Werner Braune Krim 1941 Einsatzcommando SS

Karl Rudolf Werner Braune (1909-1951) was een Duitse SS-functionaris en dader van de Holocaust. Tijdens de Duitse oorlog tegen de Sovjet-Unie voerde hij Einsatzkommando 11b aan, een onderdeel van Einsatzgruppe D. Zijn naam is vooral verbonden met massamoord in Zuid-Oekraïne en op de Krim, waaronder de moord op Joden in Simferopol in december 1941.

Vroege leven en opleiding

Werner Braune werd geboren op 11 april 1909 in Duitsland. Over zijn jeugd zijn in de aangeleverde gegevens weinig persoonlijke bijzonderheden opgenomen, maar zijn opleiding is duidelijk vastgelegd. Hij bezocht een Gymnasium, het Duitse schooltype dat voorbereidde op hoger onderwijs. In 1929 behaalde hij zijn Abitur, het diploma dat toegang gaf tot de universiteit.

Daarmee kwam hij terecht in een bestuurlijke en academische omgeving waarin veel latere functionarissen van de nationaalsocialistische staat werden gevormd. Braune studeerde vervolgens rechten aan de universiteiten van Jena, Bonn en München. In 1933 rondde hij zijn studie af aan de Universiteit van Jena met een graad in burgerlijk recht. Zijn juridische opleiding sloot aan bij de loopbaan die hij later in politie- en veiligheidsdiensten kreeg.

In 1934 verscheen zijn juridische dissertatie over de vraag of dwang ten uitvoer kon worden gelegd na veroordelingen tot het afgeven van een wilsverklaring. De studie rechten gaf Braune toegang tot een beroepsveld waarin staatsmacht, bestuur en strafrecht dicht bij elkaar lagen. In de jaren dertig werden zulke opleidingen gebruikt binnen politie, justitie en partijorganisaties. Dat betekende niet dat elke jurist dezelfde weg volgde, maar in Braunes geval kwamen academische vorming en partijlidmaatschap samen.

Zijn latere functies tonen hoe juridische kennis binnen het naziregime kon worden ingezet in repressieve diensten. Zijn universitaire jaren vielen samen met de groei van de NSDAP in de late Weimarrepubliek. Op 1 juli 1931 trad Braune toe tot de nationaalsocialistische partij. Hij was toen 22 jaar en kreeg partijnummer 581.277. Deze toetreding vond plaats voordat Adolf Hitler rijkskanselier werd. Daardoor behoort Braune tot de groep functionarissen die al vóór de machtsovername politiek met het nationaalsocialisme verbonden waren.

Interbellum: partijtoetreding en politiedienst

Braune verbond zich tijdens het interbellum ook aan de paramilitaire organisaties van de NSDAP. In november 1931 werd hij lid van de Sturmabteilung, beter bekend als de SA. Deze organisatie trad op als politiek machtsmiddel van de partij. In november 1934 stapte Braune over naar de SS, waar hij lidnummer 107.364 kreeg. In hetzelfde jaar begon hij te werken voor de Sicherheitsdienst, de inlichtingendienst van de SS. De overstap naar SS en SD plaatste Braune binnen het veiligheidsapparaat van de nationaalsocialistische staat.

De SD verzamelde politieke informatie, terwijl de Gestapo belast was met geheime politietaken en repressie tegen vermeende tegenstanders. In 1936 werkte Braune ook voor de Gestapo. Zijn juridische achtergrond en partijtrouw pasten bij de personele samenstelling van deze diensten, waarin academisch opgeleide juristen een vaste rol kregen. In 1938 werd Braune waarnemend leider van de Gestapo in Münster.

Deze benoeming viel in een periode waarin de Gestapo verder werd ingebed in het centrale veiligheidsstelsel van het Derde Rijk. Zijn werk verschoof daarmee van partijpolitieke aansluiting naar concrete leidinggevende functies binnen politie en veiligheidsdienst. De beschikbare gegevens tonen geen losstaande militaire loopbaan in deze fase, maar wel een gestage opbouw van functies binnen SS, SD en Gestapo.

Het interbellum eindigde voor Braune met een positie in een staat die partij, politie en veiligheidsdienst steeds nauwer samenbracht. De machtsovername van 1933 had de voorwaarden geschapen voor die ontwikkeling. Daarna werden politieke tegenstanders, Joden en andere vervolgde groepen systematisch onder toezicht geplaatst. Braunes loopbaan bewoog zich binnen deze structuur, eerst in functies van informatieverzameling en politietoezicht, later in leidinggevende functies met directe betrokkenheid bij oorlogsmisdrijven.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog zette Braune zijn loopbaan voort binnen de Gestapo. In 1940 werd hij Gestapo-chef, eerst in Koblenz en daarna bij het staatspolitiebureau in Wesermünde. In mei 1941 kreeg hij een functie in Halle. Deze posten waren onderdeel van het Duitse politieapparaat, dat tijdens de oorlog steeds nauwer verbonden raakte met bezetting, vervolging en deportatiebeleid.

De Duitse aanval op de Sovjet-Unie in juni 1941 bracht het veiligheidsapparaat naar bezet gebied achter de frontlinies. Daar werden speciale eenheden ingezet die niet waren bedoeld voor gewone frontgevechten. Zij werkten in het spoor van de Wehrmacht en onder gezag van SS- en politiecommandanten. In deze context kreeg Braune in oktober 1941 het bevel over Einsatzkommando 11b. Vanaf oktober 1941 tot begin september 1942 voerde Braune het bevel over Einsatzkommando 11b.

Deze eenheid maakte deel uit van Einsatzgruppe D, die onder bevel stond van Otto Ohlendorf. Einsatzgruppen waren mobiele moordeenheden die achter de Duitse frontlinies opereerden na de aanval op de Sovjet-Unie. Hun taken waren gericht op ideologische en raciale vervolging, vooral tegen Joodse burgers, communistische functionarissen en andere groepen die door het naziregime als vijand werden aangemerkt. Einsatzkommando 11b werkte in het achtergebied van Legergroep Zuid en in delen van het Reichskommissariat Ukraine.

Het operatiegebied omvatte Zuid-Oekraïne en de Krim. De eenheid opereerde dus niet als gewone gevechtseenheid aan het front, maar als onderdeel van de Duitse bezettings- en veiligheidsstructuur achter de linies. Juist daar werden massa-executies georganiseerd, geregistreerd en uitgevoerd onder gezag van de SS en de Sicherheitspolizei. De in de gegevens genoemde massamoord die met Braunes bevel wordt verbonden, vond plaats in Simferopol op de Krim. Tussen 11 en 13 december 1941 vermoordde Einsatzkommando 11b daar 14.300 Joden. Braune had als commandant de leiding over de operatie. De latere rechtbank stelde vast dat hij verantwoordelijkheid droeg en dat zijn eenheid rechtstreeks betrokken was bij de uitvoering van deze moordactie.

De moorden in Simferopol stonden niet los van het bredere beleid van Einsatzgruppe D. Deze formatie trok mee in het spoor van de Duitse opmars en voerde vervolgings- en moordoperaties uit in bezet Sovjetgebied. Onder Ohlendorf functioneerden de afzonderlijke commando’s met eigen bevelhebbers, maar binnen een gemeenschappelijke opdracht. Braunes positie als commandant van Einsatzkommando 11b maakte hem verantwoordelijk voor de daden van zijn eenheid binnen dat stelsel. Braunes jongere broer, Fritz Braune, was eveneens actief binnen de Einsatzgruppen.

Hij voerde het bevel over Sonderkommando 4b. Deze familierelatie verandert niets aan de afzonderlijke verantwoordelijkheid van Werner Braune, maar zij laat zien dat meerdere leden van dezelfde familie functies bekleedden binnen het veiligheids- en vervolgingsapparaat van het naziregime. De gegevens over Werner Braune blijven daarbij vooral verbonden met Einsatzkommando 11b en de Krim. In september 1942 keerde Braune terug naar Halle. In 1943 werd hij bevorderd tot SS-Obersturmbannführer, een rang die ongeveer overeenkwam met luitenant-kolonel.

Van 1943 tot 1944 leidde hij de Duitse academie voor de buitenlandse dienst. In 1945 werd hij naar Noorwegen gestuurd als commandant van de Sicherheitspolizei en de SD. Daarmee bleef hij tot in de laatste oorlogsfase werkzaam binnen het veiligheidsapparaat. Zijn oorlogscarrière verliep dus langs de lijnen van politie, veiligheid en bezettingsbestuur. Hij was geen generaal aan het front, maar een commandant binnen een systeem dat vervolging en moord uitvoerde in bezet gebied. Juist die positie maakte zijn rol voor de latere berechting van belang. De rechtbank keek niet alleen naar bevelen van bovenaf, maar ook naar zijn eigen leiding en verantwoordelijkheid.

Na de oorlog

Na de Duitse nederlaag werd Braune aangeklaagd als oorlogsmisdadiger. Hij stond terecht in het Einsatzgruppenproces, dat plaatsvond voor een Amerikaans militair tribunaal in Neurenberg. Dit proces was een van de processen onder Control Council Law No. 10. De zaak richtte zich op leiders en functionarissen van mobiele moordeenheden die in bezet Oost-Europa massa-executies hadden uitgevoerd. De aanklacht plaatste Braune binnen een bredere juridische behandeling van oorlogsmisdrijven en misdaden tegen de menselijkheid.

Het proces ging niet om één afzonderlijke executieplaats, maar om het georganiseerde karakter van de mobiele moordoperaties. Toch kreeg Simferopol in zijn zaak een duidelijke plaats. De omvang van de moord en zijn bevelsfunctie maakten deze gebeurtenis tot een kernpunt in de beoordeling van zijn strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Braunes verdediging beriep zich op hogere bevelen. Deze lijn werd later vaak aangeduid als het Neurenberg-verweer.

De rechtbank wees dit af. Volgens het tribunaal kon een beroep op bevelen van bovenaf niet dienen als vrijwaring voor het uitvoeren van een strafbaar bevel. De rechters stelden vast dat Braune het bevel tot moord kende en dat hij het uitvoerde als commandant van Einsatzkommando 11b. Het tribunaal verbond Braune uitdrukkelijk aan de moord in Simferopol. In de uitspraak werd vastgesteld dat hij als leider van de eenheid de verantwoordelijkheid droeg voor deze operatie. Zijn eigen erkenning van verantwoordelijkheid speelde daarbij een rol.

De zaak maakte duidelijk dat niet alleen de hoogste bevelhebbers, maar ook commandanten van afzonderlijke Einsatzkommando’s persoonlijk aansprakelijk konden worden gesteld voor georganiseerde massamoord. Op 10 april 1948 werd Braune ter dood veroordeeld. Tussen het vonnis en de uitvoering verliepen nog enkele jaren, zoals bij meer zaken uit de naoorlogse processen gebeurde. In die periode werden vonnissen beoordeeld en bevestigd.

Voor Braune veranderde dit de uitkomst niet. Zijn doodvonnis bleef staan, samen met vonnissen tegen verschillende andere veroordeelden uit het nationaalsocialistische veiligheids- en vervolgingsapparaat. De uitvoering van het vonnis vond plaats kort na middernacht op 7 juni 1951 in de gevangenis van Landsberg. Op dezelfde datum werden ook andere veroordeelde nazi-oorlogsmisdadigers opgehangen, onder wie Otto Ohlendorf, Erich Naumann, Paul Blobel en Oswald Pohl. Volgens een verslag riep Braune op weg naar de galg: “Kameraden, es lebe Deutschland!”

Militaire Rangen

Braunes rang en functies lagen binnen de SS, de SD en de Sicherheitspolizei, niet binnen de reguliere Wehrmacht. De SS kende een eigen rangenstelsel en combineerde partijpolitieke, politie- en veiligheidsfuncties. In november 1934 werd Braune lid van de SS met lidnummer 107.364. Zijn latere loopbaan bracht hem leidinggevende functies bij de Gestapo, Einsatzkommando 11b en de Sicherheitspolizei. De hoogste in de aangeleverde gegevens genoemde rang van Braune was SS-Obersturmbannführer.

Hij bereikte deze rang in 1943. In vergelijking met reguliere militaire rangen wordt SS-Obersturmbannführer vaak weergegeven als luitenant-kolonel. Deze vergelijking geeft alleen de rangorde weer; de inhoud van Braunes werk lag vooral bij politie, inlichtingen, bezettingsbestuur en vervolging. Zijn bevel over Einsatzkommando 11b was daarom een commandofunctie binnen het SS-veiligheidsapparaat.

De rangaanduiding moet worden gelezen binnen de context van het Derde Rijk. Een SS-rang gaf niet alleen hiërarchische positie aan, maar ook plaats binnen een partijgebonden machtsapparaat. Bij Braune kwamen rang, partijstatus en politiefunctie samen. Daardoor kon hij leidinggeven aan personeel, bevelen uitvoeren en rapporteren binnen een systeem dat formele organisatie gebruikte voor vervolging en massamoord.

Conclusie

Karl Rudolf Werner Braune behoorde tot de academisch opgeleide SS- en politiefunctionarissen die hun loopbaan begonnen in de late Weimarrepubliek en daarna opklommen binnen het nationaalsocialistische veiligheidsstelsel. Zijn juridische opleiding, vroege partijtoetreding en functies bij SA, SS, SD en Gestapo vormden de basis voor zijn latere bevelspositie binnen Einsatzgruppe D.

Zijn naam blijft vooral verbonden met Einsatzkommando 11b en de moord op 14.300 Joden in Simferopol in december 1941. Het Amerikaanse militaire tribunaal in Neurenberg verwierp zijn beroep op hogere bevelen en veroordeelde hem ter dood. Braune werd op 7 juni 1951 in Landsberg geëxecuteerd. De zaak laat zien dat commandanten persoonlijk strafrechtelijk verantwoordelijk konden worden gehouden voor deelname aan georganiseerde massamoord.

Bronnen en meer informatie

  1. Earl, Hilary (2009). The Nuremberg SS-Einsatzgruppen Trial, 1945–1958: Atrocity, Law, and History. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 978-0-521-45608-1.

  2. Frei, Norbert (1996). Vergangenheitspolitik: die Anfänge der Bundesrepublik und die NS-Vergangenheit. München: Beck. ISBN 3-406-41310-2.

  3. Klee, Ernst (2007). Das Personenlexikon zum Dritten Reich. Wer war was vor und nach 1945. Frankfurt am Main: Fischer. ISBN 978-3-596-16048-8.

  4. Der Spiegel (1951). “Mr. Brit ist eingetroffen”. Der Spiegel 24: 12. ISSN 0038-7452.

  5. Time (1951). “Germany: Slow Trip to the Gallows”. Time, 4 juni 1951. ISSN 0040-781X.

  6. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946

Previous articleDon Pardee Moon Utah Beach Normandië 1944
Next articleSU-76 Sovjet 1942-1945 gemechaniseerd geschut
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.