John W. O’Daniel: frontcommandant in drie oorlogen

Luitenant-generaal John W. O’Daniel (1894–1975) was een Amerikaanse beroepsofficier die diende in de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog en de Koreaanse Oorlog. Hij werd vooral verbonden met de 3rd Infantry Division, voerde bevel in Noord-Afrika, Italië, Frankrijk en Duitsland en combineerde frontdienst later met opleiding, inspectie en militaire diplomatie. Zijn vaste motto luidde “sharpen your bayonet”.

Vroege leven en opleiding

Jeugd en studie

John Wilson O’Daniel werd geboren in Newark, Delaware. In 1912 voltooide hij zijn middelbare schoolopleiding in Oxford, Pennsylvania, en daarna ging hij naar Delaware College in Newark, het latere University of Delaware. Daar speelde hij varsity football en kreeg hij de bijnaam “Mike”. Die bijnaam bleef zijn hele loopbaan in gebruik. Zijn vorming bestond daarmee al vroeg uit sport, discipline en onderwijs.

Eerste militaire ervaring

Nog voor zijn afstuderen begon zijn militaire loopbaan bij de Delaware National Guard. In 1913 trad hij toe tot Company E van het 1st Delaware Infantry Regiment. Op 19 juli 1916 werd hij gemobiliseerd voor dienst aan de grens met Mexico en diende hij in Deming, New Mexico, eerst als korporaal en daarna als sergeant. Die periode gaf hem praktische ervaring met leidinggeven. Op 15 februari 1917 verliet hij deze dienst eervol.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Start als officier

Na zijn afstuderen aan Delaware College in 1917 werd O’Daniel officier in een leger dat zich op inzet in Europa voorbereidde. Op 15 augustus 1917 kreeg hij een aanstelling als second lieutenant in de Infantry Branch van de United States Army Reserve na opleiding op Fort Myer in Virginia. Op 26 oktober volgde zijn vaste aanstelling. Hij werd geplaatst bij het 11th Infantry Regiment van de 5th Division op Camp Forrest in Tennessee en kreeg het bevel over een peloton van K Company. Zijn compagniescommandant was Mark W. Clark, met wie hij later opnieuw zou samenwerken.

Saint-Mihiel en Meuse-Argonne

In mei 1918 vertrok hij met de American Expeditionary Forces naar het Westelijk Front. Nadat Clark tot bataljonscommandant was bevorderd, nam O’Daniel het bevel over K Company over. Tijdens de Slag bij Saint-Mihiel op 12 september 1918 raakte hij zwaar gewond aan het hoofd, maar hij bleef zijn mannen leiden totdat uitputting hem uitschakelde. Voor dit optreden ontving hij het Distinguished Service Cross en het Purple Heart. Aan deze episode hield hij ook de bijnaam “Iron Mike” over.

Na zijn herstel nam hij deel aan het Meuse-Argonne-offensief, een van de grootste operaties in de geschiedenis van de Amerikaanse strijdkrachten. Daarmee sloot hij zijn eerste oorlogservaring af met gevechtsdienst in twee zware offensieven van 1918. In september 1919 keerde hij naar de Verenigde Staten terug en later werd hij overgeplaatst naar het 25th Infantry Regiment bij Nogales in Arizona. De oorlog had hem blijvend gevormd als infanterieofficier met ervaring onder direct vuur.

Interbellum: opleiding, instructie en stafdienst

Instructie en verdere scholing

In de jaren twintig ontwikkelde O’Daniel zich van frontofficier tot instructeur en stafofficier. In mei 1924 werd hij infanterie-instructeur bij de New Jersey National Guard in Trenton. Vervolgens volgde hij de Infantry School op Fort Benning, waar hij in mei 1928 afstudeerde. Daarna diende hij bij het 21st Infantry Regiment op Schofield Barracks in Hawaï. In januari 1930 kreeg hij het bevel over het Military Police Detachment van het Hawaiian Department op Fort Shafter. Vanaf oktober 1931 diende hij bij het 12th Infantry Regiment op Fort Howard in Maryland.

Openbare dienst en commandostaf

In de jaren dertig vervulde hij ook functies buiten de klassieke gevechtsleiding. In 1933 werkte hij voor de New York Port of Embarkation tijdens de bedevaart van oorlogsmoeders en weduwen en later dat jaar voor het Civilian Conservation Corps in North Carolina. Daarna volgden plaatsingen bij het 22nd Infantry Regiment, de Tennessee Valley Authority en District D van het Civilian Conservation Corps op Fort McClellan in Alabama. In augustus 1935 werd hij majoor.

Een jaar later werd hij docent militaire wetenschap en tactiek in Augusta, Georgia. Tussen 1938 en 1939 volgde hij de Command and General Staff School op Fort Leavenworth. Daarna gaf hij instructie in Michigan als docent voor het Citizen’s Military Training Camp en de Officer’s Reserve Corps. In augustus 1939 werd hij branche-instructeur in de Michigan Military Area met hoofdkwartier in Detroit. Op 18 augustus 1940 werd hij bevorderd tot lieutenant colonel.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Training en eerste oorlogsopdrachten

In januari 1941 kreeg O’Daniel het bevel over het 2nd Battalion van het 24th Infantry Regiment op Fort Benning. Met deze eenheid nam hij deel aan de Louisiana-manoeuvres van de Third Army. Na de Amerikaanse deelname aan de oorlog werd hij op 24 december 1941 bevorderd tot kolonel. Daarna diende hij als assistent-stafchef voor operaties van de Third Army en als directeur van het Junior Officers Training Center in San Antonio. In juni 1942 werd hij operationeel officier van het Amphibious Training Center op Camp Edwards in Massachusetts.

Noord-Afrika, Sicilië en Salerno

In juli 1942 ging O’Daniel naar het geallieerde hoofdkwartier in Europa als commandant van de American Invasion Training School in het Verenigd Koninkrijk. In september kreeg hij het bevel over het 168th Infantry Regiment van de 34th Infantry Division. Tijdens Operation Torch landde hij in Frans Noord-Afrika en was hij betrokken bij de inname van Algiers en de opmars naar Tunis. Op 20 november 1942 werd hij brigadier general. Daarna bouwde hij in Noord-Afrika het U.S. Fifth Army Invasion Training Center op voor nieuwe amfibische landingen.

In juli 1943 landde hij met de 3rd Infantry Division op Sicilië tijdens Operation Husky. Kort daarna werd hij voor de landingen bij Salerno toegevoegd aan de 36th “Texas” Infantry Division. Hij ging daar mee aan land en speelde een rol in de verdediging van het bruggenhoofd en de organisatie van de strandoperaties. Fred L. Walker kende hem later de Silver Star toe. Deze opdrachten brachten hem steeds dichter bij een divisiebevel in gevecht.

Anzio en het bevel over de 3rd Infantry Division

Op 10 oktober 1943 werd O’Daniel verantwoordelijk voor amfibische operaties van de Fifth Army. Een maand later werd hij assistent-divisiecommandant van de 3rd Infantry Division onder Lucian Truscott. De divisie vocht aan de Volturno-linie en liep vast voor de Duitse Winter Line. In januari 1944 nam zij deel aan de landingen bij Anzio. Daar nam O’Daniel in februari het divisiebevel over, toen Truscott naar het VI Corps ging. Onder zijn leiding sloeg de divisie Duitse tegenaanvallen af, brak zij in mei uit het bruggenhoofd uit tijdens Operation Diadem en rukte zij op naar Rome. Op 30 mei 1944 werd hij major general. In deze periode stond ook Audie Murphy onder zijn bevel.

Zuid-Frankrijk, Duitsland en de eindfase

Vanaf augustus 1944 leidde O’Daniel de 3rd Infantry Division bij de landing op het schiereiland Saint-Tropez in Zuid-Frankrijk. Daarna trok de divisie door de Rhônevallei, de Vogezen, naar Straatsburg en de Colmar Pocket en brak zij in maart 1945 bij Zweibrücken door de Siegfriedlinie. O’Daniel vloog geregeld in een licht vliegtuig boven de frontlijn en liet briefjes vallen om zijn troepen tot verdere opmars aan te zetten. Die werkwijze paste bij zijn directe stijl van bevelvoering.

In april 1945 vocht de divisie zich door Neurenberg. Op 20 april bereikten onderdelen van het 30th Infantry Regiment het centrale plein, waar straatborden tijdelijk werden vervangen door “Eiserner Michael Platz”, naar zijn bijnaam. Daarna volgden Augsburg, München, Salzburg en Berchtesgaden. Op 5 mei 1945 droegen vertegenwoordigers van veldmaarschalk Albert Kesselring zich aan hem over, waarna zij aan generaal Jacob L. Devers werden overgedragen. Een bekend oorlogssouvenir van O’Daniel was een broek van Hermann Göring. Na de oorlog werd gemeld dat de 3rd Infantry Division ongeveer een kwart van alle tijdens de oorlog toegekende Medals of Honor had ontvangen.

Na de oorlog

Fort Benning en Moskou

Na 1945 werkte O’Daniel kort op het hoofdkwartier van Army Ground Forces in Washington en werd hij vervolgens commandant van de U.S. Army Infantry School op Fort Benning. In november 1946 werd hij daar ook bevelvoerend generaal. In 1948 volgde benoeming tot militair attaché in Moskou, waar hij tot augustus 1950 bleef. Later zei hij dat hij daar voor de enige keer al zijn onderscheidingen droeg om indruk te maken op zijn Sovjetgastheren. Daarna schreef hij een kritisch tijdschriftartikel over die ervaring, waarop Pravda hem een spion en leugenaar noemde.

Korea en de Pacific

In juli 1951 ging hij naar Korea als commandant van het U.S. I Corps van de Eighth Army. Tijdens deze inzet ontving hij de Air Medal en de Commendation Ribbon. Zijn ervaringen versterkten zijn waardering voor luchttransport; hij noemde de luchtbrug naar Korea een van de opvallende vernieuwingen van die oorlog. Op 20 december 1951 droeg hij zijn derde ster. Vanaf 1 september 1952 was hij bevelvoerend generaal van U.S. Army Forces Pacific op Hawaï.

Indochina en Zuid-Vietnam

In april 1954 wees president Dwight D. Eisenhower hem aan als hoofd van de Military Assistance Advisory Group voor Indochina. Voor deze opdracht aanvaardde O’Daniel vrijwillig een lagere rang om de Franse bevelhebber niet te overtreffen. Zijn benoeming riep discussie op, maar Eisenhower verdedigde hem en stelde dat hij over meer tact beschikte dan critici aannamen. O’Daniel leidde uiteindelijk een groep van 342 militairen die de defensie van Zuid-Vietnam moest helpen opbouwen binnen de grenzen van het Akkoord van Genève.

Toen Frankrijk zich verder uit het gebied terugtrok, bepleitte hij een grotere Amerikaanse aanwezigheid. Daarna kwamen nog 350 extra manschappen beschikbaar voor opleiding en uitrusting van Zuid-Vietnamese troepen. Eind 1955 droeg hij zijn commando over aan Samuel Tankersley Williams. Bij het Quang Trung National Training Center bij Saigon werd later een monument voor hem geplaatst. Daarmee bleef zijn naam ook na zijn vertrek verbonden aan de opbouw van het Zuid-Vietnamese leger.

Pensionering en overlijden

O’Daniel ging op 31 december 1955 met pensioen. Tijdens de afscheidsplechtigheid in het Pentagon herinnerde generaal Maxwell Taylor aan de race om Berchtesgaden in mei 1945, waarbij O’Daniels troepen de 101st Airborne Division voorbleven. Na zijn actieve loopbaan werd hij voorzitter van American Friends of Vietnam. Hij schonk zijn alma mater een portret van Ngo Dinh Diem en bezocht Delaware nog in 1971. Een olieverfschilderij van Stanley Arthurs uit 1945 hangt in Alumni Hall van de University of Delaware.

Hij overleed op 27 maart 1975 in San Diego. Zijn eerste vrouw Ruth was in 1965 gestorven; zijn tweede vrouw Gretchen, een dochter en vier kleinkinderen overleefden hem. Zijn enige zoon sneuvelde in 1944 bij Arnhem tijdens Operation Market Garden, en ook zijn broer kwam tijdens de Eerste Wereldoorlog om het leven. Zo kende de familie O’Daniel verliezen in twee verschillende oorlogen.

Militaire Rangen

De bevorderingen van O’Daniel tonen een gestage opbouw van jonge infanterieofficier tot luitenant-generaal. In 1917 werd hij second lieutenant en later dat jaar regulier officier. In augustus 1935 werd hij majoor, op 18 augustus 1940 lieutenant colonel en op 24 december 1941 kolonel. Op 20 november 1942 volgde bevordering tot brigadier general, op 30 mei 1944 tot major general en op 20 december 1951 tot lieutenant general. Voor zijn opdracht in Indochina accepteerde hij in 1954 tijdelijk een lagere rang.

Onderscheidingen

Zijn onderscheidingen omvatten het Distinguished Service Cross, de Army Distinguished Service Medal met drie Oak Leaf Clusters, de Silver Star met Oak Leaf Cluster, de Legion of Merit met drie Oak Leaf Clusters, de Bronze Star met drie Oak Leaf Clusters en het Purple Heart. Daarnaast ontving hij buitenlandse onderscheidingen zoals de Franse Croix de Guerre 1939-1945, de Britse Order of the Bath en de Italiaanse Medaglia d’Argento al Valore Militare. Buiten de krijgsmacht kreeg hij de Governor’s Medal van Delaware, de Conspicuous Service Cross of Delaware en in 1956 een eredoctoraat van de University of Delaware.

Conclusie

John W. O’Daniel behoorde tot de groep Amerikaanse bevelhebbers die in drie grote oorlogen operationele ervaring opdeden. Zijn loopbaan liep van de grensdienst met Mexico via Saint-Mihiel, Anzio en Berchtesgaden naar Korea en de vroege Amerikaanse betrokkenheid in Indochina. Daarmee verbindt zijn carrière verschillende fasen van de Amerikaanse militaire geschiedenis in de eerste helft van de twintigste eeuw. Dwight D. Eisenhower omschreef hem in zijn memoires als een van de opvallendste Amerikaanse gevechtsofficieren.

Bronnen en meer informatie

  1. Stoy, Lieutenant Colonel Timothy R. (2022). Sharpen Your Bayonets: A Biography of Lieutenant General John Wilson “Iron Mike” O’Daniel, Commander, 3rd Infantry Division in World War II. Casemate. ISBN 978-1-63624-240-8.
  2. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946