Home Slagen, Veldtochten, Zeeslagen en Operaties Slag om Kos 1943: Duitse aanval in de Egeïsche Zee

Slag om Kos 1943: Duitse aanval in de Egeïsche Zee

Duitse troepen landen op Kos in 1943. Soldaten verlaten een landingsvaartuig op het strand tijdens de gevechten.
Duitse soldaten verlaten een landingsvaartuig tijdens de invasie van Kos op 3 oktober 1943, onderdeel van Operatie Polarbär.

De Slag om Kos was een korte militaire confrontatie tussen Duitse troepen en een geallieerd garnizoen bestaande uit Britse en Italiaanse soldaten op het Griekse eiland Kos. De slag vond plaats in oktober 1943 in de context van de bredere Dodekanesencampagne. Het gevecht werd voorafgegaan door de wapenstilstand tussen Italië en de geallieerden. De Duitse overmacht in de lucht en op de grond leidde tot een snelle overwinning, gevolgd door de deportatie van de Joodse bevolking van Kos.

Historische achtergrond

De strategische ligging van de Dodekanesos

De Dodekanesos, een eilandengroep in het zuidoosten van de Egeïsche Zee, was sinds 1912 onder Italiaanse controle. Door de ligging nabij Turkije en het vasteland van Griekenland, had deze regio strategische waarde. Na de Italiaanse capitulatie op 8 september 1943 probeerden zowel de geallieerden als de Duitsers de macht over de eilanden over te nemen. Voor de Britse regering, onder leiding van Winston Churchill, boden de eilanden een mogelijke basis voor operaties tegen Duitse posities op de Balkan en een drukmiddel om Turkije aan de zijde van de geallieerden te krijgen.

Duitse en geallieerde intenties

Terwijl de Duitsers snel actie ondernamen om voormalige Italiaanse gebieden te bezetten, zetten de Britten in op het bezetten van delen van de Dodekanesos. Het hoofddoel was het eiland Rhodos, maar dit werd binnen enkele dagen door een Duitse gemechaniseerde eenheid veroverd. Aangezien Rhodos niet meer beschikbaar was, richtten de geallieerden hun aandacht op andere eilanden zoals Kos en Leros.

De geallieerde bezetting van Kos

Lucht- en grondtroepen

Op 13 september 1943 bombardeerden 38 Amerikaanse B-24 Liberators de Duitse luchtmachtbases op Rhodos. Special Boat Section (SBS)-eenheden landden op Kos en bezetten de haven en het vliegveld bij Antimachia. De volgende dag arriveerden Zuid-Afrikaanse Spitfires en Britse Beaufighters. Ook werden 120 parachutisten van het 11e Parachutistenbataljon gedropt, die welkom werden geheten door de Italiaanse garnizoenssoldaten.

De geallieerde troepen op het eiland bestonden uit:

  • Het 1e Bataljon van het Durham Light Infantry (DLI),
  • Een compagnie van het 11e Parachutistenbataljon,
  • SBS-eenheden,
  • RAF Regiment personeel van 2909 Squadron.

In totaal waren er circa 1.600 Britse troepen aanwezig, waarvan 1.115 als gevechtseenheden, en ongeveer 3.500 Italiaanse soldaten.

Problemen met luchtverdediging

Vanaf 17 september begonnen de Duitsers met luchtbombardementen. Ondanks aanvankelijk verzet door geallieerde jagers en luchtafweer, maakte het gebruik van zogeheten “vlinderbommen” het vliegveld tijdelijk onbruikbaar. Duitse luchtaanvallen beperkten de capaciteit van de Britse luchtsteun ernstig. De geallieerde luchtdekking werd verder bemoeilijkt door strategische keuzes binnen het hogere militaire commando. Generaal Eisenhower had bepaald dat operaties in de Dodekanesos de algemene oorlogsvoering in het Middellandse Zeegebied niet mochten beïnvloeden, waardoor er geen langdurige luchtsteun vanuit Italië beschikbaar was .

De beperkte luchtsteun en dagelijkse bombardementen leidden tot aanzienlijke verliezen. No. 7 Squadron van de Zuid-Afrikaanse luchtmacht werd tegen eind september gereduceerd tot slechts vier vliegtuigen. RAF 2909 Squadron leed eveneens verliezen en werd dagelijks aangevallen. Het gebied rond het vliegveld was rotsachtig, waardoor het graven van schuilplaatsen niet mogelijk was.

Duitse aanval: Operatie “Polarbär”

Voorbereidingen en troepenmacht

Op 1 oktober 1943 werd een Duitse scheepsconcentratie waargenomen in de havens van Kreta. De volgende dag werd een vloot van ten minste tien schepen opgemerkt, varend in noordelijke richting. Deze vloot vervoerde een eenheid van de 22e Infanteriedivisie, speciale Brandenburg-troepen van het vasteland (waaronder het 1e Amfibisch Bataljon en het 5e Parachutistenbataljon), en stond onder bevel van luitenant-generaal Friedrich-Wilhelm Müller.

Duitse landing op Kos

Op 3 oktober om 04.30 uur begon de amfibische aanval op Kos. Rond het middaguur waren circa 1.200 Duitse militairen aan land gegaan, gesteund door duikbommenwerpers van het type Junkers Ju 87. Ze landden op meerdere locaties: Marmari en Tingaki (noordelijk centraal), Camare Bay (zuidwest), alsook Forbici en Capo Foco op de uiterste noordoostelijke en zuidoostelijke punten van het eiland. Tegelijkertijd werden parachutisten gedropt ten westen en zuiden van Antimachia.

Tegen de avond was het aantal Duitse troepen gegroeid tot ongeveer 4.000 man. De Duitse opmars verliep snel, mede doordat de Britse verdediging zwak was en de Italiaanse troepen weinig weerstand boden. De Duitse eenheden beschikten over lichte artillerie, pantservoertuigen en luchtsteun.

Geallieerde verdediging en terugtrekking

De Britse troepen, bestaande uit de Durham Light Infantry, RAF Regiment, parachutisten en SBS-eenheden, boden verzet maar waren numeriek en materieel in het nadeel. Tegen 18.00 uur waren de gevechten geconcentreerd rond de stad Kos, de haven en het vliegveld. De posities werden met moeite gehouden, maar later op de avond werden de Britten gedwongen zich terug te trekken in de heuvels. De RAF Regiment-troepen hadden al hun 20mm munitie verbruikt en vernietigden hun kanonnen om te voorkomen dat zij in Duitse handen zouden vallen.

Capitulatie en gevolgen

Overgave van geallieerde troepen

Op 4 oktober omstreeks 06.00 uur eindigde het georganiseerde verzet. Ongeveer 1.388 Britse en 3.145 Italiaanse soldaten werden krijgsgevangen genomen. De laatste RAF Regiment-troepen van 2909 Squadron gaven zich op 8 oktober over; slechts vijf van de 124 leden bleven ongedeerd. Enkele geallieerde militairen wisten te ontsnappen naar naburige eilanden, waar ze door de SBS werden opgepikt.

Executies van Italiaanse officieren

Na de overgave voerde de Duitse bezetter een vergeldingsactie uit tegen de Italiaanse bevelhebbers. Kolonel Felice Leggio en bijna 100 van zijn officieren werden geëxecuteerd. Deze gebeurtenis staat bekend als de “massamoord van Kos”, en vormt een van de ernstiger oorlogsmisdaden in de regio tijdens deze fase van de oorlog.

Conclusie

De Slag om Kos markeert een mislukte poging van de geallieerden om controle te verkrijgen over de Dodekanesos na de Italiaanse capitulatie in september 1943. Ondanks de inzet van parachutisten, luchtsteun en samenwerking met Italiaanse troepen, slaagde het Britse commando er niet in om het eiland langdurig te behouden. Het gebrek aan luchtdekking bleek doorslaggevend: de Duitse luchtmacht kon ongehinderd opereren en zo de verdediging van het eiland ondermijnen. De snelle Duitse overwinning op Kos had directe gevolgen voor de verdere Dodekanesencampagne, waaronder de val van Leros en het verlies van strategische controle in de regio.

Naast de militaire implicaties had de bezetting van Kos ook ernstige humanitaire gevolgen. De deportatie en uitroeiing van de Joodse gemeenschap van het eiland vormt een van de vele voorbeelden van nazi-vervolging in bezette gebieden. De executie van Italiaanse officieren na hun overgave wijst op de harde repressieve maatregelen van de Duitse bezetter tegen voormalige bondgenoten die zich tegen hen keerden.

De strijd om Kos benadrukt het belang van luchtmacht en logistiek in moderne oorlogvoering, en illustreert de strategische kwetsbaarheid van geïsoleerde militaire operaties zonder blijvende ondersteuning. Het verloop van deze campagne heeft invloed gehad op het verdere verloop van militaire operaties in het oostelijk Middellandse Zeegebied, en is een voorbeeld van hoe plaatselijke verliezen impact konden hebben op bredere oorlogsstrategieën.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbelding: National Digital Archives , Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Holland, Jeffrey (1988). The Aegean Mission: Allied Operations in the Dodecanese, 1943. Westport: Greenwood Press. ISBN 978-0-313-26283-8.
  3. Schenk, Peter (2000). Kampf um die Ägäis. Die Kriegsmarine in den griechischen Gewässern 19411945. Hamburg: Mittler & Sohn. ISBN 978-3-8132-0699-9.
  4. Rogers, Anthony (2007). Churchill’s Folly: Leros and the Aegean — The Last Great British Defeat of World War II. Athens: Iolkos. ISBN 978-960-426-434-6.
  5. Insolvibile, Isabella (2010). Kos 1943–1948: La strage, la storia. Napoli: Edizioni Scientifiche Italiane. ISBN 978-88-495-2082-8.
  6. Ανδρουλάκης, Γεώργιος (2013). Ημέρες πολέμου στην Κω – Το χρονικό της στρατιωτικής καταιγίδας – 1943. Αθήνα: Ιωλκός. ISBN 978-960-426-698-2.
  7. Bronnen Mei1940