Home Personen USA Charles B. McVay III en de USS Indianapolis-ramp

Charles B. McVay III en de USS Indianapolis-ramp

Kapitein ter zee McVay bespreekt de ondergang van USS Indianapolis met oorlogscorrespondenten op Guam, augustus 1945, na de redding.
Kapitein ter zee Charles B. McVay III op Guam in augustus 1945, na de redding van overlevenden van de USS Indianapolis.

Charles Butler McVay III was een Amerikaanse marineofficier die tijdens de Tweede Wereldoorlog het bevel voerde over de zware kruiser USS Indianapolis. In juli 1945 werd het schip getorpedeerd door een Japanse onderzeeër, wat leidde tot een van de grootste maritieme rampen in de Amerikaanse geschiedenis. McVay was de enige Amerikaanse bevelhebber die tijdens een oorlogstijd voor de krijgsraad werd gebracht vanwege het verlies van zijn schip. Zijn veroordeling, de omstandigheden van de ramp en de latere postume rehabilitatie hebben zijn naam blijvend verbonden aan de geschiedenis van de Amerikaanse marine.

Vroege leven en opleiding

Charles B. McVay III werd geboren op 31 augustus 1898 in Ephrata, Pennsylvania. Hij stamde uit een maritieme familie; zijn vader, Charles B. McVay Jr., diende als admiraal in de Amerikaanse marine en was onder meer betrokken bij de wereldreis van de Great White Fleet tussen 1907 en 1909.

In 1920 studeerde McVay af aan de United States Naval Academy in Annapolis, Maryland. Zijn carrière in de marine verliep aanvankelijk volgens de verwachte lijnen van een officier uit een gevestigde militaire familie.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

McVay diende aan het einde van de Eerste Wereldoorlog bij de Amerikaanse marine. Over zijn specifieke inzet tijdens deze periode is weinig openbaar gedocumenteerd, maar zijn actieve dienst begon in deze context van mondiale conflict.

Interbellum: Opkomst in militaire en inlichtingenkringen

Gedurende het interbellum klom McVay op binnen de rangen van de marine. Hij vervulde diverse functies en bouwde expertise op binnen zowel operationele als inlichtingenstructuren van de Amerikaanse strijdkrachten. Voorafgaand aan zijn commando over de Indianapolis was McVay voorzitter van het Joint Intelligence Committee van de Combined Chiefs of Staff in Washington D.C., de hoogste inlichtingeneenheid van de geallieerden.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Commando over de USS Indianapolis

In november 1944 kreeg McVay het bevel over de zware kruiser USS Indianapolis. Onder zijn leiding nam het schip deel aan diverse operaties in de Stille Oceaan, waaronder de gevechten rond Iwo Jima en Okinawa. Tijdens de slag om Okinawa werd het schip op 31 maart 1945 geraakt door een Japanse kamikaze, wat resulteerde in acht doden en aanzienlijke schade. Desondanks wist McVay het schip veilig terug te brengen naar de Mare Island Naval Shipyard in Californië voor reparaties.

Geheime missie en torpedering

Na reparaties werd de Indianapolis begin juli 1945 ingezet voor een geheime missie: het transport van onderdelen en nucleair materiaal naar Tinian. Deze lading was bedoeld voor de vervaardiging van de atoombommen die later op Hiroshima en Nagasaki werden gedropt.

Na de succesvolle aflevering van de lading zette het schip koers naar de Filipijnen. In de vroege ochtend van 30 juli werd de Indianapolis getorpedeerd door de Japanse onderzeeër I-58 onder commando van Mochitsura Hashimoto. Twee torpedo’s troffen het schip, dat binnen twaalf minuten zonk. Van de 1.195 bemanningsleden overleefden er slechts 316. Ongeveer 300 marinemannen kwamen onmiddellijk om; de overige 900 werden aan hun lot overgelaten in open zee zonder reddingsmiddelen. Velen stierven aan uitdroging, verwondingen, zoutwatervergiftiging of door aanvallen van haaien.

Vertraagde reddingsoperatie

Door de geheime aard van de missie was de Indianapolis niet als vermist gemeld toen zij niet arriveerde op de geplande datum. Pas vier dagen later werden overlevenden bij toeval ontdekt door een patrouillevliegtuig. De vertraging in de reddingsactie heeft het aantal slachtoffers aanzienlijk verhoogd. Volgens later vrijgegeven documenten werden drie SOS-berichten wel degelijk ontvangen maar niet opgevolgd vanwege uiteenlopende redenen, waaronder dronkenschap van een verantwoordelijke officier en de aanname dat het om Japanse misleiding ging.

Controverse rond de rechtszaak

McVay overleefde de ramp en werd uiteindelijk aangeklaagd door de marine. De aanklachten omvatten onder meer het niet zigzag varen – een manoeuvre die onder bepaalde omstandigheden wordt ingezet om torpedoaanvallen te bemoeilijken. Ondanks het feit dat zowel Japanse commandant Hashimoto als Amerikaanse marine-experts verklaarden dat zigzaggen het zinken van de Indianapolis niet had kunnen voorkomen, werd McVay toch veroordeeld.

Belangrijke informatie over de aanwezigheid van vijandelijke onderzeeërs in het gebied was McVay voor vertrek onthouden. Bovendien had hij verzocht om een escorte, wat geweigerd werd wegens een tekort aan beschikbare escorteschepen. In het gebied was kort voor het zinken van de Indianapolis nog een ander Amerikaans schip tot zinken gebracht, zonder dat McVay hierover werd ingelicht.

In totaal gingen er tijdens de Tweede Wereldoorlog 380 Amerikaanse marineschepen verloren. McVay was de enige commandant die voor een krijgsraad werd gebracht wegens het verlies van zijn schip tijdens gevechtshandelingen.

Na de oorlog

Na zijn veroordeling verloor McVay 100 plaatsingsnummers in zowel zijn tijdelijke als permanente rang. Op voorspraak van admiraal Chester Nimitz, destijds Chief of Naval Operations, werd zijn straf in 1946 echter opgeheven door minister van Marine James Forrestal, en McVay mocht zijn dienst voortzetten.

Toch kwam zijn actieve carrière feitelijk tot stilstand. Hij werd in 1949 met pensioen gestuurd en kreeg bij die gelegenheid de eretitel van schout-bij-nacht (rear admiral), conform de gewoonte voor gepensioneerde kapiteins ter zee in de Amerikaanse marine. Ondanks de opheffing van zijn straf bleef de veroordeling hem zijn leven lang achtervolgen.

Zelfdoding

Op 6 november 1968 werd McVay dood aangetroffen op zijn veranda in Litchfield, Connecticut. Hij had zichzelf van het leven beroofd met een Colt Officer’s Model Target .38 Special, een civiele revolver die ten onrechte werd beschreven als zijn dienstwapen. De politie trof geen afscheidsbrief aan.

Volgens nabestaanden en latere getuigenverklaringen had McVay jarenlang geworsteld met depressie, mede veroorzaakt door het aanhoudende publieke verwijt en brieven van nabestaanden van omgekomen bemanningsleden. Zijn geestelijke gezondheid verslechterde verder na de dood van zijn echtgenote in 1961.

Rehabilitatie en postume eerherstel

In de decennia na zijn dood bleven overlevenden van de Indianapolis zich inzetten voor rehabilitatie van hun voormalige commandant. Het keerpunt kwam eind jaren negentig, toen de twaalfjarige student Hunter Scott uit Florida als schoolproject onderzoek deed naar McVay en zijn verhaal voor het Congres bracht. Zijn inspanning, gesteund door verslagen van overlevenden en historici, leidde tot brede politieke aandacht.

In oktober 2000 keurde het Amerikaanse Congres een resolutie goed waarin stond dat McVay van blaam moest worden gezuiverd. President Bill Clinton ondertekende de resolutie. In mei 2001 gaf de toenmalige minister van Marine, Gordon R. England, opdracht om de officiële dienstendocumenten van McVay aan te vullen met deze exconisatie.

Militaire rangen

  • Ensign (vaandrig) – bij afstuderen in 1920
  • Lieutenant (luitenant)
  • Commander (kapitein-luitenant-ter-zee)
  • Captain (kapitein-ter-zee)
  • Rear Admiral (schout-bij-nacht) – bij pensionering in 1949

Onderscheidingen

  • Silver Star – voor moed onder vuur tijdens de Tweede Wereldoorlog
  • Bronze Star
  • Purple Heart – voor verwondingen opgelopen tijdens de aanval op USS Indianapolis
  • Navy Unit Commendation
  • American Defense Service Medal (met service star)
  • Asiatic-Pacific Campaign Medal (met drie service stars)
  • World War II Victory Medal
  • China Service Medal
  • European-African-Middle Eastern Campaign Medal (met service star)
  • American Campaign Medal
  • World War I Victory Medal

Conclusie

Charles B. McVay III werd slachtoffer van omstandigheden die het gevolg waren van gebrekkige communicatie, bureaucratische besluiten en de behoefte aan een schuldige voor een tragedie. Ondanks zijn veroordeling waren militaire en historische analyses het er later over eens dat zijn handelen binnen de kaders van zijn informatie en mogelijkheden viel. De postume exconisatie in 2000 erkent de complexiteit van de gebeurtenissen rond de ondergang van de USS Indianapolis en herstelt, zij het laat, zijn reputatie binnen de maritieme geschiedenis van de Verenigde Staten.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding:  Charles B. McVay III, public domain, via wiki commons
  2. Bennett, Geoffrey (2005). Naval Battles of the First World War. Barnsley: Pen & Sword Military Classics. ISBN 978-1-84415-300-8.
  3. Stanton, Doug (2003). In Harm’s Way: The Sinking of the USS Indianapolis and the Extraordinary Story of Its Survivors. Macmillan. ISBN 0805073663.
  4. Vincent, Lynn & Vladic, Sara (2018). Indianapolis. Simon & Schuster. ISBN 978-1501135941.
  5. Newcomb, Richard F. (2001). Abandon Ship. HarperCollins. ISBN 9780380819041.
  6. Thomas, Joseph J. (2005). Leadership Embodied: The Secrets To Success Of The Most Effective Navy And Marine Corps Leaders. Naval Institute Press. ISBN 978-1591148609.
  7. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946