
De USS Lexington (CV-16), behorend tot de Essex-klasse vliegdekschepen van de Amerikaanse marine, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwd en in februari 1943 in dienst genomen. Het schip werd aanvankelijk als USS Cabot besteld, maar tijdens de bouw hernoemd ter nagedachtenis aan de USS Lexington (CV-2) die in mei 1942 tijdens de Slag in de Koraalzee verloren ging. De Lexington speelde een centrale rol in de oorlog in de Stille Oceaan, diende als vlaggenschip van Task Force 58 en nam deel aan meerdere zeeslagen en luchtaanvallen. Het schip kreeg de bijnaam “The Blue Ghost” vanwege herhaalde onjuiste Japanse claims dat het tot zinken was gebracht. Na de oorlog diende de Lexington nog tientallen jaren in diverse rollen voordat zij een museumschip werd.
Ontwerp en constructie
De USS Lexington werd op 15 juli 1941 op stapel gezet in de Fore River Shipyard in Quincy, Massachusetts. Zij behoorde tot de Essex-klasse, ontworpen als verbeterde opvolger van de Yorktown-klasse, met nadruk op verhoogde vliegdekcapaciteit, verbeterde luchtafweer en grotere actieradius. De schepen waren uitgerust voor operaties met grotere aantallen vliegtuigen en beschikten over versterkte interne compartimentering om gevechtsschade beter te kunnen weerstaan.
De waterverplaatsing bedroeg 27.100 long tons (standaard) en 36.380 long tons bij volle belading. De lengte was 265,8 meter, de breedte 28,3 meter en de diepgang 10,41 meter. Acht Babcock & Wilcox-ketels leverden stoom aan vier Westinghouse-geveerde stoomturbines, goed voor 150.000 shp, aangedreven via vier schroeven. De maximale snelheid bedroeg 33 knopen en het operationele bereik lag rond 14.100 zeemijl bij 20 knopen. Het vliegdek bood ruimte voor 90 tot 100 vliegtuigen, waaronder Grumman F6F Hellcats, Douglas SBD Dauntless duikbommenwerpers en Grumman TBF Avenger torpedobommenwerpers.
Bewapening
Bij ingebruikname bestond de hoofdbewapening uit twaalf 5-inch/38 dubbeldoelkanonnen, geplaatst in vier gesloten tweelingopstellingen aan stuurboordzijde nabij het eiland en vier open enkelopstellingen aan bakboord voor- en achterzijde. Ter verdediging tegen luchtaanvallen beschikte de Lexington over zeventien viervoudige 40 mm Bofors luchtafweeropstellingen en tussen de 55 en 65 enkelvoudige 20 mm Oerlikon-kanonnen. De 5-inch-kanonnen konden proximity-fuzes gebruiken, waardoor granaten nabij vijandelijke vliegtuigen tot ontploffing kwamen. De luchtafweeropstellingen waren gericht op bescherming tegen zowel hoog- als laagvliegende vliegtuigen, inclusief torpedobommenwerpers.
Bepantsering
De bepantsering bestond uit een waterlijnpantsergordel van 64 tot 102 mm, een dekpantser van 38 mm, een hangardekpantser van 64 mm en dwarsschotten van 102 mm. Deze bescherming was bedoeld om de vitale delen van het schip te verdedigen tegen inslagen van granaten en bommen. Hoewel dit pantserniveau geen bescherming bood tegen directe treffers van zwaar kaliber, bood het wel aanzienlijke weerstand tegen luchtaanvallen en artillerie van middelgroot kaliber.
Vliegtuigen aan boord
Bij indienststelling in 1943 had de USS Lexington (CV-16) de capaciteit om ongeveer 90 tot 100 vliegtuigen te opereren. De samenstelling van de luchtgroep was gericht op veelzijdigheid en bestond doorgaans uit jachtvliegtuigen, duikbommenwerpers en torpedobommenwerpers.
De Grumman F6F Hellcat was het primaire jachtvliegtuig. Het toestel werd ingezet voor luchtgevechten, escorte van bommenwerpers en luchtverdediging van de vloot. De Hellcat had een groot bereik en was effectief tegen Japanse toestellen zoals de Mitsubishi A6M Zero.
De Douglas SBD Dauntless diende als duikbommenwerper en werd gebruikt voor precisieaanvallen op schepen en landdoelen. Dit type speelde een rol in het uitschakelen van vijandelijke vliegdekschepen en zwaar bewapende schepen.
De Grumman TBF Avenger was het belangrijkste torpedobommenwerper aan boord. Het werd gebruikt voor aanvallen op vijandelijke schepen, vaak in combinatie met luchtaanvallen van Hellcats om luchtafweer te onderdrukken.
De luchtvloot van de Lexington werd tijdens operaties voortdurend aangepast aan de tactische situatie. Naarmate de oorlog vorderde, werden oudere typen vervangen door nieuwere en verbeterde varianten, waardoor het schip zijn effectiviteit in zowel offensieve als defensieve operaties behield.
Sensoren en dataverwerking
Bij indienststelling in februari 1943 was de USS Lexington (CV-16) uitgerust met een Combat Information Center (CIC) en een Air Operations Center (AirOps). Het CIC centraliseerde radardata, koers- en positiebepaling, en koppelde detectie direct aan onderscheppingen en vuurleiding. Het AirOps beheerde de planning, lancering en begeleiding van vliegtuigen en werkte samen met het Carrier Air Traffic Control Center (CATCC). Deze samenwerking maakte het mogelijk om informatie over vijandelijke posities en vlootbewegingen direct te koppelen aan vliegoperaties.
Helder, je wilt dat deze technische specificaties volledig en precies worden opgenomen in het hoofdstuk Sensoren en dataverwerking, zonder stijlbreuk, en dat ze naadloos passen in de neutrale Wikipedia-structuur.
Sensoren en dataverwerking
Bij indienststelling in februari 1943 beschikte de USS Lexington (CV-16) over een Combat Information Center (CIC) en een Air Operations Center (AirOps). Het CIC verwerkte radargegevens, koers- en positiebepalingen en koppelde deze direct aan onderscheppings- en vuurleidingsopdrachten. Het AirOps beheerde de planning, lancering en begeleiding van vliegtuigen en werkte samen met het Carrier Air Traffic Control Center (CATCC) voor het regelen van luchtverkeersstromen. De samenwerking tussen CIC en AirOps maakte het mogelijk om informatie over vijandelijke posities en vlootbewegingen direct te vertalen naar gecoördineerde vlieg- en zeeoperaties.
De sensoren en verwerkingssystemen omvatten:
- 1 × SK air-search radar voor langeafstandsdetectie van vliegtuigen
- 1 × SC air-search radar voor aanvullende luchtbewaking
- 2 × SG surface-search radar voor detectie van oppervlakteschepen
- 1 × SM fighter-direction radar (in latere configuraties) voor het aansturen van onderscheppingsvluchten
- 2 × Mk 4 fire-control radar (vroege configuraties) voor vuurleiding van de 5-inch-batterij
- 2 × Mk 12 fire-control radar (latere configuraties) ter vervanging van Mk 4
- 2 × Mk 22 height-finding radar (latere configuraties) voor hoogtebepaling van luchtdoelen
- 10–17 × Mk 51 AA directors voor aansturing van 40 mm Bofors-batterijen
Deze systemen maakten een nauwkeurige inzet mogelijk van zowel de 5-inch/38-batterij als de middellangeafstandsluchtafweer, ook bij slecht zicht.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het CIC toegepast op diverse scheepstypen binnen de Amerikaanse marine. Vliegdekschepen, slagschepen en kruisers hadden uitgebreide CIC’s voor luchtverdediging, taakgroepcoördinatie en artillerieondersteuning. Torpedobootjagers en destroyer escorts beschikten over kleinere CIC’s, gericht op onderzeebootbestrijding, radarbewaking en konvooibescherming. Amfibische transportschepen gebruikten het CIC voor het coördineren van landingsoperaties en kustbombardementen, terwijl ondersteuningsschepen zoals bevoorraders het inzetten voor communicatie binnen taakgroepen.
Het AirOps op de Lexington beheerde de planning, lancering en begeleiding van vliegtuigen. Het werkte samen met het CATCC voor het beheren van luchtverkeersstromen, inclusief het veilig laten landen en opstijgen van vliegtuigen. AirOps functioneerde als gespecialiseerd onderdeel binnen de operationele structuur van het CIC, gericht op de uitvoering van tactische luchtoperaties.
De samenwerking tussen CIC en AirOps maakte het mogelijk om informatie over vijandelijke posities en vlootbewegingen direct te koppelen aan vliegoperaties, waardoor de USS Lexington als geïntegreerd gevechtsschip kon opereren binnen de taakgroep in de Stille Oceaan. Volgens de Amerikaanse marine normen van 1943 was het schip hiermee technisch volledig actueel en geschikt voor moderne carrieroperaties.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog beschikten Japanse marineschepen niet over een volledig geïntegreerd CIC en AirOps zoals de Amerikaanse marine. Hierdoor konden zij minder effectief radarinformatie, vuurleiding en luchtoperaties coördineren.
Amerikaanse schepen, waaronder de USS Lexington, konden dankzij deze systemen vijandelijke vliegtuigen en schepen sneller detecteren en daarop gecoördineerd reageren. Het ontbreken van een vergelijkbare commandostructuur bij de Japanse marine betekende dat zij trager en minder nauwkeurig konden handelen, wat een van de bepalende factoren was in het voordeel van de geallieerden tijdens grote zeeslagen in de Stille Oceaan.
Modificaties
Na de Tweede Wereldoorlog onderging de USS Lexington meerdere moderniseringsprogramma’s om haar inzetbaarheid in een veranderend maritiem strijdtoneel te behouden. In 1953 werd het schip in de Puget Sound Naval Shipyard aangepast onder de SCB-27C- en SCB-125-programma’s. Deze werkzaamheden omvatten de installatie van een schuin vliegdek, stoomkatapulten, een versterkte eilandstructuur en een zogenoemde “hurricane bow” om de zeewaardigheid te verbeteren. Tevens werden nieuwe radar- en communicatiesystemen toegevoegd om de coördinatie van luchtoperaties te optimaliseren. De moderniseringen stelden de Lexington in staat om moderne straaljagers te opereren en haar operationele levensduur aanzienlijk te verlengen.
Status schip tijdens de oorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog voldeed de USS Lexington aan de toenmalige maritieme normen voor vliegdekschepen. Dankzij haar uitgebreide radaruitrusting, luchtverdedigingscapaciteiten en de aanwezigheid van een Combat Information Center (CIC) kon zij effectief deelnemen aan grootschalige lucht- en zeeoperaties. In 1943 en 1944 behoorde de Lexington tot de technisch meest geavanceerde schepen in de Amerikaanse vloot, wat haar operationele waarde hoog hield gedurende de gehele oorlog.
Operationele geschiedenis
De USS Lexington (CV-16) werd op 17 februari 1943 in dienst genomen en vertrok na een proefvaart in de Caraïbische Zee via het Panamakanaal naar de Grote Oceaan. In augustus 1943 arriveerde zij in Pearl Harbor en nam deel aan een aanval op Japanse posities op Tarawa. Kort daarna volgde een operatie tegen Wake Island. Tijdens de Amerikaanse landingen in de Gilberteilanden in november 1943 boden haar vliegtuigen luchtsteun en werden 29 vijandelijke vliegtuigen neergehaald.
Op 4 december 1943 voerde de Lexington luchtaanvallen uit op Kwajalein, waarbij een Japans transportschip werd vernietigd, twee kruisers werden beschadigd en ongeveer 30 vijandelijke vliegtuigen werden uitgeschakeld. Later die avond werd het schip getroffen door een torpedo tijdens een Japanse luchtaanval, waarbij negen bemanningsleden omkwamen en het roer zwaar werd beschadigd. Dankzij geïmproviseerde stuurvoorzieningen bereikte zij Pearl Harbor voor noodreparaties, gevolgd door een volledige revisie in Bremerton, Washington. In februari 1944 keerde zij terug naar de frontlinie.
In maart 1944 werd de Lexington het vlaggenschip van Task Force 58 onder viceadmiraal Marc Mitscher. Vanuit deze positie voerde zij operaties uit tegen Mille, Hollandia en Truk. In juni 1944 nam zij deel aan de Slag in de Filipijnenzee, waarbij meer dan 300 Japanse vliegtuigen werden vernietigd. De verliezen aan vliegtuigen en ervaren piloten verzwakten de Japanse marine blijvend.
Vanuit Eniwetok voerde zij in juli en augustus 1944 aanvallen uit op Guam, de Palaus en de Bonin-eilanden. In september en oktober 1944 volgden aanvallen op Yap, Ulithi, Mindanao, Luzon, Okinawa en Formosa. Deze acties ondersteunden de geallieerde operaties in de Filipijnen en waren gericht op het uitschakelen van Japanse lucht- en zeeaanwezigheid in het gebied.
Tijdens de Slag om de Leyte Golf in oktober 1944 namen vliegtuigen van de Lexington deel aan de Slag in de Sibuyan Zee, waarbij het slagschip Musashi werd tot zinken gebracht. Op 25 oktober, bij Cape Engano, hielpen haar vliegtuigen bij het vernietigen van de Japanse vliegdekschepen Zuikaku, Chitose, Chiyoda en Zuihō. Op 5 november 1944 bracht zij de zware kruiser Nachi tot zinken. Later die dag werd het schip getroffen door een kamikaze-aanval, waarbij branden ontstonden die binnen twintig minuten werden geblust.
In december 1944 werd de Lexington vlaggenschip van Task Group 58.2. Zij voerde aanvallen uit op Luzon, Formosa en in januari 1945 in de Zuid-Chinese Zee, waaronder aanvallen bij Cam Ranh Bay, Hongkong en op Japanse scheepvaartroutes. Op 16 en 17 februari 1945 voerde zij luchtaanvallen uit op Tokio, gevolgd door directe luchtsteun voor de landingen op Iwo Jima vanaf 19 februari.
Na een korte periode van onderhoud in Puget Sound keerde de Lexington in mei 1945 terug naar de gevechtszone. Zij nam deel aan de laatste luchtaanvallen op Japan, waaronder operaties tegen Honshu, Hokkaido, Yokosuka en Kure in juli en augustus. Tijdens de aanval op Kure droegen haar vliegtuigen bij aan het tot zinken brengen van het hybride slagschip-vliegdekschip Ise.
De aanwezigheid van het Combat Information Center (CIC) en Air Operations Center (AirOps) speelde tijdens deze operaties een belangrijke rol. Het CIC coördineerde radar- en inlichtingeninformatie, waardoor vijandelijke vliegtuigen en schepen vroegtijdig konden worden opgespoord en onderschept. AirOps zorgde voor de planning en uitvoering van vliegoperaties, in nauwe samenwerking met het Carrier Air Traffic Control Center (CATCC), waardoor start- en landingscycli efficiënt werden beheerd. Deze combinatie maakte het mogelijk om snel te reageren op tactische ontwikkelingen en meerdere aanvalsgolven per dag te lanceren, terwijl tegelijkertijd de verdediging tegen luchtaanvallen werd georganiseerd.
Na de Japanse overgave in augustus 1945 werd de Lexington ingezet voor Operatie Magic Carpet, het terugbrengen van Amerikaanse militairen naar huis. In december 1945 arriveerde zij in San Francisco met terugkerend personeel. Dit markeerde het einde van haar actieve oorlogsdeelname.
Na de oorlog
Na haar terugkeer naar de Verenigde Staten werd de USS Lexington op 23 april 1947 uit dienst genomen en opgenomen in de National Defense Reserve Fleet. In 1952 werd zij hergeclassificeerd als aanvalsvliegdekschip (CVA-16) en in 1955 opnieuw in dienst gesteld na ingrijpende moderniseringen. Tijdens de jaren 1950 en 1960 voerde de Lexington operaties uit met de Zevende Vloot in de Stille Oceaan, nam zij deel aan internationale oefeningen en bleef zij operationeel als platform voor moderne straaljagers.
In januari 1962 werd het schip toegewezen aan Pensacola, Florida, als trainingsvliegdekschip voor de opleiding van marine- en marinierspiloten. Zij werd achtereenvolgens geherclassificeerd tot CVS-16 (anti-onderzeeërvliegdekschip), CVT-16 (trainingsvliegdekschip) en AVT-16. Gedurende bijna drie decennia als trainingsschip werden tienduizenden starts en landingen uitgevoerd, waarmee het schip een belangrijke bijdrage leverde aan de continuïteit van Amerikaanse vliegdekschipoperaties.
In 1980 werd de Lexington het eerste vliegdekschip in de Amerikaanse marinegeschiedenis dat vrouwelijke bemanningsleden opnam. Op 8 november 1991 werd zij definitief uit dienst genomen en uit het scheepsregister geschrapt. Op 15 juni 1992 werd het schip geopend als museumschip in Corpus Christi, Texas, waar het vandaag de dag nog steeds te bezoeken is. In 2003 werd zij aangewezen als Nationaal Historisch Monument.
Conclusie
De USS Lexington (CV-16) werd vanaf haar indienststelling in 1943 ingezet in uiteenlopende operaties in de Stille Oceaan. Het schip beschikte over geavanceerde radar-, communicatie- en vuurleidingssystemen, een volledig ingericht Combat Information Center (CIC) en een Air Operations Center (AirOps). Deze voorzieningen maakten het mogelijk om lucht- en zeeacties gecoördineerd uit te voeren en snel te reageren op vijandelijke dreigingen.
De Lexington vervoerde een grote en veelzijdige luchtvloot, bestaande uit jachtvliegtuigen, duikbommenwerpers en torpedobommenwerpers. Deze combinatie stelde haar in staat om zowel offensieve als defensieve taken effectief te vervullen, waaronder luchtoverwicht, verkenning, aanvallen op schepen en ondersteuning van amfibische landingen.
In vergelijking met de Japanse marine, die niet beschikte over een vergelijkbaar geïntegreerd commando- en luchtoperatiesysteem, had de Lexington een duidelijk technisch en tactisch voordeel. Dit droeg, samen met haar luchtvloot, bij aan het behalen van successen in meerdere grootschalige zeeslagen en het behouden van operationele effectiviteit gedurende de hele oorlog.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: M. Hansen, U.S. Navy, Public domain, via Wikimedia Commons
- Bauer, K. J., & Roberts, S. S. (1991). American Aircraft Carriers: The Illustrated Design History. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-739-5.
- Stille, M. (2007). USN Carriers vs IJN Carriers: The Pacific 1942. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84603-248-6.
- Smith, P. C. (2014). Kamikaze: To Die for the Emperor. Barnsley: Pen & Sword Maritime. ISBN 978-1-78159-313-4.
- Potter, E. B. (2008). Nimitz. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-580-6.
- Friedman, N. (1983). U.S. Aircraft Carriers: An Illustrated Design History. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-739-5.
- Morison, S. E. (1963). History of United States Naval Operations in World War II, Volume Eight: New Guinea and the Marianas, March 1944–August 1944. Urbana: University of Illinois Press. ISBN 978-0-252-07038-9.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









