Don Pardee Moon was een Amerikaanse marineofficier en rear admiral van de United States Navy. Hij diende van 1916 tot 1944 en werd vooral verbonden met amfibische operaties in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn loopbaan liep van artilleriewerk op slagschepen tot het leiden van landingen bij Utah Beach op 6 juni 1944.
Vroege leven en opleiding
Don Pardee Moon werd geboren op 18 april 1894 in Kokomo, Indiana. Hij groeide op in de Verenigde Staten in een periode waarin de Amerikaanse marine sterk werd gemoderniseerd. Slagschepen, artillerie en vuurleiding kregen daarbij veel aandacht. Die ontwikkeling sloot later aan bij Moons loopbaan, waarin technische kennis van scheepsbewapening een vaste plaats innam.
Moon werd toegelaten tot de United States Naval Academy in Annapolis. Daar kreeg hij een opleiding die gericht was op navigatie, zeemanschap, discipline, techniek en marinegeschut. Hij viel vooral op door zijn kennis van ordnance en gunnery, de onderdelen die gingen over munitie, bewapening en schietvaardigheid. In juni 1916 studeerde hij af als vierde van zijn lichting.
Na zijn afstuderen werd Moon als jonge officier geplaatst op het slagschip USS Arizona. Aan boord hield hij zich bezig met artillerie en instrumenten die de werking van scheepsgeschut moesten verbeteren. Dit werk laat zien dat zijn vroege loopbaan niet alleen draaide om bevelvoering, maar ook om technische nauwkeurigheid en praktische verbetering van marineoperaties.
Moon trouwde met Sibyl en kreeg vier kinderen: Meredith, Don, David en Peter. Zijn gezin bleef op de achtergrond van zijn openbare loopbaan, maar wordt in biografische gegevens steeds genoemd als onderdeel van zijn persoonlijke leven. Zijn militaire dienst nam hem in verschillende periodes mee naar zee, stafposten en operationele functies.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Moon diende tijdens de Eerste Wereldoorlog als officier bij de United States Navy. Zijn dienst viel samen met zijn plaatsing op USS Arizona, waarop hij ruim vier jaar actief bleef. De Amerikaanse deelname aan de oorlog begon in 1917, kort na zijn eerste plaatsing als marineofficier.
Zijn werk lag vooral bij artillerie, vuurleiding en technische ondersteuning aan boord van een slagschip. Er is geen afzonderlijke grote zeeslag aan zijn naam verbonden uit deze periode. Toch vormde deze oorlogsdienst een basis voor zijn latere deskundigheid. De nadruk op scheepsgeschut bleef terugkomen in zijn functies tijdens het interbellum.
Interbellum: artillerie, stafwerk en torpedobootjagers
Het interbellum was voor Moon een periode van verdere opleiding, technische specialisatie en commandodienst. Na zijn jaren op USS Arizona volgde hij in 1921 en 1922 onderwijs aan de Postgraduate School in Annapolis en aan de University of Chicago. Daarna kreeg hij functies aan wal die verband hielden met marinebewapening en technische ontwikkeling.
Moon diende vervolgens op de slagschepen USS Colorado en USS Nevada. Deze plaatsingen duurden tot het midden van 1926 en hielden hem dicht bij de praktijk van grote oorlogsschepen. Zijn ervaring met geschut, vuurleiding en scheepsorganisatie werd daardoor verder uitgebreid. Na deze periode volgde opnieuw dienst aan wal.
In de tweede helft van de jaren twintig werkte Moon bij het Bureau of Ordnance en de Naval Gun Factory in Washington D.C. Deze functies pasten bij zijn technische achtergrond. Het Bureau of Ordnance hield zich bezig met bewapening, munitie en uitrusting van de marine. De Naval Gun Factory was betrokken bij productie en onderhoud van marinegeschut.
Tussen 1929 en 1932 diende Moon als gunnery officer bij een destroyer squadron van de Amerikaanse vloot. Daarna volgden opleiding en stafwerk aan het Naval War College. Die instelling speelde een rol in de studie van strategie, vlootoperaties en besluitvorming. Daardoor verschoof zijn loopbaan geleidelijk van technische specialisatie naar bredere commandovoorbereiding.
In 1934 werd Moon commandant van de destroyer USS John D. Ford, die behoorde tot de Asiatic Fleet. Deze functie gaf hem zelfstandige verantwoordelijkheid over een oorlogsschip in een gebied waar de Amerikaanse marine langdurig aanwezig was. In 1936 werd hij bevorderd tot commander. In 1937 voerde hij enige tijd het bevel over een destroyer division en keerde daarna terug naar het Naval War College.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Moon had tijdens de Tweede Wereldoorlog een operationele loopbaan die steeds meer gericht werd op konvooien, landingen en amfibische bevelvoering. In 1940 kreeg hij opnieuw het bevel over een destroyer division. In september 1941 werd hij bevorderd tot captain en kreeg hij een destroyer squadron bij de Atlantic Fleet.
In 1942 nam Moons squadron deel aan operaties in de gevaarlijke wateren ten noorden van Noorwegen. Deze konvooiroutes waren van groot belang voor geallieerde bevoorrading en stonden onder dreiging van Duitse onderzeeboten, vliegtuigen en oppervlakteschepen. Vervolgens nam hij deel aan de geallieerde invasie van Noord-Afrika, een operatie die bekendstaat als Operation Torch.
Van november 1942 tot januari 1944 diende Moon op de staf van admiraal Ernest J. King, de Chief of Naval Operations. Deze positie bracht hem dicht bij de hoogste Amerikaanse maritieme besluitvorming. Daarna werd hij bevorderd tot rear admiral en kreeg hij het bevel over een amfibische taakgroep. Daarmee verschoof zijn werk naar de voorbereiding van grote landingsoperaties in Europa.
Exercise Tiger
In 1944 was Moon betrokken bij Exercise Tiger, een grote oefening voor de komende landing bij Utah Beach. De oefening vond plaats bij Slapton Sands in Devon, omdat dit gebied overeenkomsten had met de kuststrook in Normandië. De oefening moest troepen, landingsschepen, communicatie en samenwerking tussen leger en marine voorbereiden op D-Day.
Tijdens Exercise Tiger vielen Duitse Schnellboote, door de geallieerden vaak E-boats genoemd, een konvooi met Amerikaanse LST-landingsschepen aan. Drie LST’s werden door torpedo’s getroffen; twee zonken en één raakte zwaar beschadigd. Bij deze ramp kwamen honderden Amerikaanse militairen om. De gebeurtenis bleef kort voor D-Day beperkt bekend om de geplande invasie niet in gevaar te brengen.
Utah Beach en USS Bayfield
Op 6 juni 1944 leidde Moon de landingen bij Utah Beach tijdens de invasie van Normandië. Hij deed dit vanaf het aanvalstransportschip USS Bayfield, aangeduid als APA-33. Zijn taak was het sturen van Assault Force U, de zeemacht die de Amerikaanse landing op deze sector ondersteunde. Utah Beach lag aan de westelijke kant van de geallieerde landingszones.
De landing bij Utah Beach verliep anders dan gepland doordat troepen op een andere plaats aan land kwamen dan oorspronkelijk bedoeld. Toch werd de operatie voortgezet en slaagden de Amerikaanse eenheden erin hun positie op de kust uit te bouwen. Moon bleef met USS Bayfield voor de kust aanwezig terwijl de operatie zich ontwikkelde en de verbinding met de strijd aan land werd onderhouden.
USS Bayfield bleef ongeveer drie weken voor Utah Beach. In die periode werkten officieren en bemanningsleden in diensten van vier uur. Deze werkwijze laat zien hoe langdurig en belastend de commandovoering rond de landingen was. De marine moest niet alleen de eerste aanval ondersteunen, maar ook de aanvoer, communicatie en verdere opbouw van troepen mogelijk maken.
Zuid-Frankrijk en overlijden
Na de operatie in Normandië werd USS Bayfield naar Napels gestuurd voor de komende invasie van Zuid-Frankrijk. Deze operatie werd later uitgevoerd als Operation Dragoon. Moon kreeg opnieuw een taak in de voorbereiding van een amfibische landing. Daarmee bleef hij binnen dezelfde soort oorlogvoering waarin hij in Normandië had gewerkt.
Op 5 augustus 1944 overleed Moon aan boord van USS Bayfield bij Napels. Hij schoot zichzelf neer met een .45-pistool. Zijn overlijden werd officieel in verband gebracht met gevechtsuitputting, vaak aangeduid met de Engelse term battle fatigue. Hij was vijftig jaar oud. Zijn dood vond plaats tien dagen vóór de geallieerde landing in Zuid-Frankrijk.
Moon werd begraven op Arlington National Cemetery. Zijn overlijden kreeg aandacht omdat hij een hoge marineofficier was die kort daarvoor een zware rol had gespeeld in de invasie van Normandië. Hij maakte het einde van de Tweede Wereldoorlog niet mee.
Na de oorlog
Moon had geen naoorlogse militaire loopbaan, omdat hij in augustus 1944 overleed. Toch bleef zijn naam verbonden met de Amerikaanse landingen in Europa. Vooral zijn rol bij Utah Beach en zijn functie als bevelhebber binnen Assault Force U worden genoemd in beschrijvingen van D-Day en de amfibische operaties van 1944.
Zijn graf op Arlington National Cemetery gaf hem een plaats binnen de officiële Amerikaanse militaire herdenking. Arlington is een nationale begraafplaats waar veel militairen, officieren en veteranen zijn begraven. Moons begrafenis daar onderstreepte zijn status als hogere officier van de United States Navy en als deelnemer aan grote geallieerde operaties.
In 2004 werd Moon afgebeeld op een postzegel van Sierra Leone ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van D-Day. De uitgave plaatste hem naast andere geallieerde bevelhebbers die met de invasie van 6 juni 1944 werden verbonden. Dit was geen militaire onderscheiding, maar wel een vorm van latere publieke herdenking.
Moon werd overleefd door zijn vrouw Sibyl en hun vier kinderen. De namen Meredith, Don, David en Peter worden in biografische gegevens genoemd. Daardoor blijft zijn levensbeschrijving niet beperkt tot rang en functie, maar bevat deze ook de gezinsgegevens die bij zijn persoon bekend zijn.
Militaire Rangen
Moons loopbaan binnen de United States Navy verliep van jonge officier tot rear admiral. Zijn rangen weerspiegelen de overgang van technische taken op slagschepen naar bevelvoering over destroyers, stafwerk en amfibische operaties. De bekende bevorderingen sluiten aan bij zijn functies tussen 1916 en 1944.
| Periode | Rang of functie | Context |
|---|---|---|
| 1916 | Ensign | Afgestudeerd aan de United States Naval Academy |
| Jaren 1920 | Lieutenant | Dienst op slagschepen en technische functies |
| 1929–1932 | Lieutenant Commander | Gunnery officer bij een destroyer squadron |
| 1936 | Commander | Bevordering na destroyer- en stafdienst |
| 1941 | Captain | Bevel over een destroyer squadron |
| 1944 | Rear Admiral | Bevel over een amfibische taakgroep |
De rang van rear admiral plaatste Moon onder de vlagofficieren van de Amerikaanse marine. In die positie had hij verantwoordelijkheid over grotere verbanden dan één schip of één squadron. Zijn bevel bij Utah Beach was daarom geen tactische taak op laag niveau, maar een commandofunctie binnen een omvangrijke geallieerde landingsoperatie.
Onderscheidingen
Moon ontving postuum onderscheidingen voor zijn dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Army Distinguished Service Medal werd hem toegekend voor zijn rol als commandant van Assault Force U tijdens de landing in Normandië. Deze onderscheiding hield verband met het succesvol aan land brengen van Amerikaanse eenheden bij Utah Beach op 6 juni 1944.
Daarnaast ontving hij postuum de Legion of Merit voor zijn werk als naval task force commander in de voorbereidingsfase van de invasie van Zuid-Frankrijk. Ook werd hij door de Franse overheid onderscheiden met de Légion d’honneur. Deze onderscheidingen tonen hoe zijn laatste maanden in dienst vooral werden beoordeeld op amfibische planning, commandovoering en ondersteuning van geallieerde landingen.
Conclusie
Don Pardee Moon was een Amerikaanse marineofficier die zijn loopbaan begon met artilleriewerk op slagschepen en eindigde als rear admiral binnen de amfibische oorlogvoering in Europa. Zijn dienst omvatte de Eerste Wereldoorlog, het interbellum, de invasie van Noord-Afrika, Exercise Tiger en de landingen bij Utah Beach. Zijn overlijden in augustus 1944 werd officieel verbonden met gevechtsuitputting. Moon bleef vooral bekend door zijn rol bij D-Day en zijn plaats binnen de Amerikaanse marinegeschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Unknown us navy photographerUnknown us navy photographer, Public domain, via Wikimedia Commons
- United States Navy Bureau of Naval Personnel (1945). All Hands: The Bureau of Naval Personnel Information Bulletin, June 1945. Washington, D.C.: Bureau of Naval Personnel. ISSN 0002-5577.
- Neillands, Robin; de Normann, Roderick (2004). D-Day 1944: Voices from Normandy. New York: Cold Spring Press. ISBN 1-59360-012-7.
- Alter, Jonathan P.; Crouch, Daniel (2005). My Dear Moon: Rear Admiral Don Pardee Moon. Charleston: BookSurge Publishing. ISBN 978-1-4196-1253-4.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










