Home Militaire Organisatie Asmogendheden Het Afrika Korps: Duitse tanks in Noord-Afrika in WO2

Het Afrika Korps: Duitse tanks in Noord-Afrika in WO2

Streetart muurschildering toont Deutsches Afrikakorps in 1942 met tank, soldaten, kaart en luchtafweergeschut in de woestijn.
Muurkunst in streetartstijl van het Afrikakorps tijdens de Noord-Afrikaanse veldtocht in 1942, met tanks, kaarten en soldaten.

Het Deutsches Afrikakorps (DAK) was een belangrijk onderdeel van de Duitse militaire aanwezigheid tijdens de Noord-Afrikaanse veldtocht van de Tweede Wereldoorlog. Als reactie op de instorting van het Italiaanse leger in Libië werd het DAK opgericht om de geallieerde opmars te stuiten. Onder leiding van generaal Erwin Rommel groeide het Afrikakorps uit tot een iconische eenheid die in Duitsland veel propaganda-aandacht kreeg, maar militair gezien ook een sleutelrol speelde in het verloop van de gevechten tussen 1941 en 1943. Dit artikel behandelt het ontstaan, de organisatie, de operaties en de neergang van het Afrikakorps, inclusief de politieke en humanitaire context waarin het opereerde.

Oprichting van het Deutsches Afrikakorps

Na de Britse overwinning op de Italiaanse 10e Leger in de operatie Compass (december 1940 – februari 1941), waarbij de Italianen zware verliezen leden en de linies tot ver in Libië werden doorbroken, besloot Adolf Hitler troepen te sturen ter ondersteuning van zijn bondgenoot Benito Mussolini. Deze inzet kreeg de codenaam Unternehmen Sonnenblume.

Op 11 januari 1941 werd formeel het Deutsches Afrikakorps opgericht. De eerste Duitse eenheden arriveerden op 11 februari 1941 in Tripoli. Hoewel aanvankelijk generaal Hans von Funck als commandant was voorgesteld, koos Hitler op 11 februari voor generaal Erwin Rommel. Rommel had eerder naam gemaakt tijdens de veldtocht in Frankrijk in 1940 als commandant van de 7e Pantserdivisie.

Het Afrikakorps bestond in de beginfase uit het 5e Pantserregiment, samengesteld uit onderdelen van de 3e Pantserdivisie. Deze vormden later de kern van de 5e Lichte Divisie. Tussen 10 februari en 12 maart 1941 arriveerden de troepen in Afrika. In de maanden daarna volgde ook de 15e Pantserdivisie vanuit Italië, waardoor het Afrikakorps bestond uit twee Duitse divisies onder Italiaans bevel.

Strategische Doelstellingen en Debat onder Historici

De oorspronkelijke inzet van het Afrikakorps had volgens veel historici een defensief karakter: het moest de ineenstorting van het Italiaanse front in Libië voorkomen. De Duitse prioriteit lag immers bij de voorbereiding van de aanval op de Sovjet-Unie. Historicus Christian Hartmann benadrukt dat de inzet van het DAK eerder een noodgreep was dan een geplande strategie.

Anderen, zoals Dietrich Eichholtz, zien het Afrikakorps juist als centraal in een bredere Duitse strategie: de verovering van het Suezkanaal om daarmee de Britse olievoorziening af te snijden. Deze visie sluit aan bij het concept van een ‘Kaukasuszange’, waarbij troepen vanuit Noord-Afrika en vanuit de Kaukasus het Midden-Oosten zouden insluiten. Toch zijn er geen directe bevelsdocumenten die een dergelijke dubbelzijdige operatie hard maken, waardoor deze interpretatie in het wetenschappelijke debat omstreden blijft.

De Eerste Gevechten en de Opmars naar Tobroek

Toen de Britse troepen vanaf maart 1941 een deel van hun eenheden naar Griekenland verplaatsten, ontstond er tijdelijk een militair vacuüm in Cyrenaica. Rommel maakte hier gebruik van en begon, zonder expliciete toestemming van zijn Italiaanse meerdere Italo Gariboldi, een verrassingsaanval in de richting van El Agheila en Agedabia.

Begin april 1941 bereikten de eerste Duitse eenheden Marsa el-Brega. Kort daarop zette Rommel zijn opmars voort, omsingelde de havenstad Tobroek, en bereikte vervolgens de grensplaats Sollum in Egypte. De belegering van Tobroek duurde maanden en trok wereldwijd de aandacht. De stad werd verdedigd door onder meer Australische divisies die via zee bevoorraad werden. Ondanks meerdere pogingen lukte het Rommel niet de stad in te nemen voor het einde van het jaar.

Deze periode betekende tevens het begin van de opbouw van grotere commandostructuren. Eind juli 1941 werd de Panzergruppe Afrika opgericht, onder leiding van Rommel. De 5e Lichte Divisie werd hernoemd tot 21e Pantserdivisie, waarmee het DAK nu bestond uit twee pantserdivisies en aanvullende Italiaanse formaties.

Samenstelling van de troepenmacht en logistieke uitdagingen

Het DAK maakte deel uit van een grotere Duits-Italiaanse troepenmacht. Naast de twee Duitse pantserdivisies omvatte de Duitse aanwezigheid in Afrika later ook de 90e Lichte Divisie. Aan Italiaanse zijde opereerden onder meer de pantserdivisies Ariete en Trieste en verschillende infanteriedivisies van het XXIe Legerkorps.

Een aanhoudend probleem was de bevoorrading over zee en door de lucht. De geallieerden, met name de Britse Royal Navy en de luchtmacht, beheersten de Middellandse Zee grotendeels. De bevoorrading van het Afrikakorps werd hierdoor herhaaldelijk onderbroken. Een voorbeeld hiervan is de vernietiging van het Duitse konvooi ‘20. Transportstaffel’ bij de Kerkennah-eilanden op 16 april 1941, waarbij duizenden manschappen en materieel verloren gingen.

Tactische Ontwikkeling en Operationele Hoogtepunten

Uitbreiding van het Duitse Commando in Afrika

Gedurende de zomer van 1941 groeide de Duitse aanwezigheid in Noord-Afrika aanzienlijk. De Oberkommando der Wehrmacht (OKW) besloot de operationele leiding te herstructureren en richtte op 15 augustus 1941 de Panzergruppe Afrika op, met Rommel als bevelhebber. Het bevel over het Afrikakorps werd overgedragen aan generaal Ludwig Crüwell.

De Panzergruppe Afrika omvatte voortaan niet alleen het DAK, maar ook andere Duitse eenheden en twee Italiaanse korpsen. Deze structuur groeide op 30 januari 1942 uit tot Panzerarmee Afrika. De Duits-Italiaanse samenwerking bleef complex: Rommel viel onder Italiaans opperbevel, maar behield vergaande autonomie in de praktijk. Zijn directe stijl van commandovoering en neiging tot het negeren van orders uit Berlijn of Rome droeg zowel bij aan operationeel succes als aan logistieke risico’s.

De Operaties van 1941 tot Begin 1942

Na de mislukte inname van Tobroek en een periode van stilstand volgde in november 1941 de Britse Operatie Crusader, bedoeld om Tobroek te ontzetten. Het DAK werd teruggedrongen tot El Agheila. Ondanks tactische tegenaanvallen was het verlies van terrein aanzienlijk. Pas begin 1942 hervatte Rommel het offensief tijdens Unternehmen Theseus.

Deze operatie, in mei en juni 1942, resulteerde in een doorbraak bij Gazala. De Duitse troepen braken de Britse linies en dwongen het Britse Achtste Leger zich terug te trekken. Op 21 juni 1942 viel Tobroek alsnog in Duitse handen — een grote symbolische en strategische overwinning, waarmee Rommel tot Generalfeldmarschall werd bevorderd.

De opmars ging verder tot diep in Egypte. Op 30 juni 1942 bereikten Duitse en Italiaanse troepen El Alamein, op slechts 100 kilometer van Alexandrië. Daar stokte de opmars. De voorraden waren uitgeput en de bevoorradingslijnen waren overbelast. Ondanks hernieuwde pogingen bleef een doorbraak uit.

Veranderingen in de Legertop: Commandanten van het Afrikakorps

De leiding van het Afrikakorps wisselde meerdere keren tijdens de veldtocht, mede door gewonden, gevangennames en strategische heroriëntatie. Hieronder volgt een overzicht van de commandanten:

  • Erwin Rommel (6 februari 1941 – augustus 1941): Eerste bevelhebber en later commandant van Panzergruppe Afrika.
  • Ludwig Crüwell (augustus 1941 – mei 1942): Nam het directe commando over het DAK op zich; werd krijgsgevangen op 29 mei 1942.
  • Walther Nehring (mei 1942 – september 1942): Werd gewond bij El Alamein.
  • Wilhelm Ritter von Thoma (september – november 1942): Nam het bevel over tot zijn gevangenneming.
  • Fritz Bayerlein (november 1942): Kort interim bevel.
  • Gustav Fehn (november 1942 – januari 1943): Werd vervangen tijdens de terugtocht naar Tunesië.
  • Kurt Freiherr von Liebenstein (januari – februari 1943): Interim-commandant.
  • Karl Bülowius (februari 1943): Werd opgevolgd na enkele dagen.
  • Heinz Ziegler (februari – maart 1943): Tussenopvolger.
  • Hans Cramer (maart – mei 1943): Laatste bevelhebber; tekende de overgave op 13 mei 1943.

De Tweede Slag bij El Alamein en de Terugtocht

In oktober 1942 begonnen de Britten onder leiding van generaal Bernard Montgomery het tegenoffensief met de Tweede Slag bij El Alamein. Het Achtste Leger beschikte over een numeriek en materieel overwicht, waaronder een meerderheid aan tanks en luchtsteun. Rommels troepen, uitgeput en onderbevoorraad, konden de aanval niet weerstaan.

Na zware gevechten, en ondanks Rommels pogingen om stand te houden, werd het DAK begin november tot terugtrekking gedwongen. De verliezen aan manschappen, voertuigen en uitrusting waren aanzienlijk. De asmogendheden trokken zich terug richting Libië en vervolgens naar de verdedigingslinies in Tunesië.

Deze nederlaag markeerde een keerpunt in de Noord-Afrikaanse campagne. De eerdere Duitse successen konden niet worden geconsolideerd, mede door structurele logistieke zwaktes, gebrek aan luchtdekking en de groeiende materiële superioriteit van de geallieerden.

Terugtocht, Tunesië en de Eindfase van het Afrikakorps

Operation Torch en het Tweede Front in Noord-Afrika

Op 8 november 1942 voerden Britse en Amerikaanse troepen een grote amfibische landing uit aan de Noordwest-Afrikaanse kusten van Marokko en Algerije (Operatie Torch). Dit opende een tweede front in Noord-Afrika en bracht de Duits-Italiaanse troepenmacht in een strategisch kwetsbare positie. De Panzerarmee Afrika, onder Rommels leiding, was reeds in terugtocht vanuit Egypte, terwijl in het westen nieuwe geallieerde legers oprukten vanuit Algerije.

De Duitse reactie bestond uit het snel versterken van Tunesië met verse troepen via Sicilië. Op 19 november 1942 werd het XC. Armeekorps onder leiding van generaal Walter Nehring naar Tunesië overgebracht. Op 8 december volgde de oprichting van het 5e Pantserleger, onder bevel van kolonel-generaal Hans-Jürgen von Arnim. Hiermee probeerde de Wehrmacht een verdedigingslinie op te bouwen tussen de oostelijk terugtrekkende Panzerarmee Afrika en de westelijk oprukkende geallieerden.

Herstructurering van de bevelsstructuur: Heeresgruppe Afrika

Op 23 februari 1943 werd de bestaande Duits-Italiaanse Panzerarmee hernoemd tot het Italiaanse 1e Leger, met generaal Giovanni Messe als commandant. Rommel kreeg inmiddels het commando over de nieuwe Heeresgruppe Afrika, een overkoepelend bevelsorgaan boven het Italiaanse 1e Leger en het Duitse 5e Pantserleger. De doelstelling was de verdediging van het resterende gebied in Tunesië te coördineren.

De samenwerking tussen Duitse en Italiaanse eenheden was in de praktijk problematisch door verschillen in tactische doctrine, bevoorradingsniveaus en communicatie. Desondanks werd fel weerstand geboden tegen de Anglo-Amerikaanse opmars. Hevige gevechten vonden onder meer plaats bij Kasserine Pass, waar de onervaren Amerikaanse troepen tijdelijk zware verliezen leden.

In maart 1943 werd Rommel teruggeroepen naar Duitsland; het bevel over de Heeresgruppe Afrika ging over naar von Arnim. De situatie was inmiddels uitzichtloos. De geallieerden hadden de lucht- en zeecontrole, waardoor bevoorrading praktisch onmogelijk werd.

Overgave van het Afrikakorps en krijgsgevangenschap

Op 13 mei 1943 gaven de overgebleven Duitse en Italiaanse eenheden, inclusief het Afrikakorps, zich over in Tunesië. De omvang van de overgave was enorm: circa 150.000 Duitse en 125.000 Italiaanse soldaten werden krijgsgevangen gemaakt. De overgave betekende het definitieve einde van de asmogendheden in Noord-Afrika.

De situatie werd in Duitsland vergeleken met de catastrofale nederlaag bij Stalingrad enkele maanden eerder. In de volksmond ontstond de term “Tunisgrad”, waarmee het symbolisch belang van de nederlaag werd aangeduid. De ondergang van het Afrikakorps betekende ook het einde van de Duitse militaire aspiraties in Afrika.

De meeste Duitse krijgsgevangenen, waaronder veel voormalige leden van het Afrikakorps, werden overgebracht naar de Verenigde Staten. Zij werden ondergebracht in kampen als Camp Shelby (Mississippi) en Camp Hearne (Texas). De ervaringen van deze krijgsgevangenen zijn in meerdere academische studies onderzocht en vormen een belangrijk onderdeel van de sociale geschiedenis van de oorlog.

Opheffing en Hervorming van DAK-gerelateerde Eenheden

Na de nederlaag in Afrika werden sommige divisies heropgericht in Europa:

  • 15e Pantserdivisie werd hervormd als de 15e Pantsergrenadierdivisie, actief op Sicilië, in Italië en later aan het Westfront.
  • 21e Pantserdivisie werd opnieuw opgericht in Frankrijk.
  • Hermann Göring Panzerdivision werd herbouwd en ingezet in Italië.
  • 90e Lichte Divisie keerde terug als 90e Pantsergrenadierdivisie en vocht eveneens in Italië.

Deze eenheden vormden de voortzetting van de Duitse pantsertraditie buiten het Afrikaanse strijdtoneel, hoewel het prestige van het oorspronkelijke Afrikakorps niet werd geëvenaard.

Humanitaire Context en Propaganda van het Afrikakorps

Behandeling van burgers en joodse gemeenschappen

Het Afrikakorps heeft in de geschiedschrijving een reputatie verworven van relatieve correctheid in de omgang met krijgsgevangenen, vooral vergeleken met het brute gedrag van Duitse eenheden op andere fronten. Diverse geallieerde bronnen en latere historici omschrijven de campagne in Noord-Afrika vaak als een “oorlog zonder haat” (War without hate). Toch moet deze opvatting worden genuanceerd.

Onder het fascistische Italiaanse bestuur in Libië leden joodse burgers onder antisemitsche wetten, gedwongen arbeid en deportaties. Historici zoals Robert Satloff wijzen erop dat joden in Cyrenaica en Tripolitanië slachtoffer werden van plundering en wraakacties, vooral tijdens de Duitse en Italiaanse terugtocht. Ook Schutzstaffel- en Sicherheitsdienst-detachementen waren in Libië actief. Satloff stelt dat Duitse eenheden, waaronder soldaten van het Afrikakorps, deelnamen aan het plunderen van joodse eigendommen langs de kust.

Toch zijn er ook stemmen die wijzen op terughoudendheid. Maurice Remy stelt dat er geen bekende gevallen zijn van directe antisemitische wreedheden gepleegd door het Afrikakorps. Hij citeert rabbijn Isaac Levy, geestelijk verzorger van het Britse Achtste Leger, die verklaarde nooit tekenen van antisemitisme bij Duitse soldaten in Afrika te hebben waargenomen. Volgens Maurice Roumani hadden de Duitsers in Libië voornamelijk praktische en economische motieven: zij zagen de joodse gemeenschap als een bron van goederen en logistieke ondersteuning, wat leidde tot een tijdelijke en instrumentele tolerantie.

De hardste repressie kwam van Italiaanse autoriteiten. Giordana Terracina en Gershom Gorenberg beschrijven de deportatie van Lybische joden naar het concentratiekamp Giado en andere locaties, waar velen omkwamen door ontbering. De Duitse consul in Tripoli was op de hoogte van deze maatregelen, en er zijn aanwijzingen dat bevoorradingstrucks voor Rommels troepen ook werden gebruikt voor jodentransporten. In deze context was het Afrikakorps niet actief deelnemend aan genocide, maar evenmin geheel afzijdig van de bredere onderdrukking.

Het Afrikakorps in de nationaalsocialistische propaganda

Het Afrikakorps, en vooral Erwin Rommel, kregen in nazi-Duitsland een heldenstatus. Rommel werd in de media afgebeeld als briljante strateeg, loyale soldaat en toonbeeld van Duitse vechtkracht. Zijn bijnaam der Wüstenfuchs (de woestijnvos) werd breed gebruikt in de propaganda.

De successen in Libië en Egypte werden breed uitgemeten in kranten, bioscoopjournaals en fotoboeken. Rommels ongehoorzaamheid aan het OKW, waaronder zijn eigenzinnige offensieven zonder goedkeuring, werden aanvankelijk gedoogd omdat zij militaire overwinningen opleverden die de moraal thuis moesten verhogen.

De campagnes van het Afrikakorps werden geportretteerd als ridderslag in de woestijn, ver weg van de wreedheden op andere fronten. Die beeldvorming droeg sterk bij aan het postume beeld van Rommel als “fatsoenlijke generaal”, hoewel dit na de oorlog in historisch onderzoek genuanceerd en deels weerlegd werd.

Conclusie

Het Deutsches Afrikakorps speelde tussen 1941 en 1943 een centrale rol in de Noord-Afrikaanse veldtocht van de Tweede Wereldoorlog. Ontstaan als noodgreep om de Italiaanse militaire catastrofe te keren, groeide het DAK onder Rommels leiding uit tot een beruchte en gerespecteerde eenheid in zowel militair als propagandistisch opzicht.

Het Afrikakorps boekte aanvankelijk snelle successen, waaronder de inname van Tobroek, maar werd uiteindelijk verslagen door structurele bevoorradingsproblemen, overmacht aan geallieerde troepen en het verlies van luchtoverwicht. De overgave in Tunesië betekende een strategisch verlies voor de Asmogendheden en leidde tot de krijgsgevangenschap van tienduizenden Duitse soldaten.

Hoewel het DAK zich over het algemeen hield aan de conventies van oorlogsvoering, bevond het zich binnen een bredere context van fascistische repressie, met name tegen de joodse bevolking in Libië. De rol van het Afrikakorps hierin was indirect en complex, en vereist zorgvuldige historische afweging.

Na de oorlog leefde het beeld van het Afrikakorps voort als symbool van militaire discipline en tactische vaardigheid, versterkt door geromantiseerde verhalen en selectieve herinnering. De realiteit van de campagne — gekenmerkt door logistieke tekorten, strategische misrekeningen en de ethische ambiguïteit van samenwerking met het Italiaanse regime — biedt een evenwichtiger perspectief op de ware aard van deze eenheid.

Bronnen en meer informatie

  1. Battistelli, Pier Paolo (2006). Rommel’s Afrika Korps: Tobruk to El Alamein. Osprey Publishing. ISBN 978-1-84176-901-1
  2. Beevor, Antony (2009). D-Day: The Battle for Normandy. London: Viking. ISBN 978-0-670-88703-3
  3. Gudmundsson, Bruce (2016). Inside the Afrika Korps: The Crusader Battles, 1941–1942. Frontline Books. ISBN 978-1-84832-996-6
  4. Remy, Maurice (2002). Mythos Rommel. List Verlag. ISBN 3-471-78572-8
  5. Satloff, Robert (2006). Among the Righteous: Lost Stories from the Holocaust’s Long Reach into Arab Lands. ISBN 978-0-7894-9729-4
  6. Gorenberg, Gershom (2021). War of Shadows: Codebreakers, Spies, and the Secret Struggle to Drive the Nazis from the Middle East. PublicAffairs. ISBN 978-1-61039-628-8
  7. Roumani, Maurice M. (2008). Jews of Libya: Coexistence, Persecution, Resettlement. Liverpool University Press. ISBN 978-1-80207-141-2
  8. Macksey, Kenneth (1968). Afrika Korps. Ballantine Books. ISBN 0-35602-544-6
  9. Westerlund, John S. (1998). Rommel’s Afrika Korps in Northern Arizona. The Journal of Arizona History, 4(39): 405–420. JSTOR:41696462
  10. Pritchett, Merrill R., & Shea, William L. (1978). The Afrika Korps in Arkansas, 1943-1946. The Arkansas Historical Quarterly, 37(1): 3–22. JSTOR:40023162
  11. Bronnen Mei1940
Previous articleDe Aanval op Mers-el-Kébir: Een controversiële beslissing
Next articleJapan’s Vazalstaat Mantsjoekwo: Controle over Noord-China 1932
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.