ondertekend, waarmee een einde kwam aan de oorlog in de Stille Oceaan. Dit artikel beschrijft de technische kenmerken, bewapening, operationele inzet en de evolutie van het schip in de periode 1944–1945.
Ontwerp en constructie
De Iowa-klasse werd ontworpen in de jaren dertig als antwoord op de snelle slagschepen van Japan, waaronder de Kongō-klasse. De nadruk lag op hoge snelheid, zware bewapening en relatief goede bescherming binnen de beperkingen van verdragsafspraken. De USS Missouri werd goedgekeurd in 1938 en haar kiel werd gelegd op 6 januari 1941 in de Brooklyn Navy Yard. De tewaterlating vond plaats op 29 januari 1944, en op 11 juni van datzelfde jaar werd zij officieel in dienst genomen.
De Missouri heeft een totale lengte van 270,4 meter, een breedte van 33 meter en een diepgang van 11,5 meter bij een volle belading van ruim 58.000 ton. De voortstuwing werd verzorgd door vier General Electric-stoomturbines, gevoed door acht oliegestookte Babcock & Wilcox-ketels. Deze installatie leverde 212.000 asvermogen, goed voor een topsnelheid van ruim 32 knopen. Het schip had een bemanning van ongeveer 2.900 personen tijdens de oorlog.
Bewapening
De hoofdartillerie bestond uit negen 406 mm (16 inch) kanonnen, verdeeld over drie torens met elk drie lopen. Twee torens bevonden zich voor en één achter de opbouw. De secundaire bewapening omvatte twintig 127 mm (5 inch) kanonnen in dubbele opstellingen, opgesteld aan weerszijden van het middenschip.
Voor luchtafweer beschikte de Missouri over twintig viervoudige 40 mm Bofors luchtafweerinstallaties en 49 enkele 20 mm Oerlikon kanonnen. Deze combinatie was bedoeld om bescherming te bieden tegen Japanse lucht- en kamikazeaanvallen, die toenemende schade toebrachten aan geallieerde eenheden in de Stille Oceaan.
Bepantsering
De bepantsering van de USS Missouri was ontworpen om bescherming te bieden tegen zowel artillerie als torpedo’s. De waterlijnbepantsering was 307 mm dik en liep schuin onder de waterlijn om een betere bescherming te bieden tegen inslagen van projectielen. De pantsergordel vormde samen met dwarsschotten en gepantserde dekken het gepantserde citadel, dat de belangrijkste vitale onderdelen van het schip afschermde.
De geschuttorens waren aan de voorzijde tot 495 mm dik gepantserd, terwijl de barbettes, waarin de torens waren geplaatst, diktes bereikten van 295 tot 439 mm. Het conning tower was beschermd met 440 mm dikke wanden. De horizontale bescherming bestond uit meerdere dekken met diktes oplopend tot 152 mm in het pantserdek. De Missouri beschikte ook over een uitgebreid onderwaterverdedigingssysteem tegen torpedo’s, bestaande uit meerdere compartimenten gevuld met vloeistof.
Sensoren en dataverwerking
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de USS Missouri uitgerust met een reeks sensoren en verwerkingssystemen die haar gevechtscapaciteiten versterkten, vooral op het gebied van vuurleiding en luchtdetectie. De scheepsuitrusting was gebaseerd op het Combat Information Center (CIC)-concept, dat op dat moment in ontwikkeling was binnen de Amerikaanse marine en sinds 1943 als essentieel werd beschouwd voor moderne oorlogvoering op zee.
Voor vuurleiding beschikte het schip over twee Mark 38 Fire Control Directors met Mark 8 radarinstallaties, gemonteerd op de bovenbouw. Deze systemen boden nauwkeurige afstandsbepaling en volgmogelijkheden voor de 406 mm hoofdkanonnen. Elke geschuttoren was bovendien uitgerust met een eigen optische afstandsmeter, waardoor deze ook onafhankelijk vuur kon leiden.
De secundaire bewapening van 127 mm werd bestuurd via vier Mark 37 Fire Control Directors, voorzien van een combinatie van Mark 12 en Mark 22 radar- en hoogtemeetsystemen. Elk van deze installaties had een afstandsmeter van 4,6 meter lang en werd ook gebruikt om inkomende luchtdoelen te volgen.
Voor de 40 mm Bofors luchtafweerkanonnen werden Mark 51 Directors gebruikt, uitgerust met het Mark 14 gyro-aangestuurde richtsysteem. Hoewel deze systemen niet radar-gestuurd waren, boden ze verbeterde nauwkeurigheid voor snelvuur op lage vliegende doelen. De 20 mm Oerlikons gebruikten een eenvoudigere optische vizieroplossing met gyrocompensatie.
Wat betreft algemene sensoriek had de Missouri een SK-2 early-warning radar gemonteerd op de voormast. Daarboven was een SG-radar geplaatst voor oppervlakteverkenning. Een tweede SG-radar was aangebracht op de hoofdmast bij de achterste schoorsteen. De combinatie van deze systemen gaf het schip een redelijke detectiecapaciteit tegen lucht- en oppervlaktebedreigingen.
Het Combat Information Center aan boord diende als centrale verwerkingsruimte voor alle binnenkomende radar- en sonarinformatie. In dit CIC werd informatie over vijandelijke eenheden verzameld, geanalyseerd en gedistribueerd naar de relevante commandoposten aan boord, wat essentieel was voor een snelle tactische besluitvorming. Hoewel de Missouri geen sonar voor onderzeebootdetectie aan boord had, werd zij vaak beschermd door escorteschepen die deze taak uitvoerden.
Modificaties
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Missouri gebouwd volgens het laatste ontwerp binnen de Iowa-klasse, en direct voorzien van de nieuwste vuurleidings- en luchtafweeruitrusting. In tegenstelling tot haar zusterschip Iowa, die aanvankelijk met minder luchtafweer werd opgeleverd, kreeg Missouri bij voltooiing al de uitgebreide 40 mm en 20 mm bewapening mee. In 1945 werd zij verder aangepast voor haar rol als vlaggenschip van de Third Fleet, met extra communicatiesystemen en een aangepaste commandocentrale.
Status schip tijdens de oorlog
De USS Missouri (BB-63) werd in juni 1944 in dienst gesteld. Bij ingebruikname beschikte het schip over moderne vuurleidingssystemen, radarapparatuur en een Combat Information Center (CIC), waardoor het volledig voldeed aan de eisen die de Amerikaanse marine sinds 1943 stelde aan slagschepen.
Tijdens haar operationele inzet in de Tweede Wereldoorlog was Missouri technisch volledig inzetbaar. Door haar recente bouw waren geen moderniseringen of aanpassingen noodzakelijk. De uitrusting werd als actueel beschouwd en voldeed aan de normen voor luchtverdediging, kustbombardementen en vlootbescherming.
Operationele geschiedenis
Eerste inzet en operatie Iwo Jima
Op 14 december 1944 vertrok USS Missouri van San Francisco naar Ulithi. Daar werd ze op 13 januari 1945 toegevoegd aan Task Force 58 onder bevel van viceadmiraal Marc A. Mitscher. Missouri werd ingedeeld bij Task Group 58.2 ter ondersteuning van vliegdekschepen zoals USS Lexington en USS Hancock.
Het schip functioneerde als escorte-eenheid tegen luchtaanvallen en diende als bevoorradingspunt voor torpedobootjagers. Eind januari 1945 nam Missouri deel aan luchtaanvallen op het Japanse vasteland. De operaties waren bedoeld als afleiding en voorbereiding op de landing op Iwo Jima.
Op 19 februari begon de amfibische aanval op het eiland. Missouri bleef op zee gestationeerd, dicht bij de vliegdekschepen, en fungeerde als luchtafweerschip. Gedurende deze periode voerde het schip ook beperkte artillerievuursteun uit. Er werd een vijandelijk vliegtuig uit de lucht geschoten.
Gevechten rond Okinawa
In maart 1945 werd Missouri tijdelijk overgeplaatst naar Task Force 59. Op 24 maart nam zij deel aan de artilleriebeschieting van de zuidkust van Okinawa als afleidingsmanoeuvre. Hierbij werden Japanse kustbatterijen en transportdoelen bestookt met 180 granaten.
Na deze actie keerde Missouri terug naar Task Group 58.4. Op 11 april werd het schip getroffen door een kamikazevliegtuig dat zich in het hoofddek aan stuurboordzijde boorde. Het vliegtuig ontplofte, maar richtte slechts beperkte schade aan. Brand aan dek werd snel geblust door de bemanning.
Op 17 april volgde een tweede kamikazepoging waarbij een vliegtuig de kraan op het achterschip raakte. Hierbij raakten twee bemanningsleden gewond. Ondanks deze aanvallen bleef Missouri volledig inzetbaar en werd haar operationele status niet aangetast.
Tijdens deze fase van de campagne werd Missouri ingezet voor kustbeschietingen en luchtafweer. Ze escorteerde vliegdekschepen en bood bescherming tegen aanvallen vanuit de lucht. Gedurende haar inzet bij Okinawa claimde het schip meerdere vijandelijke vliegtuigen te hebben uitgeschakeld.
Bombardementen op Japan
Op 18 mei 1945 werd Missouri het vlaggenschip van admiraal William F. Halsey. Ze werd opgenomen in Task Group 38.4. In juli 1945 begon de aanval op Japanse industriële en militaire doelen op het hoofdeiland Honshu en het noorden van Hokkaido.
Op 15 juli voerde Missouri, samen met andere slagschepen, een beschieting uit op Muroran. Daarbij werden staalfabrieken geraakt. Op 17 en 18 juli volgde een tweede aanval, uitgevoerd samen met HMS King George V. De doelen betroffen transportinfrastructuur en energievoorziening.
Tussen 25 juli en 10 augustus nam Missouri deel aan operaties rond Tokio en de Binnenzee. Ze ondersteunde vliegdekschepen en voerde waarnemingen uit voor artilleriebeschietingen. Op 5 en 6 juni was het schip betrokken bij een zware tyfoon, maar liep slechts lichte schade op en bleef inzetbaar.
In de eerste week van augustus werden de aanvallen geïntensiveerd, gelijktijdig met de atoomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki. Missouri ondersteunde deze operaties indirect door dekking te bieden aan vliegdekschepen die bombardementen uitvoerden op luchtafweerstellingen.
Overgave van Japan
Op 15 augustus 1945 kondigde Japan haar voornemen tot overgave aan. Missouri werd aangewezen als het officiële platform voor de ondertekening van de capitulatieakte. Op 29 augustus voer het schip de Baai van Tokio binnen, vergezeld door andere Amerikaanse en Britse schepen.
De locatie van Missouri werd bewust gekozen, dichtbij waar in 1853 de Amerikaanse vloot onder Commodore Perry aanmeerde. Op 2 september vond de plechtigheid plaats op het achterdek van het schip.
Generaal Douglas MacArthur leidde de ceremonie namens de geallieerden. Japan werd vertegenwoordigd door minister Mamoru Shigemitsu en generaal Yoshijiro Umezu. Vertegenwoordigers van onder meer de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, de Sovjet-Unie, China, Australië en Nederland ondertekenden het document.
De plechtigheid duurde minder dan een half uur. Kort daarna werd een vlag gehesen die ook op 7 december 1941 had gewapperd boven het Capitool in Washington. Missouri verliet enkele dagen later de baai en begon aan de terugtocht.
Repatriëring en terugkeer naar de Verenigde Staten
Na de overgave werd Missouri ingezet voor Operatie Magic Carpet. Tijdens deze operatie werden duizenden Amerikaanse soldaten teruggebracht naar huis. Op 5 september verliet het schip Japan en meerde enkele dagen later aan in Guam om passagiers in te schepen.
Op 20 september 1945 arriveerde het schip in Pearl Harbor. Tijdens de vaart naar New York deed het schip verschillende havens aan. Op 27 oktober vond een officiële ceremonie plaats waarbij president Truman aan boord kwam voor Navy Day.
Missouri bleef in actieve dienst na de oorlog en nam in de maanden erna deel aan diplomatieke en trainingsmissies. Ze voerde bezoeken uit aan onder andere Griekenland, Turkije, Noord-Afrika en Zuid-Amerika, en diende als drijvend symbool van Amerikaanse militaire aanwezigheid in de wereld.
Na de oorlog
In 1946 bracht Missouri het stoffelijk overschot van de Turkse ambassadeur naar Istanbul, als onderdeel van een diplomatieke missie. Het schip bleef de daaropvolgende jaren actief voor oefeningen en diplomatieke reizen.
Tijdens de Koreaanse Oorlog werd zij opnieuw in actieve dienst genomen en ingezet voor kustbeschietingen. In 1955 werd Missouri overgebracht naar de reservevloot.
In 1986 werd zij opnieuw geactiveerd, gemoderniseerd en uitgerust met Tomahawk- en Harpoon-raketten. In 1991 nam zij deel aan Operatie Desert Storm. In 1992 werd Missouri definitief uit dienst genomen.
Conclusie
De USS Missouri voldeed vanaf haar indienststelling aan alle technische en operationele eisen van de Amerikaanse marine. De aanwezigheid van een CIC, moderne vuurleidingssystemen en radar maakte het schip gevechtsklaar volgens de normen van 1943.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog voerde Missouri operaties uit rond Iwo Jima, Okinawa en het Japanse vasteland. Ze was niet verouderd en werd gezien als volledig inzetbaar.
Haar rol als vlaggenschip en als locatie van de Japanse overgave onderstreept haar belang binnen de maritieme geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding:
Butler, John (1995). Strike Able-Peter: The Stranding and Salvage of the USS Missouri. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-55750-094-0.
Draminski, Stefan (2020). The Battleship USS Iowa. Oxford, UK: Osprey Publishing. ISBN 978-1-4728-2729-6.
Friedman, Norman (1980). United States of America. In: Chesneau, Roger (ed.). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. New York: Mayflower Books. ISBN 0-8317-0303-2.
Friedman, Norman (1985). U.S. Battleships: An Illustrated Design History. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-715-1.
Kaplan, Philip (2004). Battleship. London: Aurum Press. ISBN 1-85410-902-2.
Polmar, Norman (2001). The Naval Institute Guide to the Ships and Aircraft of the U.S. Fleet. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-55750-656-6.
Reilly, John C. Jr. (1989). Operational Experience of Fast Battleships: World War II, Korea, Vietnam. Washington, D.C.: Naval Historical Center. OCLC 19547740.
Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea, 1939–1945: The Naval History of World War Two. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-59114-119-2.
Sharpe, Richard (1991). Jane’s Fighting Ships 1991–92. London: Butler & Tanner. ISBN 0-7106-0960-4.
Stillwell, Paul (1996). Battleship Missouri: An Illustrated History. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-55750-780-5.
Sumrall, Robert F. (1988). Iowa Class Battleships: Their Design, Weapons, and Equipment. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-298-2.
Donovan, Robert J. (1982). Tumultuous Years: The Presidency of Harry S. Truman, 1949–1953. New York: Norton. ISBN 978-0-393-01619-2.
Schnabel, James F.; Appleman, Roy Edgar (1972). United States Army in the Korean War. Washington, D.C.: Office of the Chief of Military History. ISBN 1-4102-2485-6.









