Home Vliegtuigen Tactische Bommenwerpers Yokosuka P1Y Ginga: marine-inzet en varianten WOII

Yokosuka P1Y Ginga: marine-inzet en varianten WOII

Yokosuka P1Y Ginga Japanse tweemotorige marinebommenwerper op landingsgestel tijdens de Tweede Wereldoorlog
De Yokosuka P1Y Ginga, een landgebonden tweemotorige bommenwerper van de Keizerlijke Japanse Marine.

De Yokosuka P1Y Ginga (銀河, “galaxie”) was een tweemotorige, landgebonden bommenwerper van de Keizerlijke Japanse Marine in de Tweede Wereldoorlog. Het type was bedoeld als opvolger van de Mitsubishi G4M en kreeg van de geallieerden de rapporteringsnaam “Frances”.

Ontwerp en constructie

De P1Y werd ontwikkeld door het Yokosuka Naval Air Technical Arsenal (Kugishō) op basis van de marine-eis 15-Shi. Deze specificatie vroeg om een snelle bommenwerper met een topsnelheid die kon aansluiten bij de Mitsubishi A6M Zero, een actieradius vergelijkbaar met die van de G4M, een bomlast van 907 kilogram en de mogelijkheid om zowel duikbombardementen uit te voeren als torpedo’s te dragen.

De 15-Shi-eis combineerde daarmee verschillende taken in één toestel: bombardementen vanaf landbases, maar ook torpedoaanvallen tegen schepen. In de specificatie lag de nadruk op prestaties (snelheid en bereik) én op een inzetprofiel dat zowel vlakke aanvallen als duikaanvallen omvatte. Die combinatie bepaalde de vormgeving en de interne indeling van het ontwerptraject.

Om de gevraagde prestaties te halen, kreeg de Ginga een gestroomlijnde vormgeving. Het aerodynamische ontwerp wordt vaak in verband gebracht met ingenieur Miki Tadanao. Na de oorlog werkte hij bij de Japanse spoorwegen en wordt hij genoemd in verband met aerodynamische keuzes bij vroege Shinkansen-ontwerpen.

De hoge eisen hadden ook praktische gevolgen. De constructie werd als ingewikkeld beschreven, de productie als lastig en het onderhoud als omslachtig in operationele omstandigheden. Een terugkerend probleem was de beschikbaarheid van voldoende betrouwbare Nakajima Homare-motoren. In de nachtjagerontwikkeling droeg dit bij aan de keuze om voor de P1Y2-S over te stappen op Mitsubishi Kasei-motoren.

Algemene kenmerken

De onderstaande kenmerken hebben betrekking op de P1Y1a, een seriemodel waarvoor de beschikbare specificaties zijn samengevat.

KenmerkGegevens
Bemanning3
Lengte15,0 m
Spanwijdte20,0 m
Hoogte4,3 m
Vleugeloppervlak55 m²
Leeggewicht7.265 kg
Normaal startgewicht10.500 kg
Maximaal startgewicht13.500 kg
Motoren2 × Nakajima NK9C Homare 12, 18-cilinder luchtgekoelde stermotor, 1.361 kW (1.825 pk) elk bij start
Vleugelbelasting191 kg/m²
Vermogen/gewicht0,20 kW/kg
PropellersNiet afzonderlijk vermeld in de beschikbare specificaties

Prestatie

De prestaties in deze sectie zijn eveneens gebaseerd op de P1Y1a.

PrestatieGegevens
Maximumsnelheid547 km/u op 5.900 m
Kruissnelheid370 km/u op 4.000 m
Actieradius5.370 km
Dienstplafond9.400 m

De cijfers tonen dat het ontwerp sterk werd gestuurd door de combinatie van hoge snelheid en grote actieradius. Motorbetrouwbaarheid en onderhoudsbelasting worden genoemd als factoren die de inzetbaarheid beïnvloedden. Daarmee is het onderscheid tussen papieren prestaties en dagelijkse beschikbaarheid een terugkerend thema in de beschrijving van de Ginga.

Bewapening

In standaardbommenwerperconfiguratie beschikte de P1Y1a over een beperkte defensieve bewapening, aangevuld met een bommen- of torpedolast.

Boordwapens (P1Y1a)

  • 1 × flexibel 20 mm Type 99-kanon in de neusopstelling.
  • 1 × flexibel 13 mm Type 2-mitrailleur voor achterwaartse verdediging.

Bommen en torpedo’s

  • Tot 1.000 kg aan bommen, of
  • 1 × torpedo van 800 kg.

Naast de standaardbewapening bestonden er verbouwingen en projecten met vaste kanonnen. In de variantenlijst wordt bijvoorbeeld een grondaanvalconfiguratie genoemd waarbij in de bommenruimte tot twintig 20 mm Type 99-kanonnen konden worden aangebracht voor aanvallen op doelen op land. Voor nachtjagerdoeleinden werden vaste kanonnen toegepast, waaronder schuin omhoog vurende opstellingen volgens een “Schräge Musik”-principe.

Bepantsering

In de beschikbare gegevens over de P1Y1a worden geen afzonderlijke waarden genoemd voor pantserdikte, bepantserde cockpitdelen of zelfdichtende brandstoftanks. Daardoor kan in deze tekst geen overzicht met meetbare pantsergegevens worden gegeven. De beschikbare beschrijving concentreert zich vooral op rol, prestaties, motorisering, productie en bewapening.

Geschiedenis

De ontwikkeling van de P1Y valt in de fase waarin de Keizerlijke Japanse Marine een sneller bommenwerpertype zocht dat zowel als landbommenwerper als torpedobommenwerper kon functioneren. De P1Y werd daarbij gepositioneerd als opvolger van de Mitsubishi G4M. De eerste vlucht vond plaats in augustus 1943 en het toestel kreeg in geallieerde documentatie de codenaam “Frances”.

De naam Ginga (銀河) betekent “galaxie” en werd gebruikt naast de formele typeaanduiding P1Y. Voor de geallieerde luchtinlichtingendienst kreeg het toestel een rapporteringsnaam: “Frances”. Die naam maakt deel uit van een herkenningssysteem waarin Japanse bommenwerpers en verkenners meestal vrouwelijke voornamen kregen, zodat typen in rapporten en radioverkeer sneller te onderscheiden waren.

De serieproductie lag bij Nakajima, terwijl Kawanishi bij de productie van de nachtjagerlijn betrokken was. Nakajima vervaardigde 1.002 exemplaren. Daarnaast is een productieoverzicht opgenomen dat aantallen voor Nakajima en Kawanishi per jaar samenvat, met 45 toestellen in 1943, 620 in 1944 en 434 in 1945.

JaarProductie volgens overzicht (Nakajima en Kawanishi)
194345
1944620
1945434

Binnen de ontwikkelingslijn ontstond ook een nachtjagertraject. Hierbij speelden motorleveringen en betrouwbaarheid een rol, wat leidde tot het gebruik van Mitsubishi Kasei-motoren op de P1Y2-S. Die variant kreeg de naam Kyokkō (極光, “poollicht”), nadat in eerdere fasen ook de naam Hakkō (“corona”) was gebruikt.

Sensoren

Bij de standaardbommenwerperuitvoeringen van de P1Y worden geen specifieke sensorsets genoemd. Bij de nachtjageruitvoering P1Y2-S Kyokkō is dit anders: deze werd uitgerust met radar. De combinatie van radar en vaste boordkanonnen was bedoeld voor onderscheppingswerk in het donker.

Voor de bewapening worden zowel voorwaarts vurende 20 mm Type 99-kanonnen genoemd als een schuin omhoog vurende opstelling volgens het “Schräge Musik”-principe. In de beschrijving van de P1Y2-S komt daarnaast een zwaarder 30 mm Type 5-kanon voor. Er worden 96 exemplaren gebouwd door Kawanishi genoemd, met in de variantenlijst ook een telling van 97.

De operationele inzet van de Kyokkō bleef beperkt. De prestaties op grotere hoogte werden als onvoldoende beschreven tegen de Boeing B-29 Superfortress. Dit droeg eraan bij dat meerdere toestellen later weer tot bommenwerperuitvoering werden omgebouwd.

Modificaties

Een deel van de P1Y-vloot werd aangepast aan veranderende operationele eisen. Op technisch vlak is de motorwissel in de nachtjagerlijn de bekendste wijziging: waar de seriebommenwerper op Homare-motoren leunde, kreeg de P1Y2-S Kasei 25-motoren. Vanuit de P1Y2-S ontstond vervolgens de P1Y2-bommenwerpervariant, waarbij toestellen werden omgebouwd en opnieuw als bommenwerper werden ingezet.

Daarnaast zijn in de variantenlijst experimenten en testtoepassingen opgenomen. Prototype nummer 3 werd in 1944 bijvoorbeeld gebruikt als testplatform voor de Ishikawajima Tsu-11. Ook worden verbouwingen genoemd die de bewapening sterk wijzigden, zoals de grondaanvalvariant met meerdere 20 mm-kanonnen in de bommenruimte.

Tot de projecten die niet tot serie-inzet kwamen behoren onder meer een langeafstandsbommenwerpervariant (Ginga Model 33) en de “Test production Tenga”, een voorgesteld straalaangedreven bommenwerperconcept met Ishikawajima Ne-30 dat in 1945 werd stopgezet. Verder wordt de MXY10 genoemd als lokreplica op de grond.

Varianten

De benamingen van de P1Y-reeks combineren Japanse modelaanduidingen met project- en voorlopige namen. In de lijst komen onder meer de subtypen Kō, Otsu en Hei voor; deze werken in de praktijk als lettervarianten (A, B en C) binnen hetzelfde model. Onderstaande samenvatting volgt de variantenlijst en noemt per subtype de belangrijkste wijziging.

Prototypes en vroege serie

  • P1Y1 Experimental Number 15 (15-Shi Rikujō Bakugekiki): 3 prototypes en 9 aanvullende prototypes met Nakajima NK9B Homare 11-motoren; prototype #3 werd later testplatform.
  • P1Y1 Ginga Model 11: eerste seriemodel, met Homare 11 of Homare 12.
  • P1Y1a Ginga Model 11A: Homare 12; 1 × 13 mm Type 2-mitrailleur in de achterste defensieve positie.
  • P1Y1b Ginga Model 11B: ombouw met 2 × 13 mm Type 2-mitrailleurs in de achterste defensieve positie.
  • P1Y1c Ginga Model 11C: prototype-ombouw met 1 × 13 mm Type 2-mitrailleur in de voorste positie.

Nachtjager- en onderscheppingsvarianten

  • P1Y1 “Kaizō yasen”: conversie met 2 × 20 mm Type 99; inzet bij 302e Kōkūtai; niet-reglementair.
  • P1Y1-S (Ginga Model 21, project): project met 4 × 20 mm Type 99 (schuin voorwaarts) en 1 × 13 mm achter.
  • P1Y2-S (Ginga Model 26 / Kyokkō): eerst Hakkō, later Kyokkō; Kasei 25; 2 × 20 mm Type 99 en 1 × 30 mm Type 5; 96–97 gebouwd door Kawanishi.
  • P1Y2 “Kaizō yasen”: conversie van P1Y2 met 2 × 20 mm of 1 × 30 mm; gekoppeld aan 302e Kōkūtai; niet-reglementair.

Bommenwerper- en grondaanvalvarianten

  • P1Y1 grondaanvalvariant: verbouwingen met tot 20 × 20 mm Type 99-kanonnen in de bommenruimte; ongeveer 30 verbouwd.
  • P1Y2 (Ginga Model 16): landbommenwerper ontstaan uit ombouw van P1Y2-S; met Mitsubishi Kasei 25 Kō.
  • P1Y2a / P1Y2b / P1Y2c: ombouwvarianten op basis van respectievelijk P1Y1a, P1Y1b en P1Y1c met Kasei 25 Kō.

Motorproeven en ontwikkelingslijnen

  • P1Y3 (Ginga Model 13): conversie met Homare 21.
  • P1Y4 (Ginga Model 12): conversie met Homare 23.
  • P1Y5 (Ginga Model 14): conversie met Mitsubishi Ha-43.
  • P1Y6 (Ginga Model 17): conversie met Mitsubishi Kasei 25 Hei.

Projecten en hulpmiddelen

  • Ginga Model 33 (project): langeafstandsbommenwerper met bemanning 4 en tot 3.000 kg bommen.
  • Test production Tenga (project): voorgesteld straalaangedreven bommenwerperconcept; stopgezet in 1945.
  • MXY10 Yokosuka Navy Bomber Ginga: lokreplica voor gebruik op de grond.

Operationele geschiedenis

Na de eerste vlucht in augustus 1943 kwam de P1Y in dienst als landgebonden middelzware bommenwerper en torpedobommenwerper. Vijf Kōkūtai exploiteerden het type, met inzet vanaf vliegvelden in onder meer China, Taiwan, de Marianen, de Filipijnen, de Ryukyu-eilanden, Shikoku en Kyūshū. Daarmee werd het toestel vooral gebruikt in gebieden waar de marineluchtvaart vanaf landbases opereerde.

Een gedocumenteerd incident uit de late oorlogsfase betreft een P1Y “Frances” die op 15 december 1944 om 09.45 uur werd neergeschoten nabij het Amerikaanse escortvliegdekschip USS Ommaney Bay (CVE-79). Dit illustreert dat het type in 1944–1945 geregeld in contact kwam met de lucht- en luchtafweerbescherming van de Amerikaanse marine.

In de eindfase van de oorlog werd de P1Y ook ingezet als kamikazetoestel tijdens de Okinawa-campagne, in het kader van Operation Tan No. 2. Tegelijkertijd liep er een onderscheppingslijn: de P1Y2-S Kyokkō werd als nachtjager uitgerust met radar en vaste kanonnen. Door onvoldoende prestaties op grote hoogte tegen de Boeing B-29 Superfortress werden veel van deze toestellen later weer teruggebouwd tot bommenwerperuitvoeringen.

Operators

De P1Y werd gebruikt door de Keizerlijke Japanse Marine Luchtmacht (Imperial Japanese Navy Air Service). In Japanse documenten is Kōkūtai de benaming voor een marineluchtgroep; de hieronder genoemde eenheden zijn de formaties die met de Ginga worden verbonden.

  • 302nd Kōkūtai (nachtjageruitvoering)
  • 521st Kōkūtai
  • 522nd Kōkūtai
  • 523rd Kōkūtai
  • 524th Kōkūtai
  • 701st Kōkūtai
  • 706th Kōkūtai
  • 752nd Kōkūtai
  • 761st Kōkūtai
  • 762nd Kōkūtai
  • 763rd Kōkūtai
  • 765th Kōkūtai
  • 1001st Kōkūtai
  • 1081st Kōkūtai
  • Miyazaki Kōkūtai
  • Toyohashi Kōkūtai
  • Yokosuka Kōkūtai
  • Kogeki 262nd Hikōtai
  • Kogeki 401st Hikōtai
  • Kogeki 405th Hikōtai
  • Kogeki 406th Hikōtai
  • Kogeki 501st Hikōtai
  • Kogeki 708th Hikōtai

Na de oorlog

Na 1945 werden enkele P1Y-toestellen door de Verenigde Staten meegenomen voor evaluatie. Er wordt gesproken over drie exemplaren die na de oorlog naar de Verenigde Staten zijn gebracht voor beproeving.

Van deze groep is in elk geval een P1Y1 bewaard gebleven in de Paul Garber Facility van het National Air and Space Museum (Smithsonian Institution). Er wordt gemeld dat vooral de romp meerdere malen is gefotografeerd en dat vleugels en motoren eveneens aanwezig zijn. Het toestel geldt daarmee als een van de weinige bewaard gebleven voorbeelden van de Ginga-serie.

Conclusie

De Yokosuka P1Y Ginga was een tweemotorige bommenwerper van de Keizerlijke Japanse Marine, bedoeld als opvolger van de Mitsubishi G4M. De 15-Shi-eis combineerde hoge snelheid en groot bereik met een bomlast van 907 kg en de mogelijkheid om torpedo’s te dragen. In de praktijk beïnvloedden productietechnische complexiteit, onderhoud en Homare-motorproblemen de inzetbaarheid. Het type werd vanaf landbases gebruikt als middelzware bommenwerper en torpedobommenwerper en kwam in 1945 ook bij kamikaze-inzet rond Okinawa. De nachtjager P1Y2-S Kyokkō bracht radar en vaste kanonnen, maar bleef beperkt; een P1Y1 bij het Smithsonian is bewaard gebleven.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: P1Y Kyokkou Aurora or Ginga Milky Way Frances, Public Domain via wiki commons
  2. Francillon, René J. (1979). Japanese Aircraft of the Pacific War (2nd ed.). London: Putnam & Company. ISBN 0-370-30251-6.
  3. Hood, Christopher P. (2007). Shinkansen – From Bullet Train to Symbol of Modern Japan. London: Routledge. ISBN 978-0-415-32052-8.
  4. Huggins, Mark (2004). Hunters over Tokyo: The JNAF’s Air Defence of Japan 1944–1945. Air Enthusiast (109): 66–71. ISSN 0143-5450.
  5. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946