
De Japanse onderzeebootjager CH-24 behoorde tot de No.13-klasse van de Keizerlijke Japanse Marine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het schip werd gebouwd door de Ōsaka Iron Works in Sakurajima en kwam in dienst op 20 december 1941. Onderzeebootjagers van dit type waren bedoeld voor escortetaken en kustgebonden onderzeebootbestrijding. CH-24 maakte deel uit van meerdere maritieme operaties in de Stille Oceaan, waaronder de Japanse landingen bij Milne Bay in 1942 en de bestrijding van Amerikaanse onderzeeërs in 1943. Uiteindelijk werd zij tot zinken gebracht tijdens Operation Hailstone op 17 februari 1944, toen de Amerikaanse torpedobootjager USS Burns (DD-588) haar vernietigde nabij Truk.
Ontwerp en constructie
De No.13-klasse onderzeebootjagers waren ontworpen als relatief kleine escortevaartuigen die de Japanse marine moest beschermen tegen de groeiende dreiging van geallieerde onderzeeërs. Het schip had een waterverplaatsing van 438 long tons (445 ton) standaard, een lengte van 51 meter, een breedte van 6,7 meter en een diepgang van 2,75 meter.
De voortstuwing bestond uit twee Kampon Mk.23A Model 8 dieselmotoren die gezamenlijk 1.700 bhp (1.268 kW) leverden via twee schroefassen. Hierdoor kon het schip een maximale snelheid van 16 knopen (30 km/u) bereiken, met een bereik van circa 2.000 zeemijlen bij 14 knopen.
De bemanning bestond uit ongeveer 68 personen, waaronder officieren, onderofficieren en matrozen. Deze schepen werden geregistreerd in marinebases zoals Sasebo en waren onderdeel van gespecialiseerde onderzeebootjager-eskaders.
De No.13-klasse onderzeebootjagers waren qua rol en omvang vergelijkbaar met korvetten in andere marines. Net als deze schepen waren ze bedoeld voor escortetaken, kustpatrouilles en onderzeebootbestrijding, en niet voor directe confrontaties met grotere oorlogsschepen. Het ontwerp was functioneel en gericht op massaproductie, zonder zware bepantsering of uitgebreide commandofaciliteiten.
Bewapening
De primaire bewapening van CH-24 was gericht op onderzeebootbestrijding en lichte luchtafweer. Het schip beschikte over:
- 1 × 76,2 mm L/40 luchtafweerkanon
- 2 × Type 93 13,2 mm luchtafweer-mitrailleurs
- 36 × Type 95 dieptebommen
- 2 × Type 94 dieptebomprojectoren
- 1 × dieptebomwerper
Deze uitrusting maakte het schip effectief tegen onderzeeboten in kustgebieden, maar beperkt tegen grotere oppervlakteschepen en luchtmachtinzet.
Bepantsering
De No.13-klasse onderzeebootjagers waren niet uitgerust met zware bepantsering. Het schip had enkel een basisconstructie van staal, zonder specifieke bescherming tegen artillerievuur of luchtaanvallen. Dit beperkte de overlevingskansen in directe confrontaties met torpedobootjagers of luchtmacht.
Sensoren en dataverwerking
CH-24 was uitgerust met 1 × Type 93 actieve sonar en 1 × Type 93 hydrofoon, waarmee vijandelijke onderzeeboten gelokaliseerd konden worden. Het schip beschikte niet over radar, waardoor de detectie van vijandelijke vliegtuigen en oppervlakteschepen beperkt was.
Modificaties
Er zijn geen grote modificaties van CH-24 bekend. De bewapening en uitrusting bleven grotendeels ongewijzigd gedurende haar operationele loopbaan. Kleine aanpassingen aan luchtafweer of detectieapparatuur kwamen bij schepen van deze klasse voor, maar hierover bestaan geen concrete aanwijzingen in de beschikbare documentatie.
Status schip tijdens de oorlog
Bij haar indienststelling in 1941 voldeed CH-24 aan de eisen voor escorteschepen binnen de Keizerlijke Japanse Marine. Het schip werd ingezet voor konvooibescherming en landingsoperaties in de Stille Oceaan. Vanaf 1943 werd echter duidelijk dat het ontwerp achterhaald raakte. Het ontbreken van radar en een CIC maakte het schip kwetsbaar voor luchtaanvallen en moderne onderzeeboottactieken van de geallieerden. Desondanks bleef CH-24 operationeel ingezet tot haar ondergang in 1944.
Operationele geschiedenis
Deelname aan Operation RE
Op 24 augustus 1942 vertrok CH-24 vanuit Rabaul als onderdeel van Operation RE, de Japanse poging om troepen te landen bij Milne Bay op Papoea-Nieuw-Guinea. De operatie werd uitgevoerd door een konvooi van transportschepen en escortes, waaronder meerdere onderzeebootjagers. Milne Bay werd verdedigd door Australische en Amerikaanse troepen. Hoewel de landing aanvankelijk vooruitgang boekte, werd de Japanse strijdmacht zwaar bestreden en uiteindelijk teruggedreven. De rol van CH-24 bestond uit konvooibescherming en onderzeebootbestrijding langs de route van Rabaul naar Nieuw-Guinea.
Onderzeebootbestrijding bij de Admiraliteitseilanden
Op 15 maart 1943 nam CH-24 deel aan een operatie ten noordwesten van de Admiraliteitseilanden, samen met CH-22 en de torpedobootjager Satsuki. Tijdens deze actie werd een vijandelijke onderzeeër aangevallen en tot zinken gebracht. Er bestaat onzekerheid of dit daadwerkelijk de Amerikaanse onderzeeër USS Triton (SS-201) betrof. De Japanse marine claimde de vernietiging, maar latere analyses laten enige twijfel bestaan. Desondanks illustreert dit optreden de actieve rol van CH-24 in anti-onderzeebootoperaties.
Convooibegeleiding en kustpatrouilles
In de loop van 1943 werd CH-24 voornamelijk ingezet voor konvooibegeleiding in de westelijke Stille Oceaan. Japanse schepen waren in toenemende mate doelwit van Amerikaanse onderzeeërs en luchtaanvallen. De onderzeebootjager voerde patrouilles uit in de wateren rond Nieuw-Guinea, de Bismarck-archipel en de Caroline-eilanden. Hierbij lag de nadruk op het beschermen van transporten die cruciaal waren voor de Japanse oorlogsvoering in de regio.
Operation Hailstone en ondergang
In februari 1944 werd de Japanse basis Truk Lagoon aangevallen tijdens Operation Hailstone, een grootschalige Amerikaanse luchtaanval en marineoperatie. Op 17 februari 1944 werd CH-24 door de Amerikaanse torpedobootjager USS Burns (DD-588) onderschept en tot zinken gebracht ten westen van Truk. Het schip werd vernietigd door artillerievuur en kon niet ontsnappen door haar beperkte snelheid en gebrek aan luchtafweer. Met haar ondergang eindigde de operationele loopbaan van CH-24, die slechts iets meer dan twee jaar had geduurd.
Conclusie
De Japanse onderzeebootjager CH-24 was een vertegenwoordiger van de No.13-klasse, ontworpen voor kustgebonden escortetaken en onderzeebootbestrijding. Hoewel zij bij haar indienststelling in 1941 een nuttige rol vervulde binnen de Keizerlijke Japanse Marine, werd het schip al snel ingehaald door de technologische ontwikkelingen van de oorlog.
De beperkte snelheid, het ontbreken van radar maakte de operationele waarde van het schip beperkt.
Ondanks deze beperkingen nam CH-24 actief deel aan meerdere maritieme operaties, waaronder de landingen bij Milne Bay, de bestrijding van Amerikaanse onderzeeërs bij de Admiraliteitseilanden en de begeleiding van konvooien in de westelijke Stille Oceaan. De ondergang tijdens Operation Hailstone in februari 1944 maakte duidelijk hoe kwetsbaar deze schepen waren in de moderne oorlogvoering van de jaren veertig.
CH-24 en haar zusterschiptypen waren qua concept vergelijkbaar met de korvetten van andere zeemachten. Deze schepen vervulden een ondersteunende, maar onmisbare rol in de bescherming van konvooien en kustwateren. Waar korvetten bij de geallieerden vaak werden gemoderniseerd met radar en betere commandofaciliteiten, bleef de No.13-klasse daarentegen beperkt in uitrusting.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: 玉造船所, Public domain, via Wikimedia Commons
- Kaijinsha (1996). Ships of the World, Special Edition Vol. 45: Escort Vessels of the Imperial Japanese Navy. Tokyo: Kaijinsha. ISBN 4-905551-55-2.
- Model Art Co. Ltd. (1989). Model Art Extra No. 340: Drawings of Imperial Japanese Naval Vessels Part-1. Tokyo: Model Art Co. Ltd. ISBN 4-499-20590-3.
- Ushio Shobō (1981). The Maru Special, Japanese Naval Vessels No.49: Japanese Submarine Chasers and Patrol Boats. Tokyo: Ushio Shobō. ISBN 4-946495-49-1.
- Fukui, Shizuo (1993). Het verhaal van de Japanse hulpschepen, Shizuo Fukui Verzamelde Werken Deel 10. Tokyo: Kojinsha. ISBN 4-7698-0658-2.
- Fukui, Shizuo (1994). Fotografische geschiedenis van de complete schepen van de Japanse marine. Tokyo: Bestsellers. ISBN 4-584-17054-1.
- Naval Architects of Japan (1981). Showa Shipbuilding History (Vol. 1), Meiji Centennial History Series Vol. 207. Tokyo: Hara Shobo. ISBN 4-562-00302-2.
- Makino, Shigeru & Fukui, Shizuo (1987). Naval Shipbuilding Technology Overview. Tokyo: Today’s Topics. ISBN 4-87565-205-4.
- Redactie Maru (1990). Photographs of Japanese Warships, Volume 13: Small Vessels I. Tokyo: Kojinsha. ISBN 4-7698-0463-6.
- Gakken (2004). Rekishi Gunzo Pacific War History Series Vol. 45: De Keizerlijke Marine – De ware geschiedenis van schepen. Tokyo: Gakken. ISBN 4-05-603412-5.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









