Home Slagen, Veldtochten, Zeeslagen en Operaties Belegering van Breslau 1945: vestingstad tot capitulatie

Belegering van Breslau 1945: vestingstad tot capitulatie

Handgetekende kleurenpotloodkaart van Breslau en omgeving in 1945 met stadsstructuur, wegen en Oder tijdens het beleg.
Handgetekende kaart die Breslau en de directe omgeving toont tijdens het beleg in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog.

Het beleg van Breslau, ook wel de slag om Breslau genoemd (13 februari–6 mei 1945), was de insluiting van de Duitse vestingstad Breslau in Neder-Silezië door het Rode Leger in de slotfase van de Tweede Wereldoorlog. Na het sluiten van de ring volgden 82 dagen stadsgevechten en bevoorrading per luchtbrug. De Duitse garnizoenscommandant capituleerde op 6 mei 1945.

Welke militaire en politieke situatie leidde tot het beleg?

In augustus 1944 verklaarde Adolf Hitler Breslau tot Festung en beval hij verdediging zonder terugtrekking. Begin 1945 maakte een bruggenhoofd op de westelijke Oderoever, veroverd door het 1e Oekraïense Front tijdens de Wisła–Oder-operatie, de omsingeling mogelijk binnen de Neder-Silezische offensieve operatie.

  • Beleg: 13 februari tot 6 mei 1945
  • Aanvallers: Sovjet 6e Leger (1e Oekraïense Front)
  • Verdedigers: circa 50.000 militairen in Festung Breslau
  • Uitkomst: capitulatie op 6 mei 1945; algemene capitulatie in Europa op 8 mei 1945

De leiding in de stad lag bij Karl Hanke, Gauleiter van Silezië sinds 1941 en door Hitler aangewezen als Kampfkommandant. Op 19 januari 1945 werd de burgerbevolking gedwongen te evacueren; veel mensen stierven tijdens de wintertocht, terwijl anderen Dresden bereikten. Daarna werd Breslau ingericht als verdedigingscomplex met Volkssturm, verdedigingsbouw en inzet van dwangarbeiders; in deze fase kwamen ook executies voor.

Waar lag Breslau en welke plekken speelden een rol?

Breslau lag in 1945 in Neder-Silezië (toen Duitsland) en heet sinds de naoorlogse grenswijzigingen Wrocław in Polen. De stad ligt aan de Oder en bestond uit een dicht bebouwde kern met voorsteden langs spoor- en wegroutes. In februari 1945 draaiden gevechten om knooppunten ten zuiden en zuidwesten (onder meer Domslau, Koberwitz en Rotsurben) en om sectoren van de buitenring bij Kostenblut–Kanth en Tinz. Binnen de stad werden de Südpark en het gebied rond de Stadtgraben als oriëntatiepunten gebruikt. Het Gandauer vliegveld en noodlandingsbanen waren van belang voor de bevoorrading per lucht.

Welke commandanten en bestuurders waren betrokken?

Hitler benoemde Karl Hanke als Kampfkommandant, waardoor partijleiding en verdediging sterk verweven raakten. Hanke reikte op 2 februari 1945 vaandels uit aan nieuw gevormde Volkssturmeenheden en beïnvloedde in mei 1945 de omgang met verzoeken tot capitulatie.

Op 2 februari werd generaal-majoor Hans von Ahlfen vestingcommandant; hij was geselecteerd door Ferdinand Schörner van Heeresgruppe Mitte en bleef ongeveer drie weken. Op 2 maart volgde generaal der infanterie Hermann Niehoff, die tot 6 mei het commando voerde.

Aan Sovjetzijde stond het 1e Oekraïense Front onder maarschalk Ivan Konev. De omsingeling en het beleg werden geleid door het 6e Leger van luitenant-generaal Vladimir Gluzdovsky. Voor de snelle omsingelingsbeweging werd het 7e Garde-gemechaniseerde Korps onder luitenant-generaal Ivan Korchagin ingezet. Binnen het 22e Schutterskorps gaf generaal-majoor Fjodor Zakharov opdrachten voor aanvallen op de stadsrand.

Wat waren de doelen en plannen van beide partijen?

De Duitse doelstelling was Breslau als Festung te houden om Sovjettroepen te binden. De verdediging werd versterkt met Volkssturm, een Hitlerjugend-regiment (eind januari) en SS-regiment Besslein (met ook vrijwilligers uit Frankrijk en Nederland), terwijl delen van het centrum werden gesloopt voor een geïmproviseerde landingsbaan.

De Sovjetdoelstelling was snelle inname. Konev gaf op 31 januari 1945 opdracht om Breslau binnen vier dagen te veroveren, maar hetzelfde front moest ook richting Elbe en Berlijn oprukken. Door uitgerekte aanvoer en gebrek aan spoortransport schoof de start van de aanval twee dagen op (6 naar 8 februari); brandstof en munitie werden per weg naar de Oderbruggenhoofden gebracht.

Logistiek en steun (begin februari 1945):

  • Vervoer: circa 170 voertuigen voor ongeveer 350 ton munitie en 180 ton brandstof
  • Munitie op 8 februari: artillerie/mortieren circa 2–5 vuureenheden; infanteriegeschut circa 1,5–2
  • Pantsersteun: 7e Garde-gemechaniseerde Korps met 186 T-34’s en circa 21 ISU-122, 21 SU-76 en 21 SU-85; zes T-34’s in reparatie

Na het vastlopen van een snelle doorstoot volgde een planmatige stormaanpak (plan 18 februari, goedgekeurd 19 februari):

  • Hoofdaanval zuid: front ca. 2,5 km (Oltashin–Südpark) door 273e en 218e Schutdivisie, versterkt met twee regimenten van de 309e
  • Artillerie: 572 stukken in het aanvalsgebied; 280 mm mortieren van het 315e bataljon naar de zuidelijke sector
  • Nevenaanval: langs beide Oderoevers om Duitse posities in het noordwesten uit te schakelen
  • Doelen: dag 1 tot de Stadtgraben; daarna het centrale eiland en objecten als universiteit, post en telegraaf
  • Duitse sterkte (Sovjetschatting): 18.060 man, 141 kanonnen en 45 tanks en aanvalskanonnen; gereedstelling beoogd voor 20 februari

Stormbataljons voor stadsgevechten:

  • Tien stormbataljons; per bataljon o.a. infanterie, genisten, 152 mm stukken, ISU-152 of 203 mm stukken, 76 mm batterijen, vlammenwerpers, antitankgeweren, sluipschutters, machinegeweerploegen en teams met buitgemaakte Panzerfaust
  • 273e Schutdivisie: drie stormbataljons samen 872 man; ongeveer de helft met pistoolmitrailleurs
  • 349e Garde-zwaar Zelfrijdend Artillerieregiment: acht ISU-152 inzetbaar en zes in herstel (19 februari)

Welke eenheden vochten bij Breslau?

Het Duitse garnizoen van Festung Breslau telde naar schatting circa 50.000 militairen. Het bestond uit Wehrmacht- en Waffen-SS-eenheden, aangevuld met Volkssturm en Hitlerjugend. Buiten de stad probeerden formaties de ring te openen; in de tegenaanvallen van 12–13 februari werden onder meer de 8e en 19e Panzerdivisie genoemd, samen met Volkssturm- en luchtafweeronderdelen. Voor een uitbraak uit de stad in de nacht van 13 op 14 februari worden elementen van de 269e Infanteriedivisie vermeld.

Aan Sovjetzijde voerde het 6e Leger het beleg met het 22e en 74e Schutterskorps, de 77e Versterkte Regio en ondersteunende eenheden. Versterking kwam onder meer van de 309e, 273e en 294e Schutdivisie; de 77e Versterkte Regio was afkomstig van het 52e Leger. Voor de omsingeling werd het 7e Garde-gemechaniseerde Korps ingezet; na zware verliezen was dit medio februari teruggebracht tot 108 inzetbare T-34’s, 9 ISU-122’s, 17 SU-85’s en 13 SU-76’s.

Hoe verliep het beleg van Breslau in 1945?

De weg naar het beleg verliep via voorbereiding, omsingeling en langdurige stadsstrijd. De kernmomenten kunnen chronologisch worden samengevat:

  • Augustus 1944: Breslau wordt Festung; Hitler benoemt Hanke als Kampfkommandant.
  • 19 januari 1945: gedwongen evacuatie van burgers; veel slachtoffers tijdens de wintertocht, een deel bereikt Dresden.
  • Eind januari 1945: Hitlerjugend-regiment en SS-regiment Besslein arriveren; sloop in het centrum voor een landingsbaan.
  • 2 februari 1945: Hanke reikt vaandels uit aan Volkssturm; von Ahlfen wordt vestingcommandant.
  • 8 februari 1945: na circa 1 uur artillerievuur (vanaf 08.35) start de aanval; rond 12.00 lopen Sovjetpantserbrigades voor op de infanterie en dringen door in de Duitse achterhoede.
  • 10–11 februari: gevechten bij Domslau (25e Garde-gemechaniseerde Brigade) en Koberwitz (57e Garde-tankbrigade); zware verliezen door tanks, artillerie en Panzerfaust.
  • 10–12 februari: Duitse tanktegenaanval tussen Gross-Baudis en Kostenblut tegen Sovjetposities; op 12 februari lossen eenheden van de 309e Schutdivisie de 24e en 26e Garde-brigades af.
  • 12 februari (vanaf 18.20)–13 februari: tegenaanval Kostenblut–Kanth met 8e en 19e Panzerdivisie, Volkssturm en flak; binnen- en buitenring liggen in de smalste sector ca. 30 km uit elkaar; Gross Peterwitz wordt kort genomen en daarna verloren.
  • 13 februari: omsingeling sluit bij Rotsurben door contact tussen het 12e Tankregiment (25e Garde-brigade) en de 252e Tankbrigade (31e Tankkorps) van het 5e Gardeleger.
  • Nacht 13 op 14 februari: uitbraakpoging door ingesloten eenheden (o.a. delen 269e Infanteriedivisie) en gelijktijdige druk van buiten door de 19e Panzerdivisie; gevechten bij Tinz; een kort corridor­effect maakt ontsnapping mogelijk volgens Rolfe Hinze.
  • 14–16 februari: consolidatie van de binnenring; terugtrekking van het 7e Garde-korps in de nacht van 15 februari na een Duitse tegenaanval bij Strigau; het korps telt dan o.a. 108 T-34’s, 9 ISU-122’s, 17 SU-85’s en 13 SU-76’s.
  • 14 februari: Zakharov geeft opdracht tot doorstoot naar het centrum; de opmars stokt aan de stadsrand (Lohbrück–Opperau-linie, Krietern).
  • 18–20 februari: 218e Schutdivisie verovert de spoorwegberm; een voorstoot in de Südpark wordt op 20 februari teruggeslagen door het 55e Volkssturmbataljon (Hitlerjugend) met aanvalsgeschut; Völkischer Beobachter blies het incident op.
  • 22 februari: stormaanval start 08.00 met 2 uur 40 minuten artillerievoorbereiding; het 315e mortierbataljon vuurt 113 granaten van 280 mm af (4–5,5 km). Op 22 februari worden drie voorsteden bezet; op 23 februari staan Sovjettroepen in zuidelijke stadsdelen.
  • 15 februari–1 mei: Luftwaffe-luchtbrug (76 dagen), meer dan 2.000 vluchten en meer dan 1.486 ton aan voorraden.
  • 2 maart: Niehoff volgt von Ahlfen op als commandant.
  • 31 maart: zwaar artillerievuur treft noordelijke, zuidelijke en westelijke stadsdelen.
  • 4 mei: geestelijken (Hornig, dr. Konrad, bisschop Ferche, kanunnik Kramer) vragen om capitulatie; Hanke verbiedt verdere contacten.
  • Mei 1945: pamfletten van lokale communisten, waaronder Freiheits-Kämpfer, roepen op tot einde van de strijd; zeventien verzetsleden worden op Hankes bevel geëxecuteerd.
  • Begin mei 1945: NKFD-Kampfgruppe (circa 80 personen) infiltreert in Wehrmachtuniformen, overmeestert posten en doodt SS-commandanten; de operatie loopt vast, luitenant Horst Vieth sneuvelt 5 mei.
  • 5 mei: Hanke vliegt naar Praag met een Fieseler Storch die in reserve was gehouden voor Niehoff.
  • 6 mei: capitulatie in Villa Colonia, Rapacki-straat 14; Breslau is de laatste grote Duitse stad die zich overgeeft. Op 8 mei volgt de algemene capitulatie in Europa.
  • Na 6 mei: Hanke probeert onder te duiken bij de 18e SS-divisie Horst Wessel; na gevangenneming door Tsjechische partizanen wordt hij tijdens een treinontsnappingspoging beschoten en daarna met geweerkolven doodgeslagen.

Wat was het resultaat en de nasleep?

De capitulatie bracht Breslau onder Sovjetcontrole en beëindigde de Duitse vestingverdediging. Daarmee kwamen bruggen, wegen en spoorverbindingen in Neder-Silezië vrij voor het 1e Oekraïense Front. De verdediging hield langer stand dan de Sovjetdoelstelling van vier dagen.

Na de oorlog werd Breslau Pools en hernoemd tot Wrocław. Het grootste deel van de Duitse bevolking vluchtte of werd tussen 1945 en 1949 uitgewezen naar bezettingszones in Duitsland; een kleine minderheid bleef. De Poolse burgemeester Bolesław Drobner arriveerde op 10 mei 1945 en trof een zwaar beschadigde stad aan.

Hoeveel militaire en burgerlijke slachtoffers vielen er?

In de literatuur worden Duitse verliezen genoemd van ongeveer 6.000 doden en 23.000 gewonden. Voor Sovjettroepen worden verliezen genoemd die mogelijk tot circa 60.000 oplopen. Het aantal burgerdoden wordt tot ongeveer 80.000 geschat, mede door evacuatie, beschietingen en stadsgevechten. Ook dwangarbeid bij verdedigingsbouw leidde tot extra slachtoffers, waaronder executies en doden door kruisvuur.

Welke materiële schade en verliezen ontstonden?

De Sovjetzijde verloor materieel in de omsingelingsgevechten; het 7e Garde-gemechaniseerde Korps daalde van 186 naar 108 inzetbare T-34’s en verloor ook zelfrijdend geschut. Zware wapens zoals 280 mm mortieren werden intensief ingezet. Het 6e Leger begon de aanval met beperkte munitie- en brandstofvoorraden, zichtbaar in het aantal beschikbare vuureenheden.

Aan Duitse zijde gingen voertuigen, geschut en voorraden verloren door gevechten en door het afsluiten van herstel- en aanvoerroutes. De Luftwaffe bracht via de luchtbrug meer dan 1.486 ton goederen binnen, maar de aanvoer eindigde op 1 mei. De structurele schade was zeer groot: na de strijd werd gemeld dat 80 tot 90 procent van Breslau was verwoest. Naast Sovjetbeschietingen en bombardementen droegen ook Duitse sloopmaatregelen bij: na de verovering van het Gandauer vliegveld werd gemeld dat huizen en drie kerken werden gesloopt om een voorlopige landingsstrook van circa 2 kilometer lang en 200 tot 400 meter breed aan te leggen.

Conclusie

Het vestingbevel maakte van Breslau een langdurig verdedigingsdoel, maar de stad capituleerde op 6 mei 1945 en daarmee nog vóór de algemene capitulatie in Europa op 8 mei. De Sovjetdoelstelling van snelle inname binnen enkele dagen werd niet gehaald; daarna volgde een belegering met infanterie, zware artillerie, stormbataljons en een Duitse luchtbrug. Het resultaat was een overgave na 82 dagen, met zeer hoge verliezen, zware materiële schade en een verwoest stadsgebied. De nasleep bestond uit een grenswijziging, hernoeming tot Wrocław en grootschalige bevolkingsverplaatsingen in de jaren 1945–1949.

Bronnen en meer informatie

  1. Biddiscombe, Perry (2004). “Freies Deutschland” Guerrilla Warfare in East Prussia, 1944–1945: A Contribution to the History of the German Resistance. German Studies Review. 27(1): 45–62. DOI 10.2307/1433548.
  2. Duffy, Christopher (1991). Red Storm on the Reich. New York: Atheneum. ISBN 0-689-12092-3.
  3. Hargreaves, Richard (2011). Hitler’s Final Fortress: Breslau 1945. Mechanicsburg: Stackpole Books. ISBN 978-0-8117-1551-5.
  4. Hastings, Max (2004). Armageddon: The Battle for Germany, 1944–1945. London: Macmillan. ISBN 0-333-90836-8.
  5. Hofmann, Andreas R. (2000). Die Nachkriegszeit in Schlesien. Köln/Weimar/Wien: Böhlau.
  6. Isaev, Alexei (2018). Города-крепости Третьего рейха: Битва за фестунги [Fortress cities of the Third Reich: Battle for the festungs]. Moscow: Yauza. ISBN 978-5-9955-0993-6.
  7. Isaev, Alexey (2021). Hitler’s Fortresses in the East: The Sieges of Ternopol’, Kovel’, Poznan and Breslau, 1944–1945. Barnsley: Pen and Sword Military. ISBN 978-1-5267-8395-0.
  8. Schoenhals, Kai (1989). The Free Germany Movement: A Case of Patriotism Or Treason?. New York: Berg. ISBN 978-0-313-26390-3.
  9. Tessin, Georg (1980). Verbände und Truppen der deutschen Wehrmacht und Waffen-SS 1939–1945. Band 14. Osnabrück: Biblio Verlag.
  10. Rapport over schade aan Breslau (augustus 1945), medewerkers van de Saksische staatsadministratie.