Home Slagen, Veldtochten, Zeeslagen en Operaties Slag om Luzon 1945: strijd om de Filipijnen

Slag om Luzon 1945: strijd om de Filipijnen

Amerikaanse troepen landen in 1945 op Luzon tijdens de campagne tegen Japanse eenheden op de Filipijnen.
Amerikaanse troepen tijdens de Slag om Luzon in 1945, onderdeel van de geallieerde herovering van de Filipijnen.

De Slag om Luzon begon op 9 januari 1945 met Amerikaanse landingen aan de Golf van Lingayen en eindigde militair pas met de Japanse capitulatie in augustus. De geallieerden veroverden Manila, de centrale vlakte, belangrijke vliegvelden en verbindingsroutes. Japanse eenheden trokken zich terug in berggebieden, waar zij maandenlang weerstand boden. De campagne maakte deel uit van de herovering van de Filipijnen en werd uitgevoerd door Amerikaanse en Filipijnse strijdkrachten, met luchtsteun van het Mexicaanse Escuadrón 201. De strijd kostte zeer grote aantallen militaire en burgerslachtoffers en vernietigde een belangrijk deel van de Japanse strijdmacht op Luzon.

Militaire en Politieke Situatie

Japan had Luzon in 1942 veroverd nadat Amerikaanse en Filipijnse troepen zich hadden teruggetrokken naar Bataan en Corregidor. Generaal Douglas MacArthur vertrok op bevel naar Australië, terwijl de overgebleven verdedigers uiteindelijk capituleerden. De Japanse bezetting van de Filipijnen bleef daarna van militair belang door de ligging tussen Japan, Nederlands-Indië en de zeeroutes door de westelijke Stille Oceaan. Voor de Verenigde Staten betekende herovering van de archipel dat Japanse verbindingen verder konden worden afgesneden en dat bases dichter bij Japan en de Zuid-Chinese Zee beschikbaar kwamen.

Binnen de Amerikaanse leiding bestond eerder verschil van mening over de vraag of de Filipijnen geheel moesten worden heroverd of dat een aanval op Formosa de voorkeur verdiende. MacArthur verdedigde de terugkeer naar de Filipijnen, terwijl admiraal Chester Nimitz en admiraal Ernest King andere strategische mogelijkheden overwogen. In 1944 werd besloten de campagne in de Filipijnen voort te zetten. De landing op Leyte in oktober 1944 en de daaropvolgende gevechten vormden de eerste fase, waarna Mindoro in december werd aangevallen om vliegvelden voor verdere operaties te verkrijgen.

Voor Japan verslechterde de situatie snel. De Japanse vloot had in de Slag in de Golf van Leyte zware verliezen geleden en kon de bevoorrading van de Filipijnen steeds moeilijker beschermen. Generaal Tomoyuki Yamashita beschikte op Luzon over een grote strijdmacht, maar niet over voldoende lucht- en zeemacht om een Amerikaanse landing te verhinderen. Hij koos daarom voor een verdediging in diepte. Grote eenheden werden verdeeld over noordelijk, centraal en zuidelijk Luzon, waarbij berggebieden werden gebruikt om de Amerikaanse opmars te vertragen en zoveel mogelijk tijd en middelen te laten kosten.

Locatie

Luzon is het grootste eiland van de Filipijnen en bezit zowel brede laagvlakten als moeilijk toegankelijk bergterrein. De Golf van Lingayen ligt aan de westzijde van noordelijk Luzon en bood een bruikbaar landingsgebied met toegang tot de centrale vlakte. Vanaf deze kust liepen wegen en spoorverbindingen zuidwaarts richting Clark Field en Manila. Daardoor kon een groot leger na een geslaagde landing relatief snel het economisch en bestuurlijk belangrijkste deel van het eiland bereiken.

Het terrein veranderde echter sterk buiten de centrale vlakte. In het noorden liggen de Cordillera Central en andere bergketens met smalle wegen, diepe dalen en beboste hellingen. Ten oosten van Manila en in zuidelijk Luzon lagen eveneens gebieden waar Japanse troepen verdedigde stellingen konden bouwen. Deze geografie bepaalde het verloop van de campagne. De geallieerden konden hun voertuigen, artillerie en logistiek goed inzetten op de vlakten, maar in de bergen werd de strijd trager en afhankelijker van infanterie, genie, artillerie en bevoorrading over beperkte routes.

Manila vormde het belangrijkste stedelijke doel. De stad was het politieke en economische centrum van de Filipijnen en beschikte over havenfaciliteiten, wegen en verbindingen die nodig waren voor verdere operaties. Daarnaast waren Clark Field en andere vliegvelden van belang voor de inzet van geallieerde luchtmacht. Wie deze gebieden beheerste, kon het centrale deel van Luzon domineren en de Japanse eenheden in het noorden en zuiden steeds verder isoleren.

Militaire Leiders

Generaal Douglas MacArthur voerde het bevel over de geallieerde strijdkrachten in de Southwest Pacific Area en bepaalde de hoofdlijnen van de operatie. De directe landcampagne bij Lingayen werd uitgevoerd door het Amerikaanse Sixth Army onder luitenant-generaal Walter Krueger. Krueger moest een groot bruggenhoofd vormen, de centrale vlakte innemen en vervolgens de opmars naar Manila ondersteunen. Onder hem opereerden onder meer het I Corps van generaal-majoor Innis P. Swift en het XIV Corps van generaal-majoor Oscar W. Griswold.

De amfibische operatie werd ondersteund door omvangrijke Amerikaanse zeestrijdkrachten. Viceadmiraal Daniel E. Barbey leidde Task Force 78 voor het gebied bij San Fabian, terwijl viceadmiraal Theodore S. Wilkinson Task Force 79 aanvoerde voor het westelijke landingsgebied. De vloot moest troepen en materieel aan land brengen, mijnenruimen uitvoeren en kuststellingen beschieten. Amerikaanse vliegdekschepen, landgebonden vliegtuigen en later eenheden vanaf Filipijnse vliegvelden leverden luchtsteun.

Aan Japanse zijde stond generaal Tomoyuki Yamashita aan het hoofd van de Fourteenth Area Army. Zijn strijdmacht werd verdeeld in drie hoofdgroepen. Yamashita leidde zelf de Shobu Group in noordelijk Luzon. Luitenant-generaal Rikichi Tsukada voerde het bevel over de Kembu Group in centraal Luzon, terwijl luitenant-generaal Shizuo Yokoyama de Shimbu Group in zuidelijk en oostelijk Luzon leidde. Deze verdeling maakte een samenhangende verdediging moeilijker, maar bood mogelijkheden om afzonderlijke berggebieden langdurig te bezetten.

Doelstelling en planning

De geallieerde planning draaide om een landing aan de Golf van Lingayen op 9 januari 1945. Het eerste doel was een breed en diep bruggenhoofd te vormen, waarna het Sixth Army de centrale vlakte kon binnentrekken. Vervolgens moesten vliegvelden, spoorlijnen en hoofdwegen worden veroverd en moest Manila vanuit het noorden worden benaderd. Aanvullende landingen ten zuiden en westen van Manila en de inzet van de 11th Airborne Division moesten de Japanse verdediging verder onder druk zetten.

Voorafgaand aan de landing werden misleidingsoperaties uitgevoerd. Amerikaanse vliegtuigen voerden verkennings- en bombardementsvluchten boven zuidelijk Luzon uit, transportvliegtuigen wierpen poppen af en mijnenvegers verschenen in zuidelijke baaien. Filipijnse verzetsgroepen voerden daarnaast sabotage uit. Het doel was de indruk te wekken dat de hoofdaanval vanuit het zuiden zou komen. Yamashita liet zich hierdoor niet volledig misleiden en hield rekening met een landing in het gebied van Lingayen.

De Japanse planning was niet gericht op het terugwerpen van de invasievloot aan de kust. Yamashita wist dat de geallieerden een grote overmacht aan schepen, vliegtuigen, artillerie en logistieke middelen konden inzetten. Daarom werden troepen naar versterkte posities in heuvels en bergen verplaatst. Door bruggen, wegen en stedelijke infrastructuur te vernielen en vanuit voorbereide stellingen te vechten, moest de Amerikaanse opmars worden vertraagd. Deze aanpak leverde langdurige gevechten op, maar kon de geallieerde beheersing van de centrale vlakte niet verhinderen.

Militaire eenheden

Het Amerikaanse Sixth Army telde bij het begin van de operatie bijna 194.000 militairen. In het westelijke landingsgebied opereerde het XIV Corps met onder meer de 37th Infantry Division en 40th Infantry Division. In het oostelijke gebied bij San Fabian landde het I Corps met de 43rd Infantry Division en 6th Infantry Division. Deze formaties beschikten over infanterie, 105 mm- en 155 mm-artillerie, tanks, genie-eenheden, luchtafweer en omvangrijke logistieke ondersteuning.

Tijdens de verdere campagne werden extra formaties ingezet, waaronder de 1st Cavalry Division en de 11th Airborne Division. De luchtlandingseenheden rukten vanuit het zuiden op richting Manila, terwijl de cavaleriedivisie vanuit het noorden de stad naderde. Filipijnse guerrilla-eenheden verzamelden inlichtingen, voerden sabotage uit, ondersteunden lokale operaties en hielpen bij het beveiligen van gebieden die door Japanse troepen waren verlaten. Het Mexicaanse Escuadrón 201 werd later in de campagne met P-47 Thunderbolt-jachtbommenwerpers ingezet voor aanvallen op Japanse posities en ondersteuning van grondtroepen.

De Amerikaanse zeestrijdkrachten omvatten slagschepen, kruisers, torpedobootjagers, mijnenvegers, transportschepen en landingsvaartuigen. USS Pennsylvania en USS Colorado namen deel aan beschietingen van kustdoelen. USS Ommaney Bay ging tijdens de aanloop naar de operatie verloren na een kamikazeaanval. De Japanse luchtmacht kon geen doorlopend luchtoverwicht opbouwen, maar kamikazeaanvallen veroorzaakten tussen 3 en 13 januari schade aan tientallen geallieerde schepen.

De Japanse Fourteenth Area Army beschikte op Luzon over ongeveer 260.000 militairen verdeeld over meerdere groepen. De Shobu Group in het noorden telde ongeveer 152.000 man, de Kembu Group rond centraal Luzon ongeveer 30.000 en de Shimbu Group in het zuiden ongeveer 80.000. De 2nd Tank Division beschikte bij het begin van de campagne over ongeveer 220 tanks, vooral Type 97 Chi-Ha en Type 97 ShinHoto Chi-Ha, aangevuld met Type 95 Ha-Go lichte tanks. Door tekorten aan brandstof, reserveonderdelen en luchtdekking konden deze voertuigen niet op dezelfde manier worden ingezet als de Amerikaanse pantserstrijdkrachten.

Het verloop van de Slag om Luzon

De landing bij Lingayen

Op 9 januari 1945 begon de hoofdaanval. Vooraf beschoten Amerikaanse oorlogsschepen Japanse kuststellingen, waarna landingsvaartuigen de eerste eenheden van het Sixth Army naar de stranden brachten. Binnen enkele dagen waren ongeveer 175.000 Amerikaanse militairen in het gebied aan land gezet. De Japanse verdediging aan de kust was minder zwaar dan bij eerdere landingen in de Stille Oceaan, omdat Yamashita een groot deel van zijn troepen landinwaarts had opgesteld.

De grootste directe dreiging voor de invasievloot kwam uit de lucht. Kamikazevliegtuigen vielen transportschepen, oorlogsschepen en ondersteunende eenheden aan. Vier geallieerde schepen gingen in de periode rond de landing verloren en tientallen andere werden beschadigd. Toch werd de aanvoer niet onderbroken. Het bruggenhoofd werd uitgebreid en artillerie, tanks, brandstof en munitie konden in grote hoeveelheden worden aangevoerd.

Opmars over de centrale vlakte

Na de landing rukte het XIV Corps zuidwaarts op richting Clark Field en Manila. De weerstand nam toe naarmate de Amerikanen dichter bij voorbereide Japanse posities kwamen. Clark Field werd eind januari veroverd na gevechten rond de vliegvelden en omliggende verdedigingswerken. Daarmee kregen de geallieerden toegang tot belangrijke luchtmachtinfrastructuur en werd de route naar Manila verder geopend.

In centraal Luzon vonden daarnaast meerdere zware pantsergevechten plaats. Japanse tanks werden vaak ingegraven of vanuit gecamoufleerde stellingen ingezet, waardoor zij als vaste vuurpunten konden functioneren. Amerikaanse M4 Sherman- en M5A1 Stuart-tanks opereerden samen met infanterie, bazooka-eenheden en M7 Priest-geschut. Van San Manuel tot Muñoz werden Japanse pantserformaties geleidelijk vernietigd. Ongeveer tweehonderd Japanse tanks gingen tijdens deze reeks gevechten verloren, terwijl ook tientallen Amerikaanse tanks werden uitgeschakeld of beschadigd.

De strijd om Manila

De geallieerden naderden Manila vanuit meerdere richtingen. Op 31 januari voerden eenheden van de 11th Airborne Division een luchtlandingsoperatie uit ten zuiden van de stad. Op 3 februari bereikte de 1st Cavalry Division vanuit het noorden de toegang tot Manila en begon de stedelijke strijd. Japanse verdedigers, waaronder veel marinepersoneel, hadden gebouwen en wijken versterkt en boden hardnekkige weerstand.

De gevechten duurden gedurende februari. Bruggen en infrastructuur werden vernield, terwijl artillerie en directe beschietingen grote delen van de stad beschadigden. Japanse militairen pleegden op grote schaal geweld tegen de burgerbevolking. De strijd om Manila eindigde begin maart met de vernietiging van de georganiseerde Japanse verdediging in de stad. Voor de Filipijnen betekende dit de herovering van het bestuurlijke centrum, maar de materiële en menselijke schade was zeer groot.

Gevechten in de bergen

Na de verovering van Manila en de centrale vlakte was de campagne nog niet voorbij. Japanse eenheden bleven weerstand bieden in noordelijk Luzon, rond Baguio, de Villa Verde Trail, Balete Pass en Bessang Pass. In deze gebieden beperkten steile hellingen, smalle wegen en slechte aanvoerroutes het gebruik van voertuigen. De Amerikaanse en Filipijnse troepen moesten stelling na stelling innemen met infanterie, artillerie en luchtsteun.

De Japanse positie verslechterde door gebrek aan voedsel, medicijnen, munitie en vervangend materieel. Ziekte en ondervoeding veroorzaakten een groot deel van de verliezen. Toch bleven delen van de Shobu Group tot augustus georganiseerd weerstand bieden. Pas na de algemene capitulatie van Japan beëindigden de overgebleven grote formaties hun strijd. Afzonderlijke Japanse militairen bleven daarna nog langer verborgen.

Resultaat

Het tactische resultaat was een geallieerde overwinning. De landing bij Lingayen slaagde, de centrale vlakte werd veroverd en de belangrijkste vliegvelden en verbindingsroutes kwamen in geallieerde handen. Manila werd heroverd en de Japanse hoofdgroepen raakten van elkaar afgesneden. De Japanse 2nd Tank Division verloor vrijwel haar volledige inzetbare pantsermacht, terwijl de Japanse lucht- en zeemacht niet in staat waren de Amerikaanse bevoorrading af te snijden.

Strategisch verloor Japan het grootste en belangrijkste eiland van de Filipijnen. De geallieerden konden vanaf Luzon lucht- en zeemacht inzetten langs de Zuid-Chinese Zee en de Japanse verbindingen met gebieden in Zuidoost-Azië verder onder druk zetten. De campagne leverde bovendien vliegvelden, havens en logistieke bases op voor verdere operaties. De Japanse troepen die in berggebieden achterbleven, konden het geallieerde gebruik van de belangrijkste delen van het eiland niet meer verhinderen.

Politiek betekende de herovering van Manila dat de Filipijnse regering haar gezag opnieuw kon opbouwen onder Amerikaanse bescherming. Tegelijkertijd waren de maatschappelijke gevolgen zwaar. Grote delen van Manila waren verwoest en honderdduizenden burgers waren ontheemd. De moorden op burgers tijdens de strijd om de hoofdstad en de brede vernietiging van woonwijken lieten langdurige gevolgen na voor bevolking, bestuur en wederopbouw.

Miltaire en burger slachtoffers

De Amerikaanse verliezen op Luzon worden voor de gehele campagne doorgaans weergegeven als ongeveer 8.000 tot 8.300 doden en bijna 30.000 gewonden. Amerikaanse rapportages over verschillende fasen en einddata leveren kleine verschillen op. Deze verliezen waren zwaar, maar konden binnen het Amerikaanse militaire systeem worden aangevuld. De Verenigde Staten beschikten in 1945 nog over grote personeelsreserves, transportcapaciteit en opleidingsorganisaties, al betekende vervanging niet dat nieuw personeel dezelfde gevechtservaring bezat als veteranen.

De Japanse verliezen waren veel groter. Afhankelijk van de gebruikte rapportageperiode worden ongeveer 193.000 tot 217.000 doden genoemd. Een groot deel daarvan stierf niet rechtstreeks door wapengeweld, maar door ziekte, ondervoeding en uitputting nadat de bevoorrading instortte. Daarnaast werden duizenden Japanse militairen krijgsgevangen gemaakt. Japan beschikte op Luzon vrijwel niet over mogelijkheden om zulke verliezen aan te vullen, omdat geallieerde lucht- en zeemacht versterkingen en bevoorrading sterk beperkten.

Voor Filipijnse militairen en guerrillastrijders zijn de verliezen moeilijker als één campagnetotaal vast te stellen, omdat zij onder verschillende organisaties en bevelsstructuren vochten. In Manila alleen vielen duizenden militaire slachtoffers onder Amerikaanse, Filipijnse en Japanse strijdkrachten. Voor de burgerbevolking waren de gevolgen nog zwaarder. Voor de campagne op Luzon worden ongeveer 120.000 tot 140.000 burgerdoden genoemd, waarbij de gevechten en massamoorden in Manila een groot deel van de slachtoffers veroorzaakten.

Materiele verliezen

De geallieerden verloren schepen, vliegtuigen, tanks en ander materieel, maar hun logistieke systeem bleef functioneren. Rond de landingen bij Lingayen werden tientallen schepen door kamikazeaanvallen beschadigd en enkele schepen gingen verloren. Beschadigde eenheden konden voor zover mogelijk worden gerepareerd, terwijl vervangende schepen, voertuigen en vliegtuigen uit de Amerikaanse productie en vlootreserves beschikbaar bleven. Daardoor hadden de verliezen geen doorslaggevend effect op de bevoorrading van het Sixth Army.

Op land gingen tientallen Amerikaanse tanks verloren of raakten beschadigd. Een deel kon door onderhoudseenheden worden geborgen en hersteld. Voor Japan was de situatie anders. Van de ongeveer 220 tanks van de 2nd Tank Division gingen er tijdens de gevechten in centraal Luzon naar schatting ongeveer tweehonderd verloren. Door gebrek aan reserveonderdelen, brandstof en veilige aanvoerroutes kon Japan deze verliezen niet op betekenisvolle schaal vervangen.

De munitievoorraad van de Amerikanen bleef groot. Het Sixth Army verbruikte tussen 9 januari en 30 juni 1945 meer dan 111.000 short tons aan munitie. Dat verbruik omvatte miljoenen geweer- en mitrailleurpatronen en grote aantallen granaten voor mortieren, veldartillerie en tankkanonnen. Ondanks deze hoeveelheden bleef de aanvoer via de landingsgebieden en later via veroverde havens en wegen doorgaan. Japanse eenheden kregen juist te maken met een steeds ernstiger tekort aan voedsel, medische voorraden, munitie en brandstof, waardoor hun gevechtskracht gedurende de campagne verder afnam.

Conclusie

De geallieerde doelstelling voor Luzon werd in de belangrijkste onderdelen bereikt. De landing aan de Golf van Lingayen slaagde, de centrale vlakte werd geopend, Clark Field en andere vliegvelden werden veroverd en Manila kwam begin maart 1945 weer onder geallieerde controle. De campagne duurde daarna voort omdat grote Japanse eenheden zich in berggebieden hadden teruggetrokken. Daarmee werd de planning voor de snelle verovering van de belangrijkste economische en militaire gebieden uitgevoerd, terwijl de volledige uitschakeling van de Japanse weerstand veel meer tijd vergde.

De militaire prijs was hoog. De Verenigde Staten verloren duizenden militairen en grote hoeveelheden materieel, maar konden personeel, munitie en voertuigen blijven aanvullen. Japan verloor het grootste deel van zijn strijdmacht op Luzon en kon die verliezen niet vervangen. De vernietiging van de Japanse pantsermacht, het verlies van vliegvelden en het instorten van de bevoorrading maakten verdere georganiseerde verdediging steeds moeilijker. Voor de Filipijnse bevolking waren vooral de burgerdoden, de verwoesting van Manila en de ontwrichting van steden en infrastructuur bepalend voor de nasleep van de campagne.

Bronnen en meer informatie

  1. Chun, Clayton K. S. (2017). Luzon 1945: The Final Liberation of the Philippines. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-47281-628-3.
  2. Smith, Robert Ross (2005). Triumph in the Philippines: The War in the Pacific. Honolulu: University Press of the Pacific. ISBN 1-4102-2495-3.
  3. Prefer, Nathan N. (2024). The Luzon Campaign: MacArthur Returns. Havertown: Casemate Publishers. ISBN 978-1-63624-424-2.
  4. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.