Home Schepen Zware Kruisers USS Wichita (CA-45): Amerikaanse zware kruiser in WWII

USS Wichita (CA-45): Amerikaanse zware kruiser in WWII

De zware kruiser USS Wichita (CA-45) van de U.S. Navy, opererend met de Britse Home Fleet nabij Scapa Flow, Schotland, 22 april 1942.
USS Wichita (CA-45) opererend met de Britse Home Fleet nabij Scapa Flow, Schotland, op 22 april 1942, tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De USS Wichita (CA-45) was een zware kruiser van de United States Navy, gebouwd in de jaren 1930 als laatste Amerikaanse kruiser die volledig voldeed aan de beperkingen van het Londens Zeeverdrag van 1930. Het schip combineerde elementen van de Brooklyn-klasse lichte kruisers met de bewapening van de New Orleans-klasse zware kruisers. De Wichita diende zowel in de Atlantische als in de Stille Oceaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Haar inzet omvatte konvooiescorte, kustbombardementen, luchtverdediging en deelname aan grote maritieme operaties.

Ontwerp en constructie

De bouw van de USS Wichita werd toegestaan onder de Cruiser Act van 1929. Het oorspronkelijke ontwerp als New Orleans-klasse zware kruiser werd herzien om te profiteren van de romp van de Brooklyn-klasse lichte kruisers, met verbeterde zeewaardigheid en extra bepantsering. Het schip werd op 28 oktober 1935 gelegd op de Philadelphia Naval Shipyard, te water gelaten op 16 november 1937 en in dienst gesteld op 16 februari 1939.

Technische gegevens:

  • Lengte: 185,42 meter
  • Breedte: 18,82 meter
  • Diepgang: 7,24 meter
  • Standaard waterverplaatsing: 10.589 ton
  • Volgeladen waterverplaatsing: 13.015 ton
  • Aandrijving: vier Parsons-stoomturbines, acht Babcock & Wilcox-waterpijpketels
  • Vermogen: 100.000 shp
  • Snelheid: 33 knopen
  • Actieradius: 10.000 nautische mijlen bij 15 knopen
  • Bemanning: 929 personen

De Wichita diende als ontwerpbasis voor de latere Baltimore-klasse zware kruisers.

Bewapening

De hoofdbewapening bestond uit negen 8-inch/55 Mark 12-kanonnen, geplaatst in drie drievoudige torens. De secundaire bewapening omvatte acht 5-inch/38 Mark 12 dual-purpose kanonnen in open en gesloten opstellingen. Tijdens de oorlog werd de luchtafweer versterkt met 24 Bofors 40 mm-kanonnen en 18 Oerlikon 20 mm-kanonnen. Het schip voerde vier verkenningsvliegtuigen, gelanceerd via twee katapulten op het achterschip.

Bepantsering

Het waterlijnpantser bestond uit Class A-staal met een dikte van 160 mm midscheeps, afnemend tot 100 mm aan de uiteinden. Het pantserdek was 57 mm dik. De torens hadden tot 203 mm pantser aan de voorzijde, terwijl de commandotoren wanden van 152 mm had. De barbettes waren beschermd met 178 mm pantser.

Sensoren en dataverwerking

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de USS Wichita uitgerust met vuurleidingssystemen en radars die in hun tijd modern waren. De primaire vuurleiding voor de hoofdbatterijen werd verzorgd door het Mark 34 Fire Control System, gekoppeld aan optische afstandsmeters. De secundaire bewapening en luchtafweer werden aangestuurd door Mark 28- en Mark 13-vuurleidingsradars. Deze systemen leverden gegevens voor zowel luchtdoelen als oppervlakteschepen.

Vanaf 1943 beschikte het schip over verbeterde radarapparatuur voor langeafstandsluchtwaarneming, wat de effectiviteit van de luchtafweer vergrootte, ook onder nachtelijke of slechte weersomstandigheden. In datzelfde jaar werd een Combat Information Center (CIC) ingericht. Dit centrale punt verwerkte en coördineerde gegevens van radars, uitkijkposten en vuurleidingssystemen, waardoor de reactietijd op vijandelijke dreigingen aanzienlijk werd verbeterd. Het CIC van de Wichita was volledig geïntegreerd volgens de operationele standaarden van de US Navy in die periode.

Sonarapparatuur maakte geen deel uit van de standaarduitrusting; onderzeebootbestrijding werd uitgevoerd in samenwerking met escorte-eenheden. De combinatie van optische en elektronische middelen, in samenhang met het CIC, gaf het schip een hoge mate van situational awareness en maakte het mogelijk om zowel lucht- als oppervlakteschepen effectief te bestrijden.

M>Modificaties

p>Tijdens de oorlog werd de luchtafweer versterkt door het toevoegen van extra 40 mm- en 20 mm-kanonnen. Radarinstallaties werden herhaaldelijk geüpdatet, waarbij de Mark 8 en Mark 12/22-radars werden toegevoegd voor betere doeldetectie. De inrichting van een centrale gevechtsinformatiepost werd in 1943–1944 voltooid. Er werden geen ingrijpende wijzigingen aan de hoofd- of secundaire bewapening uitgevoerd.

Stat>Status schip tijdens de oorlog

e USS Wichita was bij de indienststelling modern en voldeed aan de internationale verdragslimieten. Vanaf 1943 werd zij technisch gezien minder geavanceerd in vergelijking met nieuwe ontwerpen met geïntegreerde CIC en verbeterde radarcapaciteiten. Door regelmatige onderhoudsbeurten en updates bleef het schip echter operationeel inzetbaar tot het einde van de oorlog.

Opera>Operationele geschiedenis

tlantische inzet en neutraliteitspatrouilles (1939–1941)

Na de indienststelling op 16 februari 1939 maakte de USS Wichita een shakedowncruise naar de Cariben en voerde zij proefvaarten en artillerietrainingen uit. In september 1939, na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, werd zij toegewezen aan neutraliteitspatrouilles in het Caribisch gebied en de Atlantische Oceaan, om Amerikaanse scheepvaartroutes te beveiligen. In 1940 bezocht het schip havens in Zuid-Amerika, waaronder Rio de Janeiro, Buenos Aires en Montevideo, als onderdeel van een diplomatieke goodwillmissie.

Begin 1941 werd vanuit het Caribisch gebied geoefend met amfibische landingen in Puerto Rico, gevolgd door vlootmanoeuvres bij Bermuda. In de zomer van 1941 nam zij deel aan Operatie Indigo II, de bezetting van IJsland door Amerikaanse troepen, en werd zij gestationeerd in Hvalfjörður voor patrouilles in de Noord-Atlantische zeeroutes. Eind 1941 escorteerde zij konvooien in de wateren rond IJsland; op 7 december 1941, de dag van de Japanse aanval op Pearl Harbor, lag zij voor anker in Hvalfjörður.

Arctische konvooiescorte en samenwerking met de Royal Navy (1942)

In januari 1942 liep de Wichita schade op door stormweer en een aanvaring met een vrachtschip en een trawler, waarna zij in New York werd gerepareerd. In maart sloot zij zich aan bij Task Force 39 om de Britse Home Fleet in Scapa Flow te versterken. Zij nam deel aan de bescherming van de Arctische konvooien QP 11 en PQ 15 naar de Sovjet-Unie, samen met Amerikaanse en Britse slagschepen, kruisers en destroyers. Tijdens de zomer escorteerde zij het zwaar aangevallen PQ 17-konvooi, waarbij de dreiging van de Duitse slagschipgroep rond de Tirpitz leidde tot het bevel om het konvooi te verspreiden. De daaropvolgende verliezen waren groot, maar de Wichita bleef onbeschadigd. Na onderhoud in Schotland keerde zij in augustus terug naar New York.

Operatie Torch en de Zeeslag om Casablanca (november 1942)

In oktober 1942 vertrok de Wichita met Task Group 34.1 richting Noord-Afrika voor Operatie Torch. Op 8 november nam zij deel aan de Zeeslag om Casablanca, waarbij zij Franse kustbatterijen bij El Hank bestookte en artillerievuur uitwisselde met Franse oorlogsschepen. Tijdens de gevechten werd zij geraakt door een 194 mm-granaat, waarbij veertien bemanningsleden gewond raakten. Het schip ondersteunde de amfibische landingen bij Fedhala en voerde patrouilles uit tot de overgave van de Franse strijdkrachten. Na de operatie keerde zij terug naar New York voor reparaties.

Overplaatsing naar de Stille Oceaan en vroege inzet (1943)

Eind 1942 werd de Wichita overgebracht naar de Stille Oceaan. In januari 1943 maakte zij deel uit van Task Force 18 tijdens de Slag bij Rennell Island. Tijdens Japanse luchtaanvallen ontving zij een torpedotreffer die niet ontplofte, terwijl de zware kruiser USS Chicago zwaar werd beschadigd en later zonk. In de zomer van 1943 werd de Wichita ingezet in de Aleoeten-campagne en voerde zij kustbombardementen uit op Kiska in aanloop naar de Japanse ontruiming van het eiland. Daarna volgden onderhoudswerkzaamheden aan de westkust.

Operaties in de centrale Stille Oceaan (1944)

Begin 1944 voerde de Wichita luchtafweerbegeleiding uit voor vliegdekschepen tijdens aanvallen op de Marshalleilanden en Operatie Hailstone tegen Truk. In het voorjaar ondersteunde zij landingen bij Hollandia in Nieuw-Guinea en bombardeerde zij Japanse stellingen op Satawan. Tijdens de Marianen-campagne in juni 1944 voerde zij kustbombardementen uit op Saipan en Guam en nam zij deel aan de Slag in de Filipijnenzee, waarbij haar luchtafweer hielp bij het afslaan van Japanse luchtformaties.

Slag in de Golf van Leyte (oktober 1944)

In oktober 1944 maakte de Wichita deel uit van Task Force 34. Op 25 oktober nam zij deel aan de Slag bij Kaap Engaño, waarbij zij samen met andere Amerikaanse kruisers het Japanse lichte vliegdekschip Chiyoda en de torpedobootjager Hatsuzuki tot zinken bracht. Zij gebruikte hierbij een aanzienlijk deel van haar pantserdoorborende munitie. In de dagen erna leverde zij vuursteun voor troepen op Leyte en verdedigde zij de vloot tegen luchtaanvallen.

Invasie van Okinawa (maart–juli 1945)

In maart 1945 werd de Wichita ingezet bij de voorbereidingen voor de invasie van Okinawa als onderdeel van Task Force 54. Zij ondersteunde mijnenvegers, voerde bombardementen uit op kustverdedigingen en gaf dekking aan onderwater-demolatieteams. Op 6 april werd het schip aangevallen door een Japanse kamikazepiloot; de aanval veroorzaakte lichte schade en verwondde elf bemanningsleden. In mei liep zij schade op door eigen vuur toen een 5-inch granaat een vliegtuigkatapult raakte. Na reparaties hervatte zij haar vuursteun tot het einde van de campagne in juli.

Einde van de oorlog

Op 15 augustus 1945, de dag van de Japanse overgave, bevond de Wichita zich in de wateren rond Okinawa. Kort daarna werd zij onderdeel van de bezettingsmacht in Japan, waarbij zij Nagasaki en Sasebo aandeed voor inspectie- en ondersteuningsopdrachten. Deze inzet markeerde het einde van haar actieve gevechtsoperaties.

Na de oorlogNa de oorlog

se capitulatie maakte de USS Wichita deel uit van de Amerikaanse bezettingsmacht in Japan. Zij arriveerde in september 1945 in Nagasaki als onderdeel van Task Group 55.7 en ondersteunde inspecties van haveninstallaties en schepen om naleving van de overgavevoorwaarden te bevestigen. Later werd zij ingezet in Operatie Magic Carpet voor het terugbrengen van Amerikaanse militairen naar de Verenigde Staten.

In januari 1946 keerde de Wichita terug naar de oostkust van de Verenigde Staten. Zij werd op 3 februari 1947 buiten dienst gesteld en opgenomen in de reservevloot in Philadelphia. Plannen om het schip om te bouwen tot een geleidewapenkruiser werden niet uitgevoerd; in 1959 werd zij afgevoerd van het Naval Vessel Register en op 14 augustus van dat jaar verkocht voor sloop.

Conclusie

>Conclusiece="0 0 []">De USS Wichita was bij haar indienststelling een moderne zware kruiser met een combinatie van sterke bewapening, solide bepantsering en voor die tijd geavanceerde vuurleidingssystemen. Vanaf 1943 werd het schip uitgerust met een volledig operationeel Combat Information Center (CIC), waardoor radar-, uitkijk- en vuurleidingsgegevens centraal konden worden verwerkt. Dit verbeterde de reactietijd en situational awareness aanzienlijk, in lijn met de operationele standaarden van de US Navy in de latere oorlogsjaren.

Door regelmatige modernisering van radar- en luchtafweerbewapening bleef de Wichita tot het einde van de oorlog effectief inzetbaar in uiteenlopende rollen, waaronder luchtverdediging, kustbombardementen, konvooiescorte en deelname aan grote vlootoperaties. Haar inzet in zowel de Atlantische als de Stille Oceaan, met deelname aan onder meer Operatie Torch, de Slag in de Filipijnenzee, de Slag in de Golf van Leyte en de invasie van Okinawa, weerspiegelt haar veelzijdige bijdrage aan de Amerikaanse maritieme oorlogsvoering.

Bronnen en mee>Bronnen en meer informatie

lding: U.S. Navy, Public domain, via Wikimedia Commons
  • Campbell, John (1985). Naval Weapons of World War II. London: Conway Maritime Press. ISBN 0-87021-459-4.
  • Crenshaw, Russell Sydnor (1998). South Pacific Destroyer: The Battle for the Solomons from Savo Island to Vella Gulf. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 1-55750-136-X.
  • Cressman, Robert (2000). The Official Chronology of the U.S. Navy in World War II. Annapolis: US Naval Institute Press. ISBN 1-55750-149-1.
  • Frank, Richard B. (1990). Guadalcanal: The Definitive Account of the Landmark Battle. New York: Penguin Group. ISBN 0-14-016561-4.
  • Friedman, Norman (1980). “United States of America”. In Gardiner, Robert; Chesneau, Roger (eds.). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-913-8.
  • Friedman, Norman (1984). U.S. Cruisers: An Illustrated Design History. Annapolis, Maryland: U.S. Naval Institute Press. ISBN 9780870217180.
  • Garfield, Brian (1995). The Thousand-Mile War: World War II in Alaska and the Aleutians. Fairbanks: University of Alaska Press. ISBN 0-912006-83-8.
  • Hammond, James W. (2001). The Treaty Navy: The Story of the US Naval Service Between the World Wars. Victoria: US Trafford. ISBN 1-55212-876-8.
  • O’Hara, Vincent P. (2007). The U.S. Navy Against the Axis: Surface Combat, 1941–1945. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-650-6.
  • Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea, 1939–1945: The Naval History of World War Two. Annapolis: US Naval Institute Press. ISBN 1-59114-119-2.
  • Sloan, Bill (2008). The Ultimate Battle: Okinawa 1945—The Last Epic Struggle of World War II. New York: Simon & Schuster. ISBN 978-0-7432-9247-4.
  • Terzibaschitsch, Stefan (1984). Cruisers of the US Navy 1922–1962. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-974-X.
  • Tomblin, Barbara (2004). With Utmost Spirit: Allied Naval Operations in the Mediterranean, 1942–1945. Lexington: University Press of Kentucky. ISBN 0-8131-2338-0.
  • Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946