Home Schepen Vliegdekschepen Japans vliegdekschip Chitose (1938–1944)

Japans vliegdekschip Chitose (1938–1944)

Japanse vliegdekschip Chitose vertrekt uit Sasebo tijdens proefvaart, vóór inzet in de Stille Oceaan, circa 1943.
Het Japanse vliegdekschip Chitose vertrekt uit de marinehaven van Sasebo voor een proefvaart na haar ombouw tot vliegdekschip.

Chitose was een schip van de Keizerlijke Japanse Marine dat diende van 1938 tot 1944. Aanvankelijk werd het ingezet als watervliegtuigmoederschip. Vanaf 1943 werd het schip omgebouwd tot licht vliegdekschip en ingezet in meerdere grote zeeslagen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Chitose was actief in Oost-Azië, de Grote Oceaan en de wateren rond Nederlands-Indië. Haar inzet markeert de overgang van ondersteunende luchtverkenning naar directe deelname aan lucht zee oorlogvoering.

Ontwerp en constructie

Chitose werd ontworpen als watervliegtuigmoederschip binnen de Chitose-klasse van de Keizerlijke Japanse Marine. De kiel werd gelegd op 26 november 1934 op de scheepswerf van het Kure Naval Arsenal in Kure, Japan. De tewaterlating volgde op 29 november 1936 en op 25 juli 1938 werd het schip in actieve dienst gesteld. De naam “Chitose” (千歳) betekent “duizend jaar”, een verwijzing naar een lange levensduur en trouw aan het keizerrijk.

Het oorspronkelijke ontwerp was toegespitst op luchtverkenningsondersteuning vanaf zee. Chitose beschikte over vier katapulten voor het lanceren van watervliegtuigen en faciliteiten om deze te bergen, te onderhouden en opnieuw te bewapenen. In deze rol bood het schip plaats aan maximaal 24 floatvliegtuigen. De inrichting was bedoeld om als mobiele luchtbasis te fungeren in gebieden zonder vliegvelden, met nadruk op lange-afstandsoperaties in de Pacifische Oceaan.

De standaard waterverplaatsing bedroeg 11.200 lange ton (11.380 ton), oplopend tot 15.300 lange ton (15.546 ton) bij volle belading. Het schip had een lengte van 192,5 meter, een breedte van 20,8 meter en een maximale diepgang van 7,5 meter. De voortstuwing werd verzorgd door twee tandwielgestuurde stoomturbines op twee assen, met een totaal vermogen van 56.000 shp (42.000 kW), wat een maximale snelheid van 28,9 knopen (53,5 km/u) mogelijk maakte. De bemanning bestond uit ongeveer 800 personen.

Tussen 26 januari 1943 en 1 januari 1944 werd Chitose in Japan omgebouwd tot een licht vliegdekschip. Deze verbouwing vond plaats als reactie op het verlies van meerdere Japanse vliegdekschepen in eerdere zeeslagen. Tijdens de verbouwing werd de oorspronkelijke bovenbouw verwijderd en vervangen door een volledig vliegdek met twee liften (elevators) voor transport van vliegtuigen tussen hangar en vliegdek. De katapults en kranen voor watervliegtuigen werden verwijderd. De hangarruimte bood plaats aan ongeveer 30 conventionele vliegtuigen, afhankelijk van type en configuratie.

Na voltooiing van de ombouw werd het schip op 15 november 1943 opnieuw in dienst genomen. Op 15 december 1943 werd de classificatie officieel gewijzigd van watervliegtuigmoederschip naar licht vliegdekschip. De verbouwing had geen invloed op de afmetingen of de voortstuwing, waardoor de oorspronkelijke snelheid behouden bleef. De vliegoperaties vonden plaats vanaf een vlak vliegdek zonder hoekdek of stoomkatapults.

De brug werd aangepast aan de standaardopstelling voor Japanse vliegdekschepen, met een gecombineerde brug- en luchtleidingstructuur aan stuurboordzijde. Tijdens de ombouw werd het schip voorbereid op de installatie van radarapparatuur en aanvullende luchtafweerbewapening. De transformatie stelde Chitose in staat om actief deel te nemen aan luchtzeeoperaties, al bleef haar constructie beperkt in bescherming en informatieverwerking.

Bewapening

Als watervliegtuigmoederschip beschikte Chitose over vier 12,7 cm/40 Type 89 kanonnen en twaalf 25 mm Type 96 luchtafweerkanonnen. Na haar ombouw tot vliegdekschip werd deze bewapening uitgebreid naar acht 12,7 cm/40 Type 89 kanonnen en 30 tot 48 25 mm Type 96 luchtafweerkanonnen in enkele, dubbele en driedubbele opstellingen. De bewapening was voornamelijk bedoeld voor luchtafweer.

Bepantsering

De bepantsering van Chitose was beperkt. Als ondersteunend schip had zij geen gepantserd dek of uitgebreide bescherming van vitale zones. Tijdens de verbouwing tot vliegdekschip werd hieraan niets wezenlijks toegevoegd. Machinekamers, munitieopslag en de brug bleven kwetsbaar voor inslagen. Het schip was daardoor gevoelig voor luchtaanvallen en torpedo’s.

Sensoren en dataverwerking

Tijdens haar inzet als licht vliegdekschip beschikte Chitose over twee primaire radarsystemen: de Type 21 en de Type 13. De Type 21 was de eerste operationele luchtzoekradar van de Keizerlijke Japanse Marine en werd vóór de ombouw in 1943 reeds op het schip geplaatst. Dit systeem werkte in de meterband en had een theoretisch bereik van ongeveer 80 tot 100 kilometer tegen middelgroot tot hoogvliegend luchtverkeer. In de praktijk werd de prestatie beïnvloed door lage resolutie, beperkte nauwkeurigheid en het ontbreken van filters voor doelonderscheiding. Bewegende doelen konden slechts algemeen worden gevolgd.

De Type 13-radar werd later toegevoegd, na de uitvoering van Operatie A-Go in 1944. Deze radar was bedoeld voor vroegtijdige detectie van laagvliegende vijandelijke vliegtuigen, met een maximaal effectief bereik van ongeveer 50 kilometer. Beide radarsystemen functioneerden afzonderlijk en waren niet gekoppeld aan een geïntegreerd verwerkingssysteem. Er was geen radarplotruimte of schermweergave aanwezig. Informatie werd handmatig geregistreerd en mondeling of via telefoonlijnen doorgegeven aan de brug of gevechtsleiding.

Voor onderwaterdetectie beschikte Chitose over een Type 0 Hydrofoon, een passieve akoestische sensor voor het waarnemen van onderzeese geluiden. Het systeem was effectief bij lage snelheid of stationaire inzet, maar werd sterk beïnvloed door machinegeluid en hydrodynamische verstoringen. De informatieverwerking vond plaats via luisterapparatuur, zonder mechanische analyse of automatische doelfiltering. De hydrofoon werd primair gebruikt voor defensieve waarneming tijdens escortes of ankeroperaties.

Het schip was niet uitgerust met een Combat Information Center (CIC) of Action Information Centre (AIC). In tegenstelling tot moderne geallieerde vliegdekschepen vanaf 1943 beschikte Chitose niet over een centrale ruimte waar informatie uit radar, sonar, luchtverkenning en communicatie werd gecombineerd en geanalyseerd voor tactische besluitvorming. De commandovoering berustte op afzonderlijke observatieposten, traditionele spreekbuizen en beperkte interne verbindingen.

Dit had directe gevolgen voor de coördinatie van luchtoperaties. Tijdens gecombineerde luchtaanvallen of verdediging was er geen centraal overzicht beschikbaar van eigen of vijandelijke eenheden. Er kon daarom geen volledige gevechtsleiding plaatsvinden. Doelallocatie, luchtverdediging en vliegdekoperaties moesten afzonderlijk worden aangestuurd, wat leidde tot vertraging, verwarring en verminderde effectiviteit tijdens luchtoorlogen.

In de context van de Tweede Wereldoorlog, waarin realtime informatieverwerking en operationele integratie steeds belangrijker werden voor de inzet van vliegdekschepen, werd Chitose vanaf 1943 als operationeel verouderd beschouwd. De beperkingen in sensorverwerking en gevechtsleiding beperkten haar inzetbaarheid binnen moderne vlootverbanden.

Modificaties

De belangrijkste wijziging vond plaats tussen januari 1943 en januari 1944, toen Chitose werd omgebouwd tot licht vliegdekschip. Hierbij werden de catapults voor watervliegtuigen verwijderd, evenals de oorspronkelijke brugstructuur. In plaats daarvan werd een vliegdek aangebracht, evenals twee liften en een hangar. De luchtverdediging werd versterkt en radarinstallaties toegevoegd. De functionele inzet verschoof van verkenning naar luchtstrijdkrachten op zee.

Status schip tijdens de oorlog

Chitose begon de oorlog als modern ondersteunend schip. Ze werd veelvuldig ingezet in de vroege campagnes in de Stille Oceaan. Naarmate de oorlog vorderde, nam de druk op de Japanse vloot toe en bleek het schip kwetsbaar. De lichte constructie en het ontbreken van geïntegreerde sensoren of een CIC beperkten haar operationele waarde. Hoewel de ombouw tot vliegdekschip een capaciteitsverhoging betekende, bleef Chitose tactisch beperkt en strategisch kwetsbaar in confrontatie met moderne geallieerde eenheden.

Operationele geschiedenis

Chitose werd op 25 juli 1938 in dienst gesteld als watervliegtuigmoederschip. In oktober 1938 ondersteunde ze de landing van het Japanse 21e Leger bij Bias Bay aan de zuidkust van China. Tussen 1939 en 1941 fungeerde zij als vlaggenschip van de 4e Vloot in Truk en was ze betrokken bij de aanleg en bevoorrading van vliegbootbases op locaties zoals Dublon, Malakal, Ebeye, Roi en Saipan.

Vanaf december 1941 nam Chitose deel aan de Filipijnen-campagne. Ze ondersteunde de landing bij Legaspi op Luzon en voerde verkenningsvluchten uit boven Davao. In januari 1942 werd ze ingezet in Nederlands-Indië. Samen met Mizuho ondersteunde ze operaties bij Manado en Kendari op Celebes, gevolgd door landingen bij Ambon en Makassar. Haar floatvliegtuigen voerden verkenningen, bombardementen en antisubmarinepatrouilles uit. In februari ondersteunde ze de Japanse aanval op Java vanuit posities bij Bawean Island en Kragan.

Na deze inzet volgden verdere operaties in Nederlands Nieuw-Guinea. In april 1942 ondersteunde Chitose de Japanse landingen bij onder meer Sorong, Fakfak, Manokwari, Moemi en Hollandia. Zij fungeerde als luchtdekking voor transporten, leverde troepen aan ondersteuningsschepen en ondersteunde bij de aanleg van tijdelijke vliegbootbases. Eind april keerde ze terug naar Japan voor onderhoud.

In juni 1942 werd zij met Kamikawa Maru ingezet in de Midway-operatie. Chitose vervoerde 16 floatvliegtuigen voor gevechts- en verkenningsdoeleinden. Tijdens Amerikaanse luchtaanvallen werd ze niet getroffen. Op 4 juni onderschepten haar floatvliegtuigen een Amerikaanse PBY, die werd neergeschoten. Na het mislukken van de operatie trok zij zich terug via Wake.

Vanaf juli 1942 werd Chitose opnieuw ingezet in de zuidwestelijke Stille Oceaan. Tijdens de Guadalcanal-campagne opereerde zij vanuit Truk, Rabaul en de Shortland-eilanden. Op 24 augustus 1942, tijdens de Slag bij de Oostelijke Salomonseilanden, werd Chitose getroffen door bommen van Amerikaanse duikbommenwerpers. Ze verloor drie floatvliegtuigen en kreeg ernstige schade aan haar stuurboordmotor. Ze werd gesleept naar Truk en keerde later terug naar Japan.

In januari 1943 begon haar verbouwing tot licht vliegdekschip. Deze werd op 1 januari 1944 voltooid. Ze werd ingedeeld bij de 1e Mobiele Vloot en nam op 19 en 20 juni 1944 deel aan de Slag in de Filipijnenzee. Hier opereerde zij samen met Chiyoda en Zuihō binnen de Van Force. Hoewel Chitose geen directe schade opliep, verloor Japan een groot deel van haar luchtmacht.

Op 25 oktober 1944 nam Chitose deel aan de Slag bij Kaap Engaño, als onderdeel van de Noordelijke Afleidingsmacht van viceadmiraal Ozawa. Tijdens luchtaanvallen van Task Force 38 werd het schip getroffen door meerdere torpedo’s en bommen. De machinekamers liepen onder, het schip verloor snelheid en slagzij trad op. Een sleepoperatie mislukte, waarna Chitose kapseisde en zonk. 904 opvarenden kwamen om. 601 werden gered door de lichte kruiser Isuzu en de torpedobootjager Shimotsuki.

Conclusie

Chitose vertegenwoordigde een schiptype dat ontworpen was in een vooroorlogs maritiem denkkader en dat in de loop van de Tweede Wereldoorlog een andere operationele rol kreeg toegewezen. De ombouw tot licht vliegdekschip gaf het schip een vernieuwde taak binnen de Japanse vloot, maar bracht geen fundamentele verbeteringen in bescherming, informatieverwerking of operationele zelfstandigheid.

De toevoeging van radarsystemen als de Type 21 en Type 13 leverde weliswaar een uitbreiding op het vlak van situational awareness, maar het ontbreken van een Combat Information Center of Action Information Centre betekende dat deze systemen geen geïntegreerde tactische meerwaarde boden. Daardoor was Chitose vanaf 1943 technisch gezien verouderd, zeker in vergelijking met geallieerde vliegdekschepen die beschikten over geavanceerde coördinatiestructuren en luchtafweersystemen.

De operationele inzet van Chitose was intensief, maar beperkt in strategisch effect. Haar vernietiging tijdens de Slag bij Kaap Engaño benadrukte de kwetsbaarheid van Japanse vliegdekschepen aan het einde van de oorlog. Chitose’s loopbaan illustreert hoe technologische ontwikkeling en tactische doctrine niet altijd gelijke tred hielden binnen de Keizerlijke Japanse Marine.

Bronnen en meer informatie

  1. Japanese_aircraft_carrier_Chitose.jpg: 不明 derivative work: 0607crp, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Lengerer, Hans (2023). The Aircraft Carriers of the Imperial Japanese Navy and Army: Technical and Operational History. Vol. II. Katowice: Model Hobby. ISBN 978-83-60041-71-0
  3. Lengerer, Hans (2021). “Chitose and Chiyoda”. In Jordan, John (ed.). Warship 2021. Oxford: Osprey Publishing. pp. 165–179. ISBN 978-1-4728-4779-9
  4. Tully, Anthony (2001). “IJN Seaplane Carrier Chitose: Tabular Record of Movement.” CombinedFleet.com. Geraadpleegd 11 december 2021
  5. Tully, Anthony (2018). “IJN Mizuho: Tabular Record of Movement.” CombinedFleet.com. Geraadpleegd 13 december 2021
  6. Japan Defense Focus (2012). “2012 Fleet Review” (PDF). Geraadpleegd 8 oktober 2019
  7. Pacific Eagles. “The Invasion of Canton.” Geraadpleegd 10 december 2021
  8. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946