Juan Yagüe 1936 Badajoz en de Spaanse Burgeroorlog

Juan Yagüe y Blanco (1891–1952) was een Spaanse beroepsmilitair die vooral bekend werd door zijn rol aan nationalistische zijde in de Spaanse Burgeroorlog. Hij diende in Afrika, nam deel aan de onderdrukking van de opstand in Asturië en voerde in 1936 troepen aan bij Badajoz, waar na de inname massale executies plaatsvonden.

Vroege leven en opleiding

Juan Yagüe y Blanco werd op 9 november 1891 geboren in San Leonardo, een dorp in de provincie Soria. Hij was de zoon van een arts en groeide op in een omgeving waar onderwijs en staatsdienst maatschappelijk aanzien hadden. Zijn geboorteplaats kreeg later, onder Francisco Franco, de naam San Leonardo de Yagüe. Die naamswijziging weerspiegelde de plaats die Yagüe na de burgeroorlog binnen het franquistische herinneringsbeleid innam.

Yagüe koos vroeg voor een militaire loopbaan en ging naar de Infanterieacademie van Toledo. Daar kreeg hij een opleiding die gericht was op discipline, bevelvoering en infanterietactiek. Francisco Franco behoorde tot dezelfde lichting cadetten. De twee officieren ontvingen hun aanstelling in dezelfde periode en zouden later opnieuw met elkaar te maken krijgen in Spaans-Marokko en tijdens de Spaanse Burgeroorlog.

Na zijn opleiding werd Yagüe opgenomen in het Spaanse leger, in een tijd waarin koloniale dienst in Noord-Afrika veel invloed had op de loopbaan van jonge officieren. De oorlogservaring in Marokko vormde voor meerdere Spaanse militairen een afzonderlijke militaire cultuur. Deze groep werd vaak aangeduid als africanistas: officieren die ervaring opdeden in harde koloniale gevechten en daar hun opvattingen over orde, gezag en bevelvoering ontwikkelden.

Yagüe diende in Afrika naast andere officieren die later een rol zouden spelen in de Spaanse politiek en het leger. Hij raakte daar verschillende keren gewond en ontving militaire decoraties. Zijn loopbaan in Noord-Afrika bracht hem in aanraking met de Spaanse Legioen-eenheden en de Marokkaanse Regulares. Deze troepen werden later ook ingezet op het Spaanse vasteland, vooral tijdens binnenlandse conflicten en de burgeroorlog.

Interbellum: Afrika, Falange en Spaanse Burgeroorlog

In de jaren tussen de wereldoorlogen groeide Yagüe uit tot een officier met ervaring in koloniale eenheden. In 1932 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel. Zijn positie binnen het leger kwam voort uit een combinatie van frontdienst, bevelservaring en aansluiting bij de militaire stroming die sterke nadruk legde op orde en hiërarchie. Deze achtergrond verklaart zijn latere inzet bij binnenlandse operaties van de Spaanse staat.

In oktober 1934 brak in Asturië een arbeidersopstand uit tegen de regering. Yagüe werkte, samen met Francisco Franco en generaal Eduardo López Ochoa, mee aan de onderdrukking van deze opstand. Daarbij werden Marokkaanse Regulares en legionairs ingezet. De operatie liet zien hoe koloniale troepen, die waren gevormd voor oorlog in Afrika, ook binnen Spanje werden gebruikt om sociale en politieke opstanden neer te slaan.

Yagüe stond daarnaast vroeg in verbinding met de Falange Española. Deze beweging werd geleid door José Antonio Primo de Rivera en verbond Spaans nationalisme met autoritaire en fascistische opvattingen. Yagüe was een persoonlijke vriend van Primo de Rivera en steunde de Falange in een periode waarin Spanje sterk gepolariseerd raakte. Zijn politieke houding sloot aan bij zijn militaire nadruk op discipline, centralisme en anticommunisme.

Na de verkiezingen van februari 1936 kwam de Volksfrontregering aan de macht. Op 10 mei 1936 werd Manuel Azaña president van de Republiek, nadat Niceto Alcalá-Zamora was vervangen. Een groep legerofficieren, onder wie Emilio Mola, José Sanjurjo, Gonzalo Queipo de Llano, Francisco Franco en Yagüe, werkte vervolgens aan plannen om de democratisch gekozen regering omver te werpen. Mola gaf Yagüe een taak in de samenzwering in Spaans-Marokko.

Yagüe had op dat moment een positie bij de Legioen-eenheden in Ceuta. Daardoor bevond hij zich op een strategische plaats voor de militaire opstand van juli 1936. De opstand begon op 17 juli in Spaans-Marokko en breidde zich daarna uit naar het vasteland. In Ceuta namen Yagüe en zijn medestanders snel de controle over. De gebeurtenissen vormden het begin van de Spaanse Burgeroorlog, die tot 1939 zou duren.

Na de opstand staken nationalistische troepen de Straat van Gibraltar over om aansluiting te zoeken bij troepen in Zuid-Spanje. Yagüe werkte samen met de krachten rond Queipo de Llano in Sevilla. Vervolgens rukte zijn colonne noordwaarts op door Extremadura. Het militaire doel was het verbinden van de zuidelijke en noordelijke opstandige gebieden en daarna de weg richting Madrid vrij te maken.

Yagüe nam Mérida in en richtte zich daarna op Badajoz. Op 14 augustus 1936 viel hij de stad aan met ongeveer 3.000 manschappen. De gevechten in Badajoz vonden plaats in de straten en bij verdedigingspunten van de stad. Na de inname kwam Badajoz onder controle van de nationalistische troepen. Beide zijden leden verliezen tijdens de aanval, maar de nasleep kreeg vooral bekendheid door de executies van gevangenen en burgers.

Onder Yagües bevel werden na de inname van Badajoz grote aantallen gevangenen gedood. Het ging om militairen, militiestrijders en burgers die door de nationalistische troepen als tegenstanders werden beschouwd. Ook gewonde republikeinse soldaten in het ziekenhuis werden in verband gebracht met deze repressie. Door deze gebeurtenissen kreeg Yagüe de bijnaam “de slager van Badajoz”, een benaming die in de geschiedschrijving aan hem verbonden bleef.

De Amerikaanse journalist John T. Whitaker ondervroeg Yagüe over de executies. Yagüe verdedigde het doden van gevangenen vanuit de militaire redenering dat zijn colonne snel moest oprukken en geen duizenden gevangenen kon meenemen. Deze verklaring werd later vaak aangehaald in studies over de repressie tijdens de Spaanse Burgeroorlog. De gebeurtenis maakte Badajoz tot een van de bekendste voorbeelden van geweld achter het front.

Na Badajoz werd Yagüe bevorderd tot kolonel. Zijn troepen rukten verder op in de richting van Madrid en namen onder meer Trujillo, Navalmoral de la Mata en Talavera de la Reina in. De hoofdstad werd echter niet door zijn troepen veroverd. De opmars naar Madrid liep vast in een bredere militaire situatie waarin de verdediging van de Republiek sterker bleek dan de nationalistische bevelhebbers aanvankelijk hadden verwacht.

Yagüe speelde ook een rol in de discussie over het leiderschap van de nationalistische opstand. Door zijn eerdere samenwerking met Franco in Afrika kende hij diens militaire reputatie en positie binnen het leger. Yagüe steunde actief de erkenning van Franco als leider van het nationalistische kamp. Deze keuze paste binnen de consolidatie van het bevel, waarbij Franco geleidelijk de hoogste politieke en militaire positie verkreeg.

In 1938 nam Yagüe deel aan de strijd in Aragón. Nationalistische troepen veroverden in die fase onder meer Belchite, Caspe en Lérida. Yagüe voerde het Marokkaanse Legerkorps aan en was betrokken bij de operaties die de republikeinse linies in het oosten onder druk zetten. Later speelde hij een rol in de nationalistische overwinning bij de Ebro, de grootste veldslag van de Spaanse Burgeroorlog.

Toch verliep zijn verhouding met Franco niet zonder spanningen. In 1938 uitte Yagüe kritiek op de manier waarop de oorlog werd gevoerd. Hij vond de politieke berekening rond de oorlogvoering en de hardheid van het conflict problematisch. Na een toespraak in Burgos werd hij uit zijn bevel gezet en korte tijd gevangengezet. Binnen enkele weken keerde hij terug naar het front, wat wijst op zijn blijvende militaire waarde voor het nationalistische leger.

Na de oorlog

Na de nederlaag van de Tweede Spaanse Republiek in 1939 werd Yagüe bevorderd tot generaal-majoor. Franco benoemde hem tot minister van Luchtvaart, een functie die aansloot bij de opbouw van het nieuwe franquistische staatsapparaat. Spanje bleef tijdens de Tweede Wereldoorlog officieel buiten de oorlog, maar het regime onderhield in deze periode contacten met Duitsland en Italië. Yagüe gold binnen dat kader als een militair met uitgesproken belangstelling voor luchtmachtorganisatie.

Zijn ministerschap duurde niet lang. In juni 1940 werd hij uit zijn functie verwijderd, na spanningen met Franco en na uitspraken die politiek ongeschikt werden geacht. Daarna bleef hij binnen het militaire apparaat actief. In 1942 werd hij bevorderd tot luitenant-generaal. Later kreeg hij het bevel over de VI Militaire Regio, met Burgos als centrum. In die positie bleef hij verbonden aan de binnenlandse veiligheid van het regime.

In 1944 speelde Yagüe een rol bij de reactie op de inval in de Val d’Aran. Deze operatie werd uitgevoerd door Spaanse republikeinse strijders die vanuit Frankrijk probeerden een opstand tegen Franco te ontketenen. De poging werd door franquistische troepen teruggedrongen. Voor Yagüe betekende dit dat zijn naoorlogse functie niet alleen administratief was, maar ook verbonden bleef met militaire en binnenlandse veiligheidsoperaties.

Juan Yagüe overleed op 21 oktober 1952 in Burgos aan longkanker. Na zijn dood werd hij postuum bevorderd tot kapitein-generaal. Ook werd zijn naam verbonden aan de titel markies van San Leonardo de Yagüe. Zijn loopbaan bleef daardoor in het franquistische Spanje officieel herdacht, terwijl zijn naam in de geschiedschrijving vooral verbonden bleef aan de repressie in Badajoz en zijn rol binnen het nationalistische leger.

Militaire Rangen

Yagües militaire loopbaan verliep via verschillende rangen binnen het Spaanse leger. Zijn bevorderingen hingen samen met dienst in Afrika, zijn leiding over koloniale eenheden, zijn rol in de Spaanse Burgeroorlog en zijn functies binnen het Franco-regime. De rangen geven een chronologisch beeld van zijn plaats in de militaire hiërarchie, zonder dat zij op zichzelf een beoordeling van zijn optreden vormen.

  • Cadet aan de Infanterieacademie van Toledo.
  • Officier van de infanterie na zijn aanstelling in het Spaanse leger.
  • Eerste luitenant, na vroege dienstjaren in Spanje.
  • Luitenant-kolonel, bevorderd in 1932.
  • Kolonel, na de veldtocht door Extremadura en de aanval op Badajoz.
  • Generaal-majoor, na de overwinning van Franco in 1939.
  • Luitenant-generaal, bevorderd in 1942.
  • Kapitein-generaal, postuum toegekend na zijn overlijden.

Onderscheidingen

Yagüe ontving tijdens zijn loopbaan meerdere Spaanse militaire onderscheidingen. Een deel daarvan hield verband met zijn dienst in Afrika, waar verwondingen, frontdienst en bevelvoering vaak leidden tot decoraties. Latere onderscheidingen volgden tijdens en na de Spaanse Burgeroorlog, toen het Franco-regime militaire en politieke loyaliteit beloonde met hoge orden en grootkruisen.

  • Cruz del Mérito Militar met rood onderscheidingsteken, meerdere toekenningen tussen 1915 en 1927.
  • Medalla de Sufrimientos por la Patria, toegekend in 1923.
  • Real y Militar Orden de San Hermenegildo, met kruis, plaat en grootkruis.
  • Cruz de segunda clase del Mérito Militar met wit onderscheidingsteken, toegekend in 1931.
  • Medalla Militar Individual, toegekend in 1936.
  • Gran Cruz de la Orden del Mérito Militar met wit onderscheidingsteken, toegekend in 1943.
  • Gran Cruz del Mérito Aeronáutico met wit onderscheidingsteken, toegekend in 1947.
  • Gran Cruz del Mérito Naval met wit onderscheidingsteken, toegekend in 1949.
  • Gran Cruz de la Orden Imperial del Yugo y las Flechas, toegekend in 1950.
  • Palma de Plata de la Falange, postuum toegekend.

Conclusie

Juan Yagüe y Blanco was een Spaanse beroepsmilitair wiens loopbaan liep van koloniale dienst in Noord-Afrika tot hoge functies in het Franco-regime. Zijn militaire optreden omvatte de onderdrukking van de Asturische opstand, de samenzwering van 1936, de veldtocht door Extremadura, de strijd bij Aragón en de Slag aan de Ebro. Zijn naam bleef vooral verbonden aan Badajoz, waar na de nationalistische inname massale executies plaatsvonden onder verantwoordelijkheid van troepen die hij aanvoerde.

Zijn latere loopbaan laat zien hoe officieren uit de burgeroorlog werden opgenomen in de staatsstructuur van Franco-Spanje. Yagüe werd minister van Luchtvaart, luitenant-generaal en na zijn dood kapitein-generaal. De historische beoordeling van zijn loopbaan berust daarom op twee samenhangende onderdelen: zijn militaire functies binnen het Spaanse leger en zijn verantwoordelijkheid binnen een oorlog waarin geweld tegen gevangenen en burgers deel uitmaakte van de nationalistische repressie.

Bronnen en meer informatie

  1. Payne, Stanley G. (1961). Falange: A History of Spanish Fascism. Stanford: Stanford University Press. ISBN 978-0-8047-0059-7.
  2. Preston, Paul (2023). Architects of Terror: Paranoia, Conspiracy, and Anti-Semitism in Franco’s Spain. London: William Collins. ISBN 978-0-00-852212-4.
  3. Madariaga, María Rosa de (2002). Los moros que trajo Franco: La intervención de tropas coloniales en la guerra civil. Barcelona: Ediciones Martínez Roca. ISBN 978-84-270-2792-3.
  4. Juliá, Santos; Casanova, Julián; Solé i Sabaté, Josep Maria; Villarroya, Joan; Moreno, Francisco (1999). Víctimas de la guerra civil. Madrid: Temas de Hoy. ISBN 978-84-7880-983-7.
  5. Espinosa Maestre, Francisco (2003). La columna de la muerte: El avance del ejército franquista de Sevilla a Badajoz. Barcelona: Crítica. ISBN 978-84-8432-431-7.
  6. Neves, Mário (1986). La matanza de Badajoz: Crónica de un testigo de uno de los episodios más trágicos de la guerra civil de España. Mérida: Editora Regional de Extremadura. ISBN 978-84-7671-016-6.
  7. Preston, Paul (2006). The Spanish Civil War: Reaction, Revolution and Revenge. London: Harper Perennial. ISBN 978-0-00-723207-9.
  8. Beevor, Antony (2006). The Battle for Spain: The Spanish Civil War 1936–1939. London: Weidenfeld & Nicolson. ISBN 978-0-297-84832-5.
  9. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.
Previous articleUSS New Mexico BB-40 1918–1946 slagschip
Redactie Mei 1940
De redactie van mei1940.org bestaat uit een diverse groep schrijvers met een gemeenschappelijke interesse in de Tweede Wereldoorlog. Sommigen hebben een militaire achtergrond en brengen praktijkervaring en strategisch inzicht mee, terwijl anderen een academische of wetenschappelijke opleiding hebben gevolgd, zoals aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) of in historisch onderzoek. Deze combinatie van expertise zorgt voor diepgaande, goed onderbouwde artikelen die zowel feitelijk accuraat als analytisch sterk zijn. De redactie streeft ernaar om objectieve en goed gedocumenteerde informatie te bieden, waarbij kennis en ervaring samenkomen om een genuanceerd beeld te schetsen van deze ingrijpende periode in de geschiedenis.