Home Schepen Slagschepen en Slagkruisers Slagschip Vittorio Veneto: inzet en ontwerp 1940–1947

Slagschip Vittorio Veneto: inzet en ontwerp 1940–1947

Italiaans slagschip Vittorio Veneto in 1940, vóór voltooiing. Rangefinders ontbreken nog op de bovenzijde van de torens.
Het Italiaanse slagschip Vittorio Veneto tijdens proefvaarten in 1940. De afstandsmeters zijn nog niet geplaatst.

De Italiaanse slagschip Vittorio Veneto was onderdeel van de Littorio-klasse en werd tijdens de Tweede Wereldoorlog ingezet door de Regia Marina (Koninklijke Italiaanse Marine). De Vittorio Veneto werd gebouwd in de jaren 1930 en vertegenwoordigde de technologische ambities van de Italiaanse marine binnen het interbellum. Het schip was genoemd naar de Slag bij Vittorio Veneto uit de Eerste Wereldoorlog en was bedoeld als antwoord op de toenemende vlootuitbreiding in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Ontwerp en constructie

De Vittorio Veneto werd ontworpen onder leiding van generaal Umberto Pugliese en ingenieur Francesco Mazzullo. Het schip werd op 28 oktober 1934 te water gelaten bij de Cantieri Riuniti dell’Adriatico in Triëst. De officiële indienststelling vond plaats op 2 augustus 1940, kort na de Italiaanse oorlogsverklaring aan Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

Met een totale lengte van 237,76 meter en een waterverplaatsing van circa 45.000 ton (volledig beladen), overtrof het ontwerp de limieten van het Washington Naval Treaty, dat een maximale standaardverplaatsing van 35.000 ton voorschreef. De Vittorio Veneto had een voortstuwing bestaande uit vier stoomturbines gevoed door acht oliegestookte Yarrow-ketels, goed voor een vermogen van 128.200 shp en een maximale snelheid van 30 knopen.

Bewapening

De hoofdbewapening van de Vittorio Veneto bestond uit negen 381 mm kanonnen, gemonteerd in drie geschuttorens (twee voor en één achter). De secundaire artillerie bestond uit twaalf 152 mm kanonnen, verdeeld over vier drievoudige torens. Voor nachtelijke of verlichtingsdoeleinden beschikte het schip over vier 120 mm kanonnen van een ouder model, voornamelijk geschikt voor het afvuren van lichtgranaten.

De luchtafweer was bij oplevering uitgerust met twaalf 90 mm luchtafweerkanonnen, twintig 37 mm automatische kanonnen en zestien 20 mm snelvuurkanonnen, opgesteld in meerdere enkel- en dubbeltorens. In latere fases van de oorlog werd dit bewapeningspakket verder uitgebreid in een poging het schip beter te beschermen tegen luchtaanvallen.

Bepantsering

Het pantser van de Vittorio Veneto was ontworpen met het oog op bescherming tegen zwaar kaliber scheepsgeschut en torpedo’s. De hoofdgordel was 280 mm dik, met een extra stalen laag van 70 mm. Het dekpantser varieerde van 45 mm aan de randen tot 162 mm in de kern van het schip. De artillerietorens hadden 350 mm dik pantser en de commandotoren was voorzien van 260 mm dikke pantserplaten.

Een belangrijk element in het ontwerp was het Pugliese torpedoverdedigingssysteem: een cilindrische kamer die bedoeld was om de energie van een torpedotreffer op te vangen en verspreiden. In de praktijk bood dit systeem een zekere mate van bescherming, hoewel bij directe treffers alsnog schade optrad.

Sensoren en dataverwerking

Aanvankelijk was de Vittorio Veneto niet uitgerust met radartechnologie, wat typerend was voor veel marineschepen in de vroege oorlogsjaren. In 1942 werd het schip voorzien van een Italiaanse EC.3 ter ‘Gufo’-radarinstallatie. Dit systeem kon oppervlaktedoelen detecteren tot op 30 kilometer afstand en vliegtuigen tot op 80 kilometer, waarmee het schip in staat werd gesteld tot vroege waarneming van vijandelijke eenheden.

Modificaties

Gedurende haar diensttijd onderging de Vittorio Veneto diverse technische aanpassingen. Zo werd de luchtafweeruitrusting versterkt met extra 20 mm en 37 mm snelvuurkanonnen. De installatie van radar in 1942 betekende een belangrijke modernisering, aangezien de meeste Italiaanse slagschepen tot dan toe afhankelijk waren van optische waarneming en externe luchtverkenning. Daarnaast werden schadeherstellingen na torpedo-inslagen aangegrepen om bepaalde interne compartimenten en beschermingsstructuren te verbeteren.

Status schip tijdens de oorlog

De Vittorio Veneto werd operationeel verklaard in augustus 1940 en speelde gedurende de oorlog een actieve rol in de Middellandse Zee. Het schip werd meermaals getroffen door luchtaanvallen en torpedo’s, maar wist door adequaat schadebeheer steeds terug te keren naar operationele status. In tegenstelling tot veel oudere slagschepen uit de Eerste Wereldoorlog, was de Vittorio Veneto een relatief modern schip bij het uitbreken van de oorlog. De technische staat bleef, ondanks schade, over het algemeen goed door regelmatig onderhoud en moderniseringen.

Operationele geschiedenis

Vroege oorlogsjaren (1940–1941)

De eerste operationele inzet van de Vittorio Veneto vond plaats eind augustus 1940, toen het schip samen met andere eenheden van de Regia Marina uitvoer om Britse konvooien in de Middellandse Zee te onderscheppen. De operatie, gericht op het verstoren van Operatie Hats en konvooi MB.3, leverde geen confrontatie op vanwege gebrekkige luchtverkenning en effectieve Britse ontwijkingstactieken.

Op 10–11 november 1940 werd de Italiaanse vloot in de haven van Taranto aangevallen door Britse vliegtuigen vanaf het vliegdekschip HMS Illustrious. Tijdens deze aanval wisten de Swordfish-torpedovliegtuigen drie slagschepen te raken, maar de Vittorio Veneto bleef onbeschadigd. Enkele dagen later werd zij overgeplaatst naar Napels en nam daar de rol van vlaggenschip over onder bevel van admiraal Inigo Campioni.

Later die maand nam de Vittorio Veneto deel aan de Slag bij Kaap Spartivento (ook bekend als Kaap Teulada) op 27 november 1940. Tijdens deze confrontatie op lange afstand met Britse kruisers vuurde het schip negentien granaten af op een afstand van meer dan 27.000 meter. Het Britse eskader week uit zonder ernstige schade, maar de inzet onderstreepte de wens van de Italiaanse marine om haar vloot in te zetten zonder grote risico’s.

Slag bij Kaap Matapan (maart 1941)

Een belangrijk moment in de operationele geschiedenis van de Vittorio Veneto was haar deelname aan de Slag bij Kaap Matapan van 26 tot 29 maart 1941. De Italiaanse vloot, onder bevel van admiraal Angelo Iachino, probeerde Britse scheepvaart bij Griekenland aan te vallen. De operatie begon met de ontmoeting tussen Italiaanse kruisers en de Britse 15e Kruisergroep. De Vittorio Veneto werd ingezet om deze eenheden te flankeren, maar kon de vijand niet insluiten. Zij opende het vuur op lange afstand, zonder noemenswaardige treffers.

In de namiddag werd het schip aangevallen door Britse torpedovliegtuigen van HMS Formidable. Eén torpedo trof de Vittorio Veneto aan stuurboordzijde nabij de achterste schroef. De schade resulteerde in zware overstroming, uitval van één roer en verlies van snelheid. Desondanks kon het schip zich, zij het vertraagd, terugtrekken naar Taranto, waar uitgebreide herstelwerkzaamheden volgden die duurden tot juli 1941.

Tijdens de nachtelijke fase van deze slag werd de beschadigde zware kruiser Pola, die Vittorio Veneto vergezelde, geraakt en uitgeschakeld. De poging tot redding leidde tot het verlies van drie Italiaanse kruisers en twee torpedobootjagers door een aanval van Britse slagschepen. De Vittorio Veneto zelf bleef gespaard van verdere schade.

Operaties in 1941

Na de herstelwerkzaamheden werd de Vittorio Veneto in augustus 1941 opnieuw ingezet, onder meer tegen Britse konvooien naar Malta. In september nam zij samen met de Littorio deel aan een poging om Operatie Halberd te onderscheppen. Deze poging mislukte wegens een gebrek aan contact met de Britse vloot, hoewel het slagschip HMS Nelson tijdens die actie door Italiaanse vliegtuigen werd getroffen.

Op 13 december 1941 werd het schip opnieuw beschadigd, ditmaal door een torpedo afgevuurd door de Britse onderzeeboot HMS Urge in de Straat van Messina. De torpedo veroorzaakte overstroming en schade aan het midden van het schip, maar dankzij het Pugliese torpedoverdedigingssysteem werd een ramp vermeden. De Vittorio Veneto keerde op eigen kracht terug naar de haven en werd gedurende enkele maanden hersteld in Taranto.

Laatste actieve inzet (1942)

Op 14 juni 1942 nam de Vittorio Veneto deel aan de poging om het Britse konvooi Operatie Vigorous, onderweg van Alexandrië naar Malta, te onderscheppen. De Italiaanse vloot, bestaande uit de Vittorio Veneto, Littorio, vier kruisers en twaalf torpedobootjagers, ondervond zware luchtaanvallen maar slaagde erin ernstige schade te voorkomen. De dreiging van de Italiaanse slagschepen leidde tot de afgelasting van het konvooi, dat terugkeerde naar Alexandrië zonder zijn bestemming te bereiken.

Na deze operatie kwam er een einde aan de actieve inzet van de Vittorio Veneto. Vanaf de zomer van 1942 werd het gebruik van slagschepen sterk beperkt door een tekort aan brandstof en de toegenomen dreiging van luchtaanvallen en onderzeeboten. De Regia Marina koos ervoor haar zwaarste eenheden in te zetten als afschrikking, zonder daadwerkelijke inzet.

Na de oorlog

Internatie en geallieerde controle

Na de ondertekening van de wapenstilstand tussen Italië en de geallieerden op 3 september 1943 verliet de Vittorio Veneto, samen met andere schepen van de Italiaanse vloot, de haven van La Spezia om zich over te geven. Tijdens de overtocht naar Malta werd het slagschip Roma, zusterschip van de Vittorio Veneto, tot zinken gebracht door Duitse Do 217-vliegtuigen die waren uitgerust met Fritz X geleide bommen. De Vittorio Veneto en Littorio (inmiddels hernoemd tot Italia) bleven onbeschadigd en bereikten Malta.

Op 14 september werd de Vittorio Veneto overgebracht naar Alexandrië, Egypte. Kort daarna werd zij verplaatst naar de Grote Bittermeren in het Suezkanaal, waar zij tussen oktober 1943 en oktober 1946 onder internering verbleef. Gedurende deze periode werd overwogen om de Italiaanse slagschepen in te zetten aan geallieerde zijde, onder meer in de Pacific, maar deze voorstellen werden uiteindelijk afgewezen op politieke en logistieke gronden.

Terugkeer en ontmanteling

In oktober 1946 werd de Vittorio Veneto teruggevoerd naar Italië. Zij werd eerst gestationeerd in Augusta (Sicilië) en vervolgens overgebracht naar La Spezia. Volgens de voorwaarden van het Vredesverdrag van Parijs, dat op 10 februari 1947 in werking trad, werd het schip toegewezen aan het Verenigd Koninkrijk als oorlogsbuit. Op 3 januari 1948 werd zij officieel uit dienst genomen, van de vlootlijst geschrapt op 1 februari, en daarna gesloopt.

Delen van het schip zijn bewaard gebleven. De naamletters aan de achterzijde zijn tentoongesteld in het Museo Navale in Venetië, terwijl de vuurleidingspost te zien is in het Museo Tecnico Navale in La Spezia.

Conclusie

De Vittorio Veneto was een technisch geavanceerd slagschip voor haar tijd en vertegenwoordigde het hoogtepunt van de Italiaanse slagschipbouw. Hoewel zij niet betrokken was bij grote zeeslagen met doorslaggevende uitkomst, werd het schip regelmatig ingezet in tactische vlootoperaties en konvooibescherming. De inzet bleef vaak beperkt door brandstoftekorten, tactische voorzichtigheid en de luchtoverheersing van de geallieerden. Toch slaagde de Vittorio Veneto erin om ondanks meerdere luchtaanvallen en torpedotreffers haar inzet te voltooien en terug te keren naar de haven, wat wijst op een robuust ontwerp en doeltreffende schadebeheersing.

Na de oorlog viel de Vittorio Veneto ten prooi aan de beperkingen van het vredesverdrag en werd zij niet behouden als museumschip of trainingsplatform. Daarmee kwam een einde aan de levenscyclus van een schip dat symbool stond voor de Italiaanse maritieme ambities in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Unknown, Naval History and Heritage Command photo, Public Domain, via Wiki commens
  2. Bagnasco, Erminio & de Toro, Augusto (2011). The Littorio Class: Italy’s Last and Largest Battleships 1937–1948. Barnsley: Seaforth Publishing. ISBN 978-1-84832-105-2.
  3. Garzke, William H. & Dulin, Robert O. (1985). Battleships: Axis and Neutral Battleships in World War II. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-101-0.
  4. Whitley, M.J. (1998). Battleships of World War Two: An International Encyclopedia. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-55750-184-4.
  5. Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea, 19391945: The Naval History of World War Two. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-119-8.
  6. O’Hara, Vincent P. (2009). Struggle for the Middle Sea: The Great Navies At War In The Mediterranean Theater, 1940–1945. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-648-3.
  7. Roberts, John (1980). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-85177-146-5.
  8. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946