Home Schepen Zware Kruisers De Japanse zware kruiser Chikuma Tone-klasse 1939-1944

De Japanse zware kruiser Chikuma Tone-klasse 1939-1944

IJN zware kruiser Chikuma, Tone-klasse, uitgerust met verkenningsvliegtuigen, operationeel 1939–1944 in de Stille Oceaan.
De Japanse zware kruiser Chikuma van de Tone-klasse tijdens een operatie in de Stille Oceaan, circa 1942.

De zware kruiser Chikuma was het tweede en laatste schip van de Tone-klasse van de Keizerlijke Japanse Marine. Het schip werd genoemd naar de Chikuma-rivier in de prefectuur Nagano en kwam in dienst in 1939. Chikuma werd ontworpen als verkenningsschip met een groot vliegdek voor watervliegtuigen en speelde een rol in meerdere marine operaties in de Stille Oceaan tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het schip nam deel aan diverse acties, waaronder de aanval op Pearl Harbor, de Slag bij Midway, de campagnes in de Indische Oceaan en meerdere zeeslagen rond de Salomonseilanden. Chikuma werd uiteindelijk tot zinken gebracht tijdens de Slag bij Samar in oktober 1944.

Ontwerp en constructie

De Tone-klasse werd oorspronkelijk ontworpen als uitbreiding op de Mogami-klasse, maar wijzigingen in ontwerp en bouwmethoden werden doorgevoerd na gebleken structurele problemen bij de Mogami’s. De Chikuma had alle vier haar 203 mm hoofdgeschut-torens vóór de brug gepositioneerd, waardoor de gehele achtersteven werd vrijgemaakt voor een groot watervliegtuigdek en hangar. Dit ontwerp maakte het mogelijk om meerdere langeafstand verkenningsvliegtuigen te dragen en te lanceren. Het schip werd gebouwd bij de Mitsubishi-scheepswerf in Nagasaki, gelegd op 1 oktober 1935, te water gelaten op 19 maart 1938 en in dienst genomen op 20 mei 1939.

Technische gegevens:

  • Waterverplaatsing: 11.213 ton (standaard), 15.443 ton (volgeladen)
  • Lengte: 189,1 meter
  • Breedte: 19,4 meter
  • Diepgang: 6,2 meter
  • Voortstuwing: vier schroefassen, Gihon-tandwielturbines, acht ketels, 152.000 shp
  • Snelheid: 35 knopen
  • Bereik: 8.000 zeemijl bij 18 knopen
  • Bemanning: 874 personen

Bewapening

Bij indienststelling beschikte Chikuma over:

  • 8 × 20 cm/50 Type 3 kanonnen (vier tweelingtorens)
  • 8 × 127 mm/40 Type 89 dubbelrolkanonnen (luchtafweer en oppervlak)
  • 6 × 25 mm Type 96 luchtafweergeschut
  • 12 × 610 mm torpedobuizen

Later in de oorlog werd het luchtafweergeschut fors uitgebreid, inclusief drievoudige en enkelvoudige 25 mm opstellingen, tot in totaal 55 lopen.

Bepantsering

De Chikuma had voor een Japanse kruiser zware bepantsering:

  • Pantsergordel: 145 mm over de citadel, 150 mm over de machinekamers
  • Pantserdek: 65 mm boven munitie- en machinekamers, 30 mm elders

Deze bepantsering bood bescherming tegen middelzware granaten, maar was onvoldoende tegen zware bommen of torpedo’s.

Sensoren en dataverwerking

Bij indienststelling beschikte de Chikuma over optische richtmiddelen, waaronder stereoscopische afstandsmeters, en mechanische vuurleidingscomputers voor het hoofdgeschut en secundair geschut. De verkennings- en doelaanwijzing werden in deze periode uitsluitend uitgevoerd met visuele middelen en informatie van scheepsgebonden waarnemers.

Vanaf 1943 werd de elektronische uitrusting uitgebreid met een Type 21 luchtzoekradar, bestemd voor het detecteren van vijandelijke vliegtuigen op grotere afstand. Kort daarna volgde de installatie van een Type 22 radar, die zowel oppervlaktesurveillance als vuurleiding voor artillerie ondersteunde. In de latere oorlogsfase werd ook een Type 13 radar toegevoegd, specifiek voor het vroegtijdig waarschuwen tegen luchtdreigingen. Sonarapparatuur werd niet standaard geïnstalleerd op de Chikuma, waardoor detectie van onderzeeboten afhankelijk bleef van escorteschepen met gespecialiseerde middelen.

Het schip had geen geïntegreerd Combat Information Center (CIC), zoals toegepast op moderne Amerikaanse marineschepen vanaf 1943. Alle sensordata en waarnemingen werden centraal verwerkt via de brug en de bestaande commandoposten. Dit betekende dat informatieverwerking, dreigingsanalyse en wapeninzet niet gelijktijdig en geïntegreerd plaatsvonden, waardoor de reactietijd en situational awareness beperkter waren. In vergelijking met geallieerde schepen met een CIC werd de Chikuma volgens de operationele normen van 1943 als verouderd beschouwd op het gebied van informatie- en gevechtscoördinatie.

Modificaties

Tijdens de oorlog kreeg Chikuma verschillende verbeteringen:

  • 1943: installatie van extra luchtafweer en Type 21 radar
  • 1944: toevoeging van Type 22 en Type 13 radar, verdere versterking luchtafweer
  • Sluiting van patrijspoorten op lagere dekken ter verbetering van overlevingskansen

Status schip tijdens de oorlog

Chikuma werd gedurende de oorlog onderhouden en aangepast aan veranderende operationele eisen. Ondanks de toevoeging van radar bleef de afwezigheid van een modern CIC een beperking. Tegen 1944 was de luchtafweer verbeterd, maar de bescherming tegen luchtaanvallen bleef beperkt. Het schip bleef operationeel inzetbaar tot de Slag bij Samar.

Operationele geschiedenis

Vroege inzet en deelname aan Pearl Harbor

Na indienststelling in mei 1939 werd Chikuma eerst ingedeeld bij de 6e Kruiserdivisie en later, in november 1939, overgeplaatst naar de 8e Kruiserdivisie. Zij nam deel aan oefeningen in Japanse kustwateren en voerde meerdere operaties uit voor de zuidkust van China tussen maart 1940 en maart 1941.

Op 7 december 1941 maakte Chikuma deel uit van de 1e Luchtvloot tijdens de aanval op Pearl Harbor. Vanuit haar catapulten werden verkenningsvliegtuigen gelanceerd voor weers- en doelsopsporing. Een van deze toestellen meldde de aanwezigheid van Amerikaanse slagschepen in de haven, waarna de luchtmacht van de vloot tot de aanval overging. Kort daarna nam het schip deel aan de tweede aanval op Wake Island, waarbij een verkenningsvliegtuig werd verloren door luchtafweer, maar de bemanning werd gered.

Zuidelijke operaties en Indische Oceaan

Begin 1942 opereerde Chikuma vanuit Truk en ondersteunde zij landingen op Rabaul, Lae en Salamaua. Op 1 maart 1942 ontdekte een van haar vliegtuigen het Nederlandse vrachtschip Modjokerto, dat vervolgens door Japanse torpedobootjagers tot zinken werd gebracht. Diezelfde dag nam zij deel aan de langdurige achtervolging en vernietiging van de Amerikaanse torpedobootjager USS Edsall, waarbij meerdere Japanse slagschepen en vliegdekschepen betrokken waren.

Op 4 en 5 maart werd samen met de torpedobootjager Urakaze het Nederlandse vrachtschip Enggano tot zinken gebracht. In april 1942 maakte Chikuma deel uit van de Japanse strijdmacht die luchtaanvallen uitvoerde op Colombo en Trincomalee op Ceylon, waarbij meerdere Britse schepen verloren gingen. Na terugkeer in Japan nam zij kort deel aan de achtervolging van de Amerikaanse vloot na de Doolittle Raid.

Slag bij Midway

In juni 1942 maakte Chikuma deel uit van de hoofdmacht van viceadmiraal Nagumo tijdens de Slag bij Midway. Vanuit haar catapulten werden verkenningsvliegtuigen gelanceerd met zoekopdrachten tot 300 zeemijl. Een toestel rapporteerde de aanwezigheid van de USS Yorktown, die later die dag zwaar werd beschadigd. Chikuma begeleidde de coördinatie van aanvallen door Japanse duikbommenwerpers en bleef ter plaatse om het doel te volgen. Ondanks het verlies van vier Japanse vliegdekschepen bleef Chikuma onbeschadigd en keerde terug naar Japan.

Campagnes in de Salomonseilanden

Vanaf augustus 1942 werd Chikuma ingezet bij operaties in de Salomonseilanden, waaronder de Slag bij de Oostelijke Salomonseilanden en de Slag bij Santa Cruz. Tijdens Santa Cruz werd het schip getroffen door meerdere bommen, waarbij 190 bemanningsleden omkwamen en 154 gewond raakten. Het schip werd teruggetrokken naar Truk voor noodreparaties en vervolgens naar Japan gestuurd voor herstel en modernisering, waaronder extra luchtafweer en radarinstallaties.

Vanaf juli 1943 maakte Chikuma deel uit van troepentransporten naar Rabaul en patrouilles in de Marshalleilanden. Op 5 november 1943 werd zij tijdens een luchtaanval op Rabaul getroffen door nabij-explosies, maar liep slechts lichte schade op.

1944 – Filipijnenzee en Leyte

In juni 1944 nam Chikuma deel aan de Slag in de Filipijnenzee als onderdeel van de Japanse mobiele vloot. Hoewel zij zelf geen schade opliep, werd de Japanse luchtmacht zwaar getroffen. Daarna werd zij naar Singapore gestuurd en kreeg zij de rol van vlaggenschip in de 4e Kruiserdivisie.

In oktober 1944 maakte Chikuma deel uit van de centrale strijdmacht van viceadmiraal Kurita tijdens de Slag bij Leyte. Op 23 oktober overleefde zij de gevechten in de Palawan Passage waarbij andere Japanse kruisers verloren gingen. De volgende dag nam zij deel aan de Slag in de Sibuyanzee en bleef onbeschadigd.

Op 25 oktober, tijdens de Slag bij Samar, opende Chikuma het vuur op Amerikaanse escorteschepen en vliegdekschepen van “Taffy 3”. Zij raakte verwikkeld in gevechten met de torpedobootjager USS Heermann en het escortevaartuig USS Samuel B. Roberts. Tijdens deze gevechten werd zij zwaar beschadigd door artillerievuur en torpedo’s van Amerikaanse vliegtuigen. De schade aan haar roer en voortstuwing leidde ertoe dat zij uit de formatie viel.

Later op de dag kreeg de torpedobootjager Nowaki opdracht om overlevenden van Chikuma op te pikken. Kort daarna zonk Chikuma, hetzij door de eerdere luchtaanvallen, hetzij door Japanse scuttling-torpedo’s. De volgende dag werd Nowaki zelf tot zinken gebracht, waarbij vrijwel alle Chikuma-overlevenden omkwamen.

Conclusie

De Chikuma werd ontworpen als verkenningskruiser met een groot watervliegtuigdek en geconcentreerde hoofdartillerie aan de voorzijde. Dit ontwerp maakte haar geschikt voor langeafstandverkenning ter ondersteuning van Japanse vliegdekschipoperaties. Hoewel de toevoeging van Type 21-, Type 22- en Type 13-radars haar detectievermogen verbeterde, bleef de afwezigheid van een geïntegreerd Combat Information Center (CIC) een beperking in het verwerken van gevechtsinformatie. Volgens de maritieme normen van 1943 werd zij hierdoor operationeel verouderd, ondanks regelmatige moderniseringen en onderhoud. Haar inzet tot in 1944 laat zien dat zij binnen de beschikbare middelen effectief werd ingezet, maar in een context van toenemende geallieerde technologische overmacht.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: IJN heavy cruiser Chikuma Public domain, via wiki commons
  2. Lacroix, Eric; Wells, Linton (1997). Japanese Cruisers of the Pacific War. Naval Institute Press. ISBN 0-87021-311-3.
  3. Dull, Paul S. (1978). A Battle History of the Imperial Japanese Navy, 1941–1945. Naval Institute Press. ISBN 0-87021-097-1.
  4. Jentsura, Hansgeorg (1976). Warships of the Imperial Japanese Navy, 1869–1945. Naval Institute Press. ISBN 0-87021-893-X.
  5. Whitley, M. J. (1995). Cruisers of World War Two: An International Encyclopedia. Naval Institute Press. ISBN 1-55750-141-6.
  6. Tully, Anthony P. (2000). “Solving Some Mysteries of Leyte Gulf: Fate of the Chikuma and Chokai.” Warship International, 37 (3): 248–258. International Naval Research Organization. JSTOR 44895620.
  7. Wildenberg, Thomas (2005). “Midway: Sheer Luck or Better Doctrine.” Naval War College Review, 58 (1): 121–135. ISSN 0028-1484.
  8. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946