
De Ural bommenwerper was een belangrijk, maar uiteindelijk mislukt ontwikkelingsprogramma van de Luftwaffe in de jaren 1930. Het doel was het creëren van een langeafstandsbommenwerper die strategische doelen diep in vijandelijk gebied, zoals de Sovjet-Unie, kon bereiken. Onder leiding van General Walther Wever, werd dit project in gang gezet om de industriële capaciteit van de vijand te verzwakken zonder de noodzaak van een volledige grondinvasie.
Achtergrond: het strategische belang van langeafstandsbommenwerpers
Aan het begin van de jaren 1930 erkende Walther Wever, de toenmalige chef-staf van de pas opgerichte Luftwaffe, het strategische belang van luchtmachtoperaties. In Wevers visie zouden langeafstandsbommenwerpers een beslissende rol spelen in toekomstige conflicten, met name tegen de Sovjet-Unie. Wever voorzag dat de Sovjetindustrie zich zou verplaatsen naar het oosten, buiten het bereik van de bestaande Duitse luchtvloot, waardoor de noodzaak ontstond voor vliegtuigen met een groter bereik.
Wever’s idee was simpel: in plaats van te vertrouwen op een lange en risicovolle grondcampagne, zou Duitsland de industriële basis van de Sovjet-Unie kunnen vernietigen vanuit de lucht. Dit zou de oorlogsinspanningen van de Sovjets aanzienlijk verzwakken zonder dat Duitse troepen ver naar het oosten hoefden te trekken. Om dit mogelijk te maken, moest de Luftwaffe een nieuwe generatie bommenwerpers ontwikkelen met het vermogen om doelen diep in vijandelijk gebied te bereiken.
De ontwikkeling van de Ural bommenwerper
Het Ural bommenwerper programma werd in het geheim gestart, waarbij Wever begin 1933 contact opnam met de vliegtuigfabrikanten Dornier en Junkers om ontwerpen te leveren voor een langeafstandsbommenwerper. Twee vliegtuigen kwamen voort uit deze oproep: de Dornier Do 19 en de Junkers Ju 89. In 1935 gaf het Reichsluftfahrtministerium (RLM) opdracht om prototypes te bouwen van beide ontwerpen.
De Dornier Do 19 V1, een viermotorige bommenwerper, maakte zijn eerste vlucht op 28 oktober 1936. Het toestel was uitgerust met vier BMW/Bramo 322H negencilindermotoren, die elk een bescheiden vermogen van 650 pk produceerden. Ondanks innovaties zoals verdedigende bewapening met torentjes, voldeed het ontwerp niet aan de verwachtingen van de Luftwaffe en werd slechts één prototype voltooid.
Het Junkers Ju 89 project
Het tweede ontwerp, de Junkers Ju 89, was eveneens een viermotorige bommenwerper. Hoewel de Ju 89 een krachtiger en potentieel capabeler vliegtuig leek te zijn dan de Do 19, ondervond het programma grote uitdagingen. Toen het Ural bommenwerper programma werd geannuleerd, werd het derde, deels voltooide prototype omgebouwd tot een passagiersvliegtuig, de Ju 90. Dit toestel werd later weer omgebouwd voor militaire doeleinden als patrouillevliegtuig, vanwege het tekort aan langeafstandsbommenwerpers in Duitsland .
De Ju 90 leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van de Junkers Ju 290, een maritiem patrouillevliegtuig en langeafstandverkenner. Dit was een van de weinige toestellen in de Duitse luchtmacht dat kon worden ingezet op langeafstandsmissies, hoewel het nooit het oorspronkelijke strategische doel van de Uralbommenwerper vervulde.
De annulering van het Ural bommenwerper programma
De annulering van het Ural bommenwerper programma wordt vaak toegeschreven aan Albert Kesselring, Wevers opvolger, en later Hermann Göring, het hoofd van de Luftwaffe. Hoewel Kesselring het programma aanvankelijk ondersteunde, was hij, samen met Ernst Udet en Erhard Milch, van mening dat de Duitse luchtvaartindustrie op dat moment niet in staat was een grote vloot zware bommenwerpers te produceren .
Hermann Göring annuleerde uiteindelijk het project, mede vanwege de logistieke beperkingen en productiemogelijkheden van de Duitse industrie. Göring, die prioriteit gaf aan het aantal beschikbare vliegtuigen boven hun grootte of capaciteit, verklaarde naar verluidt: “De Führer zal me nooit vragen hoe groot onze bommenwerpers zijn, maar hoeveel we er hebben.”
Het Amerika Bomber project: een herleving van de Uralbommenwerper
Ondanks de annulering van de Uralbommenwerper, werd het idee van langeafstandsbommenwerpers opnieuw opgepakt in 1942 met het zogenaamde “Amerika Bomber” project. Dit programma was bedoeld om een bommenwerper te ontwikkelen die in staat was om New York te bereiken en een bommenlast van vijf ton te vervoeren .
Drie ontwerpen kwamen voort uit dit project: de Messerschmitt Me 264, de Junkers Ju 390 en de Heinkel He 277. Hoewel geen van deze ontwerpen ooit grootschalig werd geproduceerd, gaven ze wel aan dat de Duitse militaire leiding zich bewust was van het strategische belang van zware bommenwerpers. Deze toestellen kwamen echter te laat om invloed te hebben op de uitkomst van de oorlog.
Het falen van de Heinkel He 177 en zijn opvolgers
De Heinkel He 177, een viermotorige bommenwerper, had vanaf het begin te maken met technische problemen. Een van de grootste uitdagingen was de vereiste dat het toestel ook als duikbommenwerper zou moeten functioneren, een onrealistische eis voor een zwaar vliegtuig . Hoewel dit vereiste uiteindelijk in 1942 werd geschrapt, kwamen verbeteringen zoals de He 177B en He 274 te laat om nog een betekenisvolle impact te hebben op het verloop van de oorlog.
Göring zou later spijt hebben van het gebrek aan een effectieve vloot van zware bommenwerpers, toen hij de vernietiging van Duitse steden door geallieerde bommenwerpers moest aanschouwen. De zware bommenwerpers van de geallieerden, zoals de Avro Lancaster en Boeing B-17, bleken een doorslaggevende factor te zijn in de geallieerde overwinning.
Het einde van de Duitse strategische bommenwerperontwikkeling
In 1944, te midden van de geallieerde bombardementencampagnes en het tekort aan brandstoffen, werd het Duitse militaire vliegtuigprogramma volledig herzien. De nadruk verschoof naar de productie van gevechtsvliegtuigen in plaats van bommenwerpers, met de lancering van het Jägernotprogramm. Dit markeerde het definitieve einde van de Duitse pogingen om een strategische bommenwerper te ontwikkelen.
Conclusie
Het Ural bommenwerper programma was een ambitieus, maar uiteindelijk onsuccesvol project van de Luftwaffe om een langeafstandsbommenwerper te ontwikkelen die strategische doelen diep in vijandelijk gebied kon aanvallen. Hoewel Walther Wever de visionaire leider was achter dit idee, werd het project na zijn dood ingehaald door technische en industriële beperkingen. Ondanks pogingen om het programma nieuw leven in te blazen met projecten zoals de Amerika Bomber en de Heinkel He 177, slaagde Duitsland er nooit in om een effectieve strategische bommenwerpervloot te ontwikkelen. Dit had uiteindelijk grote gevolgen voor de oorlogsinspanningen van het Derde Rijk, vooral toen geallieerde bommenwerpers Duitsland van begin tot eind verwoestten.
Bronnen
- Corum, J. (1997). The Luftwaffe: Creating the Operational Air War, 1918-1940. University Press of Kansas.
- Murray, W. (1983). Luftwaffe: Strategy for Defeat, 1933-1945. Air University Press.
- Bronnen Mei1940








