Admiraal Philip Vian: Leiderschap in twee oorlogen

Philip Louis Vian diende meer dan vier decennia in de Royal Navy, met actieve dienst in beide wereldoorlogen. Zijn carrière werd gekenmerkt door operationele inzet in diverse zeegebieden, variërend van Europa tot de Stille Oceaan. Vian verwierf bekendheid door zijn leiderschap tijdens gevechtsoperaties en zijn rol bij het ondersteunen van geallieerde amfibische landingen. Dit artikel biedt een overzicht van zijn loopbaan, beginnend bij zijn opleiding en vroege dienstjaren tot zijn latere functies in het Britse marinecommando.

Vroege leven en opleiding

Philip Vian werd geboren op 15 juni 1894 als zoon van Alsager Richard Vian en Ada Frances Renault. In mei 1907 begon hij zijn maritieme opleiding aan het Royal Naval College, eerst op Osborne en daarna op Dartmouth . In 1911 werd hij geplaatst op de HMS Cornwall, een opleidingskruiser die echter vroegtijdig aan haar reis een einde moest maken vanwege een aanvaring met een rif nabij Nova Scotia. Zijn eerste actieve dienst als midshipman volgde aan boord van het slagschip HMS Lord Nelson .

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Bij het uitbreken van de oorlog bleef Vian op de HMS Lord Nelson, die vanwege haar verouderde status in Britse thuiswateren werd gehouden. Vanaf oktober 1914 werd hij overgeplaatst naar de kruiser HMS Argonaut, die patrouilles uitvoerde voor de kust van Oost-Afrika. In 1915 werd hij bevorderd tot sub-luitenant .

Later dat jaar kreeg hij een aanstelling op de HMS Morning Star, een moderne M-klasse torpedobootjager. Hoewel zijn schip tijdens de Slag bij Jutland geen actieve rol speelde, was hij getuige van deze zeeslag. In 1917 werd Vian bevorderd tot luitenant en diende vervolgens als eerste officier op de torpedobootjagers HMS Ossory en HMS Sorceress .

Interbellum: opleidingen en vroege commando’s

Na de oorlog volgde Vian diverse opleidingen in artillerie op HMS Excellent en verwierf hij in 1919 een kwalificatie in artilleriedienst. In januari 1920 werd hij voor twee jaar uitgeleend aan de Royal Australian Navy, waar hij diende aan boord van de HMAS Australia als artillerieofficier .

Terug in het Verenigd Koninkrijk volgden diverse plaatsingen als artillerieofficier op onder meer de HMS Thunderer, HMS Champion, HMS Castor en HMS Emperor of India. In 1924 werd hij bevorderd tot luitenant-commandant. Daarna volgden buitenlandse plaatsingen op de HMS Royal Sovereign en HMS Kent, het vlaggenschip van het Britse China Station. In juni 1929 werd hij bevorderd tot commandant .

Vanaf 1933 kreeg Vian zijn eerste zelfstandige commando, over de HMS Active, een torpedobootjager in de Middellandse Zee. In deze periode kwamen twee incidenten voor, waaronder schade aan het schip tijdens een manoeuvre in Malta en het verlies van een torpedo. Desondanks bleef zijn reputatie behouden en werd hij op 31 december 1934 bevorderd tot kapitein .

In 1936 kreeg hij het commando over de 1e Destroyer Flotilla en reageerde hij op de Spaanse Burgeroorlog door Brits diplomatiek personeel te evacueren uit Vigo. In 1937 werd hij vlagkapitein van de 3e Kruisereskader in de Middellandse Zee, aan boord van de HMS Arethusa .

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Bij het uitbreken van de oorlog in 1939 keerde Vian terug naar Groot-Brittannië. Zijn benoeming tot commandant van HMS Ganges werd ingetrokken, waarna hij werd aangesteld als commandant van de 11e Destroyer Flotilla. Begin 1940 kreeg hij het bevel over de 4e Destroyer Flotilla met HMS Cossack als vlaggenschip .

Het Altmark-incident

In februari 1940 leidde Vian een missie om het Duitse bevoorradingsschip Altmark te onderscheppen in Noorse wateren. Aan boord bevonden zich ongeveer 300 Britse koopvaardijzeelieden die eerder door de Admiral Graf Spee gevangen waren genomen. Vian besloot het schip binnen te dringen in de Jøssingfjord, waar de gevangenen werden bevrijd. Voor deze actie werd hij onderscheiden met de Distinguished Service Order (DSO) .

Operaties in Noorwegen en de ondergang van HMS Afridi

Tijdens de Duitse invasie van Noorwegen in april 1940 voerde Vian operaties uit in onder meer Bergen en Namsos. Tijdens een evacuatie van troepen werd de HMS Afridi gebombardeerd en tot zinken gebracht. Vian overleefde de aanval en werd genoemd in officiële rapportages voor zijn inzet .

Operaties tegen de Bismarck

In mei 1941 maakte Vian deel uit van de operatie om het Duitse slagschip Bismarck te vernietigen. Zijn eskader van torpedobootjagers, waaronder HMS Cossack, viel ’s nachts aan om de positie van het schip te bevestigen en de bemanning te vermoeien. Voor zijn rol in deze operatie ontving hij een tweede bar op zijn DSO .

Middellandse Zee en Slagen bij Sirte

Na zijn promotie tot schout-bij-nacht in juli 1941 kreeg Vian het commando over de 15e Kruisereskader, gestationeerd in Alexandrië. Hij leidde verschillende konvooien naar Malta en nam deel aan de Eerste en Tweede Slag bij Sirte. Tijdens de tweede slag, in maart 1942, wist hij met beperkte middelen een grotere Italiaanse vloot af te weren om een bevoorradingskonvooi te beschermen, ondanks grote verliezen. Voor deze operatie werd hij benoemd tot Ridder Commandeur in de Orde van het Britse Rijk (KBE) .

In juni 1942 escorteerde hij het konvooi van Operatie Vigorous, maar dit moest worden teruggetrokken. Vian keerde om gezondheidsredenen terug naar Groot-Brittannië en herstelde van malaria. Na zijn herstel nam hij deel aan de planning van de geallieerde invasie van Europa.

Vervolg Tweede Wereldoorlog

Amfibische operaties in Italië en Sicilië

Na zijn herstel van malaria keerde Vian in juli 1943 terug naar de Middellandse Zee. Hij kreeg het bevel over een amfibische strijdmacht tijdens de geallieerde landing op Sicilië (Operatie Husky). Deze operatie markeerde de eerste grote geallieerde aanval op Italiaans grondgebied. Vian voerde zijn commando vanaf het transportschip HMS Glengyle .

In september 1943 voerde Vian opnieuw het bevel over maritieme eenheden tijdens de landing bij Salerno, Italië. Hiervoor leidde hij Force V, bestaande uit vier escortevliegdekschepen en het onderhoudsschip HMS Unicorn. Ondanks logistieke beperkingen verlengde hij de luchtsteun op verzoek van het Amerikaanse leger. Zijn eenheden boden essentiële luchtdekking voor de troepen aan wal. Hij werd tweemaal genoemd in verslagen van verdienste voor deze operaties .

Invasie van Normandië

In januari 1944 werd Vian benoemd tot bevelhebber van Force J, de maritieme eenheid verantwoordelijk voor een deel van de landingen in Normandië op 6 juni 1944 (Operatie Overlord). Als commandant van de Eastern Task Force coördineerde hij de ondersteuning van de Britse en Canadese troepen die landden op de stranden van Juno en Sword.

Voor zijn rol in deze operatie werd hij onderscheiden als Companion van de Orde van het Bad (CB) en later als Knight Commander van dezelfde orde (KCB) .

Dienst in de Stille Oceaan

Britse Pacifische Vloot

In november 1944 kreeg Vian het commando over het 1st Aircraft Carrier Squadron van de Britse Pacifische Vloot. Deze eenheid opereerde als Task Force 57 in samenwerking met de Amerikaanse marine. Zijn vlaggenschip was de HMS Formidable. Vian leidde luchtoperaties tegen Japanse installaties op Sumatra (operaties Cockpit, Transom, Lentil en Meridian) .

In het voorjaar van 1945 ondersteunde hij de Amerikaanse landing op Okinawa (Operatie Iceberg). Britse schepen speelden hierbij een ondersteunende rol in het onderdrukken van Japanse luchtaanvallen vanaf de Sakishima-eilanden. Ondanks meerdere kamikaze-aanvallen bleven zijn vliegdekschepen operationeel, mede dankzij aangepaste bepantsering. Vian werd hiervoor wederom genoemd in officiële rapportages en bevorderd tot viceadmiraal op 8 mei 1945 .

Na de oorlog

Na de Japanse overgave keerde Vian terug naar Groot-Brittannië. In 1946 werd hij benoemd tot Fifth Sea Lord, verantwoordelijk voor marineluchtvaart. Hij bleef in deze functie tot 1948. In datzelfde jaar werd hij gepromoveerd tot admiraal. Van 1948 tot zijn pensionering in 1952 was hij bevelhebber van de Home Fleet, het voornaamste operationele eskader van de Royal Navy.

In 1952 werd hij benoemd tot Knight Grand Cross in de Orde van het Bad (GCB) en bevorderd tot Admiral of the Fleet, de hoogste rang binnen de Royal Navy .

Na zijn pensionering werd Vian directeur bij Midland Bank en bij de North British and Mercantile Insurance Company. In 1960 publiceerde hij zijn memoires onder de titel Action This Day. Hij overleed op 27 mei 1968 in Ashford Hill, Hampshire.

Militaire rangen

  • Midshipman – 1911
  • Sub-luitenant – 1915
  • Luitenant – 1916 (met terugwerkende kracht)
  • Luitenant-commandant – 1924
  • Commandant – 1929
  • Kapitein – 1934
  • Schout-bij-nacht – 1941
  • Viceadmiraal – 1945
  • Admiraal – 1948
  • Admiral of the Fleet – 1952

Onderscheidingen

  • Knight Grand Cross of the Order of the Bath (GCB) – 1952
  • Knight Commander of the Order of the Bath (KCB) – 1944
  • Companion of the Order of the Bath (CB) – 1944
  • Knight Commander of the Order of the British Empire (KBE) – 1942
  • Distinguished Service Order (DSO) en twee bars – 1940, 1940, 1941
  • Légion d’honneur (Frankrijk)
  • Croix de Guerre 1939–1945 (Frankrijk)
  • Legion of Merit, Degree of Commander (Verenigde Staten) – 1945
  • Navy Distinguished Service Medal (Verenigde Staten) – 1946
  • St. Olav’s Medal With Oak Branch (Noorwegen) – 1948
  • Order of the Dannebrog (Denemarken)

Conclusie

Admiraal Philip Vian ontwikkelde zich tot een invloedrijke marineofficier met een langdurige en brede staat van dienst. Hij speelde een operationele rol in meerdere oorlogstheaters tijdens de Tweede Wereldoorlog, van het Europese continent tot de Stille Oceaan. Zijn bijdrage aan amfibische operaties, luchtsteun en konvooiescorte waren van structureel belang binnen de geallieerde strategie. Zijn carrière weerspiegelt de ontwikkeling van de Royal Navy in de eerste helft van de twintigste eeuw, met een verschuiving van traditionele zeemacht naar geïntegreerde operaties met luchtsteun en internationale samenwerking.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: : Unknown but photo clearly labelled “official photo”, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Heathcote, Tony (2002). The British Admirals of the Fleet: 1734–1995. Pen & Sword Ltd. ISBN 0-85052-835-6
  3. Vian, Philip (1960). Action This Day. Frederick Muller. ASIN B0000CKIR4
  4. Haarr, Geirr H. (2013). The Gathering Storm: The Naval War in Northern Europe, September 1939 – April 1940. Naval Institute Press. ISBN 978-1591143314
  5.  Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946