Gottlieb Hering (1887–1945) was een Duitse politieofficier die tijdens de Tweede Wereldoorlog betrokken was bij het nationaalsocialistische vernietigingsbeleid. Hij vervulde functies binnen de Aktion T4, het euthanasieprogramma waarbij duizenden mensen met een beperking werden vermoord, en was later commandant van het vernietigingskamp Bełżec tijdens Aktion Reinhardt. In deze periode speelde hij een rol in de massamoord op Joden en andere bevolkingsgroepen in het Generalgouvernement. Zijn loopbaan illustreert de nauwe verwevenheid van politie, administratie en SS bij de uitvoering van nazi-politiek. Na de oorlog stierf Hering in 1945 onder onduidelijke omstandigheden in Duitsland.
Vroege leven en opleiding
Gottlieb Hering werd geboren op 2 juni 1887 in Warmbronn, een district van Leonberg in Württemberg. Hij groeide op in een landelijke omgeving en werkte na zijn schooltijd op een boerderij nabij zijn geboorteplaats. Deze agrarische achtergrond was typerend voor veel jongeren in Zuid-Duitsland in die periode. In 1907 trad hij in dienst bij het 20e (2e Württembergische) Ulanen-Regiment “König Wilhelm I” in Ulm, waar hij de standaarddienstplicht vervulde. Na zijn diensttijd bleef hij vrijwillig nog drie jaar in militaire dienst. In 1912 begon hij zijn loopbaan bij de politie in Heilbronn. Twee jaar later trouwde hij; uit dit huwelijk werd een zoon geboren.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Hering in 1915 opgeroepen en ingedeeld bij de mitrailleurcompagnie van het Grenadier-Regiment 123. Hij vocht aan het Westfront in Noord-Frankrijk tot aan de wapenstilstand van november 1918. Hering bereikte de rang van sergeant en ontving voor zijn inzet het IJzeren Kruis Eerste Klasse. De oorlogservaringen en zijn decoratie versterkten zijn positie binnen de Duitse politie na 1918, waar veteranen vaak een voorkeursbehandeling genoten bij terugkeer in burgerlijke dienst.
Interbellum: politiecarrière en politieke positie
Na de oorlog zette Hering zijn carrière voort bij de Schutzpolizei in Heilbronn en maakte hij snel promotie. Vanaf 1919 werkte hij bij de Kriminalpolizei in Göppingen. In de jaren twintig steeg hij in rang tot Kriminaloberkommissar en werd hij hoofd van de Göppinger Kriminalpolizei. Tijdens de Weimarrepubliek stond hij bekend als streng tegenstander van nationaalsocialistische groeperingen zoals de NSDAP, SA en SS. Zijn optreden leverde hem de bijnaam “Nazifresser” op. Hoewel hij in eerste instantie lid werd van de SPD, veranderde zijn positie na 1933. Dankzij zijn langdurige connectie met Christian Wirth, een nationaalsocialistisch politieofficier, bleef hij werkzaam ondanks protesten van lokale partijleden. Op 1 mei 1933 sloot hij zich aan bij de NSDAP. In de late jaren dertig werkte hij in Stuttgart en Schwenningen, en werd hij belast met de bestrijding van zware misdrijven.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Overplaatsing naar Polen
Kort na het uitbreken van de oorlog werd Hering, samen met andere hoge politiefunctionarissen, in december 1939 overgeplaatst naar Gotenhafen (het huidige Gdynia). Daar was hij betrokken bij de organisatie van de herplaatsing van Volksduitsers naar de door Duitsland bezette gebieden in Polen. Dit paste binnen de bredere Duitse bevolkingspolitiek die gericht was op germanisering en verdrijving van de Poolse bevolking.
Betrokkenheid bij Aktion T4
Vanaf 1940 werd Hering opgenomen in de Aktion T4, het euthanasieprogramma waarbij mensen met een beperking systematisch werden vermoord. Hij werkte in meerdere instellingen, waaronder Sonnenstein, Hartheim, Bernburg en Hadamar. Zijn taken bestonden uit administratieve functies, zoals het vervalsen van overlijdensakten en het leiden van kantoren. In deze rol was hij direct betrokken bij de logistiek en organisatie van duizenden moorden, ook al voerde hij de dodelijke handelingen niet zelf uit. De ervaring die hij hier opdeed in administratie, organisatie en verhulling van misdaden, vormde de basis voor zijn latere werk in de vernietigingskampen.
Commandant van Bełżec
In de zomer van 1942 werd Hering overgeplaatst naar Aktion Reinhardt, de operatie die gericht was op de vernietiging van de Joodse bevolking in het Generalgouvernement. Hij volgde Christian Wirth op als commandant van Bełżec. In deze periode bereikte de deportatie en moord op Joden haar hoogtepunt. Tussen augustus en september 1942 kwamen honderdduizenden mensen aan in Bełżec, waarvan vrijwel allen onmiddellijk werden vermoord in gaskamers. Hering stond bekend om zijn hardhandige optreden tegenover zowel gevangenen als ondergeschikten. Getuigen verklaarden dat hij betrokken was bij executies van kampbewakers en gevangenen, en dat zijn aanwezigheid angst opriep bij personeel en slachtoffers.
Liquidatie van Bełżec en inzet bij Poniatowa
Vanaf december 1942 hield Bełżec op met het ontvangen van nieuwe transporten. Hering leidde de operatie om massagraven te openen en lichamen te verbranden, een onderdeel van de zogenaamde Sonderaktion 1005. Nadat Bełżec volledig was ontmanteld, werd hij overgeplaatst naar Poniatowa, een arbeidskamp waar duizenden Joden tewerkgesteld waren. In november 1943 vond hier Aktion Erntefest plaats, waarbij circa 14.000 gevangenen werden doodgeschoten. Hering was direct betrokken bij de coördinatie van deze massamoord. Na de sluiting van Poniatowa werd hij kortstondig ingezet in Sobibor en later naar Triëst overgeplaatst.
Inzet in Triëst
Eind 1943 werd Hering samen met andere leden van de staf van Aktion Reinhardt verplaatst naar de Operationszone Adriatisches Küstenland. In Triëst leidde hij de eenheid R I binnen de Sonderabteilung Einsatz R, die zich bezighield met de bestrijding van partizanen en de vervolging van Joden. Tevens was hij commandant van het concentratiekamp Risiera di San Sabba, waar duizenden mensen werden vermoord. Deze inzet illustreerde hoe het personeel van Aktion Reinhardt na de liquidatie van de vernietigingskampen elders in Europa werd ingezet voor vervolging en moord.
Na de oorlog
Na de Duitse nederlaag keerde Hering terug naar Duitsland. Er zijn aanwijzingen dat hij korte tijd opnieuw werkzaam was bij de Kriminalpolizei in Heilbronn. Op 9 oktober 1945 overleed hij in Stetten im Remstal, in een ziekenhuis dat diende als uitwijklocatie van Stuttgart. De exacte omstandigheden van zijn dood zijn onduidelijk, maar hij stierf voordat hij kon worden vervolgd voor zijn betrokkenheid bij oorlogsmisdaden. In de naoorlogse jaren werd in zijn denazificatieproces weinig aandacht besteed aan zijn rol binnen Aktion T4 en Reinhardt, waardoor zijn weduwe pensioenrechten behield.
Militaire rangen
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bereikte Hering de rang van Feldwebel (sergeant) in het Duitse leger. Binnen de politiecarrière bereikte hij in de jaren dertig de rang van Kriminaloberkommissar. In 1943 werd hij, mede door zijn inzet bij Aktion Reinhardt, bevorderd tot SS-Hauptsturmführer. Opvallend is dat hij deze SS-rang verkreeg zonder formeel lid van de SS te zijn, een uitzonderlijke situatie die te danken was aan een direct bevel van Heinrich Himmler.
Onderscheidingen
Voor zijn militaire inzet tijdens de Eerste Wereldoorlog werd Gottlieb Hering onderscheiden met het IJzeren Kruis Eerste Klasse. Dit decoratie gaf hem aanzien binnen de politie en versterkte zijn carrière in de jaren na 1918. Daarnaast werd hij binnen het nationaalsocialistische systeem meermaals voorgedragen voor verdere onderscheidingen, maar hierover zijn geen concrete uitreikingen bekend geworden.
Conclusie
Het leven en de loopbaan van Gottlieb Hering tonen de overgang van een lokale politiefunctionaris naar een uitvoerder van nationaalsocialistisch vernietigingsbeleid. Zijn werkzaamheden binnen Aktion T4 en Aktion Reinhardt maakten hem tot een van de vele schakels in het systeem dat miljoenen slachtoffers eiste. Hoewel hij niet de bekendheid genoot van hogere SS-leiders, had zijn rol als commandant van Bełżec en later Poniatowa en Triëst directe gevolgen voor tienduizenden slachtoffers. Zijn dood in 1945 voorkwam dat hij in gerechtelijke processen ter verantwoording werd geroepen.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Unknown / Not disclosed, Public domain, via Wikimedia Commons
- Ernst Klee: Das Personenlexikon zum Dritten Reich: Wer war was vor und nach 1945. Frankfurt am Main: Fischer-Taschenbuch-Verlag, 2005. ISBN 3-596-16048-0.
- Michael Wedekind: Nationalsozialistische Besatzungs- und Annexionspolitik in Norditalien 1943 bis 1945: Die Operationszonen „Alpenvorland“ und „Adriatisches Küstenland“. München: R. Oldenbourg Verlag, 2003. ISBN 3-486-56650-4.
- Israel Gutman (red.): Enzyklopädie des Holocaust – Die Verfolgung und Ermordung der europäischen Juden. München/Zürich: Piper Verlag, 1998. ISBN 3-492-22700-7.
- Ernst Klee: „Euthanasie“ im NS-Staat. Die „Vernichtung lebensunwerten Lebens“. Frankfurt am Main: S. Fischer Verlag, 1983. ISBN 3-10-039303-1.
- Ernst Klee: Was sie taten – Was sie wurden. Frankfurt am Main: Fischer-Taschenbuch-Verlag, 1986. ISBN 3-596-24364-5.
- Wolfgang Proske: Gottlieb Hering: Laut Himmler „einer der fähigsten Mitarbeiter der Aktion Reinhardt“. In: Wolfgang Proske (Hrsg.): Täter Helfer Trittbrettfahrer. NS-Belastete aus Baden-Württemberg, Band 10. Gerstetten: Kugelberg Verlag, 2019. ISBN 978-3-945893-11-1.
- Robert Kuwałek: Obóz zagłady w Bełżcu. Lublin: Państwowe Muzeum na Majdanku, 2010. ISBN 978-83-925187-8-5.
- Yitzhak Arad: Belzec, Sobibor, Treblinka. The Operation Reinhard Death Camps. Bloomington and Indianapolis: Indiana University Press, 1999. ISBN 978-0-253-21305-1.
- Chris Webb: The Belzec death camp. History, Biographies, Remembrance. Stuttgart: ibidem-Verlag, 2016. ISBN 978-3-8382-0866-4.
- Stephan Lahnstaedt: Czas zabijania. Bełżec, Sobibór, Treblinka i Akcja Reinhardt. Warszawa: Prószyński i S-ka, 2018. ISBN 978-83-8123-263-0.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










