
Operation Alberich (Duits: Unternehmen Alberich) was een geplande terugtrekking van Duitse troepen aan het Westfront tijdens de Eerste Wereldoorlog. De operatie vond plaats van februari tot maart 1917 en had als doel de Duitse verdediging te versterken door de linies in Frankrijk te verkorten. Hierbij werd de Hindenburglinie (Siegfriedstellung) in gebruik genomen als nieuwe verdedigingslinie. De operatie ging gepaard met een systematische vernietiging van infrastructuur en het deporteren van Franse burgers uit het te ontruimen gebied.
Achtergrond: het Westfront en strategische overwegingen
Situatie na de Slag aan de Somme
Na de bloedige en uitputtende Slag aan de Somme in 1916 bevond het Duitse leger zich in een moeilijke positie. Twee uitsteeksels in het front, tussen Arras en Saint-Quentin en van Saint-Quentin tot Noyon, waren ontstaan. Deze zogenaamde ‘saliënten’ waren kwetsbaar voor geallieerde aanvallen.
De Duitse legerleiding, sinds eind augustus 1916 onder leiding van Paul von Hindenburg en Erich Ludendorff, stond voor een strategisch dilemma: doorgaan met het verdedigen van deze posities of terugtrekken naar een kortere, beter verdedigbare linie. Na maanden van beraad en planning werd gekozen voor terugtrekking naar de voorbereide Hindenburglinie, die zich oostelijk van het bestaande front uitstrekte van Arras tot Laon.
De bouw van de Hindenburglinie
De Hindenburglinie werd ontworpen als een verdedigingssysteem in de diepte, met meerdere verdedigingslagen, betonnen bunkers, brede zones met prikkeldraad en machinegeweernesten. Deze linie werd gebouwd op omgekeerde hellingen om observatie door vijandelijke artillerie te bemoeilijken.
Hoewel Ludendorff aanvankelijk huiverig was voor een terugtrekking — uit vrees voor demoraliserende effecten op troepen en burgers — gaf de verhouding tussen het aantal Duitse en geallieerde divisies hem weinig keus. De Duitse Westheer beschikte over 154 divisies tegenover 190 geallieerde, veelal grotere, divisies. Een verkorting van het front met 40 tot 45 kilometer zou 13 à 14 divisies vrijmaken voor andere taken .
Duitse besluitvorming en interne spanningen
Argumenten voor en tegen terugtrekking
Binnen de Duitse legerleiding woedde een discussie over het nut en de noodzaak van de terugtrekking. Enerzijds zag men het als een middel om reserves vrij te maken en de verdediging te versterken, anderzijds waren er zorgen over de psychologische en politieke gevolgen. De overwinning in Boekarest eind 1916 en het tijdelijk afnemen van de vijandelijkheden voedden de hoop dat een terugtrekking onnodig zou blijken.
Toch maakte de hervatting van gevechten bij Verdun op 15 december 1916, en de voorbereidingen voor de onbeperkte duikbootoorlog (die op 1 februari 1917 begon), duidelijk dat men op het westelijk front geen grote overwinning hoefde te behalen, maar slechts een nederlaag moest zien te voorkomen.
Verzet tegen de operatie
Niet alle Duitse bevelhebbers waren overtuigd. Generaal Fritz von Below, commandant van het 1e Leger, verzette zich tegen de terugtrekking om de moraal van de troepen niet te ondermijnen. Ook kroonprins Rupprecht van Beieren, bevelhebber van Heeresgruppe Rupprecht, wilde aanvankelijk liever een diepere terugtrekking tot steden als Lille en Cambrai opnemen in de linie. Uiteindelijk werd hij, mede door de slechte toestand van de Duitse stellingen bij de Ancre en lage moraal, overgehaald zich neer te leggen bij de plannen.
Voorbereidingen en tactieken van verwoesting
De strategie van de verschroeide aarde
De terugtrekking werd maandenlang voorbereid. Daarbij werd gekozen voor een beleid van systematische verwoesting van het achtergelaten gebied. Dorpen werden gesloopt, bruggen opgeblazen, spoorlijnen vernietigd, bomen gekapt, waterbronnen vergiftigd en boobytraps achtergelaten. Ongeveer 125.000 gezonde Franse burgers werden gedeporteerd om elders in bezet Frankrijk te werken. Vrouwen, kinderen en ouderen bleven achter met slechts minimale rantsoenen .
Interne bezorgdheid over de uitvoering
Rupprecht uitte zorgen over de reputatieschade voor het Duitse Rijk en de morele implicaties voor zijn troepen. Hoewel hij overwoog af te treden, zag hij hiervan af om geen verdeeldheid tussen Beieren en de rest van Duitsland te veroorzaken. De vernietigingen troffen een gebied van circa 1.500 km².
Militaire operaties voorafgaand aan de terugtrekking
Gevechten bij de Ancre
Van januari tot maart 1917 voerde het Britse Vijfde Leger offensieven uit tegen het Duitse 1e Leger in de Ancre-vallei, op het noordelijke deel van het Sommefront. Deze gevechten, waaronder de actie bij Miraumont (17–18 februari), de verovering van Thilloys (25 februari – 2 maart), en de inname van Irles (10 maart), vonden plaats in aanloop naar de hoofdoperatie van de Duitse terugtrekking.
De Duitse troepen in dit gebied waren uitgeput en slecht ingegraven, met posities bestaande uit waterige kraters van eerdere beschietingen. Britse eenheden stuitten op weinig weerstand; de Duitse verdediging werd gekenmerkt door lage moraal en een verhoogde neiging tot overgave. De actie bij Miraumont leidde ertoe dat kroonprins Rupprecht op 18 maart de uiteindelijke terugtrekking beval.
Eerste terugtrekkingen
Op 22 februari 1917 trok het Duitse 1e Leger zich circa 5 kilometer terug over een front van 24 kilometer, van Essarts tot Le Transloy, naar de Riegel I Stellung. Hoewel de Britse inlichtingendienst op 20 en 21 februari berichten onderschepte die op een terugtrekking duidden, kwam de actie als een verrassing. Op 11 maart vond een tweede terugtrekking plaats, op het moment van een Brits artilleriebombardement, zonder dat de Britse troepen dit meteen opmerkten. Verkenningspatrouilles stelden pas in de nacht van 12 op 13 maart vast dat het front tussen Bapaume en Achiet-le-Petit verlaten was.
Een Britse aanval op Bucquoy in de nacht van 13 op 14 maart mislukte zwaar door de versterkte Duitse stellingen aan de flanken. Geleidelijk verspreidden de Duitse terugtrekkingen zich verder zuidwaarts vanuit het uitstulpende gebied rond het Bois de Saint-Pierre-Vaast.
Operation Alberich in uitvoering
Begin van de terugtrekking
De operatie begon op 9 februari 1917, hoewel de hoofdfase plaatsvond van 16 tot 20 maart. In deze periode trokken de Duitsers zich terug over een afstand van ongeveer 40 kilometer. Hierbij gaven zij meer Frans grondgebied prijs dan de geallieerden sinds het begin van de oorlog in 1914 gezamenlijk hadden heroverd. Terwijl de terugtrekking plaatsvond, werd de verschroeide-aarde-tactiek intensief toegepast. Wegen, bruggen en spoorwegen werden vernietigd en talrijke mijnen en vallen werden achtergelaten.
Deportatie van de bevolking
De Duitse bezettingsmacht deporteerde naar schatting 125.000 gezonde volwassenen uit het gebied. Deze burgers werden onder dwang tewerkgesteld elders in bezet Frankrijk. De achterblijvende bevolking — vooral ouderen, vrouwen en kinderen — werd geconfronteerd met schaarste, een vernielde infrastructuur en onzekere levensomstandigheden.
Beperkingen en morele bezwaren
De grootschalige verwoestingen stuitten op bezwaren binnen het Duitse militaire apparaat. Kroonprins Rupprecht verzette zich fel tegen de toepassing van deze tactiek, die volgens hem niet alleen de discipline van de troepen ondermijnde, maar ook het aanzien van Duitsland schaadde. Hoewel hij uiteindelijk instemde met de uitvoering, was zijn ongenoegen groot.
Reactie van de geallieerden
Britse opmars
Tijdens de Duitse terugtrekking rukten het Britse Derde en Vijfde Leger op. De inname van Bapaume vond plaats op 17 maart, gevolgd door de bezetting van Péronne op 18 maart. Deze opmars verliep echter traag. De Britse troepen moesten opereren in een vrijwel volledig verwoest gebied met slechte wegen, obstakels en mijnen. De achtergelaten Duitse achterhoedetroepen, gewapend met machinegeweren, boden hardnekkige tegenstand.
Inlichtingen en misleiding
Hoewel Britse luchtverkenning al in oktober 1916 melding maakte van nieuwe verdedigingswerken, werd pas in februari 1917 duidelijk dat het om een grootschalige herpositionering ging. Duitse misleidingsmaatregelen en het slechte weer in de wintermaanden belemmerden de effectiviteit van de geallieerde luchtobservatie. De bouw van nieuwe linies achter de bestaande frontlinie tijdens de Slag aan de Somme had bovendien geleid tot een verkeerde interpretatie van de verzamelde inlichtingen.
Strategische betekenis en militaire beoordeling
Verkorting van het front en vrijmaking van divisies
De Duitse terugtrekking verkortte het Westfront met circa 40 kilometer. Dit betekende dat veertien divisies elders konden worden ingezet. Deze troepen werden opgenomen in de strategische reserve om zich voor te bereiden op een verwachte geallieerde aanval aan de Aisne, de zogenoemde Nivelle-offensief. Door de nieuwe linie in de diepte te organiseren, konden minder troepen een groter frontdeel bezetten.
Vertraging van geallieerde offensieven
Een belangrijk gevolg van Operation Alberich was de vertraging van de geplande geallieerde lenteoffensieven. Het ontruimen en vernietigen van het gebied tussen het oude front en de Hindenburglinie noodzaakte de geallieerden tot het opnieuw aanleggen van verbindingswegen, spoorlijnen en bevoorradingsroutes. Hierdoor gingen kostbare weken verloren. De Duitse hoop was dat dit uitstel de kans vergrootte op succes van de onbeperkte duikbootoorlog, die sinds februari 1917 trachtte de Britse toevoerlijnen af te snijden.
Militaire beoordeling en interne kritiek
Hoewel Operation Alberich op operationeel niveau als efficiënt werd beschouwd, was er ook kritiek binnen het Duitse leger. Sommige delen van de nieuwe linie lagen, in tegenstelling tot de doctrines van die tijd, op of voor de hellingen in plaats van op de omgekeerde hellingen. Hierdoor konden observatieposten niet optimaal worden benut. Dit leidde tot discussies over de plaatsing van artillerie en de kwetsbaarheid van de voorste verdedigingszones.
Tactische lessen
De operatie bevestigde dat een gedwongen gevecht op slecht verdedigbare posities, zoals tijdens de Slag aan de Somme, enorme verliezen veroorzaakte zonder strategisch voordeel. Door terug te trekken op een voorbereide linie konden de Duitsers het initiatief deels terugwinnen. De toepassing van ‘elastic defense in depth’ werd verder verfijnd: een systeem waarin de vijand moet doorbreken tot in de diepte, waar dan geconcentreerde tegenaanvallen plaatsvinden.
Politieke en morele gevolgen
Propagandaschade
De verwoestingen die gepaard gingen met Operation Alberich leverden Duitsland aanzienlijke propagandaschade op. Foto’s van vernielde dorpen, vergiftigde bronnen en gedeporteerde burgers werden door de geallieerden gebruikt om de Duitse oorlogsvoering als barbaars af te schilderen. In Frankrijk was de publieke verontwaardiging groot, wat de vasthoudendheid van de bevolking versterkte.
Moreel effect op Duitse troepen
Hoewel de terugtrekking militaire voordelen opleverde, leidde zij tot onzekerheid en frustratie bij sommige Duitse soldaten. Voor velen was het onbegrijpelijk dat ze zich moesten terugtrekken uit gebieden waarvoor ze maandenlang zware verliezen hadden geleden. Er was sprake van demoralisatie, vooral bij troepen die vernielingen moesten uitvoeren of die eerder in hetzelfde gebied zware gevechten hadden geleverd.
Internationale perceptie
In het buitenland werd de Duitse strategie gezien als een teken van zwakte of zelfs als een gedeeltelijke aftocht. De vernielingen, hoewel militair logisch in een tactisch defensieve strategie, voedden het beeld van een terugtrekkende, defensieve Duitse krijgsmacht.
Conclusie
Operation Alberich was een zorgvuldig voorbereide Duitse terugtrekkingsoperatie in de vroege maanden van 1917, ontworpen om het Westfront te verkorten en militaire capaciteit te herverdelen. Hoewel de operatie strategisch succesvol was in het verkorten van de frontlijn en het vrijmaken van divisies voor toekomstige gevechten, werd zij overschaduwd door de consequenties van de toegepaste tactiek van de verschroeide aarde.
Het op grote schaal vernietigen van infrastructuur en het deporteren van de burgerbevolking leidde tot internationale verontwaardiging en werd door de geallieerden benut voor propaganda.
De verplaatsing naar de Hindenburglinie versterkte de Duitse defensieve positie, maar bracht ook morele vraagstukken met zich mee, zowel binnen de eigen gelederen als daarbuiten. Hoewel het de geallieerden tijdelijk verraste en hun offensieve planning vertraagde, wist men zich relatief snel aan te passen. Operation Alberich is daarmee een voorbeeld van defensieve strategieën die, ondanks hun korte-termijnsuccessen, de publieke opinie en de bredere morele context van de oorlog aanzienlijk konden beïnvloeden.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Map,hindenburg and Drocourt-Queant lines in 1918, Public Domain via Wiki Commens
- Bean, C. E. W. (1982). The Australian Imperial Force in France, 1917. Canberra: Australian War Memorial. ISBN 978-0-7022-1710-4.
- Boff, Jonathan (2018). Haig’s Enemy: Crown Prince Rupprecht and Germany’s War on the Western Front. Oxford: Oxford University Press. ISBN 978-0-19-967046-8.
- Falls, Cyril (1992). Military Operations France and Belgium 1917: The German Retreat to the Hindenburg Line and the Battles of Arras. London: HMSO. ISBN 978-0-89839-180-0.
- James, E. A. (1990). A Record of the Battles and Engagements of the British Armies in France and Flanders 1914–1918. Aldershot: Gale & Polden. ISBN 978-0-948130-18-2.
- Jones, H. A. (2002). The War in the Air, Vol. II. London: Clarendon Press. ISBN 978-1-84342-413-0.
- Sheldon, Jack (2009). The German Army at Cambrai. Barnsley: Pen & Sword. ISBN 978-1-84415-944-4.
- Simkins, Peter; Jukes, Geoffrey; Hickey, Michael (2003). The First World War: The War to End All Wars. Oxford: Osprey. ISBN 978-1-84176-738-3.
- Watson, Alexander (2015). Ring of Steel: Germany and Austria-Hungary at War, 1914–1918. London: Penguin Random House. ISBN 978-0-141-04203-9.
- Wynne, G. C. (1976). If Germany Attacks: The Battle in Depth in the West. Connecticut: Faber. ISBN 978-0-8371-5029-1.
- Bronnen Mei1940









