Home Personen Duits Marlene Dietrich: leven, films en oorlogsjaren

Marlene Dietrich: leven, films en oorlogsjaren

Marlene Dietrich in een NBC-studio tijdens opname van haar bijdragen aan het radioprogramma Monitor in de jaren 1950.
Marlene Dietrich neemt een segment op voor het radioprogramma Monitor van NBC, waar zij vaste bijdrager was.

Marie Magdalene Dietrich werd geboren op 27 december 1901 in de Berlijnse wijk Schöneberg, toen een zelfstandige gemeente, later opgenomen in Groot-Berlijn. Ze groeide op in een burgerlijk gezin. Haar moeder, Wilhelmina Elisabeth Josefine Felsing, stamde uit een welgestelde familie van juweliers en horlogemakers. Haar vader, Louis Erich Otto Dietrich, was een politieofficier. Hij overleed in 1908. Haar moeder hertrouwde later met Eduard von Losch, die in 1916 aan verwondingen uit de Eerste Wereldoorlog stierf. Dietrich bleef haar oorspronkelijke achternaam dragen, omdat Von Losch haar en haar zus niet officieel adopteerde.

Op jonge leeftijd combineerde Dietrich haar twee voornamen tot de naam “Marlene”. Ze volgde onderwijs aan de Auguste-Viktoria-Schule en later aan de Victoria-Luise-Schule, waar ze in 1918 afstudeerde. Muziek speelde een centrale rol in haar jeugd: ze studeerde viool, met als ambitie een carrière als concertvioliste. Een polsblessure maakte een einde aan deze plannen.

Begin van haar artistieke loopbaan

In de vroege jaren 1920 begon Dietrich haar loopbaan in het theater, aanvankelijk als koormeisje in revue-voorstellingen. Ze werkte onder meer voor Guido Thielscher en Rudolf Nelson. Een poging om toegelaten te worden tot de toneelopleiding van Max Reinhardt mislukte, maar ze kreeg desondanks kleine rollen in zijn theaters.

Dietrich maakte haar filmdebuut met een kleine rol in The Little Napoleon (1923). In hetzelfde jaar trouwde ze met Rudolf Sieber, met wie ze een dochter kreeg, Maria Elisabeth (1924). Gedurende de rest van het decennium bleef ze actief in theater en film in Duitsland en Oostenrijk, waaronder in producties van Frank Wedekind en George Bernard Shaw. Haar eerste grotere filmrollen verschenen in titels als Café Elektric (1927) en The Ship of Lost Souls (1929).

Doorbraak met The Blue Angel

In 1929 kreeg Dietrich de hoofdrol van Lola Lola in de film Der blaue Engel (1930), geregisseerd door Josef von Sternberg. De film werd geproduceerd door UFA en opgenomen in de Babelsberg studio’s. Haar vertolking van een cabaretière die een gerespecteerde schoolmeester ten val brengt, maakte internationaal indruk. De bijbehorende liedjes, waaronder Falling in Love Again, werden iconisch.

Sternberg, die ook in Hollywood werkte, haalde Dietrich naar de Verenigde Staten en introduceerde haar bij Paramount Pictures. De studio positioneerde haar als tegenhanger van Greta Garbo, de Zweedse ster van MGM. Haar eerste Hollywoodfilm, Morocco (1930), leverde haar een Oscarnominatie op en bevatte de controversiële scène waarin ze, gekleed in mannenkleding, een vrouw kuste op het toneel.

Samenwerking met Josef von Sternberg

Tussen 1930 en 1935 werkte Dietrich onder Sternbergs regie aan zes films. Deze samenwerking leidde tot een reeks visueel gestileerde producties, zoals Dishonored (1931), Shanghai Express (1932), Blonde Venus (1932), The Scarlet Empress (1934) en The Devil Is a Woman (1935). Sternberg gebruikte belichtingstechnieken en mise-en-scène om Dietrichs imago van mysterieuze glamour te versterken.

Hoewel de latere films uit hun samenwerking commercieel minder succesvol waren, bleef de visuele stijl invloedrijk. Shanghai Express werd internationaal goed ontvangen en bevatte esthetische elementen die decennia later terugkwamen in popcultuur, zoals op de albumhoes van Queen’s Queen II.

Terugval en heropleving

Na het beëindigen van de samenwerking met Sternberg maakte Dietrich Desire (1936) met Gary Cooper, wat goed werd ontvangen. De films The Garden of Allah (1936) en Knight Without Armour (1937), waarvoor ze respectievelijk $200.000 en $450.000 ontving, leverden ondanks hun succes niet het gewenste rendement op. In 1938 werd Dietrich door Amerikaanse filmexhibitors aangemerkt als “box office poison”, wat haar carrière tijdelijk bedreigde.

Tijdens een verblijf in Londen werd Dietrich benaderd door vertegenwoordigers van het naziregime, die haar een contract aanboden om terug te keren naar Duitsland. Zij weigerde en werd in 1939 Amerikaans staatsburger.

In 1939 maakte Dietrich haar comeback met Destry Rides Again, waarin ze een saloondanseres speelde naast James Stewart. De rol was afwijkend van haar eerdere werk, maar werd positief ontvangen en markeerde het begin van een succesvolle reeks films in het westerngenre.

Prima, hier volgt het tweede deel van het herschreven artikel over Marlene Dietrich. Dit deel behandelt haar activiteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog en haar carrière na de oorlog, tot en met haar cabaretoptredens in de jaren 1960.

Dietrich tijdens de Tweede Wereldoorlog

Politiek engagement en naturalisatie

Dietrich stond bekend om haar uitgesproken politieke standpunten. Ze keerde zich krachtig tegen het nationaalsocialisme. In 1939 werd ze officieel staatsburger van de Verenigde Staten en deed afstand van haar Duitse nationaliteit. Nog voor de oorlog uitbrak, hielp ze samen met onder anderen Billy Wilder bij het opzetten van een fonds om Duitse vluchtelingen, vooral Joden en politieke dissidenten, te ondersteunen. Ze schonk ook haar volledige salaris van $450.000 uit de film Knight Without Armour aan dit doel.

Oorlogsbijdrage in de Verenigde Staten

Na de Amerikaanse oorlogsverklaring in december 1941 begon Dietrich met het actief ondersteunen van de geallieerde oorlogsinspanningen. Ze trad op tijdens benefietevenementen en zette zich in voor de verkoop van oorlogsobligaties. Ze reisde door de Verenigde Staten en trad op voor honderdduizenden militairen. In deze periode was ze een van de meest succesvolle publieke figuren in het werven van fondsen voor de oorlog.

Frontoptredens en samenwerking met het OSS

In 1944 en 1945 maakte Dietrich twee uitgebreide tournees voor de United Service Organizations (USO), waarbij ze optrad voor troepen in Noord-Afrika, Italië, Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland en Duitsland. Tijdens deze tochten stond ze soms op slechts enkele kilometers van de frontlinies. Haar optreden bestond uit zang, het bespelen van de zingende zaag en een “gedachtenleesact”, die ze had geleerd van Orson Welles.

Dietrich werkte ook samen met het Office of Strategic Services (OSS) aan het zogeheten Musak-project. Ze nam liederen in het Duits op die bedoeld waren als psychologische oorlogsvoering, waaronder een versie van Lili Marleen, dat populair was bij zowel geallieerde als Duitse soldaten.

Oorlogsherinneringen en onderscheidingen

Na de oorlog bezocht Dietrich haar familieleden in Duitsland. Ze vreesde dat haar zus en zwager, die een bioscoop nabij het kamp Bergen-Belsen hadden geëxploiteerd, zouden worden aangeklaagd voor collaboratie. Dietrich beschermde hen tegen vervolging, maar verbrak later alle banden met haar zus en neef.

Voor haar inzet tijdens de oorlog werd Dietrich onderscheiden met de Medal of Freedom door de Verenigde Staten in 1947. Daarnaast ontving ze de Légion d’honneur van Frankrijk.

Carrière na de oorlog

Terugkeer naar film

Na de oorlog hervatte Dietrich haar filmcarrière. Ze speelde in Golden Earrings (1947), A Foreign Affair (1948) en Stage Fright (1950). In de jaren 1950 werkte ze met regisseurs als Fritz Lang (Rancho Notorious, 1952), Billy Wilder (Witness for the Prosecution, 1957) en Orson Welles (Touch of Evil, 1958). In Judgment at Nuremberg (1961) speelde ze een Duitse vrouw die worstelt met het oorlogsverleden van haar land.

Overgang naar cabaret en liveoptredens

Vanaf begin jaren 1950 verlegde Dietrich haar focus naar het podium. Ze trad op in nachtclubs en theaters over de hele wereld, vaak met een gevarieerd programma bestaande uit liedjes uit haar films, internationale chansons en hedendaagse nummers. In Las Vegas droeg ze een beroemde doorzichtige avondjurk ontworpen door Jean Louis, die veel aandacht trok.

Vanaf midden jaren 1950 werkte ze nauw samen met componist en arrangeur Burt Bacharach, die haar vocale beperkingen wist te compenseren door de arrangementen op haar stem af te stemmen. Deze samenwerking leidde tot vier albums en verscheidene tournees. Dietrich trad vaak op in zowel jurken als smoking-outfits, waarmee ze haar androgyn imago verder cultiveerde.

Prima, hier volgt het derde en laatste deel van het herschreven artikel over Marlene Dietrich. Dit deel behandelt haar latere jaren, overlijden, nalatenschap en sluit af met de conclusie en bronnen.

Latere jaren en overlijden

Verminderde publieke optredens

Vanaf de jaren 1970 werd Dietrichs gezondheid kwetsbaarder. Ze bleef optreden tot een val tijdens een concert in Sydney in 1975, waarbij ze haar dijbeen brak. Daarna trok ze zich terug uit het openbare leven en leefde de laatste jaren grotendeels teruggetrokken in haar appartement aan de Avenue Montaigne in Parijs.

In deze periode schreef Dietrich brieven, voerde telefoongesprekken met wereldleiders en werkte aan haar autobiografie Nehmt nur mein Leben (1979). In 1984 verscheen de documentaire Marlene, geregisseerd door Maximilian Schell. Dietrich gaf alleen toestemming voor gebruik van haar stem, niet van beeldmateriaal.

Overlijden en begrafenis

Marlene Dietrich overleed op 6 mei 1992 in Parijs aan nierfalen, op 90-jarige leeftijd. Haar uitvaart vond plaats in de Église de la Madeleine. Haar gesloten kist, bedekt met de Franse vlag, stond voor het altaar. Bij de kist lagen haar Amerikaanse en Franse onderscheidingen. De priesters prezen haar inzet voor vrijheid en plichtsbesef.

Conform haar wens werd Dietrich begraven op de begraafplaats Städtischer Friedhof III in Berlijn-Schöneberg, niet ver van haar geboortehuis en naast haar moeder.

Nalatenschap

Erfgoed en erkenning

Dietrich liet een omvangrijke collectie persoonlijke bezittingen en documenten na. In 1993 werd het grootste deel van haar nalatenschap overgedragen aan de Stiftung Deutsche Kinemathek in Berlijn. De collectie omvat duizenden kledingstukken, brieven, foto’s, filmattributen en opnamen, die de basis vormen van de permanente tentoonstelling in het Filmmuseum Berlin.

In 1997 werd het Marlene-Dietrich-Platz in Berlijn vernoemd naar haar. Op de plaquette staat onder andere vermeld dat ze zich inzette voor vrijheid en democratie, en een van de weinige Duitse artiesten was die tijdens de Tweede Wereldoorlog stelling nam tegen het naziregime. In 2002 kreeg zij postuum het ereburgerschap van Berlijn toegekend.

Persoonlijk leven en cultuurimpact

Dietrich was bekend om haar stijlbewuste voorkomen, gebruik van mannenkleding en genderoverschrijdende uitstraling, waarmee ze haar tijd vooruit was. Ze had langdurige relaties met zowel mannen als vrouwen en werd beschouwd als een icoon binnen de LHBTQ-gemeenschap. Haar imago is onderwerp van talrijke culturele en academische analyses.

Dietrich wordt tot op heden geciteerd in muziek, films en theater. Diverse artiesten en modeontwerpers beschouwen haar als inspiratiebron. In 2017 werd ter ere van haar 25e sterfdag een technologisch geavanceerde jurk ontworpen, gebaseerd op haar beroemde “nude dress”.

Conclusie

Marlene Dietrich wordt herinnerd als een actrice en zangeres met een uitgesproken artistieke en morele identiteit. Haar carrière begon in het Berlijn van de jaren 1920, bereikte een hoogtepunt in het Hollywood van de jaren 1930 en vond hernieuwde vorm in haar optredens voor geallieerde troepen en later als cabaretartieste. Ze was meer dan een ster: haar publieke en private keuzes maakten haar tot een symbool van verzet tegen onrecht en van trouw aan persoonlijke overtuigingen.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: NBC Radio, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Bach, Steven (1992). Marlene Dietrich: Life and Legend. New York: William Morrow and Company. ISBN 978-0-688-07119-6.
  3. Bach, Steven (2011). Marlene Dietrich: Life and Legend. Minneapolis: University of Minnesota Press. ISBN 978-0-8166-7584-5.
  4. Riva, Maria (1994). Marlene Dietrich. New York: Ballantine Books. ISBN 978-0-345-38645-8.
  5. Chandler, Charlotte (2011). Marlene Dietrich: A Personal Biography. New York: Simon & Schuster. ISBN 978-1-4391-8835-4.
  6. O’Connor, Patrick (1991). The Amazing Blonde Woman: Dietrich’s Own Style. London: Bloomsbury Publishing. ISBN 978-0-7475-1264-6.
  7. Spoto, Donald (1992). Blue Angel: The Life of Marlene Dietrich. New York: Doubleday. ISBN 978-0-385-42553-7.
  8. Gammel, Irene (2012). “Lacing up the Gloves: Women, Boxing and Modernity”. Cultural and Social History. 9 (3): 369–390. doi:10.2752/147800412X13347542916620. S2CID 146585456.
  9. Thomson, David (1975). A Biographical Dictionary of the Cinema. London: Secker and Warburg. ISBN 978-0-436-52010-5.
  10. Bronnen Mei1940