Walter Nowotny (7 december 1920–8 november 1944) was een in Oostenrijk geboren gevechtspiloot en officier van de Duitse Luftwaffe. De gebruikelijke literatuur schrijft hem 258 geclaimde luchtzeges in 442 gevechtsvluchten toe. Het merendeel ontstond aan het Oostfront. In 1944 voerde hij Kommando Nowotny aan, een test- en gevechtseenheid met de Messerschmitt Me 262.
Vroege leven en opleiding
Walter Nowotny werd geboren in Gmünd in Neder-Oostenrijk als zoon van spoorwegbeambte Rudolf Nowotny. Hij groeide op met zijn broers Rudolf en Hubert, die later beiden officier in de Wehrmacht werden. Hubert sneuvelde tijdens de Slag om Stalingrad. Het gezin woonde van 1925 tot 1935 in Schwarzenau en verhuisde vervolgens naar Mistelbach, nadat zijn vader daarheen was overgeplaatst.
Nowotny bezocht in Schwarzenau de lagere school en ging daarna naar de Bundesoberrealschule in Waidhofen an der Thaya. Tijdens die jaren zong hij in het jongenskoor van de cisterciënzerabdij van Zwettl. Na de verhuizing naar Mistelbach vervolgde hij zijn onderwijs aan de Oberschule in Laa an der Thaya. Daar behaalde hij op 22 mei 1939 zijn Matura, het Oostenrijkse diploma dat toegang gaf tot hoger onderwijs.
Sport nam tijdens zijn schooljaren een vaste plaats in zijn leven in. In 1935 speelde Nowotny voetbal voor het schoolteam van Waidhofen. Twee jaar later won hij het speerwerpen en werd hij derde op de 1.000 meter bij kampioenschappen in Neder-Oostenrijk. In 1936 bezocht hij de Olympische Zomerspelen in Berlijn, die door het nationaalsocialistische regime voor propagandadoeleinden werden gebruikt.
Interbellum: politieke en militaire vorming
Na de Duitse annexatie van Oostenrijk trad Nowotny op 1 mei 1938 toe tot de NSDAP onder lidmaatschapsnummer 6.382.781. In hetzelfde jaar werd hij lid van de Hitlerjugend en kreeg hij een leidinggevende taak bij een plaatselijke eenheid in het district Mistelbach. Deze organisaties vormden onderdelen van het nationaalsocialistische politieke en maatschappelijke stelsel. Zijn lidmaatschappen plaatsen zijn latere militaire loopbaan rechtstreeks binnen de instellingen van het naziregime.
Nowotny vroeg op 26 januari 1939 vrijwillige actieve militaire dienst aan, met het doel piloot te worden. Na zijn Matura vervulde hij van eind mei tot eind september de verplichte Reichsarbeitsdienst. Op 1 oktober 1939 trad hij als officierskandidaat toe tot de Luftwaffe, een maand na het begin van de oorlog in Europa. Daarmee ging zijn vooroorlogse keuze voor een militaire loopbaan over in dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Militaire vliegopleiding
Nowotny begon zijn militaire basisopleiding bij het 2. Flieger-Ausbildungsregiment 62 in Quedlinburg. Vanaf 16 november 1939 volgde hij onderwijs aan Luftkriegsschule 5 in Breslau-Schöngarten, het huidige Wrocław. Tijdens de opleiding werd hij achtereenvolgens Fahnenjunker-Gefreiter, Fahnenjunker-Unteroffizier en Fähnrich. Op 19 augustus 1940 voltooide hij zijn vliegeropleiding en ontving hij het piloteninsigne.
Zijn opleiding tot jachtvlieger vond van augustus tot november 1940 plaats aan Jagdfliegerschule 5 in Wien-Schwechat. Een van zijn instructeurs was Julius Arigi, een Oostenrijks-Hongaarse gevechtspiloot uit de Eerste Wereldoorlog. Nowotny leerde daar onder anderen Karl Schnörrer en Paul Galland kennen. Na afronding werd hij bij de I./Ergänzungs-Jagdgruppe Merseburg geplaatst, die onder meer bescherming bood aan de industrie rond Leuna.
Jagdgeschwader 54 aan het Oostfront
Op 1 december 1940 kwam Nowotny bij de opleidingseenheid van Jagdgeschwader 54 Grünherz terecht. Vanaf 23 februari 1941 kreeg hij verdere opleiding bij de 9. Staffel, waar ervaren frontvliegers nieuwe piloten voorbereidden op operationele inzet. Zijn bevordering tot Leutnant ging met terugwerkende ranganciënniteit in op 1 februari 1941. Na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie werd JG 54 boven het noordelijke deel van het Oostfront ingezet.
Nowotny vloog op 19 juli 1941 zijn 24e operationele missie in een Messerschmitt Bf 109 E-7 met Werknummer 1173. Boven Saaremaa claimde hij twee Polikarpov I-153-jagers, maar Sovjetarchieven vermelden voor dat gevecht geen verloren Sovjetvliegtuigen. De Sovjetpiloot Aleksandr Avdejev schoot Nowotny tijdens dezelfde confrontatie neer. Nowotny bracht vervolgens drie dagen in een reddingsboot op de Golf van Riga door en bereikte uiteindelijk de kust van Letland.
Op 31 juli 1941 claimde Nowotny een Beriev MBR-2-vliegboot en een Iljoesjin DB-3-bommenwerper bij Saaremaa. Volgens latere beschrijvingen droeg hij tijdens bijna al zijn volgende gevechtsvluchten dezelfde broek als tijdens zijn verblijf in de reddingsboot. De uitzondering was zijn laatste vlucht op 8 november 1944. Het verhaal werd een vast onderdeel van de beeldvorming rond hem, maar zegt niets over de controleerbaarheid van zijn luchtzegeclaims.
Gevechtsvluchten in 1942
In 1942 steeg het aantal aan Nowotny toegeschreven luchtzeges snel. Hij claimde op 11 juli zijn dertigste en eenendertigste toestel boven het bruggenhoofd bij de Volchov, tijdens de gevechten rond Ljoeban. Op 20 juli volgden vijf claims op één dag en op 2 augustus zeven. Zulke aantallen waren gebaseerd op de bevestigingsprocedure van de Luftwaffe en vormden niet automatisch een onafhankelijke vaststelling van Sovjetverliezen.
Na drie nieuwe claims op 11 augustus maakte Nowotny meerdere overwinningsronden boven zijn vliegveld, hoewel zijn Bf 109 beschadigd was. Bij de daaropvolgende landing sloeg het toestel over de kop en liep hij verwondingen op. Op 4 september 1942 ontving hij na 56 erkende claims het Ridderkruis van het IJzeren Kruis. Op 25 oktober volgde zijn benoeming tot Staffelkapitän van de 1. Staffel van JG 54.
Focke-Wulf Fw 190 en commando in 1943
JG 54 begon in januari 1943 over te stappen op de Focke-Wulf Fw 190. Nowotny vloog het grootste deel van zijn resterende missies aan het Oostfront met dit type, nadat hij ongeveer vijftig claims met de Bf 109 had opgebouwd. Samen met Karl Schnörrer, Anton Döbele en Rudolf Rademacher vormde hij een formatie die bekendstond als de Nowotny-Schwarm of Teufelskette. De Luftwaffe kende deze vier piloten gezamenlijk 524 luchtzeges toe.
Nowotny bereikte volgens de Duitse registratie op 15 juni 1943 tijdens zijn 344e gevechtsvlucht zijn honderdste claim. In augustus schreef de Luftwaffe hem 49 nieuwe claims toe, waarmee zijn geregistreerde totaal op 161 kwam. Op 1 september meldde hij tien neergeschoten toestellen tijdens twee missies. Op 15 september werd hij officieel Gruppenkommandeur van I./JG 54, nadat hij de groep eerder tijdelijk had geleid.
De geregistreerde telling bereikte op 8 september 1943 tweehonderd en op 14 oktober 250 luchtzeges. Nowotny was daarmee de eerste Luftwaffe-piloot van wie de administratie 250 claims vermeldde. Op 9 oktober werd een van zijn claims bovendien geboekt als de zesduizendste van JG 54. Zijn snelle stijging kreeg ruime aandacht in de Duitse oorlogspropaganda en ging gepaard met bevorderingen en steeds hogere graden van het Ridderkruis.
Nowotny ontving op 19 oktober 1943 persoonlijk van Adolf Hitler de diamanten bij het Ridderkruis met eikenloof en zwaarden. Daarna vloog hij nog korte tijd aan het Oostfront, waar hij op 15 november zijn laatste twee claims meldde. Zijn geregistreerde totaal in dit oorlogsgebied kwam daarmee op 255. Vervolgens werd hij uit de directe gevechtsdienst gehaald en voor propagandabezoeken in Duitsland ingezet.
Propaganda en opleidingstaak
Tijdens zijn propagandaperiode bezocht Nowotny militaire en industriële locaties. Op 7 december 1943 reikte hij aan spoorwegingenieur August Kindervater een hoge onderscheiding voor oorlogsverdiensten uit. Kort voor Kerstmis bezocht hij de Focke-Wulf-fabriek in Bad Eilsen, waar vliegtuigontwerper Kurt Tank hem ontving. Deze optredens gebruikten zijn gevechtsreputatie om de prestaties van de Luftwaffe en de oorlogsindustrie openbaar te presenteren.
In april 1944 kreeg Nowotny het commando over Jagdgeschwader 101 en Jagdfliegerschule 1 bij Pau in Zuid-Frankrijk. Deze functie draaide om de opleiding van jachtvliegers en plaatste hem buiten de dagelijkse frontdienst. Horst Ademeit had hem in februari al formeel opgevolgd als commandant van I./JG 54. Op 1 september 1944 werd Nowotny bevorderd tot Major en kort daarna keerde hij terug naar een operationele taak.
Kommando Nowotny en de Messerschmitt Me 262
In september 1944 werd Nowotny commandant van Kommando Nowotny, een eenheid die vanaf Achmer en Hesepe bij Osnabrück met de Messerschmitt Me 262 vloog. De eenheid moest de straaljager onder gevechtsomstandigheden gebruiken en tegelijk tactieken voor het nieuwe vliegtuigtype ontwikkelen. De Me 262 was sneller dan geallieerde propellervliegtuigen, maar de motoren, banden en onderhoudsorganisatie veroorzaakten veel uitval. Op 7 oktober claimde Nowotny met dit toestel een B-24 Liberator, zijn eerste geregistreerde luchtzege aan het Westfront.
De resultaten van Kommando Nowotny bleven beperkt door technische gebreken, een tekort aan inzetbare toestellen en geallieerde aanvallen op de vliegvelden. Adolf Galland bezocht de eenheid meermaals en besprak op 7 november 1944 met Nowotny en andere piloten de operationele problemen. Ook Alfred Keller was bij deze inspectie aanwezig. Verschillende vliegers uitten daarbij twijfel over de toenmalige geschiktheid van de Me 262 voor geregelde gevechtsinzet.
Laatste vlucht en dood
Op 8 november 1944 naderde een Amerikaanse bommenwerperformatie het gebied rond Osnabrück. Door een lekke band, gevechtsschade aan andere toestellen en startproblemen vertrok Nowotny uiteindelijk alleen vanaf Achmer. Via de radio meldde hij een B-24 Liberator en een P-51 Mustang als neergeschoten, gevolgd door een storing aan een motor en een onduidelijke laatste melding over brand. Zijn Me 262 A-1a met Werknummer 110400 stortte bij Epe, ten oosten van Hesepe, neer en Nowotny kwam om het leven.
De directe oorzaak van de crash is niet met zekerheid vastgesteld. Getuigen zagen het toestel steil uit de bewolking komen, terwijl Duitse en Amerikaanse verslagen geen sluitende reconstructie mogelijk maken. De in de literatuur genoemde Amerikaanse piloten verschillen per onderzoek. Daarom kan niet feitelijk worden bepaald of een technisch defect, vijandelijk vuur of een combinatie daarvan de beslissende oorzaak was.
Het vaak genoemde eindtotaal bedraagt 258 luchtzeges in 442 gevechtsvluchten, waarvan 255 aan het Oostfront en drie met de Me 262. Archiefonderzoek van Andrew Johannes Mathews en John Foreman vond echter documenten voor 256 bevestigde claims en vier aanvullende, onbevestigde claims. In die reconstructie is slechts één westelijke overwinning schriftelijk bevestigd. De verschillende totalen tonen dat luchtzegeclaims administratieve oorlogscijfers zijn en niet zonder meer gelijkstaan aan onafhankelijk vastgestelde verliezen van de tegenstander.
Na de oorlog
Nowotny kreeg in november 1944 een staatsbegrafenis in Wenen en werd begraven op de Wiener Zentralfriedhof. Onder de erewacht bevonden zich meerdere officieren en voormalige kameraden, terwijl Generaloberst Otto Deßloch de grafrede uitsprak. De stad Wenen kende de grafplaats aanvankelijk de status van eregraf toe. De gemeenteraad trok die status op 23 mei 2003 in, waarna de plek als soldatengraf werd aangeduid.
De grafplaats werd in de naoorlogse periode zowel een locatie voor extreemrechtse herdenkingen als een doelwit van vandalisme. Daardoor ontstond in Oostenrijk discussie over de openbare verering van een militair die lid was geweest van de NSDAP en voor het naziregime had gevochten. De latere herwaardering maakte onderscheid tussen historische documentatie van zijn militaire loopbaan en officiële eerbewijzen. Dat onderscheid lag ook ten grondslag aan het besluit van de Weense gemeenteraad.
Bij de crashplaats in Epe stond een stenen gedenkteken met resten die aan Nowotny’s Me 262 werden toegeschreven. De oorspronkelijke tekst stelde zijn dood voor als een offer voor volk en vaderland en noemde zijn 258 luchtzeges en hoogste onderscheiding. Na een langdurig debat liet de gemeente Bramsche de plaat in augustus 2017 vervangen. De nieuwe tekst behandelt de omgang met vermeende oorlogshelden en herdenkt tevens de slachtoffers van oorlog en verzet.
Kort na Nowotny’s dood kreeg Jagdgeschwader 7 zijn naam. Dit geschwader werd de eerste operationele Duitse straaljagervleugel die hoofdzakelijk met de Me 262 was uitgerust. De naamgeving paste bij de propagandistische inzet van gedecoreerde piloten door het naziregime. In latere geschiedschrijving wordt zijn naam daarom verbonden met zowel de ontwikkeling van operationele straaljagers als de politieke context van de Luftwaffe.
Militaire Rangen
Nowotny trad op 1 oktober 1939 als Fahnenjunker, of officierskandidaat, in dienst. Hij werd op 1 maart 1940 Fahnenjunker-Gefreiter, op 1 april Fahnenjunker-Unteroffizier en op 1 juli Fähnrich. Zijn benoeming tot Leutnant volgde formeel op 1 april 1941, met ranganciënniteit vanaf 1 februari. Op 1 februari 1943 werd hij Oberleutnant.
Na zijn 225e geregistreerde claim werd Nowotny op 21 september 1943 tot Hauptmann bevorderd. De bevordering en ranganciënniteit golden vanaf 1 oktober 1943. Op 1 september 1944 bereikte hij de rang van Major. Dat was zijn hoogste militaire rang toen hij op 8 november 1944 tijdens een operationele vlucht omkwam.
Onderscheidingen
Nowotny ontving het IJzeren Kruis tweede klasse op 23 juli 1941 en eerste klasse op 19 augustus 1941. In juli 1942 volgde de Ehrenpokal der Luftwaffe en op 21 augustus 1942 het Duitse Kruis in goud. Tot zijn overige Duitse onderscheidingen behoorden het Gewondeninsigne in zwart, de Medaille Winterschlacht im Osten en de gouden gesp voor frontvluchten van jachtvliegers met het aanhangsel voor 400 vluchten. Hij droeg ook het gecombineerde piloten- en waarnemersinsigne in goud met diamanten.
Het Ridderkruis van het IJzeren Kruis werd op 4 september 1942 toegekend. Op 4 september 1943 volgde het 293e eikenloof en op 22 september het 37e paar zwaarden. De diamanten, als achtste toekenning van deze graad, volgden op 19 oktober 1943. Deze onderscheidingen waren militaire eerbewijzen van nazi-Duitsland en werden tevens gebruikt in de openbare propaganda rond succesvolle gevechtspiloten.
Nowotny ontving daarnaast de Finse Orde van het Vrijheidskruis eerste klasse en een ere-insigne van de Finse luchtmacht. Als voormalig leider binnen de Hitlerjugend bezat hij ook het gouden Hitlerjugendinsigne. De stad Wenen kende hem op 11 januari 1944 haar erering toe. Deze stedelijke onderscheiding stond los van de status van zijn graf, die pas in 2003 werd ingetrokken.
Conclusie
Walter Nowotny doorliep tussen 1939 en 1944 een snelle loopbaan van officierskandidaat tot Major in de Luftwaffe. Zijn naam raakte vooral verbonden met de door Duitsland geregistreerde luchtzegeclaims aan het Oostfront en met de eerste operationele inzet van de Me 262. De gebruikelijke telling van 258 wijkt af van later archiefonderzoek en moet daarom als een militair claimaantal worden gelezen. Zijn NSDAP-lidmaatschap, propagandawerk en dienst voor nazi-Duitsland behoren tot dezelfde historische context als zijn vliegervaring. De discussies over zijn graf en gedenkteken tonen hoe die context na de oorlog opnieuw werd beoordeeld.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: See page for author, Public domain, via Wikimedia Commons
- Amadio, Jill (2002). Günther Rall: A Memoir, Luftwaffe Ace & NATO General. Placentia: Tangmere Productions. ISBN 978-0-9715533-0-9.
- Berger, Florian (1999). Mit Eichenlaub und Schwertern: Die höchstdekorierten Soldaten des Zweiten Weltkrieges. Wenen: Selbstverlag Florian Berger. ISBN 978-3-9501307-0-6.
- Bergström, Christer en Andrey Mikhailov (2000). Black Cross/Red Star: The Air War Over the Eastern Front, Volume I, Operation Barbarossa 1941. Pacifica: Pacifica Military History. ISBN 978-0-935553-48-2.
- Bergström, Christer (2007). Barbarossa: The Air Battle, July–December 1941. Londen: Chevron/Ian Allan. ISBN 978-1-85780-270-2.
- Boehme, Manfred (1992). JG 7: The World’s First Jet Fighter Unit 1944/1945. Atglen: Schiffer Publishing. ISBN 0-88740-395-6.
- Fellgiebel, Walther-Peer (2000). Die Träger des Ritterkreuzes des Eisernen Kreuzes 1939–1945. Friedberg: Podzun-Pallas. ISBN 978-3-7909-0284-6.
- Forsyth, Robert (2008). Jagdgeschwader 7 ‘Nowotny’. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84603-320-9.
- Fraschka, Günther (1994). Knights of the Reich. Atglen: Schiffer Military/Aviation History. ISBN 978-0-88740-580-8.
- Held, Werner (1998). Der Jagdflieger Walter Nowotny: Bilder und Dokumente. Stuttgart: Motorbuch Verlag. ISBN 978-3-87943-979-9.
- Horaczek, Nina, Jörg Haider en Claudia Reiterer (2009). HC Strache: Sein Aufstieg, seine Hintermänner, seine Feinde. Wenen: Ueberreuter. ISBN 978-3-8000-7417-4.
- Mathews, Andrew Johannes en John Foreman (2015). Luftwaffe Aces: Biographies and Victory Claims, Volume 3 M–R. Walton on Thames: Red Kite. ISBN 978-1-906592-20-2.
- Morgan, Hugh en John Weal (1998). German Jet Aces of World War 2. Londen: Osprey Publishing. ISBN 978-1-85532-634-7.
- Obermaier, Ernst (1989). Die Ritterkreuzträger der Luftwaffe Jagdflieger 1939–1945. Mainz: Verlag Dieter Hoffmann. ISBN 978-3-87341-065-7.
- Patzwall, Klaus D. en Veit Scherzer (2001). Das Deutsche Kreuz 1941–1945: Geschichte und Inhaber, Band II. Norderstedt: Verlag Klaus D. Patzwall. ISBN 978-3-931533-45-8.
- Patzwall, Klaus D. (2008). Der Ehrenpokal für besondere Leistung im Luftkrieg. Norderstedt: Verlag Klaus D. Patzwall. ISBN 978-3-931533-08-3.
- Prien, Jochen, Gerhard Stemmer, Peter Rodeike en Winfried Bock (2003). Die Jagdfliegerverbände der Deutschen Luftwaffe 1934 bis 1945, Teil 6/II: Unternehmen Barbarossa, Einsatz im Osten, 22.6. bis 5.12.1941. Eutin: Struve-Druck. ISBN 978-3-923457-70-0.
- Prien, Jochen, Gerhard Stemmer, Peter Rodeike en Winfried Bock (2006). Die Jagdfliegerverbände der Deutschen Luftwaffe 1934 bis 1945, Teil 9/III: Vom Sommerfeldzug 1942 bis zur Niederlage von Stalingrad, 1.5.1942 bis 3.2.1943. Eutin: Struve-Druck. ISBN 978-3-923457-78-6.
- Prien, Jochen, Gerhard Stemmer, Peter Rodeike en Winfried Bock (2012). Die Jagdfliegerverbände der Deutschen Luftwaffe 1934 bis 1945, Teil 12/III: Einsatz im Osten, 4.2. bis 31.12.1943. Eutin: Buchverlag Rogge. ISBN 978-3-942943-07-9.
- Prien, Jochen, Gerhard Stemmer, Ulf Balke en Winfried Bock (2022). Die Jagdfliegerverbände der Deutschen Luftwaffe 1934 bis 1945, Teil 15/II: Einsatz im Osten, 1.1. bis 31.12.1944. Eutin: Buchverlag Rogge. ISBN 978-3-942943-28-4.
- Reinisch, Edith (2008). Die zweite Republik und der Nationalsozialismus ab 1995 in Österreich. München: GRIN Verlag. ISBN 978-3-640-16753-1.
- Scherzer, Veit (2007). Die Ritterkreuzträger 1939–1945. Jena: Scherzers Militaer-Verlag. ISBN 978-3-938845-17-2.
- Spick, Mike (1996). Luftwaffe Fighter Aces: The Jagdflieger and Their Combat Tactics and Techniques. New York: Ivy Books. ISBN 978-0-8041-1696-1.
- Stockert, Peter (2012). Die Eichenlaubträger 1939–1945, Band 3. Bad Friedrichshall: Friedrichshaller Rundblick. ISBN 978-3-932915-01-7.
- Thomas, Franz (1998). Die Eichenlaubträger 1939–1945, Band 2: L–Z. Osnabrück: Biblio-Verlag. ISBN 978-3-7648-2300-9.
- Von Seemen, Gerhard (1976). Die Ritterkreuzträger 1939–1945. Friedberg: Podzun-Verlag. ISBN 978-3-7909-0051-4.
- Weal, John (1998). Focke-Wulf Fw 190 Aces of the Russian Front. Londen: Osprey Publishing. ISBN 978-1-85532-518-0.
- Weal, John (2001). Jagdgeschwader 54 Grünherz. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84176-286-9.
- Williamson, Gordon (2006). Knight’s Cross with Diamonds Recipients 1941–45. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84176-644-7.
- Zabecki, David T., red. (2019). The German War Machine in World War II. Santa Barbara: ABC-CLIO. ISBN 978-1-4408-6918-1.
- Broucek, Peter (1978). Nowotny Walter. Österreichisches Biographisches Lexikon 1815–1950, Band 7. Wenen: Verlag der Österreichischen Akademie der Wissenschaften. ISBN 3-7001-0187-2.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946
![1920px-Adolf_Hitler_hands_the_award_to_Walter_Nowotny[1] Adolf Hitler overhandigt kapitein Walter Nowotny eikenloof met zwaarden en diamanten na diens 250ste overwinning in de lucht.](https://sp-ao.shortpixel.ai/client/to_webp,q_lossy,ret_img,w_696,h_942/https://mei1940.org/wp-content/uploads/2026/07/1920px-Adolf_Hitler_hands_the_award_to_Walter_Nowotny1-696x942.jpg)









