Gastone Gambara (Imola, 10 november 1890 – Rome, 27 februari 1962) was een Italiaans generaal die actief was in de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Hij werd bekend door zijn rol bij het Italiaanse interventieleger in de Spaanse Burgeroorlog en zijn betrokkenheid bij militaire operaties in Noord-Afrika en de Balkan. Na de oorlog werd hij beschuldigd van oorlogsmisdaden, maar nooit uitgeleverd. Zijn carrière weerspiegelt de ontwikkeling van het Italiaanse leger in de eerste helft van de twintigste eeuw en de complexe politieke en militaire context waarin Italië zich bevond.
Vroege leven en opleiding
Gambara trad op jonge leeftijd toe tot de onderofficiersschool van het Italiaanse leger. In 1911 begon hij aan een speciale officiersopleiding aan de Militaire Academie van Modena. Deze opleiding, die hij in 1913 afrondde, stelde hem in staat een loopbaan als officier te starten. Op 23 februari 1913 werd hij benoemd tot tweede luitenant en kreeg hij een aanstelling bij het 1e Alpini-regiment, bataljon Ceva. Zijn keuze voor de Alpini-eenheden zou bepalend zijn voor zijn verdere carrière, omdat deze regimenten een belangrijke rol speelden in de bergoorlogvoering.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Aan het Italiaanse front
Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in mei 1915 werd Gambara met zijn bataljon naar het front gestuurd. In januari 1916 werd hij bevorderd tot kapitein en vocht hij op Monte Cengio, waar hij gewond raakte. Daarna werd hij tijdelijk overgeplaatst naar ondersteunende functies in de achterhoede, onder meer bij het Alpini-depot in Cuneo en het Troepencommando in Venetië. Deze periode bood hem de kans ervaring op te doen in zowel frontoperaties als logistieke en organisatorische taken.
Macedonische en Alpenfronten
Na zijn herstel keerde hij in april 1917 terug naar het front met het 6e Alpini-regiment. Kort daarop werd hij bevorderd tot majoor. In 1918 kreeg hij het commando over het 29e Arditi-regiment, een elite-eenheid bestaande uit Alpini en vrijwilligers uit andere korpsen zoals de Bersaglieri. Tijdens deze laatste fase van de oorlog leidde hij verschillende aanvallen en werd hij onderscheiden met drie zilveren medailles voor militaire moed. Deze decoraties benadrukten zijn reputatie als energieke en ervaren commandant.
Interbellum: carrière en internationale inzet
Opbouw van een militaire loopbaan
Na de oorlog kreeg Gambara het bevel over het Alpini-bataljon “Edolo”, dat hij leidde van 1919 tot 1923. Daarna volgde hij een cursus aan de Oorlogsschool in Turijn en keerde hij terug naar actieve dienst. Hij werkte bij de staf in Trento en werd vervolgens uitgezonden naar Albanië, waar hij de taak kreeg het lokale leger te organiseren. In deze functies bouwde hij ervaring op met zowel stafwerk als internationale opdrachten, die hem voorbereidden op toekomstige hogere bevelsposities.
Oorlog in Ethiopië en Spanje
In 1935 nam Gambara deel aan de Italiaanse invasie van Ethiopië. Voor zijn prestaties ontving hij de Militaire Orde van Savoye en werd hij bevorderd tot kolonel. Kort daarna vertrok hij als vrijwilliger naar Spanje, waar hij stafchef werd van het Corpo Truppe Volontarie, de Italiaanse eenheid die de nationalisten ondersteunde. In de Spaanse Burgeroorlog speelde hij een rol tijdens het Catalaanse offensief en bij de inname van Alicante in maart 1939. Voor zijn bijdrage werd hij bevorderd tot generaal-majoor en benoemd tot commandant van het Italiaanse Legioenleger. Van 1939 tot 1940 was hij tevens ambassadeur van Italië in Madrid.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Campagnes in Frankrijk en Griekenland
Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd Gambara opnieuw in actieve dienst geroepen. In juni 1940 voerde hij het bevel over het XV Legerkorps tijdens de aanval op Frankrijk in de Alpen. Begin 1941 kreeg hij het bevel over het VIII Legerkorps in Albanië, dat deelnam aan de Grieks-Italiaanse oorlog. Na de Duitse interventie werd hij in mei 1941 overgeplaatst naar Noord-Afrika.
Noord-Afrikaanse veldtocht
In Libië diende Gambara aanvankelijk als stafchef van het opperbevel in Noord-Afrika onder generaal Ettore Bastico. Daarna kreeg hij het bevel over het gemotoriseerde legerkorps (XX Korps), dat bestond uit de pantserdivisie “Ariete” en de gemotoriseerde divisie “Trieste”. Deze eenheden namen deel aan de gevechten tijdens Operatie Crusader in november 1941. De samenwerking met generaal Erwin Rommel leidde tot spanningen, onder meer rond het beleg van Tobroek. Rome besloot uiteindelijk de eenheden rechtstreeks onder Duits bevel te plaatsen, wat de rol van Gambara verzwakte. Niettemin namen zijn eenheden deel aan enkele van de zwaarste gevechten in de woestijn.
Betrokkenheid in Joegoslavië
In maart 1942 keerde Gambara terug naar Italië en kreeg later het bevel over het XI Legerkorps, gestationeerd in Slovenië. Zijn eenheden waren betrokken bij harde repressie tegen partizanen en de burgerbevolking. In kampen zoals Rab en Gonars heersten zware omstandigheden, waarbij duizenden mensen door ondervoeding en ziekte omkwamen. Gambara was op de hoogte van deze situatie en verdedigde deze omstandigheden met de uitspraak dat een concentratiekamp geen “fatteningskamp” diende te zijn. Deze houding leverde hem later de beschuldiging van oorlogsmisdaden op.
De Italiaanse wapenstilstand en RSI
Na de Italiaanse wapenstilstand van 8 september 1943 probeerde Gambara in Istrië en Fiume een verdedigingsgroep te organiseren. Uiteindelijk sloten zijn troepen zich aan bij de Duitsers. Op 23 september 1943 koos hij de zijde van de Republiek van Salò en werd hij door minister van Defensie Rodolfo Graziani benoemd tot stafchef van het Nationaal Republikeins Leger. Hij bekleedde deze functie tot mei 1944, waarna hij wegens gezondheidsredenen werd vervangen door Archimede Mischi.
Na de oorlog
In april 1945 werd Gambara door de geallieerden gevangen genomen en geïnterneerd in het krijgsgevangenenkamp Coltano. Op 20 juni 1945 werd hij uit het leger ontslagen. In 1947 verhuisde hij op uitnodiging van Francisco Franco naar Spanje, waar hij enige tijd verbleef. Ondanks verzoeken van Joegoslavië tot uitlevering werd hij nooit berecht. In 1952 werd hij opnieuw in het Italiaanse leger opgenomen. Gambara overleed op 27 februari 1962 in Rome. Zijn naam bleef verbonden aan zowel militaire successen als controverses rond de Italiaanse bezetting in de Balkan.
Militaire rangen
Tijdens zijn loopbaan doorliep Gambara de volledige reeks militaire rangen van tweede luitenant tot generaal van het legerkorps. Zijn promoties waren vaak gekoppeld aan oorlogsdaden, zoals zijn bevordering tot majoor wegens verdiensten in 1918 en zijn latere bevordering tot kolonel na de oorlog in Ethiopië. In de Tweede Wereldoorlog bekleedde hij de rang van generaal van het legerkorps en vervulde hij functies op zowel operationeel als stafniveau.
Onderscheidingen
Gambara werd onderscheiden met diverse Italiaanse en buitenlandse decoraties. Hij ontving drie zilveren medailles voor militaire moed tijdens de Eerste Wereldoorlog en werd benoemd tot ridder van de Militaire Orde van Savoye. Verder ontving hij de Orde van de Kroon van Italië, de Oorlogsverdienstekruis en de Italiaanse herinneringsmedailles voor de Eerste Wereldoorlog en de campagne in Ethiopië. Buitenlandse onderscheidingen waren onder meer het Duitse IJzeren Kruis (eerste en tweede klasse) en de Grootkruisorde van de Soevereine Militaire Orde van Malta, verleend in 1939.
Conclusie
Gastone Gambara was een Italiaanse generaal die actief was in meerdere internationale conflicten tussen 1915 en 1945. Zijn loopbaan liep van de Alpenfronten van de Eerste Wereldoorlog tot de complexe samenwerking met Duitse troepen in Noord-Afrika en de repressie in Joegoslavië. Na 1943 sloot hij zich aan bij de Republiek van Salò en bleef daardoor ook na de oorlog omstreden. Hoewel Joegoslavië zijn uitlevering vroeg, werd hij nooit berecht. Zijn levensloop weerspiegelt de rol van Italië in de twintigste-eeuwse oorlogsgeschiedenis en de morele en politieke spanningen die daarmee verbonden waren.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Gastone Gambara, Public Domain, via Wiki commans
Lewin, Ronald (2003). The Life and Death of the Afrika Korps. Pen and Sword Military Classics. ISBN 9780850529319.
Burgwyn, H. James (2005). Empire on the Adriatic. Mussolini’s Conquest of Yugoslavia 1941–1943. New York: Enigma Books. ISBN 9781929631353.
Ganapini, Luigi (2010). La repubblica delle camicie nere: i combattenti, i politici, gli amministratori, i socializzatori (2e ed.). Milan: Garzanti. ISBN 9788811694175.
Pedaliu, Effie (2004). “Britain and the ‘Hand-over’ of Italian War Criminals to Yugoslavia, 1945–48”. Journal of Contemporary History. 39 (4): 503–529. doi:10.1177/0022009404046752. JSTOR 4141408. S2CID 159985182.
Gooch, John (2020). Mussolini’s War: Fascist Italy from Triumph to Collapse, 1935–1943. London: Allen Lane. ISBN 9780241185704.
Aga-Rossi, Elena (2011). Una guerra a parte. Bologna: Il Mulino. ISBN 9788815150708.
Cattaruzza, Marina (2007). L’Italia e il confine orientale, 1866-200. Bologna: Il Mulino. ISBN 9788815113948.
Cocut, Carlo (2012). Alpini nella città di Fiume 1944-1945. Voghera: Marvia Edizioni. ISBN 9788889089422.










