Home Schepen Escort aircraft carrier USS Gambier Bay (CVE-73): escortevliegdekschip

USS Gambier Bay (CVE-73): escortevliegdekschip

USS Gambier Bay (CVE-73), escortevliegdekschip van de US Navy, tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Stille Oceaan.
Het escortevliegdekschip USS Gambier Bay (CVE-73) van de US Navy tijdens de operaties in de Stille Oceaan, 1944.

USS Gambier Bay (CVE-73) was een escortevliegdekschip van de Casablanca-klasse in dienst bij de United States Navy. Het schip werd in december 1943 in gebruik genomen en opereerde in 1944 in de centrale en westelijke Stille Oceaan. Tijdens de Slag bij Samar, onderdeel van de Slag in de Golf van Leyte, werd Gambier Bay op 25 oktober 1944 tot zinken gebracht door vijandelijk oppervlaktevuur, waarbij slagschip Yamato een hoofdrol speelde. Het schip was het enige Amerikaanse vliegdekschip in de Tweede Wereldoorlog dat uitsluitend door artillerievuur van oppervlakteschepen tot zinken werd gebracht.

Ontwerp en constructie

Gambier Bay behoorde tot de Casablanca-klasse, ontworpen voor snelle massaproductie op basis van een gestandaardiseerde romp. De kiel werd gelegd op 10 juli 1943 bij Kaiser Shipbuilding Company, Vancouver (Washington). De tewaterlating volgde op 22 november 1943, met indienststelling op 28 december 1943 te Astoria (Oregon) onder commando van Captain Hugh H. Goodwin. Het schip had een standaardwaterverplaatsing van circa 8.188 long tons en een volle belading van circa 10.902 long tons.

De lengte bedroeg 156,13 meter over alles, met een maximale breedte van 33 meter en een diepgang van 6,86 meter. De voortstuwing bestond uit twee Skinner Uniflow stoommachines gevoed door vier ketels, goed voor 9.000 ihp op twee schroeven. De maximale snelheid lag rond 19 knopen, met een actieradius van ongeveer 10.240 zeemijl bij 15 knopen. De standaardbemanning telde circa 860 personen. Dekinstallaties omvatten twee liften en één katapult, met een nominale groep van circa 28 vliegtuigen.

Bewapening

De oorspronkelijke luchtafweer- en algemene verdediging bestond uit één 5 inch/38 kaliber dubbelfunctiekanon, zestien 40 mm Bofors (acht tweelingsopstellingen) en twintig 20 mm Oerlikon-kanons in enkelopstelling. Deze configuratie was gericht op verdediging tegen vliegtuigen en beperkte oppervlaktebedreigingen.

Bepantsering

De Casablanca-klasse was niet voorzien van een pantsergordel. Bescherming bestond voornamelijk uit constructieve fragmentbescherming en lokale versterkingen rond munitie- en brandstofopslag. De vlieg- en hangardekken waren niet gepantserd, wat kwetsbaarheid gaf bij treffers van middel- en zwaar kaliber.

Vliegtuigen aan boord

Als escortevliegdekschip voerde Gambier Bay tijdens 1944 een samengesteld squadron (Composite Squadron VC-10), doorgaans bestaande uit Grumman FM-2 Wildcats (jacht/konvooiverdediging) en Grumman TBM-1C Avengers (aanval/ASW), samen ongeveer 28 toestellen. De samenstelling kon per operatie variëren binnen deze typen.

Sensoren en dataverwerking

De sensorketen en informatieverwerking aan boord van Gambier Bay sloten aan bij de standaard voor de Casablanca-klasse. Voor luchtwaarschuwing werd de SC-radar gebruikt. Dit VHF-systeem bood vroegtijdige detectie van naderende vliegtuigen, waarbij detectieafstanden afhankelijk waren van vlieghoogte, atmosferische omstandigheden en zeestaat. De data hielpen bij het tijdig vormen van Combat Air Patrol (CAP) en het in gereedheid brengen van luchtafweer. De resolutie en doelonderscheiding waren beperkt vergeleken met latere oorlogsgeneraties, maar voldoende voor algemene waarschuwing en richtingindicaties.

Voor oppervlaktewaarneming was SG-radar geïnstalleerd. Dit S-band systeem leverde nauwkeurige doelpeilingen en afstanden van schepen en kustlijnen, ook bij duisternis, neerslag of rookontwikkeling. SG-radar ondersteunde navigatie, zeetoomanagement en tactische manoeuvres, inclusief koerswijzigingen onder vijandelijk vuur.

De Casablanca-schepen hadden geen boordsonar. Actieve onderzeebootbestrijding (ASW) berustte op de schermende destroyers en destroyer escorts in de taakgroep, die waren uitgerust met sonar, dieptebommen en later hedgehog-werpers. De carrier zelf leverde ASW-capaciteit via haar luchtgroep: TBM-Avengers konden patrouilles uitvoeren met dieptebommen of raketten en verkennende zoekpatronen vliegen ter detectie en afschrikking van onderzeeboten. Deze gelaagde aanpak combineerde lucht- en oppervlaktecomponenten.

De kern van de tactische besluitvorming bevond zich in het Combat Information Center (CIC). Het CIC consolideerde radarinvoer (SC/SG), koers- en snelheidsgegevens van eigen eenheden, rapportages van escorteschepen en meldingen van CAP- en strike-elementen. Vanuit het CIC werden dreigingsinschattingen, koersaanpassingen, rooklegging en inzetvolgorde voor luchtoperaties voorgesteld aan de commandant. Op vliegdekschepen werd deze functie ook wel Combat Direction Center (CDC) genoemd.

Daarnaast waren er het Air Operations Center (AirOps), verantwoordelijk voor sortiebereidstelling, taakverdeling (fighter/ASW/anti-shipping), briefing en debriefing; en het Carrier Air Traffic Control Center (CATCC), dat verkeerspatronen, marshalling, naderingen, holds, wave-offs en recovery-procedures beheerde in wisselende wind- en zeestaten. De combinatie van SC/SG-radar, CIC/CDC, AirOps en CATCC stelde escortevliegdekschepen in staat zelfstandig te opereren en, waar nodig, leiding te nemen over Hunter-Killer Groups tegen onderzeeboten. Deze inrichting is bevestigd in klasseoverzichten en operationele handreikingen.

Modificaties

Tijdens de korte dienstperiode zijn geen fundamentele scheepsmodificaties gedocumenteerd die de hoofdconfiguratie wezenlijk veranderden. AA-opstellingen, radarinstellingen en deck handling-procedures werden operationeel bijgesteld, conform vlootervaringen in de Marianen- en Palau-operaties. Eventuele vervangingen betroffen onderhoud, munitie- en sensorkalibratie, en routineaanpassingen aan vlieg- en opslagfaciliteiten.

Status schip tijdens de oorlog

Gambier Bay kwam eind 1943 in dienst en voldeed in 1944 aan de toenmalige standaarden voor escortevliegdekschepen: operationeel inzetbare SC- en SG-radars, een functionerend CIC/CDC en een luchtgroep afgestemd op CAP, close air support en ASW. Het schip was niet uitgerust met sonar en had geen pantserdek of gordel, wat overeenkwam met het klassenontwerp. Onderhoud en tussentijdse updates werden uitgevoerd tijdens terugkerende logistieke periodes in de Marshalleilanden en bij Manus, zonder structurele modernisering.

Operationele geschiedenis

Shakedown, training en ferry-taken (januari–mei 1944)

Na proefvaart en inslingeren vanuit San Diego vertrok Gambier Bay op 7 februari 1944 met troepen naar Pearl Harbor. In de Marshalleilanden leverde zij 84 vervangingsvliegtuigen aan USS Enterprise, waarna zij via Pearl Harbor naar San Diego terugkeerde met toestellen voor herstel en kwalificeerde zij deklandingen voor piloten voor de zuid-Californische kust. Op 1 mei voegde het schip zich bij Carrier Support Group 2 (TG 52.11) ter voorbereiding op de Marianen-operatie.

Marianen: Saipan, Tinian en Guam (juni–augustus 1944)

Op 15 juni leverde Gambier Bay nauwe luchtsteun tijdens de landingen op Saipan, met het uitschakelen van geschutsstellingen, voertuigen en troepenconcentraties. Op 17 juni onderschepte en verspreidde de CAP een grote vijandelijke luchtaanval; scheepsluchtafweer schoot meerdere toestellen neer die door de CAP heenbraken. Op 18 juni werden verdere luchtaanvallen gemeld; VC-10-piloten stegen op onder intensieve luchtafweer van de eigen taakgroep. Het schip bleef voor Saipan opereren met CAS-missies, terwijl de vlootcarriers in de Slag in de Filipijnenzee de Japanse vliegdekschepenluchtmacht zware verliezen toebrachten. Van 19 tot en met 31 juli ondersteunde Gambier Bay de gevechten op Tinian en vanaf eind juli tot 11 augustus leverde zij identieke steun bij Guam.

Palau-eilanden en verplaatsing naar de Filipijnen (september–oktober 1944)

Na een logistieke pauze in de Marshalls voerde Gambier Bay tussen 15 en 28 september ondersteuning bij de amfibische aanvallen op Peleliu en Angaur. Vervolgens stoomde het schip via Hollandia (Jayapura) naar Manus op de Admiraliteiteneilanden, waar de invasie van de Filipijnen werd voorbereid. Op weg naar Leyte escorteerden Gambier Bay en zusterschip Kitkun Bay, afgeschermd door destroyer escorts, transports en landingsschepen veilig de Golf van Leyte binnen. Op 19 oktober 1944 sloot Gambier Bay zich aan bij Taffy 3, één van drie escortcarrierformaties (Taffy 1–3) onder Rear Admiral Clifton A. F. Sprague, belast met luchtdekking, CAS, verkenning en CAP boven Leyte en de toegangen tot de golf.

Slag bij Samar en verlies van het schip (25 oktober 1944)

In de nacht van 24 op 25 oktober passeerde de Japanse Centrale Strijdmacht onder Viceadmiraal Takeo Kurita onopgemerkt de San Bernardino-straat. In de ochtend loste de mist en werden op de noordelijke horizon de masten en bovenbouw van slagschepen en kruisers zichtbaar. Taffy 3, bestaande uit zes escortcarriers met een lichte scherming, was numeriek en vuurkrachtmatig onderbedeeld tegenover vier slagschepen, zes zware kruisers, twee lichte kruisers en elf destroyers.

De carriers draaiden naar het oosten om vliegtuigen te lanceren en naar het zuiden om regenbuien en rookgordijnen te benutten, terwijl de escorterende destroyers en destroyer escorts aanvielen met torpedo’s en artillerie. VC-10 en andere eigen luchtgroepen voerden herhaalde aanvallen en ‘dry runs’ uit om de formatie te verstoren. Rond 08.10 kwam Gambier Bay onder zwaar artillerievuur. Yamato trof het schip met 46 cm granaten; bijkomende treffers volgden, waaronder schade aan de machinekamer die de snelheid verlaagde en het schip uiteindelijk tot stilstand bracht.

Aanvullende treffers van Japanse kruisers en de lichte kruiser Noshiro werden gemeld. Om 08.50 werd ‘abandon ship’ bevolen. Gambier Bay kapseisde om 09.07 en zonk om 09.11 op circa 11°31′N, 126°12′O. Ongeveer 147 bemanningsleden kwamen om; bijna 800 overlevenden werden in de daaropvolgende dagen opgepikt door vaartuigen uit Leyte-gebied. Naast Gambier Bay gingen in deze gevechten ook USS St. Lo, USS Hoel, USS Samuel B. Roberts en USS Johnston verloren. De combinatie van hardnekkige tegenaanvallen door oppervlakteschepen, luchtactie en rook- en weermanoeuvres dwong de Japanse formatie tot terugtrekking uit het operatiegebied.

Conclusie

Gambier Bay beschikte over SC- en SG-radars, een functionerend CIC/CDC, AirOps en CATCC, conform de normen van 1943–1944. Het ontbreken van sonar aan boord was typerend voor de klassenrol en werd gecompenseerd door escorte-ASW en luchtpatrouilles. De lichte constructie zonder pantserdek bood geen bescherming tegen middel- en zwaar kaliber oppervlakteschutfuur. In de Slag bij Samar leidde geconcentreerd artillerievuur tot het verlies van het schip. Vanuit het perspectief van sensoren en dataverwerking voldeed Gambier Bay aan de toenmalige eisen; kwetsbaarheid vloeide voort uit ontwerpkeuzes die prioriteit gaven aan productie, luchtoperaties en taakgroeprollen boven passieve bescherming.

Bronnen en meer informatie

  1. Astor, Gerald (2004). Wings of Gold – The U.S. Naval Campaign in World War II. New York: Presidio Press. ISBN 978-0891418539.
  2. Cutler, Thomas J. (1994). The Battle of Leyte Gulf, 23–26 October 1944. New York: HarperCollins. ISBN 978-0060169497.
  3. Hornfischer, James D. (2004). The Last Stand of the Tin Can Sailors. New York: Bantam. ISBN 978-0553381481.
  4. Lundgren, Robert (2014). The World Wonder’d: What Really Happened Off Samar. Ann Arbor: Nimble Books. ISBN 978-1608880461.
  5. Morison, Samuel Eliot (2011). History of United States Naval Operations in World War II, Vol. XII: Leyte, June 1944 – January 1945. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1591145356.
  6. Ross, Al (1993). The Escort Carrier Gambier Bay (Anatomy of the Ship). London: Conway Maritime Press. ISBN 978-0851776132.
  7. Sears, David (2005). The Last Epic Naval Battle: Voices of Leyte Gulf. Westport: Praeger. ISBN 978-0275985202.
  8. Thomas, Evan (2006). Sea of Thunder. New York: Simon & Schuster. ISBN 978-0743252218.
  9. Y’Blood, William T. (1999). The Little Giants: U.S. Escort Carriers Against Japan. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1557509802.
  10. Hoyt, Edwin P. (1979). The Men of the Gambier Bay. New York: Avon Books. ISBN 978-0380558068.
  11. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946