Home Schepen Zware Kruisers USS Indianapolis: Amerikaanse zware kruiser 1932–1945

USS Indianapolis: Amerikaanse zware kruiser 1932–1945

USS Indianapolis (CA-35) vaart in 1944 in camouflagepatroon Measure 32/7D, actief als vlaggenschip in de Stille Oceaan.
De USS Indianapolis (CA-35) in 1944, varend in camouflagepatroon Measure 32/7D, tijdens haar dienst in de Stille Oceaan.

De USS Indianapolis (CA-35) was een zware kruiser van de Portlandklasse in dienst van de Amerikaanse marine tijdens de jaren 1930 en de Tweede Wereldoorlog. Het schip werd vooral bekend door haar rol in het transport van onderdelen voor de eerste atoombom en haar daaropvolgende ondergang in juli 1945, een van de grootste maritieme tragedies voor de Amerikaanse strijdkrachten op zee. De Indianapolis diende als vlaggenschip van admiraal Raymond Spruance tijdens meerdere amfibische operaties in de Stille Oceaan en speelde een ondersteunende rol in strategische aanvallen op Japanse versterkingen.

Ontwerp en constructie

De USS Indianapolis werd gebouwd als onderdeel van de Portlandklasse, een serie van twee zware kruisers die volgden op de Pensacola- en Northamptonklassen. Deze schepen werden ontworpen volgens de beperkingen van het Washington Naval Treaty van 1922, die tonnage en bewapening van oorlogsschepen beperkte. De Indianapolis werd op 31 maart 1930 op stapel gezet bij de New York Shipbuilding Corporation en te water gelaten op 7 november 1931. De indienststelling vond plaats op 15 november 1932.

De kruiser werd oorspronkelijk aangeduid als een lichte kruiser (CL-35) vanwege haar bepantsering, maar werd op 1 juli 1931 geherclassificeerd als zware kruiser (CA-35) vanwege de installatie van 8-inch geschut, conform het Verdrag van Londen.

Bewapening

De primaire bewapening van de USS Indianapolis bestond uit negen 8-inch (203 mm)/55 kaliber Mark 9 kanonnen, opgesteld in drie geschuttorens van elk drie lopen: twee vooraan in superfiring-opstelling en één achteraan. Voor luchtverdediging beschikte het schip oorspronkelijk over acht 5-inch (127 mm)/25 kaliber luchtafweerkanonnen en twee 3-ponder Hotchkiss-kanonnen.

Tijdens de oorlog werd de luchtafweer versterkt met 24 Bofors 40 mm luchtafweerkanonnen in zes viervoudige opstellingen en 19 Oerlikon 20 mm kanonnen. Torpedobuizen ontbraken bij de Portlandklasse. De combinatie van zwaar hoofdgeschut en uitgebreide luchtafweer maakte de Indianapolis geschikt voor zowel oppervlaktestrijd als escortemissies in amfibische operaties.

Bepantsering

De bepantsering van de USS Indianapolis was beperkt maar strategisch aangebracht. De riembeplating rondom de munitieruimten had een dikte van 5 inch (127 mm), elders was deze 3,25 inch (83 mm). De dekbepantsering bedroeg 2,5 inch (64 mm), terwijl de torens en barbetten respectievelijk 2,5 inch en 1,5 inch dik waren. De commandotoren had een bepantsering van 1,25 inch. Deze bepantsering bood enige bescherming tegen lichte projectielen en scherfwerking, maar was onvoldoende tegen torpedo- en mijnexplosies, wat bijdroeg aan het snelle zinken na de torpedering in 1945.

Sensoren en dataverwerking

Bij aanvang van haar diensttijd beschikte de USS Indianapolis over conventionele optische vuurleidingssystemen. In de loop van de Tweede Wereldoorlog werden diverse elektronische sensoren en radarinstallaties toegevoegd, waaronder lucht- en oppervlaktezoekradars. In 1943 werd een prominente vuurleidingsradar op de achtermast geïnstalleerd, waarmee de accuratesse van het geschut werd verhoogd. Deze systemen speelden een ondersteunende rol bij luchtafweeracties en nachtelijke beschietingen, maar waren afhankelijk van voortdurende updates en onderhoud.

Modificaties

Gedurende haar operationele inzet onderging de USS Indianapolis meerdere moderniseringen. De opvallendste wijzigingen betroffen de toevoeging van luchtafweerkanonnen, radarinstallaties, en een versteviging van de bovenbouw. In 1943 werden lichtgewicht tripod-masten vóór de tweede schoorsteen toegevoegd, ter ondersteuning van nieuwe sensoren. De luchtverdediging werd systematisch verbeterd als antwoord op de groeiende dreiging van Japanse kamikaze-aanvallen en luchtaanvallen in het algemeen. Verder werd een bilge kiel aangebracht om overmatige rolbewegingen op zee te beperken, wat de zeewaardigheid verbeterde.

Status schip tijdens de oorlog

Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog verkeerde de USS Indianapolis in goede staat, hoewel het ontwerp uit het begin van de jaren dertig stamde. Dankzij regelmatige upgrades en onderhoud bleef het schip tot het einde van de oorlog operationeel inzetbaar. De moderniseringen hielden de Indianapolis op technologisch aanvaardbaar niveau, maar haar oorspronkelijke ontwerp — met name de beperkte bepantsering en het topzware profiel — maakte haar kwetsbaar voor moderne wapensystemen zoals torpedo’s en kamikazes. Desondanks bleef het schip in actieve dienst tot juli 1945, toen het ten onder ging na een torpedoaanval door de Japanse onderzeeër I-58.

Operationele geschiedenis

Interbellum en vredestijd

Na haar indienststelling in 1932 voerde de USS Indianapolis verschillende trainings- en diplomatieke missies uit. In juli 1933 diende zij als presidentieel schip voor Franklin D. Roosevelt tijdens een maritieme inspectie. Later dat jaar werd ze het vlaggenschip van Scouting Force 1. De Indianapolis voerde inspectiereizen uit in het Panamakanaalgebied, de westkust van de Verenigde Staten en later ook Zuid-Amerika tijdens een diplomatieke reis met president Roosevelt in 1936. Deze vredesoperaties vormden het operationele kader van het schip tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Vroege oorlogsjaren

Tijdens de aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 bevond de Indianapolis zich bij Johnston Atoll voor oefeningen. Kort daarna werd ze opgenomen in Task Force 11, waarbij ze onder andere de vliegdekschepen Lexington en Yorktown escorteerde. In maart 1942 nam ze deel aan luchtaanvallen op Lae en Salamaua in Nieuw-Guinea. In de maanden erna ondersteunde de Indianapolis operaties in de Aleoeten, waaronder de beschieting van Kiska en het tot zinken brengen van het Japanse bevoorradingsschip Akagane Maru.

Campagnes in de Stille Oceaan

Vanaf eind 1943 diende de Indianapolis als vlaggenschip van viceadmiraal Raymond Spruance tijdens een reeks offensieven in de Stille Oceaan, waaronder de Slagen om Tarawa, Kwajalein, de Carolines en de Marianen. Tijdens de Slag om de Filipijnenzee in juni 1944 nam het schip deel aan luchtverdediging en kustbombardementen. In 1945 ondersteunde het schip onder meer de landingen op Iwo Jima en Okinawa. Bij een kamikaze-aanval op 31 maart 1945 werd de Indianapolis beschadigd door een bom, maar zij kon zelfstandig naar de Mare Island Naval Shipyard varen voor herstel.

Transport van atoomwapenonderdelen

In juli 1945 kreeg de Indianapolis een geheime opdracht om onderdelen van de atoombom ‘Little Boy’ naar de Amerikaanse basis op Tinian te vervoeren. Aan boord bevonden zich onder andere verrijkt uranium en niet-nucleaire componenten. De overtocht van San Francisco naar Tinian verliep zonder escorte, maar binnen recordtijd. Na aflevering van de lading zette het schip koers naar de Filipijnen.

Torpedering en ramp

Op 30 juli 1945 werd de Indianapolis getorpedeerd door de Japanse onderzeeër I-58. Twee torpedo’s troffen het schip, dat binnen twaalf minuten zonk. Ongeveer 300 bemanningsleden kwamen direct om. De overlevenden, circa 890 man, dreven vier dagen op zee zonder voldoende voedsel, water of reddingsmiddelen. Zij leden onder hitte, uitdroging, zoutvergiftiging, en aanvallen door haaien. Pas op 2 augustus werden zij bij toeval ontdekt door een patrouillevliegtuig. Slechts 316 mensen overleefden.

Na de oorlog

Onderzoek en gerechtelijke vervolging

Na de ramp kreeg de commandant, kapitein Charles B. McVay III, een gerechtelijk onderzoek opgelegd. Hij werd schuldig bevonden aan het in gevaar brengen van zijn schip door niet te zigzaggen, ondanks dat zijn instructies hem hierin discretie gaven. In latere jaren bleek dat deze veroordeling ongebruikelijk was; geen enkele andere kapitein werd op vergelijkbare wijze verantwoordelijk gehouden voor het verlies van zijn schip in gevechtssituaties. McVay ontving duizenden brieven van nabestaanden en pleegde uiteindelijk zelfmoord in 1968.

Rehabilitatie

In de jaren negentig leidde de inzet van overlevenden en historici tot een herwaardering van McVay’s positie. In 2000 keurde het Amerikaanse Congres een resolutie goed die zijn naam zuiverde, gevolgd door officiële exoneratie door de Amerikaanse marine in 2001.

Wrakvondst

Op 19 augustus 2017 werd het wrak van de USS Indianapolis teruggevonden in de Filipijnse Zee op een diepte van 5.500 meter. De zoektocht werd geleid door een team gefinancierd door Paul Allen. Uit de positie van het wrak bleek dat het schip verder westwaarts was gezonken dan eerder werd aangenomen. Dankzij de grote diepte is het wrak opmerkelijk goed bewaard gebleven.

Conclusie

De USS Indianapolis was een zwaarbewapende kruiser met een veelzijdige inzet gedurende de Tweede Wereldoorlog. Door haar deelname aan belangrijke operaties en haar rol in het transport van onderdelen voor de eerste atoombom, kreeg het schip een bijzondere plaats in de maritieme geschiedenis. De ondergang van de Indianapolis leidde tot een tragedie op zee, deels veroorzaakt door tekortkomingen in het communicatiesysteem van de marine. De late rehabilitatie van haar commandant benadrukt het belang van historische herbeoordeling. De ontdekking van het wrak in 2017 maakte het mogelijk om de laatste rustplaats van het schip en haar bemanning te eren.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: See page for author, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Bennett, Geoffrey (2005). Naval Battles of the First World War. Barnsley: Pen & Sword Military Classics. ISBN 978-1-84415-300-8.

  3. Silverstone, Paul (2007). The Navy of World War II, 1922–1947. New York: Routledge. ISBN 978-0-415-97898-9.

  4. Stille, Mark (2009). USN Cruiser vs IJN Cruiser: Guadalcanal 1942. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84603-466-4.

  5. Coster-Mullen, John (2020). Atom Bombs: The Top Secret Inside Story of Little Boy and Fat Man. Waukesha: J. Coster-Mullen. ISBN 978-1-4661-6129-0.

  6. Rhodes, Richard (1986). The Making of the Atomic Bomb. Simon & Schuster. ISBN 978-0-684-81378-3.

  7. Stanton, Doug (2003). In Harm’s Way: The Sinking of the USS Indianapolis and the Extraordinary Story of Its Survivors. New York: Owl Books. ISBN 978-0-8050-7366-9.

  8. Vincent, Lynn & Vladic, Sara (2018). Indianapolis: The True Story of the Worst Sea Disaster in U.S. Naval History and the Fifty-Year Fight to Exonerate an Innocent Man. New York: Simon & Schuster. ISBN 978-1-5011-0136-2.

  9. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946