
Na de snelle overwinning in de eerste fase van de Duitse veldtocht in het Westen, bekend als Fall Gelb, stond Frankrijk begin juni 1940 op de rand van de militaire en politieke instorting. De Duitse Wehrmacht had het Belgische en Noord-Franse grondgebied binnen enkele weken veroverd, het Britse Expeditieleger gedwongen zich bij Duinkerken in te schepen en het Franse leger zware verliezen toegebracht. Fall Rot, het vervolg op deze campagne, werd ingezet om de resterende Franse strijdkrachten definitief te verslaan en Frankrijk tot overgave te dwingen.
De operatie Fall Rot liep van 5 juni tot 25 juni 1940 en leidde uiteindelijk tot de val van Parijs, de ondertekening van de wapenstilstand en de opdeling van Frankrijk in een bezette zone en een formeel zelfstandig gebied onder de Vichy-regering.
Achtergrond: De situatie na Fall Gelb
Na de nederlaag in België beschikte Frankrijk niet langer over voldoende militair vermogen om effectief weerstand te bieden. De beste geallieerde eenheden waren vernietigd of krijgsgevangen genomen, waardoor de resterende Franse troepen grotendeels uit reservisten en onervaren soldaten bestonden.
De Franse krijgsmacht bleef vasthouden aan verouderde militaire doctrines die gebaseerd waren op statische verdediging en lineaire oorlogsvoering. Deze aanpak bleek niet opgewassen tegen de moderne Duitse tactieken, die waren gericht op snelheid, concentratie van kracht en flexibele manoeuvres. De superieure Duitse gemechaniseerde oorlogsvoering maakte een effectieve verdediging onmogelijk, wat uiteindelijk leidde tot de snelle val van Frankrijk.
Franse militaire positie
Aan het eind van mei 1940 was de Franse defensie ernstig verzwakt. Tijdens Fall Gelb waren de beste Franse legers ingezet in België en Noord-Frankrijk, waar zij door de snelle Duitse manoeuvres, bekend als de ‘sikkelbeweging’, werden omsingeld en grotendeels vernietigd. De evacuatie van Duinkerken (Operatie Dynamo) redde een groot deel van het Britse Expeditieleger, maar liet Frankrijk met een sterk gereduceerde en vermoeide strijdmacht achter .
Generaal Maxime Weygand, die medio mei het opperbevel had overgenomen van generaal Maurice Gamelin, stond voor de uitdaging om een nieuw front op te richten. Hij moest een linie verdedigen van ruim 950 kilometer, lopend van de Atlantische kust bij Abbeville via de rivieren de Somme en de Aisne tot aan de Maginotlinie bij Sedan. De beschikbare Franse strijdkrachten omvatten ongeveer 64 divisies, waarvan velen onvolledig waren uitgerust of bestonden uit pas heropgerichte eenheden.
Franse verdedigingsstrategie
Weygand trachtte langs de Somme en de Aisne een nieuwe verdedigingsgordel op te bouwen, die bekend werd als de Weygand-linie. De tactiek was gebaseerd op verdediging in diepte: steden en dorpen werden omgebouwd tot versterkte punten die rondom verdedigd konden worden. Achter deze linie werden mobiele reserves gepositioneerd, bestaande uit tanks en gemotoriseerde infanterie, om Duitse doorbraken tegen te gaan .
Hoewel er sprake was van een heropleving van het moreel onder de Franse troepen, mede doordat een aantal divisies was heropgericht en materieel uit depots beschikbaar kwam, bleef de strategische situatie hachelijk. De Duitse Wehrmacht beschikte over ongeveer 140 divisies, ondersteund door de Luftwaffe, die vrijwel volledig luchtoverwicht had verkregen .
Politieke ontwikkelingen in Frankrijk
Politiek gezien verkeerde Frankrijk eveneens in een crisis. De regering onder premier Paul Reynaud stond onder druk van militaire adviseurs als maarschalk Philippe Pétain en generaal Weygand, die aandrongen op onderhandelingen met Duitsland. Tegelijkertijd bleef Reynaud streven naar voortzetting van de strijd, eventueel vanuit Noord-Afrika .
![]()
Duitse soldaten marcheren, Franse burgers vluchten en tanks rukken op tijdens de Slag om Frankrijk in 1940.
De Duitse aanvalsplannen: Fall Rot
Duitse strategie en doelen
Fall Rot was ontworpen als een gecombineerde aanval van drie Duitse Legergroepen:
- Legergroep B, onder generaal Fedor von Bock, zou over de Somme aanvallen en Parijs vanuit het noorden bedreigen.
- Legergroep A, onder generaal Gerd von Rundstedt, zou via de Aisne door Champagne oprukken en vervolgens Frankrijk verder binnendringen.
- Legergroep C, onder generaal Wilhelm Ritter von Leeb, zou de Franse troepen bij de Maginotlinie aanvallen om hen te binden en een zuidelijke ontsnappingsroute af te snijden .
De Duitse strategie bleef trouw aan de blitzkrieg-doctrine: snelle doorbraken met gemechaniseerde eenheden, gevolgd door infanterie en ondersteund door luchtbombardementen. Daarbij kregen Duitse pantserdivisies zoals die van generaal Heinz Guderian de opdracht om diep Frankrijk binnen te dringen zodra er zich kansen voordeden
.

De rol van de Luftwaffe
De Luftwaffe speelde een essentiële rol tijdens Fall Rot. Met luchtsteun van bommenwerpers en Stuka-duikbommenwerpers werden Franse stellingen, verbindingslijnen en concentraties systematisch bestookt. Dit maakte gecoördineerde Franse tegenmaatregelen vrijwel onmogelijk. Franse luchtmachtinspanningen, hoewel technisch capabel met toestellen als de Dewoitine D.520, waren in aantal onvoldoende om een betekenisvolle tegenstand te bieden .
Italiaanse betrokkenheid
Op 10 juni 1940 verklaarde Italië onder leiding van Benito Mussolini de oorlog aan Frankrijk en Groot-Brittannië. Hoewel de Italiaanse offensieven aan de Alpenfronten aanvankelijk beperkt effect hadden, betekende het openen van een tweede front extra druk op de Franse defensieve capaciteiten .
Verloop van de Gevechten tijdens Fall Rot
Aanval op de Weygand-linie
Op 5 juni 1940 begon Legergroep B onder generaal von Bock met de aanval op de Franse verdedigingslinies langs de Somme. Ondanks zware verliezen in de eerste dagen – de XVIe Panzerkorps verloor bijvoorbeeld 80 van zijn 500 pantservoertuigen tijdens de openingsaanval – slaagden de Duitsers erin om bruggenhoofden over de rivier te vestigen. De Franse verdediging, gebaseerd op versterkte posities in dorpen en steden, wist de Duitse opmars aanvankelijk te vertragen, maar werd uiteindelijk overspoeld door de combinatie van massale tanks, infanterie en luchtsteun.
Op 9 juni opende Legergroep A de aanval over de rivier de Aisne. Hier werd eveneens zwaar gevochten, vooral doordat de Fransen met hun verdedigingsstrategie van diepte en egelstellingen de Duitse vooruitgang wisten te hinderen. Duitse bronnen meldden zware verliezen en erkenden dat de gevechten “hard en kostbaar in mensenlevens” waren. Uiteindelijk slaagden de Duitse troepen erin de Franse linies te doorbreken, mede door intensieve luchtbombardementen die het Franse artillerievuur neutraliseerden.

De val van Parijs
Na de doorbraken bij de Somme en de Aisne kon de Duitse opmars richting Parijs niet langer worden gestuit. De Franse regering besloot op 10 juni Parijs tot open stad te verklaren om verwoestingen te voorkomen. De Franse troepen trokken zich terug zonder strijd in de stad zelf. Op 14 juni marcheerden Duitse troepen de hoofdstad binnen. De meeste Parijzenaars hadden de stad inmiddels verlaten, en diegenen die waren gebleven, ondervonden dat de Duitse bezetters zich in de eerste dagen correct gedroegen.
Met de val van Parijs raakte Frankrijk niet alleen zijn politieke hart kwijt, maar ook een belangrijk logistiek centrum. De morele impact op het Franse leger en de bevolking was groot.
Inzet van gepantserde eenheden
De snelle Duitse opmars werd mogelijk gemaakt door het intensieve gebruik van pantserdivisies. In het westen rukte onder andere de 7e Panzerdivisie onder generaal Erwin Rommel op naar Normandië, waarbij zij op 18 juni de havenstad Cherbourg veroverde. In het oosten drong het XIXe Panzerkorps onder generaal Heinz Guderian diep door tot aan de Zwitserse grens, waarmee zij de Franse troepen bij de Maginotlinie afsneden van de rest van Frankrijk.
De Franse tegenmaatregelen bestonden uit geïsoleerde tegenaanvallen en het vasthouden van versterkte posities, maar deze konden de gecoördineerde Duitse doorbraken niet stoppen. De vrees voor aanvallen uit de lucht beperkte bovendien de mobiliteit van Franse reserves en tegenstoten.
De aanval op de Maginotlinie
Met het hoofdfront in het westen effectief doorbroken, begon Legergroep C zijn operaties tegen de Maginotlinie. Op 15 juni 1940 lanceerden de Duitsers Operatie Tiger, een directe aanval op de fortificaties langs de Rijn. Ondanks hevige Franse tegenstand, waaronder intensieve artilleriebeschietingen vanuit vestingen als Ouvrage Schoenenbourg, slaagden de Duitsers erin een aantal sectoren te doorbreken.
De Duitse troepen gebruikten zware artillerie, waaronder 88mm-kanonnen en spoorweggeschut, om de sterke Franse vestingen te bestoken. Sommige Franse forten hielden stand tot ver na de wapenstilstand, pas capitulerend in juli 1940 na directe bevelen van het Franse opperbevel.
Evacuaties van overgebleven geallieerde troepen
Gedurende de gevechten organiseerden de Britten nieuwe evacuaties, bekend als Operatie Cycle en Operatie Aerial. Tussen 15 en 25 juni 1940 werden ongeveer 190.000 tot 200.000 geallieerde soldaten geëvacueerd uit Normandië en Bretagne. De evacuaties verliepen echter onder zware luchtbombardementen, waarbij onder andere het troepentransportschip RMS Lancastria werd getorpedeerd en meer dan 4.000 mensen omkwamen.

De Franse militaire nederlaag
De voortdurende Duitse successen, gecombineerd met de totale luchtdominantie van de Luftwaffe en het gebrek aan Franse reserves, maakten verdere georganiseerde weerstand onmogelijk. De Franse strijdkrachten trokken zich overal terug of gaven zich over in groepen. De verdediging viel uiteen in lokale pockets van verzet zonder centrale aansturing.
De gecombineerde druk van Duitse, en in mindere mate Italiaanse, aanvallen leidde tot het besluit van de Franse regering om een wapenstilstand aan te vragen.
Politieke Besluitvorming in Frankrijk en Groot-Brittannië
De val van de regering-Reynaud
Naarmate de Duitse opmars vorderde en Parijs viel, nam de druk op de Franse regering toe. Premier Paul Reynaud, die tot het laatst had willen doorvechten, verloor op 16 juni 1940 de steun van zijn kabinet. Hij bood zijn ontslag aan bij president Albert Lebrun.
Maarschalk Philippe Pétain, die bekend stond om zijn conservatieve en verzoenende opvattingen, werd door Lebrun aangewezen als nieuwe premier. Pétain maakte snel duidelijk dat hij een wapenstilstand met Duitsland nastreefde, met als motief het behoud van zoveel mogelijk Franse levens en het voorkomen van totale vernietiging.
De Frans-Britse Unie en haar verwerping
Op 16 juni 1940 deden de Britten een laatste poging om Frankrijk aan hun zijde te houden door het voorstel van een Frans-Britse Unie. Volgens dit plan zouden Frankrijk en Groot-Brittannië één staat vormen met gedeelde instellingen en een gemeenschappelijk burgerschap.
Hoewel Reynaud openstond voor het idee, werd het resoluut verworpen door Pétain en generaal Weygand, die elke verdere strijd als zinloos beschouwden. De verwerping van het unievoorstel leidde tot de definitieve scheiding van Franse en Britse belangen.
De wapenstilstandsaanvraag
Op 17 juni 1940 kondigde Pétain in een radiotoespraak aan dat hij Duitsland om een wapenstilstand zou vragen. Tegelijkertijd verliet generaal Charles de Gaulle Frankrijk om vanuit Londen de strijd voort te zetten, waarbij hij op 18 juni zijn beroemde oproep deed via de BBC tot voortgezet verzet.
De Franse onderhandelingsteam onder leiding van generaal Charles Huntziger reisde naar het woud van Compiègne, waar in 1918 de Duitse overgave was getekend. In een symbolische daad liet Hitler de onderhandelingen plaatsvinden in dezelfde treinwagon waarin Duitsland had gecapituleerd na de Eerste Wereldoorlog.
Op 22 juni 1940 werd de wapenstilstand ondertekend. Deze trad formeel in werking op 25 juni 1940 om 00:35 uur.

Voorwaarden van de wapenstilstand
Volgens de wapenstilstandsbepalingen:
- Twee derde van Frankrijk, inclusief het hele noorden en westen, kwam onder Duitse bezetting te staan.
- Het zuiden van Frankrijk bleef formeel onafhankelijk onder de regering van Pétain, gevestigd in Vichy.
- Frankrijk moest de kosten van de Duitse bezetting dragen.
- De Franse krijgsmacht werd grotendeels gedemobiliseerd; een klein leger van 100.000 man bleef toegestaan in de vrije zone.
- De Franse vloot zou niet in Duitse handen vallen, op voorwaarde dat zij neutraal bleef.
De wapenstilstand maakte een einde aan de georganiseerde militaire strijd in Frankrijk, maar vormde tegelijk het begin van een langdurige bezetting en samenwerking tussen het Vichy-regime en Nazi-Duitsland.
Impact op de Franse Burgerbevolking
Vluchtelingenstroom: L’Exode
De militaire nederlaag leidde tot een van de grootste volksverhuizingen in de Franse geschiedenis. Naar schatting zes tot tien miljoen mensen vluchtten uit Noord- en Oost-Frankrijk naar het zuiden om te ontsnappen aan het oprukkende Duitse leger.
Steden als Chartres zagen hun bevolking dalen van 23.000 tot 800 inwoners, terwijl steden in het zuiden, zoals Pau en Bordeaux, plotselinge bevolkingsgroei meemaakten. De wegen raakten verstopt met vluchtelingen, vaak zonder bestemming en zonder middelen.
De Franse overheid had nauwelijks voorbereidingen getroffen voor deze exodus. Er was onvoldoende opvang, voedsel en medische zorg. De chaos op de wegen bemoeilijkte bovendien de militaire operaties.
Bombardementen en angst
Tijdens Fall Rot werden diverse Franse steden en infrastructuren het doelwit van Duitse luchtaanvallen. Operatie Paula op 3 juni 1940 was een grootschalige Duitse luchtaanval gericht op Parijs en omliggende vliegvelden.
Ook tijdens de evacuatie-operaties bombardeerde de Luftwaffe intensief. Een tragisch voorbeeld was het tot zinken brengen van de RMS Lancastria voor de kust van Saint-Nazaire op 17 juni 1940, waarbij duizenden militairen en burgers omkwamen.
De voortdurende luchtaanvallen en het geluid van duikbommenwerpers veroorzaakten onder de bevolking veel angst. Velen zochten schuilplaatsen op, vaak in kelders of geïmproviseerde ondergrondse schuilruimtes.
Leven onder bezetting
Na de ondertekening van de wapenstilstand kwam het noordelijke en westelijke deel van Frankrijk onder Duitse bezetting te staan. Het openbare leven kwam grotendeels stil te liggen: winkels sloten, voedselvoorziening werd schaars en de bevolking kreeg te maken met inperkingen en censuur.
Hoewel Duitse troepen zich in de eerste dagen na de bezetting doorgaans correct gedroegen, groeide de angst voor repressie en economische uitbuiting. Veel Fransen vreesden dat het ergste nog moest komen.
Sommige delen van de bevolking pasten zich snel aan de nieuwe omstandigheden aan, terwijl anderen begonnen met de eerste vormen van verzet, al waren die in juni 1940 nog kleinschalig en onsamenhangend.
Afloop van Fall Rot en Gevolgen voor Frankrijk
De gevolgen van de nederlaag
De ondertekening van de wapenstilstand op 22 juni 1940 betekende het einde van de georganiseerde Franse militaire weerstand in het moederland. Duitsland bezette het grootste deel van Frankrijk, terwijl het zuiden, onder leiding van maarschalk Philippe Pétain, werd geregeerd vanuit Vichy. De bezettingszone omvatte alle gebieden die strategisch belangrijk waren voor Duitsland, waaronder de Atlantische kust en de noordelijke industriële regio’s.
De Franse krijgsmacht werd grotendeels ontwapend en demobiliseerd. Alleen in de vrije zone mocht een beperkt leger blijven bestaan, voornamelijk voor ordehandhaving. De Franse oorlogsvloot bleef in Franse handen, een punt dat later leidde tot Britse militaire actie tegen Franse schepen in Mers-el-Kébir op 3 juli 1940.
Ongeveer 1,5 miljoen Franse soldaten werden als krijgsgevangenen naar Duitsland afgevoerd. De Franse economie werd zwaar belast door de verplichtingen om de Duitse bezettingsmacht te onderhouden.

Oprichting van Vichy-Frankrijk
Na de nederlaag kreeg de Franse regering onder Pétain bijzondere volmachten van het parlement. Op 10 juli 1940 werd officieel de Derde Republiek beëindigd en ontstond de État Français (de Franse Staat), gevestigd in Vichy.
De Vichy-regering voerde een autoritair beleid onder het motto “Travail, Famille, Patrie” (Werk, Gezin, Vaderland). Zij streefde naar samenwerking met Duitsland, maar probeerde tegelijkertijd zoveel mogelijk Franse belangen te beschermen binnen de beperkingen van de bezetting.
Begin van het verzet
Hoewel het overgrote deel van de Franse bevolking zich aanvankelijk schikte in de nieuwe situatie, begonnen sommige Fransen al snel vormen van verzet te organiseren. De oproep van generaal Charles de Gaulle op 18 juni 1940 markeerde het symbolische begin van de Vrije Fransen (Forces Françaises Libres).
De bezetting en de Vichy-regering zouden de Franse samenleving diepgaand veranderen en zouden de kiem leggen voor de latere bevrijdingsbewegingen en de heropleving van de Franse Republiek in 1944.
Conclusie
Fall Rot markeerde het definitieve militaire en politieke falen van Frankrijk in de zomer van 1940. Ondanks moedige inspanningen om na de catastrofe van Fall Gelb een nieuwe verdedigingslinie op te bouwen, konden de Franse strijdkrachten de gecoördineerde Duitse aanval niet tegenhouden.
De combinatie van tactisch overwicht, luchtmeesterschap en massale inzet van gemechaniseerde eenheden gaf de Wehrmacht een doorslaggevend voordeel. Politieke verdeeldheid en demoralisatie binnen Frankrijk maakten een effectieve verdediging en voortzetting van de oorlog onmogelijk.
De nasleep van Fall Rot leidde tot de opdeling van Frankrijk, het ontstaan van Vichy-Frankrijk, de deportatie van miljoenen krijgsgevangenen en de economische uitbuiting van het bezette gebied. Tegelijkertijd legde het de fundamenten voor latere vormen van Frans verzet en de uiteindelijke wederopstanding van Frankrijk als natie.
De gevolgen van de gebeurtenissen van juni 1940 zouden nog jarenlang doorwerken, niet alleen voor Frankrijk, maar ook voor de bredere geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding 1: The History Department of the United States Military Academy., Public domain, via Wikimedia Commons
- Afbeelding2 : Bundesarchiv, Bild 101I-646-5188-17 / Opitz / CC-BY-SA 3.0, CC BY-SA 3.0 DE, via Wikimedia Commons
- Afbeelding 3: Bundesarchiv, Bild 146-1994-036-09A / CC-BY-SA, CC BY-SA 3.0 DE, via Wikimedia Commons
- Afbeelding 4: Bundesarchiv, Bild 121-0486 / UnknownUnknown / CC-BY-SA 3.0, CC BY-SA 3.0 DE, via Wikimedia Commons
- Afbeelding 5: Frank Capra (film), Public domain, via Wikimedia Commons
- Afbeelding 6: Eric Gaba (Sting – fr:Sting) for original blank map Rama for zones, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons
- Alistair Horne (1969). To Lose a Battle: France 1940. Macmillan. ISBN 978-0-14-005042-4
- Karl-Heinz Frieser (2005). The Blitzkrieg Legend: The 1940 Campaign in the West. Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-294-2
- Robert Forczyk (2019). Case Red: The Collapse of France. Osprey Publishing. ISBN 978-1-4728-2446-2
- Julian Jackson (2001). France: The Dark Years, 1940–1944. Oxford University Press. ISBN 978-0-19-820706-1
- Robert O. Paxton (2001). Vichy France: Old Guard and New Order, 1940-1944. Columbia University Press. ISBN 978-0231124690
- Major L.F. Ellis (2004) [1954]. The War in France and Flanders 1939–1940. History of the Second World War United Kingdom Military Series (repr. Naval & Military Press). ISBN 978-1-84574-056-6
- Martin S. Alexander (2007). “After Dunkirk: The French Army’s Performance Against Case Red, 25 May–25 June 1940.” War in History 14(2): 219–264. DOI: 10.1177/0968344507075873
- William L. Shirer (1969). The Collapse of the Third Republic: An Inquiry into the Fall of France 1940. Simon & Schuster. ISBN 978-0671203375
- Bronnen Mei1940









