
De USS Cowpens (CV-25/CVL-25/AVT-1), bijgenaamd The Mighty Moo, was een lichte vliegdekschip van de Independence-klasse dat diende in de Amerikaanse marine tussen 1943 en 1947. Het schip werd genoemd naar de Slag bij Cowpens (1781) uit de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam de Cowpens deel aan verschillende operaties in de Stille Oceaan en speelde zij een rol bij de laatste luchtaanvallen op Japan. Het vliegdekschip werd onderscheiden met twaalf Battle Stars en een Navy Unit Commendation. Na de oorlog diende het schip korte tijd als transport in het kader van Operation Magic Carpet en werd later uit dienst genomen en gesloopt.
Ontwerp en constructie
De USS Cowpens werd aanvankelijk neergelegd als de lichte kruiser USS Huntington (CL-77) op 17 november 1941 bij de New York Shipbuilding Corporation in Camden, New Jersey. Tijdens de bouw werd het ontwerp aangepast en omgezet naar een vliegdekschip van de Independence-klasse. Het schip werd te water gelaten op 17 januari 1943 en in dienst gesteld op 28 mei 1943 onder bevel van kapitein ter zee R. P. McConnell.
De Independence-klasse was gebaseerd op de romp van de Cleveland-klasse lichte kruisers, wat de bouwtijd verkortte en het aantal beschikbare vliegdekschepen vergrootte. De Cowpens had een standaard waterverplaatsing van ongeveer 11.000 ton, een lengte van 189,7 meter, een breedte van 33,27 meter en een diepgang van 7,9 meter. Het schip kon een snelheid bereiken van 32 knopen en had een bemanning van circa 1.569 personen.
Bewapening
De bewapening van de Cowpens was afgestemd op luchtverdediging en bestond voornamelijk uit luchtafweergeschut. Het schip beschikte over 26 Bofors 40 mm luchtafweerkanonnen, die werden ingezet tegen vijandelijke vliegtuigen, waaronder kamikazevliegtuigen in de laatste oorlogsperiode. Aanvullende bewapening in de vorm van lichte kanonnen en machinegeweren werd tijdens de oorlog regelmatig aangepast.
Bepantsering
De bepantsering van de Cowpens was beperkt, gezien haar classificatie als lichte vliegdekschip. Het schip beschikte over een pantsergordel van 1,5 tot 5 inch dik, een hoofddek van 3 inch en een brugpantsering van 0,38 inch. Deze bescherming bood weerstand tegen lichte aanvallen, maar maakte het schip kwetsbaar voor zware bommen en torpedo’s.
Vliegtuigen aan boord
De luchtgroep van de Cowpens varieerde gedurende de oorlog. In oktober 1944 bestond een typische samenstelling uit:
24 Grumman F6F Hellcat-jagers,
9 TBM Avenger-torpedobommenwerpers,
1 J2F Duck-hulphamfibievliegtuig.
De taken van deze luchtgroepen omvatten luchtoverwicht, grondaanvallen, anti-scheepsoperaties, verkenning en escortetaken.
Sensoren en dataverwerking
De Cowpens was uitgerust met de voor die tijd moderne radars en communicatiesystemen die haar inzetbaarheid bepaalden. Belangrijk hierbij waren de SC-radar en de SG-radar.
De SC-radar diende voor luchtwaarneming op middellange afstand. Dit systeem gaf koers- en afstandsinformatie van vijandelijke formaties door aan de gevechtsleiding. De SG-radar werd ingezet voor oppervlaktewaarneming en was bijzonder nuttig bij nachtoperaties of slecht zicht.
Daarnaast beschikte het schip over YE/ZB-radiobakens die de navigatie van vliegtuigen ondersteunden, vooral bij nachtvluchten of slecht weer. Deze systemen hielpen piloten hun vliegdekschip terug te vinden.
Voor de luchtafweer waren Mk 51-directors aanwezig. Deze systemen combineerden optische richtmiddelen met radarinformatie, wat de precisie verhoogde bij het bestrijden van vijandelijke vliegtuigen.
Centraal in de gevechtskracht stond het Combat Information Center (CIC). Dit centrum fungeerde als coördinatiepunt van alle sensoren en meldingen. Het werkte in cycli van detectie, plotting, besluitvorming en distributie van orders. Taken waren onder meer:
het verwerken van radarwaarnemingen,
het uitzetten van onderscheppingsvectoren door de Fighter Director Officer,
het coördineren van luchtaanvallen en landingsprocedures,
het gebruik van Identification Friend or Foe (IFF) om eigen vliegtuigen van vijandelijke te onderscheiden.
Het CIC maakte het mogelijk om effectief samen te werken binnen de Fast Carrier Task Force. Dankzij deze integratie van radar, vuurleiding en communicatie voldeed de Cowpens tijdens de oorlogsjaren aan de operationele eisen van de Amerikaanse marine.
Modificaties
Gedurende de oorlog werden er beperkte modificaties uitgevoerd aan de Cowpens. Deze betroffen voornamelijk verbeteringen in de luchtafweer en radarapparatuur. Daarnaast werden de luchtgroepen aangepast om beter aan te sluiten bij de operationele behoeften in de Stille Oceaan.
Status schip tijdens de oorlog
De Cowpens was tijdens de oorlog niet verouderd. Dankzij regelmatige onderhoudsperiodes, waaronder overhauls in Pearl Harbor en San Francisco, bleef het schip operationeel. De integratie van radar en een CIC maakte de Cowpens volledig inzetbaar in de moderne luchtoorlogvoering vanaf 1943.
Operationele geschiedenis
1943
Na de indienststelling vertrok de Cowpens in augustus 1943 richting Pearl Harbor. In oktober nam het schip deel aan de aanval op Wake Island, gevolgd door luchtaanvallen op de Marshalleilanden. Tijdens een patrouille raakte de Cowpens licht beschadigd na een aanvaring met de destroyer USS Abbot. In november en december werden aanvallen uitgevoerd op Mille, Makin, Kwajalein en Wotje.
1944
Vanaf januari maakte de Cowpens deel uit van Task Force 58. Tijdens de invasie van de Marshalleilanden ondersteunde het schip de landingstroepen met luchtoperaties. In februari nam de Cowpens deel aan aanvallen op Truk en de Marianen. In de maanden daarna volgden missies tegen Palau, Yap, Ulithi en Woleai.
Tijdens de zomer van 1944 speelde de Cowpens een rol bij de slag om de Marianen en leverde zij luchtsteun bij de Slag in de Filipijnenzee. Later dat jaar ondersteunde zij de invasie van de Palau-eilanden en voerde aanvallen uit op Luzon. In oktober nam de Cowpens deel aan luchtaanvallen op Okinawa en Formosa. Tijdens de Slag in de Golf van Leyte verzorgde zij luchtdekking voor Amerikaanse eenheden. In december werd het schip getroffen door Typhoon Cobra waarbij schade en verliezen werden geleden.
1945
Begin 1945 nam de Cowpens deel aan de operaties bij Lingayen en Luzon, gevolgd door luchtaanvallen op Formosa, Indo-China en Okinawa. In februari ondersteunde het schip de landingen op Iwo Jima en voerde aanvallen uit in de regio Tokio.
Na een korte onderhoudsperiode in San Francisco keerde de Cowpens terug in juni 1945 en voerde aanvallen uit op Wake en de Japanse hoofdeilanden. Het schip was aanwezig bij de laatste luchtaanvallen voor de Japanse capitulatie en was het eerste Amerikaanse vliegdekschip dat Tokyo Bay binnenvoer. Na de overgave voerde de Cowpens verkenningsvluchten en hulpoperaties uit, waaronder de bevrijding van krijgsgevangenen.
Na de oorlog
Na de Japanse capitulatie nam de Cowpens deel aan Operation Magic Carpet, waarbij Amerikaanse troepen werden teruggebracht naar huis. In januari 1947 werd het schip uit actieve dienst genomen en in de reservevloot geplaatst. In 1959 werd de Cowpens geherclassificeerd als transportvliegdekschip (AVT-1) en later datzelfde jaar definitief van de sterkte afgevoerd. Het schip werd in 1960 gesloopt.
Conclusie
De USS Cowpens was een moderne lichte vliegdekschip dat voldeed aan de militaire eisen van de jaren 1943–1945. Met de aanwezigheid van een Combat Information Center en radarapparatuur beschikte het schip over de middelen die noodzakelijk waren voor effectieve operaties in de Stille Oceaan. De Cowpens speelde een rol in diverse campagnes, van de Marshalleilanden tot de laatste aanvallen op Japan, en droeg bij aan de luchtoperaties die bepalend waren voor de geallieerde overwinning.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Naval History & Heritage Command , Public domain, via Wikimedia Commons
- Pawlowski, Gareth L. (1971). Flat-Tops and Fledglings: A History of American Aircraft Carriers. Doubleday. ISBN 978-0-385-02516-9.
- Ishii, Tsutomu (1988). United States Navy Task Force – English-Japanese Translation of Combat Reports 1945. Seizando Shoten. ISBN 4-425-30121-8.
- Ishibashi, Takao (1988). The Formosa Air Battle – Illusory Results and Aftermath. Kojinsha. ISBN 4-7698-0416-4.
- Kimata, Shigeo (1982). Special Attack on the Isolated Islands. Asahi Sonorama. ISBN 4-257-17006-9.
- Tani, Kotaro (2000). US Navy Admirals and the Pacific War. Gakken. ISBN 978-4054009820.
- Calhoun, C. Raymond (1985). Kamikaze, Destruction of the US Fleet. Asahi Sonorama. ISBN 4-257-17055-7.
- Potter, E. B. (1991). Bull Halsey: The Pacific War History of Admiral William F. Halsey. Kojinsha. ISBN 4-7698-0576-4.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









