
De strijd om Hongarije was de laatste grote fase van de oorlog aan het zuidelijke deel van het Oostfront. Tussen herfst 1944 en 4 april 1945 vochten Duitse en Hongaarse troepen tegen het Rode Leger en Roemeense eenheden om Transsylvanië, Budapest, oliegebieden en de route naar Wenen.
Militaire en Politieke Situatie
Na de Sovjetdoorbraak in Roemenië in augustus 1944 veranderde de militaire situatie aan de zuidelijke Oostfrontsector snel. De Duitse 6e Armee werd bij Chișinău grotendeels uitgeschakeld. Kort daarna koos Roemenië de zijde van de geallieerden. Daardoor verloren Duitsland en Hongarije een belangrijke bondgenoot en ontstond een open toegang naar de Karpaten, de Tisza en het Hongaarse kerngebied.
De Duitse Heeresgruppe Süd werd onder Generaloberst Johannes Frießner opnieuw ingericht. Zij moest met Duitse en Hongaarse eenheden de Sovjetopmars vertragen. Vanaf december 1944 kreeg General der Infanterie Otto Wöhler het bevel over deze legergroep. Hongarije bleef formeel bondgenoot van Duitsland, maar binnen de Hongaarse leiding groeide de wens om de oorlog te beëindigen.
Rijksregent Miklós Horthy probeerde in oktober 1944 een wapenstilstand met de Sovjet-Unie te bereiken. Duitsland greep militair in, waarna de Pijlkruisers onder Ferenc Szálasi de macht overnamen. Deze regering bleef aan Duitse zijde vechten. Daarmee werd Hongarije niet alleen een militair slagveld, maar ook een gebied waar politieke dwang, vervolging en deportaties voortduurden.
Locatie
De strijd speelde zich af op het grondgebied van het toenmalige Hongarije en in gebieden die direct met de frontbeweging verbonden waren. De eerste zware gevechten vonden plaats in Transsylvanië, rond Cluj-Napoca, Târgu Mureș en Torda. Daarna verschoof het front via Debrecen, de Tisza en de Donau naar Budapest.
Budapest lag strategisch aan de Donau en vormde een verbindingspunt tussen Oost- en West-Hongarije. De stad had spoorlijnen, bruggen, wegen en verdedigbare stadsdelen aan beide zijden van de rivier. Buda lag aan de westelijke oever, met heuvels en smalle straten. Pest lag aan de oostelijke oever en was vlakker en dichter bebouwd.
In West-Hongarije werden het Balatonmeer, het Velencemeer, Székesfehérvár, Komárom, Győr en Nagykanizsa belangrijke plaatsen in de latere gevechten. Het gebied was door meren, rivieren, modderige wegen en heuvels moeilijk geschikt te maken voor snelle pantseroperaties. Toch probeerde de Duitse leiding juist daar in maart 1945 nog een grote aanval uit te voeren.
Militaire Leiders
Aan Duitse zijde waren Johannes Frießner, Otto Wöhler, Maximilian Fretter-Pico, Hermann Balck, Hermann Breith, Herbert Otto Gille en Sepp Dietrich belangrijke bevelhebbers. In Budapest stond SS-Obergruppenführer Karl Pfeffer-Wildenbruch aan het hoofd van de ingesloten Duitse en Hongaarse verdediging.
Aan Hongaarse zijde speelden Károly Beregfy, József Heszlényi, Lajos Veress Dálnoki en Béla Dálnoki-Miklós een rol. Beregfy werd verbonden aan de pro-Duitse Pijlkruisersregering. Béla Dálnoki-Miklós brak juist met de pro-Duitse lijn en werd later verbonden aan de door de Sovjet-Unie gesteunde tegenregering in Debrecen.
Aan Sovjetzijde waren vooral Rodion Malinovski en Fjodor Tolboechin bepalend voor het verloop van de operaties in Hongarije. Malinovski voerde de 2e Oekraïense Front aan en Tolboechin de 3e Oekraïense Front. Hun legers werkten samen bij de omsingeling van Budapest, de gevechten in Transdanubië en de latere opmars richting Wenen en Bratislava.
Doelstelling en planning
De Duitse en Hongaarse doelstelling was het behoud van Hongarije als verdedigingsgebied aan het Oostfront. Voor Duitsland waren de olievelden, raffinaderijen en brandstofvoorraden van groot militair belang. Na het verlies van Roemeense oliebronnen waren de Hongaarse voorraden en de verbindingen naar Oostenrijk nog belangrijker geworden.
Daarnaast wilde de Duitse leiding Budapest behouden. De stad werd tot vesting verklaard, waardoor een georganiseerde terugtocht of tijdige ontruiming niet werd toegestaan. De verdediging moest Sovjetlegers binden en tijd winnen voor nieuwe Duitse pantseroperaties in West-Hongarije.
De Sovjetplanning was gericht op het vernietigen van Duitse en Hongaarse strijdkrachten, het veroveren van Budapest en het openen van de route naar Wenen. Daarbij waren de Donau, de Tisza en de wegen door Transdanubië van groot belang. De Sovjetoperaties waren opgebouwd rond diepe doorbraken, omsingeling en het gebruik van infanterie, artillerie, pantserformaties en luchtsteun.
Militaire eenheden
Aan Duitse zijde vochten onderdelen van Heeresgruppe Süd, waaronder de 6e Armee, de 8e Armee, de 2e Panzerarmee en later de 6e SS-Panzerarmee. Ook het IV. SS-Panzerkorps, het I. SS-Panzerkorps en het II. SS-Panzerkorps werden in Hongarije ingezet. Duitse pantserdivisies zoals de 1e, 3e, 23e en 24e Panzer-Division waren betrokken bij tegenaanvallen.
De Waffen-SS zette onder meer de 5e SS-Panzer-Division “Wiking”, de 3e SS-Panzer-Division “Totenkopf”, de 8e SS-Kavallerie-Division “Florian Geyer”, de 22e SS-Freiwilligen-Kavallerie-Division en de 16e SS-Panzergrenadier-Division “Reichsführer SS” in. Deze eenheden leden zware verliezen bij Budapest, Székesfehérvár en tijdens de terugtocht naar Oostenrijk.
Aan Hongaarse zijde waren de 1e, 2e en 3e Hongaarse Armee betrokken. Zij beschikten over infanterie, artillerie, cavalerie, pantserwagens en Hongaarse tanks zoals de Turán II, Toldi en Zrínyi-stormkanonnen. Deze voertuigen waren vaak minder sterk dan Sovjet T-34-tanks.
Aan Sovjetzijde stonden vooral de 2e en 3e Oekraïense Front tegenover hen. Daarbij hoorden onder meer de 46e Armee, 53e Armee, 57e Armee, 6e Garde-Pantserarmee, 4e Gardearmee, 9e Gardearmee, 26e Armee en 27e Armee. Na de Roemeense machtswisseling vochten ook Roemeense eenheden tegen Duitse en Hongaarse troepen.
Het verloop van de strijd om Hongarije
De gevechten in Transsylvanië
De strijd begon met de Duitse terugtocht uit Roemenië en de Hongaarse poging om Noord-Transsylvanië te behouden. Op 5 september 1944 viel de Hongaarse 2e Armee aan tussen Cluj-Napoca en Târgu Mureș. Hongarije wilde het gebied veiligstellen dat sinds de Tweede Weense Arbitrage onder Hongaars bestuur stond.
De gevechten rond Torda werden zwaar. Hongaarse eenheden konden de Sovjet- en Roemeense opmars tijdelijk vertragen, maar hun pantsermaterieel was zwakker dan de Sovjet T-34. Vanaf eind september braken Sovjetformaties op meerdere plaatsen door. De Duits-Hongaarse verdediging trok zich terug naar het westen.
Ook in het Banaat en rond Timișoara moesten Duitse troepen wijken voor Sovjet- en Roemeense aanvallen. Daardoor kwam de weg naar de Hongaarse Laagvlakte open te liggen. De terugtocht uit Transsylvanië betekende dat Hongarije zelf het hoofdslagveld werd.
Debrecen en de weg naar Budapest
In oktober 1944 volgde de Debrecen-operatie. De Sovjetlegers probeerden via Debrecen naar de Tisza en verder naar Budapest door te stoten. Duitse tegenaanvallen brachten plaatselijk Sovjetkorpsen in moeilijkheden, maar konden de algemene opmars niet stoppen.
Tegelijk speelde de politieke crisis in Hongarije. Horthy wilde een wapenstilstand, maar Duitsland dwong hem tot aftreden. De Pijlkruisersregering van Szálasi zette de oorlog voort. Voor de Duitse legerleiding betekende dit dat Hongarije militair bleef worden gebruikt, ook toen de strategische situatie sterk verslechterde.
Op 29 oktober 1944 begon de eerste grote Sovjetaanval op Budapest. Kecskemét viel snel, maar Duitse pantserdivisies wisten de Sovjetopmars tijdelijk voor de Attila-linie te stoppen. Vervolgens stak de 3e Oekraïense Front de Donau over, waardoor Budapest ook vanuit het zuiden en westen bedreigd werd.
De omsingeling van Budapest
In december 1944 kwam Budapest steeds verder in de tang. Sovjettroepen bereikten Vác ten noorden van de stad en braken in het westen door de Margareten-linie. Op 24 december was Budapest volledig omsingeld. Ongeveer 78.000 Duitse en Hongaarse militairen raakten in de stad ingesloten.
De strijd in Budapest werd een langdurige stadsoorlog. Pest viel eerder dan Buda, maar de westelijke stadsdelen hielden langer stand door de heuvels, versterkte gebouwen en smalle aanvalsassen. De gevechten verplaatsten zich naar de Margareteninsel, de Burchtheuvel, het Zuidstation, de Gellértberg en de wijken rond de Vérmező.
De bevoorrading van de verdedigers werd steeds slechter. Luchtbevoorrading kon het tekort aan voedsel, munitie, brandstof en medische middelen niet oplossen. Op 11 februari 1945 beval Pfeffer-Wildenbruch een uitbraak. Van de ongeveer 20.000 militairen die probeerden te ontsnappen, bereikten slechts enkele honderden de Duitse linies. Op 13 februari eindigde de georganiseerde strijd in Budapest.
De Duitse ontzettingspogingen
In januari 1945 voerde de Duitse legerleiding de operaties Konrad I, II en III uit. Deze aanvallen moesten de omsingeling van Budapest doorbreken. Het IV. SS-Panzerkorps viel aan vanuit de omgeving van Komárom en Esztergom, later ook vanuit de richting Székesfehérvár.
De Duitse pantseraanvallen boekten tijdelijk terreinwinst. Bij Konrad II kwamen de voorste eenheden dicht bij de toegangswegen naar Buda. Bij Konrad III bereikten Duitse tanks opnieuw de Donau bij Dunaújváros en brachten zij de Sovjetstellingen in Transdanubië in gevaar. Toch bleef Budapest buiten bereik.
De aanvallen mislukten door Sovjetreserves, kwetsbare Duitse flanken, brandstoftekort en bevelen die een uitbraak uit Budapest tegenhielden. De ingesloten verdedigers konden niet op tijd aansluiten bij de ontzettingsmacht. Daarmee werd het lot van de stad militair vastgelegd.
De Plattenseeoffensief en de Sovjetopmars
Op 6 maart 1945 begon Operatie Frühlingserwachen, de Duitse Plattenseeoffensief. De aanval moest de Sovjetfronten tussen het Balatonmeer en het Velencemeer terugdringen en de oliegebieden in West-Hongarije beveiligen. De 6e SS-Panzerarmee speelde hierbij een hoofdrol.
De omstandigheden waren ongunstig. Dooi, regen, modder en beperkte wegen hinderden de inzet van zware tanks. De Sovjetverdediging was diep opgebouwd met mijnen, antitankgeschut, artillerie en reserves. De Duitse aanval kwam langzaam vooruit, maar bereikte geen beslissende doorbraak.
Op 16 maart begon de Sovjet-tegenaanval. De 2e en 3e Oekraïense Front braken door in West-Hongarije. Duitse en Hongaarse eenheden trokken zich terug richting Oostenrijk en Slowakije. Op 4 april 1945 was Hongarije volledig door het Rode Leger veroverd. Daarna gingen de gevechten over in de strijd om Wenen en Bratislava.
Resultaat
Het taktische resultaat was een Sovjetoverwinning. Budapest werd veroverd, de Duitse ontzettingspogingen mislukten en de Plattenseeoffensief werd tot stilstand gebracht. De Duitse Heeresgruppe Süd verloor het vermogen om in Hongarije nog een vaste verdedigingslinie op te bouwen.
Het strategische resultaat was nog groter. Duitsland verloor Hongarije als verdedigingsgebied, als bron van olie en als verbinding naar de Donauverdediging. De Sovjetlegers kregen toegang tot Oostenrijk, Slowakije en de route naar Wenen. De Duitse strijdkrachten in Zuidoost-Europa kwamen daardoor verder onder druk te staan.
De politieke gevolgen waren groot voor Hongarije. De pro-Duitse Pijlkruisersregering verloor haar machtsbasis en vluchtte naar het westen. De door de Sovjet-Unie gesteunde regering in Debrecen kreeg meer betekenis. De oorlogsschade, deportaties, dwangarbeid en gevechten in steden en dorpen hadden diepe maatschappelijke gevolgen.
Miltaire en burger slachtoffers
De militaire verliezen waren zeer hoog. In Budapest raakten ongeveer 78.000 Duitse en Hongaarse militairen ingesloten. Tijdens de uitbraakspoging van 11 februari 1945 probeerden ongeveer 20.000 militairen te ontsnappen. Slechts een klein deel bereikte de Duitse hoofdlinie. De rest sneuvelde, raakte gewond of werd krijgsgevangen gemaakt.
Ook het Rode Leger leed zware verliezen. Bij de gevechten om Budapest worden in veel overzichten bijna 80.000 Sovjetdoden genoemd. De verliezen werden deels aangevuld door nieuwe eenheden, artillerie en pantserreserves. Toch vertraagde de slag om Budapest de Sovjetplanning richting Oostenrijk.
De Duitse en Hongaarse verliezen konden nauwelijks worden aangevuld. Duitsland had aan het begin van 1945 te weinig brandstof, voertuigen, ervaren infanterie en reservepersoneel. Hongaarse eenheden vielen uiteen door verliezen, terugtocht, desertie en afnemend vertrouwen in de Duitse oorlogvoering.
Onder burgers vielen eveneens veel slachtoffers. Voor Budapest wordt vaak een aantal van ongeveer 38.000 burgerdoden genoemd. Daarboven kwamen deportaties, moorden op Joodse inwoners, dwangarbeid aan de Südostwall en geweld door de Pijlkruisers. De burgerbevolking kreeg te maken met beschietingen, gebrek aan voedsel, verwoeste woningen en medische nood.
Materiele verliezen
De materiële verliezen waren zwaar aan beide zijden, maar vooral Duitsland kon deze niet meer herstellen. Tijdens de gevechten gingen veel tanks, stormkanonnen, vrachtwagens, paardenvoertuigen, artilleriestukken en verbindingsmiddelen verloren. Een deel werd vernietigd in gevechten, een ander deel moest door gebrek aan brandstof of bergingscapaciteit worden achtergelaten.
De Duitse pantserreserve in Hongarije was op papier groot, maar veel voertuigen stonden in reparatie. Zware tanks zoals de Tiger en Königstiger hadden weinig waarde wanneer wegen onbegaanbaar waren of brandstof ontbrak. Tijdens de terugtocht uit West-Hongarije bleven grote aantallen pantservoertuigen achter, vooral rond het Balatonmeer, Veszprém, het Bakony-gebergte en Keszthely.
De olie- en brandstofsituatie werd steeds slechter. Raffinaderijen bij Komárom en Pétfürdő werden in maart 1945 zwaar getroffen door luchtaanvallen. Daardoor werd het Duitse doel om Hongaarse brandstofvoorraden te behouden nauwelijks nog haalbaar. De Sovjetopmars maakte het bovendien onmogelijk om productie, opslag en vervoer onder Duitse controle te houden.
Voor de Sovjet-Unie waren de materiële verliezen ook groot. Bij de Plattenseegevechten gingen tanks, antitankkanonnen en voertuigen verloren. Toch kon de Sovjetzijde materieel en munitie beter aanvullen dan Duitsland. Daardoor bleef het Rode Leger in staat om na de Duitse aanval direct een tegenoffensief richting Oostenrijk te beginnen.
Conclusie
De Duitse en Hongaarse doelstellingen werden niet gehaald. Budapest werd niet behouden, de ingesloten troepen werden niet ontzet en de oliegebieden in West-Hongarije konden niet veilig worden gesteld. Ook de Plattenseeoffensief leverde geen blijvende terreinwinst op.
De Sovjetdoelstelling werd wel bereikt. Het Rode Leger veroverde Budapest, brak de Duitse verdediging in West-Hongarije open en nam op 4 april 1945 het hele land in. De hoge verliezen en de lange duur van de strijd tonen wel aan dat Hongarije een zwaar bevochten frontgebied was.
De gevolgen waren militair, politiek en maatschappelijk ingrijpend. Duitsland verloor zijn laatste grote verdedigingspositie in de regio en moest zich terugtrekken naar Oostenrijk. Hongarije kwam onder Sovjetinvloed te staan. De verwoesting van Budapest, de verliezen onder militairen en burgers en de schade aan infrastructuur bepaalden de naoorlogse situatie in het land.
Bronnen en meer informatie
- Adonyi-Naredy, Franz von (1971). Ungarns Armee im Zweiten Weltkrieg. Neckargemünd: Kurt Vowinckel. ISSN 0511-4233.
- Gosztony, Peter (1978). Endkampf an der Donau 1944/45. Wien: Molden-Taschenbuch-Verlag. ISBN 3-217-05126-2.
- Gosztony, Peter (1981). Deutschlands Waffengefährten an der Ostfront 1941–1945. Stuttgart: Motorbuch-Verlag. ISBN 3-87943-762-9.
- Gosztonyi, Peter (1980). Hitlers fremde Heere. Bergisch Gladbach: Lübbe Verlagsgruppe. ISBN 3-404-65029-8.
- Gosztonyi, Péter (1984). Magyarország a második világháborúban. Band 1. München: Herp-Fonda. ISBN 3-922587-30-5.
- Gosztonyi, Péter (1984). Magyarország a második világháborúban. Band 2. München: Herp-Fonda. ISBN 3-922587-35-6.
- Gosztonyi, Péter (1984). Magyarország a második világháborúban. Band 3. München: Herp-Fonda. ISBN 3-922587-50-X.
- Höhne, Heinz (2002). Der Orden unter dem Totenkopf. München: Orbis-Verlag. ISBN 3-572-01342-9.
- Rauchensteiner, Manfried (1984). Der Krieg in Österreich 1945. Wien: Österreichischer Bundesverlag. ISBN 3-215-01672-9.
- Seckendorf, Martin (1992). Die Okkupationspolitik des deutschen Faschismus in Jugoslawien, Griechenland, Albanien, Italien und Ungarn 1941–1945. Berlin: Hüthig. ISBN 3-8226-1892-6.
- Spannenberger, Norbert (2005). Der Volksbund der Deutschen in Ungarn 1938–1945 unter Horthy und Hitler. München: Oldenbourg Wissenschaftsverlag. ISBN 3-486-57728-X.
- Szöllösi-Janze, Margit (1989). Die Pfeilkreuzlerbewegung in Ungarn. München: Oldenbourg Verlag. ISBN 3-486-54711-9.
- Holzinger, Gregor; Perschy, Jakob; Szorger, Dieter (2009). Das Drama Südostwall am Beispiel Rechnitz. Eisenstadt: Amt der Burgenländischen Landesregierung. ISBN 978-3-901517-59-4.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









