Home Slagen, Veldtochten, Zeeslagen en Operaties Slag om Neurenberg 1945: strijd om een stad

Slag om Neurenberg 1945: strijd om een stad

Amerikaanse infanteristen trekken door verwoeste straten van Neurenberg in april 1945 tijdens de gevechten om de stad.
Amerikaanse infanterie beweegt zich door het zwaar beschadigde stadscentrum van Neurenberg tijdens de eindfase van de Tweede Wereldoorlog.

De Slag om Neurenberg (Duits: Nürnberg) vond plaats van 16 tot en met 20 april 1945, in de slotfase van de Tweede Wereldoorlog. Het Amerikaanse 7e Leger (U.S. Seventh Army) veroverde de stad na dagen stadsgevechten tegen verdedigers van Nazi-Duitsland. Het duurde vier dagen voordat het stadscentrum in Amerikaanse handen was. De gevechten brachten grote schade toe aan de stad.

Militaire en Politieke Situatie

Op 8 februari 1945 startten de Westelijke Geallieerden een nieuwe offensieve fase in Duitsland. In de weken daarna staken geallieerde legers de Rijn over en werd het Ruhrgebied omsingeld, terwijl het Rode Leger vanuit het oosten bleef oprukken. In april 1945 kwamen Amerikaanse en Sovjetlegers dichter bij elkaar te liggen. Het Duitse gebied dat nog onder controle stond, werd daarbij ingeklemd in een steeds smallere strook die ruwweg liep van Berlijn naar München en ook Neurenberg omvatte.

Binnen de geallieerde opmars rukte de 12th Army Group in het noorden op richting Berlijn. De 6th Army Group kreeg opdracht om Zuid-Duitsland en Oostenrijk binnen te gaan. Het U.S. Seventh Army maakte deel uit van deze zuidelijke opmars. De weerstand in het zuiden werd in geallieerde beschrijvingen vaak zwaarder ingeschat dan in het noorden, maar op 28 maart brak het 7e Leger uit zijn bruggenhoofd aan de Rijn, ten zuiden van Frankfurt. Na gevechten werden Aschaffenburg (3 april) en Heilbronn (12 april) ingenomen, waardoor Neurenberg open lag voor een Amerikaanse aanval.

Neurenberg had naast een militaire ook een politieke lading. In de stad vonden de Reichsparteitage plaats en het regime gebruikte de stad voor partijmanifestaties. Op 12 april beval de Duitse legerleiding de onvoorwaardelijke verdediging van steden. Adolf Hitler stelde Karl Holz aan als Reichsverteidigungskommissar en Gauleiter van Franken, verantwoordelijk voor de verdediging. Op 15 april rukte het 7e Leger op en nam het Bamberg in. Holz liet antitankhindernissen aanleggen en luchtafweergeschut rond de Altstadt plaatsen. Hij verwachtte een aanval vanuit het westen en ging er desondanks van uit dat de Amerikanen vroeg of laat zouden opgeven.

Kerngegevens:

  • Periode: 16–20 april 1945
  • Aanvallers: U.S. Seventh Army
  • Verdedigers: Duitse troepen onder leiding van Karl Holz
  • Belangrijkste doelen: buitenwijken, infrastructuur en de Altstadt
  • Einde: overgavebevel op 20 april en inname van het centrum

Locatie

Neurenberg ligt in Franken, in het noorden van Beieren, en was in 1945 een knooppunt van spoorlijnen en hoofdwegen. Voor een oprukkend leger maakte dat de stad relevant voor transport, bevoorrading en het verbinden van marsroutes in Zuid-Duitsland. Het gevecht verliep daarom langs toegangsroutes en sleutelgebieden richting het centrum.

De Altstadt vormde het zwaartepunt van de verdediging. Dit compacte historische stadsdeel bestond uit dichte bebouwing en smalle straten. Voor de aanvaller betekende dit korte zichtlijnen, beperkte manoeuvreerruimte en een sterke afhankelijkheid van infanterie die straat voor straat en gebouw voor gebouw moest oprukken. Monumenten, waaronder de Nürnberger Burg, lagen in het gebied dat onder artillerievuur kwam te liggen.

Naast de Altstadt speelden andere locaties een rol. Het rangeerterrein (marshalling yard) was een logistiek doel dat invloed had op spoorverkeer en verplaatsingen. Ook het vliegveld ten noorden van de stad werd een militair doel in de beginfase. Stadswijken aan de oostelijke en noordoostelijke rand, zoals Erlenstegen en Buch, waren de eerste gebieden waar de aanval de bebouwde kom bereikte.

Militaire Leiders

Aan Amerikaanse zijde stond het U.S. Seventh Army in april 1945 onder bevel van luitenant-generaal Alexander Patch. In de gevechten om de Altstadt en het centrum waren vooral twee divisiecommandanten zichtbaar. De 3rd Infantry Division stond onder bevel van major general John W. O’Daniel en de 45th Infantry Division onder major general Robert T. Frederick. Deze divisies voerden de aanval op de stad en legden op 20 april de ring om het historische centrum.

Aan Duitse zijde was Karl Holz de belangrijkste bestuurder en organisator van de verdediging. Hij combineerde de functies van Gauleiter van Franken en Reichsverteidigungskommissar. De burgerlijke leiding lag bij burgemeester Willy Liebel. Na de dood van Holz trad kolonel Wolf op als tweede man en gaf hij het bevel tot overgave van de Duitse troepen in het gebied.

In de beschrijving van de gevechten komt ook Arthur Schoeddert voor, aangeduid als een functionaris bij de luchtafweerartillerie. Hij voerde een bevel om de elektriciteits-, gas- en waterinstallaties van de stad op te blazen niet uit.

Doelstelling en planning

Voor het U.S. Seventh Army was de inname van Neurenberg onderdeel van de opdracht om Zuid-Duitsland te bezetten en de Duitse strijdkrachten verder te ontregelen. De stad was een vervoersknooppunt en lag op routes richting andere doelen in Beieren. Een verdedigd stedelijk gebied kon de opmars vertragen en extra inzet vragen van artillerie, genie en luchtsteun. Het Amerikaanse doel was daarom om de stad te isoleren, de toegang tot het centrum te openen en het stadscentrum onder controle te brengen.

De planning werd zichtbaar in de gekozen aanvalsrichting. Karl Holz verwachtte een aanval vanuit het westen, maar de aanval begon vanuit het oosten en noordoosten. Daardoor konden Amerikaanse eenheden de buitenwijken aan die kant snel bezetten en posities innemen voor vuursteun richting de Altstadt. De volgorde van doelen—eerst buitenwijken en infrastructuur, daarna het historische centrum—paste bij een gefaseerde aanpak om de verdediging te splijten en het centrum af te sluiten.

Aan Duitse zijde stond het plan in het teken van vasthouden. Holz liet antitankbarrières bouwen en luchtafweerkanonnen rond de Altstadt opstellen. Tegelijk bestond er een bevel om vitale voorzieningen te vernietigen. Het niet uitvoeren van dit bevel door Schoeddert betekende dat nutsinstallaties niet op bevel werden opgeblazen, hoewel gevechtsschade bleef optreden.

Militaire eenheden

De strijd om Neurenberg werd gevoerd door onderdelen van het U.S. Seventh Army. De kern van de aanval bestond uit de 3rd Infantry Division en de 45th Infantry Division. In de eindfase, toen de gevechten zich concentreerden rond de Altstadt, werd zware artillerie en luchtsteun ingezet om Duitse steunpunten te onderdrukken en doorbraken mogelijk te maken.

Een stadsgevecht vraagt daarnaast om ondersteunende eenheden. Genie-eenheden ruimen hindernissen en maken routes begaanbaar, terwijl artillerie-eenheden indirect vuur leveren. Verbindingsmiddelen en verkenning ondersteunen de coördinatie in een gebied waar eenheden verspreid opereren en waar straten door puin en blokkades worden begrensd. Deze combinatie van infanterie en ondersteuning bepaalde het tempo van de opmars.

De Duitse verdediging stond onder leiding van Holz en bestond uit troepen die in en rond de stad beschikbaar waren. De bronnen noemen het gebruik van luchtafweerkanonnen in een grondrol en de aanleg van antitankhindernissen. De Amerikaanse aanvalsmacht was groter dan de Duitse verdediging, maar het centrum werd pas op 20 april ingenomen.

Het verloop van de Slag om Neurenberg

Op 16 april 1945 begon het U.S. Seventh Army de aanval op Neurenberg. De aanval kwam vanuit het oosten en noordoosten. Aan het einde van de dag hadden Amerikaanse troepen de stadsrand bereikt en delen van Erlenstegen en Buch bezet. In dezelfde periode werd een bevel om de elektriciteits-, gas- en waterinstallaties te vernietigen niet uitgevoerd, waardoor deze voorzieningen niet op bevel werden opgeblazen.

Op 17 april namen Amerikaanse troepen het rangeerterrein en de directe omgeving in. Ook de wijken Veilhofstraße en Wöhrd kwamen in Amerikaanse handen. Tegen de avond viel het vliegveld ten noorden van de stad. Vanaf dat moment begon de artilleriebeschieting van de Altstadt, als voorbereiding op de doorbraak naar het centrum.

Op 18 april verschoof de strijd naar de directe omgeving van de Altstadt. De gevechten gingen samen met beschadiging en vernieling van gebouwen in en rond het oude stadsdeel. Ook de Nürnberger Burg liep schade op. Amerikaanse eenheden bereikten de Altstadt via de Burgschmietstraße, terwijl artillerievuur werd voortgezet om verdedigingspunten te onderdrukken.

Op 19 april werd de druk op het centrum verder opgevoerd. De Amerikaanse inzet was gericht op het afsluiten van de Altstadt en het uitschakelen van afzonderlijke steunpunten die de toegangsroutes dekten. Waar de verdediging geconcentreerd bleef, werden zware artillerie en luchtsteun ingezet om verplaatsingen te beperken en weerstand te breken.

Op 20 april legden de 3rd Infantry Division en de 45th Infantry Division de ring om de Altstadt. Major general John W. O’Daniel en major general Robert T. Frederick stonden aan het hoofd van de divisies die het centrum onder directe druk zetten. De Duitse weerstand bleef groot genoeg om zware artillerie en luchtsteun in te zetten. Tijdens deze fase pleegde burgemeester Willy Liebel zelfmoord in zijn bunker.

Karl Holz bleef weerstand organiseren vanuit het politiebureau in de Altstadt. Amerikaanse troepen boden hem vier mogelijkheden voor een vreedzame overgave, maar hij weigerde. Toen het gebouw werd ingenomen, kwam Holz om het leven. Daarna concludeerde kolonel Wolf dat de stad niet meer kon worden gehouden. Om 11.00 uur gaf hij bevel dat Duitse troepen in het gebied zich moesten overgeven. In de avond van 20 april, op de 56e verjaardag van Adolf Hitler, werd de Amerikaanse vlag gehesen op Adolf-Hitler-Platz, waarmee de strijd formeel eindigde.

Resultaat

Tactisch betekende de slag dat Neurenberg volledig onder Amerikaanse controle kwam en dat georganiseerde Duitse weerstand in de stad eindigde. De inname van het centrum op 20 april maakte het mogelijk om de opmars in Zuid-Duitsland voort te zetten. De overgave na de dood van Holz beëindigde het gevecht in het stadsgebied.

Strategisch paste de inname van Neurenberg in de bredere afbraak van de Duitse verdediging in april 1945. Na de doorbraken aan de Rijn en de omsingeling van het Ruhrgebied konden geallieerde formaties in meerdere richtingen doorstoten. Neurenberg was daarbij zowel een logistiek knooppunt als een stedelijk obstakel dat, wanneer het werd verdedigd, extra middelen vergde.

Politiek en maatschappelijk was Neurenberg verbonden met de Reichsparteitage en met de rol van de stad in de propaganda van het regime. Na de oorlog werd Neurenberg bovendien bekend als locatie van internationale processen tegen vertegenwoordigers van het naziregime. In april 1945 zelf stond vooral de fysieke schade centraal: de gevechten en beschietingen verwoestten delen van de stad en troffen ook het historische stadsdeel.

In Amerikaanse en Duitse beschrijvingen wordt de val van de stad ook in verband gebracht met een verdere daling van de Duitse moraal, die in april 1945 al laag was.

Militaire en burger slachtoffers

De beschrijving van de slag noemt de duur van de gevechten en de zware schade aan de stad, maar geeft geen eenduidige totaalcijfers voor slachtoffers in de vijf dagen binnen de stadsgrenzen. Wel maakt de inzet van artillerie en luchtsteun duidelijk dat de strijd gepaard ging met verliezen aan beide zijden en met risico’s voor burgers die in de stad verbleven.

Na de inname konden Amerikaanse eenheden hun operatie voortzetten binnen een organisatie voor bevoorrading en aanvulling. Aan Duitse zijde was de militaire situatie in april 1945 verslechterd, waardoor het compenseren van verliezen en het opbouwen van nieuwe verdedigingslinies steeds lastiger werd. In Neurenberg leidde dat tot een verdediging met de middelen die ter plaatse beschikbaar waren.

Materiele verliezen

De materiële schade in Neurenberg was het directe gevolg van gevechten in bebouwd gebied, artilleriebeschietingen en inzet van luchtsteun. Vooral de Altstadt werd zwaar getroffen. Monumentale gebouwen, waaronder de Nürnberger Burg, liepen schade op, en woon- en nutsinfrastructuur raakte beschadigd.

Het niet uitvoeren van het bevel om elektriciteits-, gas- en waterinstallaties op te blazen voorkwam doelbewuste vernietiging van die voorzieningen. Dat betekende niet dat zij onbeschadigd bleven, maar het maakte herstel minder afhankelijk van volledige herbouw. Aan militaire zijde gingen voertuigen, wapens en voorraden verloren door direct vuur en door de beperkingen van opereren in vernielde straten en bij blokkades.

Conclusie

De Slag om Neurenberg (16–20 april 1945) was een stadsgevecht in de laatste weken van de oorlog in Europa. Het U.S. Seventh Army begon de aanval vanuit het oosten en noordoosten en nam na vier dagen het stadscentrum in op 20 april. De Duitse verdediging, georganiseerd onder Karl Holz, eindigde met een overgavebevel van kolonel Wolf. De strijd had militaire betekenis als verovering van een vervoersknooppunt en politieke betekenis door de rol van Neurenberg in de nazi-periode. De gevechten veroorzaakten grote schade, vooral in de Altstadt.

Bronnen en meer informatie

  1. MacDonald, Charles B. (1993). The Last Offensive. Washington D.C.: U.S. Government Printing Office. ISBN 978-0-16-061310-4.
  2. Bedessem, Edward M. (1996). Central Europe, 22 March – 11 May 1945. Washington D.C.: U.S. Army Center of Military History. ISBN 0-16-048136-8.
  3. Fritz, Stephen G. (2004). Endkampf: Soldiers, Civilians, and the Death of the Third Reich. Lexington: University Press of Kentucky. ISBN 978-0-8131-2325-7.
  4. Ziemke, Earl F. (1990). U.S. Army in the Occupation of Germany 1944–1946. Washington D.C.: U.S. Government Printing Office. ISBN 978-0-16-036185-2.
  5. Hastings, Max (2011). All Hell Let Loose: The World at War 1939–1945. London: HarperPress. ISBN 978-0-00-745797-1.
  6. Diefenbacher, Michael; Fischer-Pache, Wiltrud (2004). Der Luftkrieg gegen Nürnberg. Nürnberg: Verlag Ph.C.W. Schmidt. ISBN 978-3-87707-634-7.
  7. Fritzsch, Robert (1984). Nürnberg im Krieg. Düsseldorf: Droste Verlag. ISBN 978-3-7700-0697-9.
  8. Kunze, Karl (1995). Kriegsende in Franken und der Kampf um Nürnberg im April 1945. Nürnberg: Edelmann. ISBN 978-3-87191-207-8.
  9. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946