Home Slagen, Veldtochten, Zeeslagen en Operaties Duitse Operatie Achse na Italiaanse wapenstilstand 1943

Duitse Operatie Achse na Italiaanse wapenstilstand 1943

Duitse soldaten begeleiden ontwapende Italiaanse troepen door Bolzano, september 1943, tijdens Operatie Achse in de Tweede Wereldoorlog.
Duitse militairen escorteren Italiaanse troepen door Bolzano na de wapenstilstand van 1943, tijdens de uitvoering van Operatie Achse.

Op 8 september 1943 kondigde de Italiaanse regering onder leiding van maarschalk Pietro Badoglio een wapenstilstand met de geallieerden aan. Deze aankondiging betekende in de praktijk het einde van het bondgenootschap tussen nazi-Duitsland en het fascistische Italië. De Duitse reactie volgde vrijwel direct met de lancering van Operatie Achse (oorspronkelijk: Operatie Alarich), gericht op het ontwapenen van het Italiaanse leger, het overnemen van strategische posities in Europa en het voorkomen dat Italiaanse troepen zich bij de geallieerden zouden aansluiten.

Aanloop naar de operatie

Val van Mussolini en Duitse zorgen

Na de val van Benito Mussolini op 25 juli 1943, ontstond bij het Duitse opperbevel ernstige twijfel over de loyaliteit van Italië. Ondanks herhaalde garanties vanuit Rome dat de oorlog voortgezet zou worden aan de zijde van Duitsland, bestond binnen de Duitse leiding, waaronder Adolf Hitler, het vermoeden dat Italië op het punt stond over te lopen naar de geallieerden. Rapporten van Duitse diplomaten en inlichtingenofficieren bevestigden het dalende moreel onder de Italiaanse bevolking en de groei van pro-Britse sentimenten onder militairen en burgers.

Duitse militaire voorbereidingen

Al in mei 1943 werden Duitse troepen overgebracht naar Italië, officieel ter versterking van de verdediging tegen een geallieerde landing. In werkelijkheid dienden deze troepen ook als machtsmiddel tegen een mogelijk Italiaanse defaitisme. Onder andere de 1e Fallschirm-Panzerdivisie Hermann Göring en de 16e Pantserdivisie werden ingezet. Later volgden de 3e en 29e Pantsergrenadierdivisies en de 26e Pantserdivisie, verspreid over Zuid- en Midden-Italië.

Planning en herstructurering van Operatie Achse

Van Alarich naar Achse

Oorspronkelijk stond het Duitse actieplan bekend als Operatie Alarich, wat verwees naar de Visigotische koning die Rome had geplunderd. Vanwege de gevoeligheid van deze naam bij de Italianen werd deze hernoemd naar Operatie Achse. De planning bestond uit meerdere suboperaties, zoals:

  • Operatie Konstantin: ontwapening van Italiaanse troepen in de Balkan
  • Operatie Siegfried: overname van Italiaanse gebieden in Zuid-Frankrijk
  • Operatie Kopenhagen: controle van Alpenpassen aan de Frans-Italiaanse grens
  • Operatie Eiche: bevrijding van Mussolini

Troepenverplaatsingen vóór de wapenstilstand

Tussen juli en begin september 1943 stuurde Duitsland in totaal meer dan tien divisies Italië binnen. Zo kwamen de 44e Infanteriedivisie, 71e Infanteriedivisie, 24e Pantserdivisie, en de 1e SS-Pantserdivisie Leibstandarte SS Adolf Hitler het land binnen via Oostenrijk en Zuid-Frankrijk. De verplaatsing verliep vaak tegen de wil van de Italiaanse legerleiding, die zich machteloos toekeek.

Het Italiaanse dubbelspel

Onduidelijke communicatie

Hoewel de regering-Badoglio naar buiten toe vasthield aan de alliantie met Duitsland, voerde zij in het geheim onderhandelingen met de geallieerden. Generaal Giuseppe Castellano reisde namens de regering af naar Sicilië, waar op 3 september het wapenstilstandsverdrag van Cassibile werd ondertekend. De Italianen hoopten op geallieerde militaire steun, met name voor de verdediging van Rome, maar kregen slechts beperkte toezeggingen.

De aankondiging van de wapenstilstand

Op 8 september 1943 kondigde generaal Dwight D. Eisenhower namens de geallieerden de wapenstilstand aan. Een paar uur later bevestigde Badoglio dit op de Italiaanse radio. Deze plotselinge wending bracht het Italiaanse leger in verwarring: veel eenheden hadden geen duidelijke instructies gekregen en stonden plots tegenover hun voormalige bondgenoten, die inmiddels strategische posities innamen.

Bevel tot actie: 8 september 1943

Kort na de radio-uitzending van Badoglio om 19:42 uur gaf het Duitse opperbevel (OKW) om 19:50 uur het gecodeerde bevel “Achse” door aan alle eenheden in Italië en de bezette gebieden. Daarmee ging de lang voorbereide operatie direct van start. Duitse troepen begonnen onmiddellijk met het ontwapenen van Italiaanse eenheden, het bezetten van belangrijke steden en militaire infrastructuur, en het neutraliseren van mogelijke tegenstand.

Val van Rome

Italiaanse defensie rondom de hoofdstad

De verdediging van Rome werd toevertrouwd aan het Gepantserde en Gemotoriseerde Legerkorps van generaal Giacomo Carboni, dat bestond uit onder andere:

  • 10e Infanteriedivisie “Piave”
  • 21e Infanteriedivisie “Granatieri di Sardegna”
  • 135e Pantserdivisie “Ariete II”
  • 136e Pantserdivisie “Centauro

Rome werd verdedigd door ongeveer 55.000 Italiaanse militairen en ruim 200 pantservoertuigen. Zij stonden tegenover een Duitse strijdmacht van ongeveer 26.000 man onder het bevel van generaal Kurt Student, met onder andere de 2e Parachutistendivisie en de 3e Pantsergrenadierdivisie.

Duitse aanval en Italiaanse desorganisatie

Nog op de avond van 8 september begonnen Duitse troepen met het innemen van brandstofdepots en toegangswegen tot de hoofdstad. Op 9 september vielen ze vanuit het zuiden Rome binnen via onder andere de Via Ostiensis en Via Appia. Tegelijkertijd rukten pantsergrenadiers vanuit het noorden op. Ondanks beperkte weerstand van Italiaanse eenheden zoals de “Granatieri di Sardegna”, vielen sleutelposities snel in Duitse handen. De chaos werd vergroot door tegenstrijdige bevelen, het ontbreken van centrale leiding en de vlucht van het Italiaanse opperbevel.

Vlucht van de koning en het regime

In de vroege ochtend van 9 september verlieten koning Victor Emanuel III, maarschalk Badoglio en andere hooggeplaatste functionarissen de stad. Zij reisden via Tivoli en Pescara naar Brindisi, waar zij de aansluiting zochten bij de geallieerden. De Italiaanse defensie stortte in. Op 10 september gaf de stad zich over aan de Duitse troepen, die militaire controle overnamen en de stad tot “open stad” verklaarden.

Ontwapening en ontbinding van Italiaanse eenheden

Gebrek aan instructies

De Italiaanse generale staf had in aanloop naar het wapenstilstandsverdrag slechts vage richtlijnen gegeven over wat te doen bij een Duitse aanval. De orders, zoals het zogeheten “OP 44 Memorandum”, bleken onvoldoende. Veel eenheden kregen geen bevel of ontvingen tegenstrijdige instructies. Deze verwarring leidde tot passiviteit, zelfontbinding of snelle overgave aan de Wehrmacht.

Duitse efficiëntie

De Duitse eenheden voerden de operatie efficiënt en snel uit. In gebieden onder bevel van veldmaarschalk Rommel (Legergroep B) in Noord-Italië werd nauwelijks weerstand ondervonden. Italiaanse troepen gaven zich zonder gevecht over of werden ontwapend. In Zuid-Italië had veldmaarschalk Kesselring (Legergroep C) te maken met de gelijktijdige geallieerde landing bij Salerno (Operatie Avalanche), maar wist toch ook zijn achterhoede veilig te stellen en Italiaanse troepen te ontwapenen.

Inname van Zuid-Italië

Ontbinding van het Italiaanse leger

In Zuid-Italië werden Italiaanse troepen vaak snel overweldigd. De eenheden rondom Napels, onder leiding van generaal Del Tetto, werden binnen enkele dagen verslagen. De stad zelf werd bezet na een korte strijd. Slechts enkele eenheden boden verzet. Andere, zoals de 9e Infanteriedivisie “Pasubio”, bevonden zich nog in heropbouw na verliezen aan het oostfront en werden vrijwel zonder strijd ontwapend.

Uitzonderingen in Apulië en Calabrië

In delen van Apulië en Calabrië slaagden sommige Italiaanse eenheden erin stand te houden tot de aankomst van geallieerde troepen. In Bari hield generaal Nicola Bellomo de haven in handen tot de Britten arriveerden. Andere divisies zoals de 58e Infanteriedivisie “Legnano” en 152e “Piceno” wisten hun posities te behouden, mede dankzij de beperkte aanwezigheid van Duitse troepen in deze regio’s.

Duitse terugtrekking uit Sardinië en strijd in Corsica

Verplaatsing van Duitse troepen

Duitse troepen in Sardinië, onder bevel van generaal Fridolin von Senger und Etterlin, trokken zich volgens afspraak ordelijk terug naar Corsica, om van daaruit naar het vasteland te evacueren. De Italiaanse troepen onder generaal Antonio Basso deden weinig om dit te verhinderen. Enkel nabij Oristano kwam het tot een schermutseling.

Gevechten op Corsica

Op Corsica stelden Italiaanse troepen zich vijandig op. De 20e Divisie “Friuli” en 44e Divisie “Cremona” leverden strijd tegen de SS-brigade “Reichsführer-SS”, met steun van Franse troepen die op 12 september bij Ajaccio landden. Ondanks versterking van Duitse troepen uit Sardinië werd het eiland uiteindelijk opgegeven. De laatste Duitse eenheden evacueerden Corsica op 4 oktober 1943.

Ontwapening in Frankrijk en de Alpen

In Zuid-Frankrijk werd het Italiaanse 4e Leger, onder bevel van generaal Mario Vercellino, volledig verrast door het nieuws van de wapenstilstand. De eenheden bevonden zich verspreid over Provence, Piemonte en Ligurië. Tussen 9 en 11 september werden ze omsingeld door Duitse eenheden onder bevel van veldmaarschalken Gerd von Rundstedt en Erwin Rommel. Binnen enkele dagen was het leger ontbonden. In de Alpen namen Duitse troepen belangrijke passen over, zoals bij de Mont Cenis.

Italiaanse eenheden in de Balkan

Algemeen overzicht

In de Balkan bevonden zich meer dan 500.000 Italiaanse soldaten, verdeeld over drie legers:

  • 2e Leger in Slovenië, Kroatië en Dalmatië
  • 9e Leger in Albanië en Montenegro
  • 11e Leger in Griekenland

Zij waren vaak betrokken geweest bij anti-partizanenoperaties en waren slecht voorbereid op een conflict met hun voormalige bondgenoten. Bovendien stonden zij onder toezicht van het Duitse Heeresgruppe F en Heeresgruppe E.

Slovenië, Kroatië en Dalmatië

Duitse en Kroatische eenheden vielen Italiaanse posities systematisch aan. In steden zoals Fiume en Pola gaven Italiaanse bevelhebbers zich snel over. Sommige eenheden, zoals de 15e Divisie “Bergamo” in Split, boden verzet met steun van partizanen, maar werden na hevige gevechten verslagen. Tientallen officieren werden ter plekke geëxecuteerd.

Montenegro en Albanië

In Montenegro weerden de 155e Divisie “Emilia” en de 19e Divisie “Venezia” zich fel. Laatstgenoemde wist zich met de 1e Alpiene Divisie “Taurinense” bij de partizanen van Tito aan te sluiten, en vormde de kern van de “Garibaldi-divisie”.

In Albanië werden de meeste Italiaanse eenheden, waaronder de 11e, 38e, 49e en 53e Divisies, ontwapend zonder veel verzet. Alleen de 41e Divisie “Firenze” en 151e Divisie “Perugia” boden weerstand. De Perugia-divisie werd uiteindelijk omsingeld; generaal Ernesto Chiminello en 130 officieren werden na overgave geëxecuteerd. Circa 90.000 Italiaanse soldaten werden in Albanië krijgsgevangen gemaakt.

Griekenland en de Egeïsche Zee

Snelle disintegratie van het 11e Leger

In Griekenland werd het 11e Leger, onder generaal Carlo Vecchiarelli, zonder slag of stoot ontwapend. Vecchiarelli had opdracht gegeven zich niet te verzetten. Divisies als de 29e “Piemonte”, 36e “Forlì” en 56e “Casale” werden direct door de Wehrmacht ontmanteld. Alleen de 24e Divisie “Pinerolo” in Thessalië bood aanvankelijk weerstand, maar werd later door Griekse partizanen ontwapend.

Massamoorden op Italiaanse troepen

Cephalonia

De meest dramatische episode vond plaats op het Griekse eiland Cephalonia, waar de 33e Divisie “Acqui”, bestaande uit circa 11.500 man, werd geconfronteerd met een ultimatum van de Duitse troepen. Na een kortstondig gevecht gaven de Italianen zich op 22 september 1943 over. Vervolgens werden tussen de 4.000 en 5.000 soldaten geëxecuteerd, waaronder generaal Antonio Gandin en bijna alle officieren. Dit wordt beschouwd als een van de ernstigste oorlogsmisdaden tegen voormalige bondgenoten door nazi-Duitsland.

Kos, Leros en Corfu

Ook op andere eilanden vonden gruweldaden plaats. Op Kos werden 96 officieren geëxecuteerd, onder wie commandant Felice Leggio. Op Corfu werd na Duitse herovering op 26 september kolonel Luigi Lusignani met 28 officieren geëxecuteerd. In Leros en Rhodos gaven de Italiaanse bevelhebbers zich uiteindelijk over na bedreigingen met bombardementen.

Verlies van de Italiaanse vloot

Onzekere bevelsstructuur

De Regia Marina, de Italiaanse marine, kreeg pas op de avond van 8 september duidelijke instructies. Admiraal Carlo Bergamini, commandant van het slagschipeskader in La Spezia, werd pas laat geïnformeerd. Bij vertrek richting La Maddalena werd het slagschip Roma op 9 september getroffen door een Duitse geleide bom (Fritz X) en zonk. Bergamini kwam om met ruim 1.300 bemanningsleden.

Overgave in Malta

De rest van de vloot, geleid door admiraal Romeo Oliva, bereikte Malta en gaf zich over aan de geallieerden. Andere schepen bereikten later Brindisi of Palermo. Duitse eenheden wisten wel verscheidene schepen te veroveren of tot zinken te brengen, onder andere torpedoboten en onderzeeërs. In totaal wist een belangrijk deel van de operationele vloot uit handen van de Duitsers te blijven.

Situatie van de luchtmacht

Gebrek aan centrale leiding

De Regia Aeronautica werd eveneens verrast door de wapenstilstand. De stafchef, generaal Renato Sandalli, gaf op 5 september beperkt informatie door aan ondercommandanten, maar gaf op 8 september geen uitvoerende orders. Hierdoor wisten Duitse troepen binnen enkele dagen de meeste vliegvelden en toestellen in Noord- en Midden-Italië te bezetten. Slechts 246 vliegtuigen bereikten geallieerde vliegvelden. Veel anderen werden vernietigd of buitgemaakt.

Deportatie van Italiaanse soldaten

Status als “militaire geïnterneerden”

De Wehrmacht arresteerde en deporteerde tussen september en november 1943 meer dan 800.000 Italiaanse militairen. Zij werden door nazi-Duitsland niet erkend als krijgsgevangenen, maar als “militärinternierte”, waardoor zij geen bescherming genoten onder de Conventie van Genève. Ongeveer 650.000 werden als dwangarbeiders ingezet in Duitse industrieën. Naar schatting stierven tussen de 37.000 en 50.000 van hen aan mishandeling, ondervoeding en ziektes.

Executies van generaals

Verschillende hoge officieren werden gevangengezet in kampen zoals Oflag 64/Z in Polen. Vijf van hen overleden tijdens gevangenschap, waaronder Armellini Chiappi en Umberto di Giorgio. Enkelen werden later geëxecuteerd door de Italiaanse Socialistische Republiek, zoals Inigo Campioni en Luigi Mascherpa, wegens verzet tegen de Duitsers in de Dodekanesos.

Strategische uitkomsten voor Duitsland

De Duitse Wehrmacht wist dankzij Operatie Achse in korte tijd een strategisch vacuüm op te vullen dat was ontstaan door het plotselinge wegvallen van Italië als bondgenoot. Binnen enkele weken na de wapenstilstand had Duitsland:

  • Het Italiaanse leger grotendeels ontwapend
  • Belangrijke logistieke en militaire infrastructuur veiliggesteld
  • Een groot deel van het Italiaanse materieel in beslag genomen
  • De controle herwonnen over strategische gebieden in de Balkan, Griekenland, Corsica, Noord- en Midden-Italië

Dit succes stelde Duitsland in staat om het zuidoostelijke front tijdelijk te stabiliseren en een verdedigingslinie op te bouwen in Midden-Italië. De daaruit voortvloeiende veldtocht tegen de geallieerden duurde tot de lente van 1945.

Italiaanse ineenstorting

Structurele zwakten

De snelheid waarmee het Italiaanse staatsapparaat en leger uiteen vielen, was het resultaat van:

  • Een gebrek aan centrale coördinatie
  • Vage of tegenstrijdige bevelen
  • Prioriteit aan de bescherming van de monarchie boven nationale verdediging
  • Geen formeel bevel tot verzet tegen de Duitse troepen

Hoewel individuele eenheden, lokale bevelhebbers en burgerbewegingen op verschillende plaatsen wel verzet boden, waren deze inspanningen onvoldoende om de Duitse militaire macht tegen te houden.

Gevolgen voor de Italiaanse bevolking

De Duitse bezetting leidde tot onderdrukking, plundering en gewelddadige repressie. Italiaanse burgers werden geconfronteerd met razzia’s, dwangarbeid en deportaties. In sommige regio’s ontstonden lokale verzetsbewegingen, die uitgroeiden tot een bredere Italiaanse partizanenoorlog, voornamelijk in Noord-Italië, die tot april 1945 zou duren.

Materieel en menselijke verliezen

Volgens Duitse cijfers werden de volgende aantallen Italiaanse militairen ontwapend tijdens Operatie Achse:

GebiedAantal militairen
Noord-Italië415.682
Zuid-Italië102.340
Frankrijk8.722
Joegoslavië164.986
Griekenland en Egeïsche eilanden265.000
Totaal1.006.370

Daarnaast werd het volgende materieel buitgemaakt:

  • 1.285.871 geweren
  • 39.007 machinegeweren
  • 13.906 machinepistolen
  • 8.736 mortieren
  • 2.754 veldgeschut
  • 5.568 overige artilleriestukken
  • 16.631 voertuigen
  • 977 pantservoertuigen

Italiaans verzet en samenwerking

Van de Italiaanse soldaten:

  • Bleven tussen 600.000 en 650.000 in Duitse kampen (militaire geïnterneerden)
  • Tussen 20.000 en 30.000 kwamen om in de strijd tegen Duitse troepen
  • Circa 13.000 verdronken tijdens transporten per schip
  • Ongeveer 94.000 kozen direct voor samenwerking met de Duitse bezetter
  • 103.000 sloten zich later aan bij de Italiaanse Sociale Republiek (RSI)

Politieke gevolgen

Installatie van de Italiaanse Sociale Republiek

Op 12 september 1943 werd Benito Mussolini bevrijd uit gevangenschap tijdens Operatie Eiche, uitgevoerd door Duitse luchtlandingstroepen. Kort daarna richtte hij in Salò de Italiaanse Sociale Republiek (Repubblica Sociale Italiana) op, een vazalstaat van nazi-Duitsland. Deze entiteit werd geleid door fascisten die trouw bleven aan Duitsland en nam deel aan de onderdrukking van verzetsbewegingen in het noorden.

Verlies van soevereiniteit

Italië werd feitelijk verdeeld in tweeën: het zuiden onder geallieerde controle, het noorden bezet door Duitsland en bestuurd door de RSI. De koning en regering hadden de facto geen gezag meer buiten het geallieerd gecontroleerde gebied. Pas in 1946 zou Italië formeel de monarchie afschaffen en een republiek worden.

Conclusie

Operatie Achse vormde een van de snelst uitgevoerde en meest ingrijpende militaire operaties van de Tweede Wereldoorlog. De volledige en plotselinge instorting van het Italiaanse militaire apparaat bracht Duitsland in staat om strategische schade te beperken en de zuidelijke flank van Europa tijdelijk te stabiliseren. Deze operatie benadrukte het gebrek aan voorbereid beleid binnen de Italiaanse leiding en luidde het begin in van een burgeroorlogachtige toestand in Italië, met gewapend verzet tegen de Duitse bezetter en het fascistische bewind van de RSI.

Hoewel het Duitse succes tactisch gezien effectief was, betekende de inzet van tienduizenden troepen in Italië en de Balkan ook een strategische verzwakking van de Duitse strijdkrachten op andere fronten, vooral in het oosten.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Bundesarchiv, Bild 183-J15358 / Rieder, Fred / CC-BY-SA 3.0CC BY-SA 3.0 DE, via Wikimedia Commons
  2. Aga Rossi, Elena (2003). Una nazione allo sbando. 8 settembre 1943. Bologna: Il Mulino. ISBN 978-88-15-11322-1.
  3. Bocca, Giorgio (1995). Storia dell’Italia partigiana. Milano: Mondadori. ISBN 88-04-40129-X.
  4. Botjer, George F. (1996). Sideshow War: The Italian Campaign 1943–1945. College Station: Texas A&M University Press. ISBN 978-0-89096-718-8.
  5. De Felice, Renzo (1996). Mussolini l’alleato. Crisi e agonia del regime. Torino: Einaudi. ISBN 88-06-14031-0.
  6. De Felice, Renzo (1997). Mussolini l’alleato. La guerra civile. Torino: Einaudi. ISBN 88-06-14996-2.
  7. D’Este, Carlo (1990). 1943: Lo sbarco in Sicilia. Milano: Mondadori. ISBN 88-04-33046-5.
  8. Heiber, Helmuth (2009). I verbali di Hitler. Gorizia: LEG. ISBN 978-88-6102-042-9.
  9. Kershaw, Ian (2001). Hitler. 1936–1945: Nemesis. Milano: Bompiani. ISBN 88-452-4969-7.
  10. Klinkhammer, Lutz (2007). L’occupazione tedesca in Italia 1943–1945. Torino: Bollati Boringhieri. ISBN 978-88-339-1782-5.
  11. Kuby, Erich (1996). 1943: Il tradimento tedesco. Milano: BUR. ISBN 88-17-11674-2.
  12. Leigh Fermor, Patrick (2014). Abducting a General: The Kreipe Operation and SOE in Crete. London: John Murray. ISBN 978-1-4447-9658-2.
  13. Morris, Eric (1993). La guerra inutile. Milano: Longanesi & C. ISBN 88-304-1154-X.
  14. Patricelli, Marco (2009). Settembre 1943. I giorni della vergogna. Bari: Laterza. ISBN 978-88-420-8827-1.
  15. Picone Chiodo, Marco (1990). In nome della resa. L’Italia nella seconda guerra mondiale (1940–1945). Milano: Mursia. ISBN 88-425-0654-0.
  16. Rochat, Giorgio (2005). Le guerre italiane 1935–1943. Torino: Einaudi. ISBN 88-06-16118-0.
  17. Shirer, William L. (1990). Storia del Terzo Reich. Torino: Einaudi. ISBN 88-06-11698-3.
  18. Axworthy, Mark (1995). Third Axis, Fourth Ally: Romanian Armed Forces in the European War, 1941–1945. London: Arms and Armour. ISBN 978-1-85409-267-0.
  19. Brescia, Maurizio (2012). Mussolini’s Navy: A Reference Guide to the Regia Marina 1930–1945. Barnsley: Seaforth Publishing. ISBN 978-1-84832-115-1.
  20. Bailey, Roderick (2011). The Wildest Province: SOE in the Land of the Eagle. London: Random House. ISBN 978-1-4464-9954-2.
  21. Hanbury-Tenison, Robin (2014). Land of Eagles: Riding Through Europe’s Forgotten Country. London: I.B. Tauris. ISBN 978-1-78076-502-0.
  22. Fischer, Bernd Jürgen (1999). Albania at War, 1939–1945. London: Hurst. ISBN 978-1-85065-531-2.
  23. Prenatt, Jamie; Stille, Mark (2017). Axis Midget Submarines: 1939–45. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-4728-1973-0.
  24. Kemp, Paul (1999). Midget Submarines of the Second World War. London: Chatham Publishing. ISBN 978-1-86176-042-6.
  25. Bronnen Mei1940