
De USS California (BB-44) was een slagschip van de Tennessee-klasse dat de Verenigde Staten diende van 1921 tot 1947 en in 1959 werd gesloopt. Het schip werd in 1941 zwaar beschadigd tijdens de aanval op Pearl Harbor, daarna gelicht, volledig gemoderniseerd en opnieuw ingezet in de Stille Oceaan. In 1944–1945 ondersteunde de California amfibische landingen en nam zij deel aan de Slag in de Surigao-zeestraat.
Ontwerp en constructie
De California behoorde tot de Tennessee-klasse en bouwde voort op de New Mexico-klasse. De kiel werd gelegd op 25 oktober 1916 op Mare Island Naval Shipyard (Vallejo, Californië), te water gelaten op 20 november 1919 en in dienst gesteld op 10 augustus 1921. De afmetingen bedroegen circa 190 m lengte, 29,7 m breedte en 9,2 m diepgang. De standaardwaterverplaatsing was ongeveer 32.300 long tons en circa 33.190 long tons bij volle gevechtslast. Aandrijving vond plaats via vier schroefassen met General Electric-turbo-elektrische transmissie en acht oliegestookte Babcock & Wilcox-ketels, goed voor circa 26.800 shp en een maximumsnelheid van 21 knopen. De actieradius was ongeveer 8.000 zeemijlen bij 10 knopen. Als gebouwd had het schip twee traliebokmasten met spotting tops en een bemanning van circa 1.080 personen; na de wederopbouw groeide die tot ruim 2.200.
Bewapening
De hoofdbewapening bestond uit twaalf 14-inch (356 mm)/50-kanonnen in vier drievoudige torens op de middenlijn, in twee superfiring-paren voor en achter, met onafhankelijke elevatie per loop. Oorspronkelijk omvatte de secundaire batterij veertien 5-inch (127 mm)/51-kanonnen in kazematten; later kwamen daar acht 5-inch/25-luchtafweerkanonnen voor in de plaats. Tijdens de wederopbouw (1942–1944) werd de secundaire bewapening vervangen door zestien 5-inch/38-kanonnen in dubbele opstellingen (dual-purpose). Voor korteafstandsluchtafweer werden tien viervoudige 40 mm Bofors (totaal 40 lopen) en 43 stuks 20 mm Oerlikon geplaatst. Twee verzonken 21-inch torpedobuizen behoorden als gebouwd tot de uitrusting, maar speelden geen rol in de oorlogsbediening.
Bepantsering
De hoofdpantsergordel varieerde tussen 203 en 343 mm. Het pantserdek bedroeg tot 89 mm. De geschuttorens hadden frontplaten tot 457 mm en barbettes tot 330 mm. De commandotoren had wanden van 406 mm. In de wederopbouw is de horizontale bescherming versterkt met Special Treatment Steel (STS): circa 76 mm boven de munitieruimtes en circa 51 mm elders, gericht op betere weerstand tegen luchtbombardementen en neerkomende projectielen.
Sensoren en dataverwerking
De California behoorde tot de eerste Amerikaanse slagschepen met operationele radar. In 1940 kreeg zij de CXAM-radar, voortgekomen uit XAF-prototypes, voor vroege luchtdetectie en oppervlaktesurveillance. De Pearl Harbor-schade en de daaropvolgende modernisering leidden tot een volledige vernieuwing van de sensoren. In 1944 bestond de kern uit een SG-oppervlakteradar (centimetrisch, navigatie en doeldetectie op korte en middellange afstand) en Mk 8-vuurleidingsradar voor de hoofdbatterij. De SG kon oppervlakteschepen nauwkeurig lokaliseren, inclusief koers en snelheid, ook bij nacht of beperkt zicht. De Mk 8 leverde nauwkeurige afstands- en richtgegevens direct aan de vuurleidingscomputers, waardoor salvo-correcties sneller konden worden doorgevoerd dan met optische middelen.
Voor de 5-inch/38-batterij waren Mk 37-richtmiddelen beschikbaar, doorgaans gekoppeld aan Mk 4/Mk 12/Mk 22-radars in de loop van de oorlog, wat luchtafweer en oppervlaktevuur met één systeem mogelijk maakte (dual-purpose doctrine). De korteafstandsluchtafweer werd gecoördineerd met lokale vizieren, maar kreeg tactische aansturing via centrale informatieverwerking.
Cruciaal voor de gevechtswaarde na 1943 was de inrichting van een volwaardig Combat Information Center (CIC). Het CIC centraliseerde radarplots, radioverkeer, rapporten van uitkijken en luchtverkenning, en integreerde deze met koers- en vuurleidingsgegevens. Het resultaat was een continu, tactisch overzicht dat beslissingen over formatie, doelprioriteit en vuurleiding ondersteunde. In nachtgevechten, kustbombardementen en amfibische operaties werd hierdoor reactietijd verkort en situational awareness verbeterd.
Sonar was op slagschepen van dit type niet standaard als primaire sensor; de California beschikte niet over een gespecialiseerde anti-onderzeebootsonar zoals escorteschepen. Onderzeebootdreiging werd vooral bestreden door escorterende torpedobootjagers en fregatten met eigen ASDIC/sonar. De bijdrage van de California aan detectie lag daardoor vooral bij lucht- en oppervlaktesurveillance en radar-geleide vuurleiding. De combinatie van SG, Mk 8 en CIC plaatste het schip in 1944 binnen de technologische norm van de US Navy voor kustbombardement en nachtelijke liniegevechten, zoals bevestigd tijdens de Surigao-actie, waar radarplotting en gecoördineerde vuurleiding doorslaggevend waren in het gevechtsverloop.
Modificaties
Na Pearl Harbor (7 december 1941) werd de California gelicht, voorlopig hersteld en vervolgens (20 oktober 1942–31 januari 1944) in Puget Sound volledig herbouwd. De oude opbouw en traliebokmasten maakten plaats voor een moderne torenopbouw met verbeterde vuurleiding. De romp werd verbreed en het onderwaterscherm versterkt voor betere stabiliteit en torpedobescherming. De secundaire artillerie werd vervangen door 16 × 5-inch/38-opstellingen; uitgebreide 40 mm- en 20 mm-luchtafweer kwam erbij. De horizontale bepantsering werd verzwaard en de brug- en communicatie-installaties werden vernieuwd. Ondanks extra gewicht kon het schip circa 20,5 knopen lopen, na reboilering en optimalisatie van de voortstuwing.
Status schip tijdens de oorlog
In 1941 was het schip naar ontwerpstandaard van 1910-er jaren verouderd. De modernisering 1942–1944 bracht radar, CIC, verbeterde vuurleiding en een sterkere luchtafweer, waarmee de California voldeed aan de operationele normen van 1944. Het onderhoudstempo bleef hoog: na een botsing met USS Tennessee (augustus 1944) en een kamikazotreffer bij Lingayen (januari 1945) werden reparaties uitgevoerd, waarna het schip terugkeerde in de lijn voor kustbombardement en steun aan landoperaties.
Operationele geschiedenis
Vredestijd 1921–1941
Na indienststelling diende de California als vlaggenschip van de Battle Fleet in de Stille Oceaan. In de jaren 1920–1930 nam zij deel aan vlootoefeningen, Fleet Problems en goodwillbezoeken, waaronder de cruise naar Australië en Nieuw-Zeeland (1925). In 1940 werd een vroege CXAM-radar geïnstalleerd. De Pacific Fleet werd op last van de regering in Hawaï geconcentreerd.
Aanval op Pearl Harbor (7–10 december 1941)
De California lag aan Battleship Row toen Japanse vliegtuigen aanvielen. Twee torpedo’s en een bom troffen het schip. Door openstaande waterdichte deuren en uitval van elektrische systemen breidde de flooding zich uit en zonk het schip langzaam in ondiep water. Er vielen meer dan honderd doden. Medailles of Honor werden postuum en aan overlevenden toegekend voor schadebeheersing en reddingsacties.
Berging en wederopbouw (1942–januari 1944)
Salvageploegen lichtten het schip in maart 1942; een gas-explosie begin april vertraagde de droogdokfase. In oktober 1942 vertrok de California naar Puget Sound voor permanente reparaties en herbouw. De opbouw werd gesloopt, de romp verbreed, horizontale bepantsering toegevoegd en nieuwe vuurleidings- en radarsystemen ingebouwd. Begin 1944 waren shakedown en training voltooid.
Marianas en Palau (juni–augustus 1944)
In juni 1944 bombardeerde de California Saipan ter voorbereiding van de landingen, schakelde veldgeschut en pantservoertuigen uit en leverde nachtelijk tegenaanvalsvuur op verzoek van mariniers. Daarna volgden ondersteuning bij Guam en een afleidingsbombardement op Tinian-stad; op Tinian werd de stad San Jose vrijwel vernietigd om de zuidelijke sector te neutraliseren, terwijl de werkelijke landingen noordelijker plaatsvonden. Een botsing met USS Tennessee op 23 augustus 1944 leidde tot reparaties in een drijvend dok en tot het missen van de Slag om Peleliu.
Slag in de Surigao-zeestraat (25 oktober 1944)
Als onderdeel van Rear Admiral Oldendorf’ bombardementsgroep nam de California plaats in de klassiek geformeerde slaglinie. Met SG- en Mk 8-radars werd de naderende Japanse zuidelijke strijdmacht vroegtijdig gedetecteerd. De California vuurde 63 granaten met de hoofdbatterij. Een verkeerd geïnterpreteerd roercommando leidde kort tot kruisende koersen met Tennessee, maar het vuur werd hervat. De Japanse eenheden werden in de zeestraat tot zinken gebracht of teruggeslagen.
Filippijnen: Lingayen Gulf (januari 1945)
Bij de nadering tot Lingayen Gulf op 6 januari 1945 werd de California door een kamikaze geraakt. Brandbestrijding en noodreparaties beperkten de structurele schade; slachtoffers waren hoog. Het schip bleef operationeel en voerde bombardementen uit ter ondersteuning van de landingen (9 januari) en patrouilleerde daarna in de Zuid-Chinese Zee tegen een mogelijke Japanse vlootuitval, alvorens naar Ulithi en vervolgens de westkust te gaan voor permanente reparaties.
Okinawa en Oost-Chinese Zee (juni–augustus 1945)
Op 15 juni 1945 voegde de California zich bij de kracht voor Okinawa. Zij bestookte Japanse stellingen op Yaesu-Dake en Yuza-Dake ter ondersteuning van de 96th Infantry Division. Na artilleriesteun volgde mijnenveegdekking in de Oost-Chinese Zee met Task Force 95. In augustus verplaatste het schip naar San Pedro Bay (Filippijnen) voor onderhoud.
Bezetting en terugkeer (augustus 1945–december 1946)
Na de Japanse capitulatie voer de California naar Wakayama en vervolgens Yokosuka voor bezettingsverplichtingen. De terugreis naar de Verenigde Staten verliep via Singapore, Colombo, Kaapstad, St. Helena en Ascension. Aankomst in Philadelphia vond plaats op 7 december 1946; het schip werd voorbereid voor reserveplaatsing.
Na de oorlog
Op 7 december 1946 werd de California in de reserve geplaatst; de formele uitdienststelling volgde op 14 februari 1947. Het schip bleef op de sterkte tot schrapping op 1 maart 1959 en werd daarna verkocht voor sloop. De bronzen scheepsbel werd bewaard en wordt geëxposeerd in Sacramento.
Conclusie
De USS California (BB-44) toont de ontwikkeling van Amerikaanse slagschepen van interbellum-ontwerp naar een platform met radar-geleide vuurleiding en centrale gevechtsinformatie. Het schip was in 1941 verouderd naar toenmalige maatstaven, maar de modernisering 1942–1944 bracht SG-oppervlakteradar, Mk 8-vuurleidingsradar, verbeterde 5-inch/38-batterij en een volwaardig Combat Information Center (CIC). Daardoor voldeed de California vanaf 1944 aan de operationele norm van de US Navy. In amfibische operaties en in nacht- en kustbombardementstaken leverde de integratie van sensoren en dataverwerking een aantoonbare verhoging van doeltreffendheid op. Schepen zonder CIC golden na 1943 als verouderd; de California voldeed na haar wederopbouw aan de vereiste standaard en bleef inzetbaar tot het einde van de oorlog.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Naval History & Heritage Command , Public domain, via Wikimedia Commons
- Breyer, Siegfried (1973). Battleships and Battle Cruisers 1905–1970. Garden City: Doubleday. ISBN 978-0-385-07247-2.
- Friedman, Norman (1980). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-913-9.
- Friedman, Norman (1985). U.S. Battleships: An Illustrated Design History. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-715-9.
- Friedman, Norman (1986). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1906–1921. London: Conway Maritime Press. ISBN 978-0-85177-245-5.
- McDonald, Rod (2023). Pearl Harbor’s Revenge: How the Devastated US Battleships Returned to War. Philadelphia: Frontline Books. ISBN 978-1-39901-329-1.
- Smith, Peter C. (2014). Kamikaze: To Die for the Emperor. Barnsley: Pen & Sword Books Ltd. ISBN 978-1-78159-313-4.
- Tully, Anthony P. (2009). Battle of Surigao Strait. Bloomington: Indiana University Press. ISBN 978-0-253-35242-2.
- Wright, Christopher C. (2019). Question 7/56: Concerning What Radar Systems Were Installed on U.S. Asiatic Fleet Ships in December 1941. Warship International, LVI(3). ISSN 0043-0374.
- Hone, Tom (2024). New Wine in Old Bottles: Rebuilding Battleships 43, 44, and 48 for World War II. Warship International, LXI(3). ISSN 0043-0374.
- Madsen, Daniel (2003). Resurrection: Salvaging the Battle Fleet at Pearl Harbor. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-55750-488-3.
- Mason, Theodore C. (1982). Battleship Sailor. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-095-2.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.









