
De HMAS Hobart was een lichte kruiser van de Royal Australian Navy (RAN), oorspronkelijk gebouwd voor de Royal Navy als HMS Apollo. Het schip werd in 1936 in dienst gesteld en in 1938 overgedragen aan Australië. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde de kruiser een rol in verschillende gevechtsoperaties, waaronder de Slag in de Koraalzee, Guadalcanal en de evacuatie van Brits Somaliland. Na een torpedoaanval in 1943 werd het schip hersteld en bleef het tot 1947 in actieve dienst, waarna het in 1962 werd gesloopt.
Ontwerp en constructie
Klasse en ontwerpkenmerken
HMAS Hobart behoorde tot de Modified Leander-klasse lichte kruisers. Deze klasse verschilde van eerdere Leander-ontwerpen door het gescheiden plaatsen van de machinekamers in twee onafhankelijke secties, gescheiden voor en achter in het schip. Dit had als doel de operationele capaciteit te behouden bij schade aan één van de secties. Deze indeling vereiste twee afzonderlijke uitlaatkanalen, wat resulteerde in twee schoorstenen in plaats van één zoals bij eerdere Leanders.
Het pantser werd aangepast om deze wijziging te compenseren, door het zijpantser uit te breiden van 26 meter tot 43 meter, waardoor het gewicht dat was bespaard door de verdeling van de machinekamers werd gecompenseerd.
Tijdens de ontwerpfase werd overwogen om de voorste en achterste 6-inch torens uit te rusten met drie in plaats van twee kanonnen. Deze wijziging werd echter niet doorgevoerd vanwege de negatieve gevolgen voor de snelheid en vuurleiding.
Bouw en indienststelling
De kiel van het schip werd gelegd op 15 augustus 1933 bij HM Dockyard in Devonport, Engeland. Onder de naam HMS Apollo werd het schip op 9 oktober 1934 te water gelaten en in januari 1936 in dienst genomen door de Royal Navy.
Bewapening
HMAS Hobart was uitgerust met acht 6-inch (152 mm) kanonnen in vier tweelingtorens als hoofdgeschut. Daarnaast beschikte het schip over vier 4-inch (102 mm) luchtafweerkanonnen, meerdere kleinere luchtafweerwapens, en torpedobuizen. Gedurende de oorlog werd de bewapening aangepast en uitgebreid, in het bijzonder op het gebied van luchtafweer.
Bepansering
De pantserbescherming van Hobart was afgestemd op haar rol als lichte kruiser. Het schip beschikte over een gepantserde gordel, pantserdek en bescherming rond de vitale delen zoals de machinekamers en munitieruimten. De uitbreiding van het zijpantser tot 43 meter was een aanpassing aan de gewijzigde machinekamerindeling.
Sensoren en dataverwerking
Bij indienststelling beschikte Hobart over standaard optische vuurleidingssystemen. Gedurende de oorlog werd het schip uitgerust met radarapparatuur om luchtdoelen en vijandelijke schepen te detecteren. De integratie van deze technologie verbeterde de operationele capaciteit van het schip in de latere oorlogsjaren.
HMAS Hobart werd tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgerust met Britse radarapparatuur als onderdeel van moderniseringen ter verbetering van luchtafweer en vuurleiding. Vanaf 1942 beschikte het schip over de Type 271 radar, een kortafstandssysteem voor oppervlakteschepen en onderzeebootdetectie, en de Type 281 radar, bedoeld voor langeafstands-luchtwaarneming.
Later werd vermoedelijk ook de Type 285 vuurleidingsradar geïnstalleerd voor nauwkeuriger richten van het luchtafweergeschut. Deze radarsystemen boden het schip een tactisch voordeel in zowel escortetaken als gevechtsoperaties, vooral in gebieden met verhoogde dreiging van luchtaanvallen, zoals de Stille Oceaan en de Indische Oceaan.
Modificaties
Tijdens haar diensttijd onderging Hobart verschillende aanpassingen. In 1941 werd de katapult en het verkenningsvliegtuig verwijderd, en werden extra luchtafweerkanonnen geïnstalleerd. Na de torpedobeschadiging in 1943 werd het schip volledig hersteld en gemoderniseerd. De refit duurde tot begin 1945 en bracht het schip terug in operationele staat.
Status schip tijdens de oorlog
Gedurende het grootste deel van de oorlog werd Hobart als operationeel inzetbaar beschouwd. Na de torpedoaanval in juli 1943 was het schip tijdelijk uit dienst voor herstel. De periode tussen 1943 en 1945 werd besteed aan structurele herstellingen en modernisering in Australië, waarna het opnieuw werd ingezet voor gevechtsoperaties in Zuidoost-Azië.
Operationele geschiedenis
Vroege dienst bij de Royal Navy
Hobart diende als HMS Apollo eerst bij de North America and West Indies Station. In 1937 speelde het schip een rol bij het repatriëren van het lichaam van voormalig Brits premier Ramsay MacDonald vanuit Bermuda naar het Verenigd Koninkrijk.
Overdracht aan Australië
In 1938 werd het schip door de Australische regering aangekocht. Het ondersteuningsschip HMAS Albatross werd overgedragen aan de Royal Navy als onderdeel van de transactie. De officiële overdracht vond plaats op 28 september 1938. Begin 1939 bezocht het schip haar naamgeverstad Hobart in Tasmanië.
Vroege oorlogsoperaties
Na het uitbreken van de oorlog werd Hobart ingezet voor patrouilles in de Bass Strait en vervolgens voor konvooibescherming in de Indische Oceaan. In juni 1940 vuurde het schip voor het eerst in gevecht tijdens luchtaanvallen op Aden door Italiaanse vliegtuigen. In augustus 1940 speelde Hobart een centrale rol bij de evacuatie van Britse troepen en burgers uit Brits Somaliland. Het schip voerde luchtaanvallen uit en fungeerde als coördinatiecentrum tijdens de evacuatie.
Mediterraanse inzet en terugkeer naar Australië
Na een korte inzet in de Middellandse Zee in 1941 keerde Hobart terug naar Australische wateren vanwege de dreiging vanuit Japan. In januari 1942 escorteerde zij konvooien naar Java. Tijdens deze periode werd zij meerdere malen aangevallen door Japanse vliegtuigen, maar liep slechts lichte schade op.
Operaties in de Stille Oceaan
Slag in de Koraalzee
In mei 1942 werd HMAS Hobart ingedeeld bij Task Force 44 onder bevel van Rear Admiral John Crace. De taakgroep bestond uit Hobart, HMAS Australia, de Amerikaanse kruiser USS Chicago en drie Amerikaanse torpedobootjagers. De taak was het onderscheppen van Japanse troepen die via de Jomard Passage richting Port Moresby voeren.
Op 7 mei kwam de taskforce onder aanval van Japanse torpedobommenwerpers en zware bommenwerpers. Geen enkel schip werd geraakt, maar de luchtaanvallen bleven intens. Bij een derde aanval bleek later dat deze werd uitgevoerd door vliegtuigen van de United States Army Air Forces, wat resulteerde in een incident van vuur van eigen troepen.
Guadalcanal en Tulagi
Op 7 augustus 1942 ondersteunde Hobart de geallieerde amfibische landingen op Guadalcanal en Tulagi. Deze operaties vormden het begin van de langdurige strijd in de Salomonseilanden, waarbij Hobart de gevechtsoperaties ondersteunde met artillerievuur en bescherming tegen luchtaanvallen.
Torpedoaanval van 1943
Op 20 juli 1943 werd HMAS Hobart getroffen door een torpedo, afgevuurd door de Japanse onderzeeboot I-11, terwijl het schip onderdeel was van Task Force 74. De torpedo trof het achterste deel van het schip, waarbij elf bemanningsleden omkwamen en zeven gewond raakten. Er ontstond ernstige schade aan de stuurinrichting en elektriciteitsvoorziening.
Na noodreparaties in Espiritu Santo werd het schip op 21 augustus teruggebracht naar Sydney onder begeleiding van torpedobootjagers. In de Cockatoo Island Dockyard onderging Hobart een uitgebreide herstelperiode die tot 1945 zou duren.
Laatste oorlogsjaren
Gevechtsoperaties 1945
Na haar herstel werd HMAS Hobart opnieuw ingezet. In april 1945 nam het schip deel aan de landing op Tarakan. Vervolgens ondersteunde het landingen bij Wewak (11 mei), Brunei (juni) en Balikpapan (juli).
Op 31 augustus 1945 voer Hobart Tokyo Bay binnen, waar zij aanwezig was tijdens de Japanse overgave op 2 september. Daarmee eindigde haar actieve deelname aan de oorlog.
Oorlogsstatus en inzetbaarheid
Hoewel Hobart gedurende de oorlog op momenten uitgeschakeld was door schade, bleef zij een functioneel en modern schip binnen de Australische vloot. Haar aanpassingen en upgrades, zoals radarinstallaties en verbeterde luchtafweer, maakten haar geschikt voor de toenemende dreiging vanuit de lucht en op zee.
Na de oorlog
Dienst in Japan en reservestatus
Na de oorlog verbleef Hobart nog in Japanse wateren tot 1947, waarna zij op 20 december van dat jaar formeel werd overgeplaatst naar de reservevloot. In de jaren daarna werd overwogen om haar opnieuw in dienst te nemen als escorte voor vliegdekschepen of als trainingsschip. Een moderniseringstraject begon in Newcastle, maar werd in 1955 definitief stopgezet vanwege kostenbesparingen en veranderende operationele behoeften.
Uitdienststelling en sloop
Ondanks het feit dat al meer dan één miljoen Australische ponden was geïnvesteerd in de modernisering, werd HMAS Hobart in 1962 verkocht voor sloop aan het Japanse bedrijf Mitsui & Co. Het schip vertrok op 3 maart vanuit Sydney en arriveerde op 2 april in Osaka, waar het werd ontmanteld.
Conclusie
De HMAS Hobart (I) vertegenwoordigde een belangrijk onderdeel van de Australische marine-inspanningen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Van haar vroege operaties in Brits Somaliland en de Indische Oceaan tot haar inzet in de Stille Oceaan, leverde het schip langdurige operationele ondersteuning. Ondanks zware schade bleef Hobart een inzetbaar oorlogsschip. De geschiedenis van de HMAS Hobart toont de ontwikkeling van de Australische maritieme strategie en vlootcapaciteit in een periode van wereldwijd conflict.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Allan C. Green 1878 – 1954, Public domain, via Wikimedia Commons
- Bastock, John (1975). Australia’s Ships of War. Cremorne, NSW: Angus and Robertson. ISBN 0207129274.
- Cassells, Vic (2000). The Capital Ships: Their Battles and their Badges. East Roseville, NSW: Simon & Schuster. ISBN 0-7318-0941-6.
- Donohue, Hector (1996). From Empire Defence to the Long Haul: Post-war Defence Policy and its Impact on Naval Force Structure Planning 1945–1955. Papers in Australian Maritime Affairs, Vol. 1. Canberra: Sea Power Centre. ISBN 0-642-25907-0. ISSN 1327-5658.
- Frame, Tom (1993). HMAS Sydney: Loss and Controversy. Rydalmere, NSW: Hodder & Stoughton. ISBN 0-340-58468-8.
- Gill, George Hermon (1968). Royal Australian Navy, 1942–1945. Australia in the War of 1939–1945, Series 2, Volume II. Canberra: Australian War Memorial. OCLC 65475.
- Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea 1939–1945: The Naval History of World War Two (Third Revised ed.). Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-59114-119-2.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









