Generaal William Hood Simpson en Ninth Army 1945

William Hood Simpson (1888–1980) was officier van de United States Army en diende in beide wereldoorlogen. In 19441945 voerde hij als luitenant-generaal het bevel over de Ninth United States Army in Noordwest-Europa, onder meer bij Brest en tijdens de opmars naar Roer, Rijn en Elbe. Na 1945 werkte hij in de Verenigde Staten; in 1946 ging hij met pensioen.

Vroege leven en opleiding

Simpson werd op 18 mei 1888 geboren in Weatherford, Texas, als zoon van rancher Edward J. Simpson en Elizabeth Hood. Zijn vader en een oom hadden in de Amerikaanse Burgeroorlog in het Confederate Army gediend onder Nathan Bedford Forrest. Via zijn moeder was hij kleinzoon van rechter A. J. Hood. Toen hij vijf of zes was verhuisde het gezin naar een ranch bij Aledo, en hij begon pas op achtjarige leeftijd met school. Daarna reed hij dagelijks te paard enkele kilometers naar de lessen in Aledo.

In zijn tienerjaren ging Simpson naar de Hughey Turner Training School, maar hij studeerde er niet af. Hij koos daarna voor een militaire loopbaan en vroeg toelating tot West Point. Via een benoeming door congreslid Oscar W. Gillespie kon hij zich aanmelden. Omdat zijn studiepunten onvoldoende waren, legde hij in mei 1905 op Fort Sam Houston een toelatingsexamen en een medische keuring af. Hij slaagde voor beide en werd toegelaten tot de lichting van 1909.

Op 14 juni 1905 begon Simpson aan West Point, waar hij door medecadetten “Greaser” werd genoemd vanwege zijn afkomst uit Texas. Hij vond het curriculum zwaar en stond na elk studiejaar laag in de ranglijst, vooral door zwakke resultaten in wiskunde. Rijkunst was een uitzondering, en daarin behaalde hij juist hoge beoordelingen. Op 11 juni 1909 studeerde hij af als 101e van 103 cadetten en werd hij tweede luitenant infanterie; in dezelfde lichting zaten later ook generaals als George S. Patton en Jacob L. Devers.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Na West Point werd Simpson ingedeeld bij het 6th Infantry Regiment in Fort Lincoln, North Dakota. In januari 1910 vertrok hij met het regiment naar de Filipijnen en diende hij op Mindanao bij operaties tegen de Moro-opstand. In 1912 keerde hij terug naar de Verenigde Staten en later werd het regiment bij de grens in Texas ingezet. Simpson werd in juli 1916 eerste luitenant en leidde compagnieën tijdens de Pancho Villa Expedition. Op 24 februari 1917 werd hij aide-de-camp van brigadegeneraal George Bell jr.

Na de Amerikaanse oorlogsverklaring werd Simpson op 15 mei 1917 kapitein. In september en oktober 1917 reisde hij met Bell naar Europa voor een inspectiebezoek aan Britse en Franse eenheden aan het Westfront. Terug in Texas werd de 33rd Division geactiveerd; in mei 1918 ging de divisie naar Frankrijk en Simpson werd G-3, verantwoordelijk voor operaties. Hij volgde de AEF Army General Staff College en werkte later afwisselend bij G-2 en G-3 tijdens het Meuse-Argonneoffensief. In november 1918 werd hij luitenant-kolonel en op 17 november chef-staf; hij kreeg de Army Distinguished Service Medal, een Silver Citation Star en Franse onderscheidingen.

Interbellum: stafposten en opleiding

Na de oorlog werkte Simpson bij de 6th Division op Camp Grant en daarna in Washington in het Office of the Chief of Infantry. In juni 1920 viel hij terug naar kapitein en werd kort daarop opnieuw majoor. Op kerstavond 1921 trouwde hij in El Paso met Ruth Krakauer, een in Engeland geboren weduwe die hij eerder had ontmoet. Deze jaren stonden vooral in het teken van stafwerk en organisatievraagstukken.

In 1923–1924 volgde Simpson de Advanced Course aan de Infantry School in Fort Benning. Daarna studeerde hij aan de Command and General Staff College in Fort Leavenworth en rondde hij in 1925 af als distinguished graduate. Hij kreeg vervolgens het bevel over het 3rd Battalion, 12th Infantry Regiment, en ging daarna naar de Army War College (1927–1928). Na zijn studie werkte hij in Washington op de War Department General Staff, onder meer binnen de inlichtingentak G-2.

Vanaf 1932 was Simpson Professor of Military Science and Tactics aan Pomona College in Californië. In 1935 trad hij op als legervertegenwoordiger bij de California Pacific International Exposition. Vanaf 1936 werkte hij opnieuw aan de Army War College, eerst als docent en later als hoofd van de G-2-divisie. In deze periode werd hij in 1934 weer luitenant-kolonel en in 1938 kolonel.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Vroege oorlogstaken in de Verenigde Staten

Vanaf 1940 kreeg Simpson commando’s in de opbouw van het leger. Hij werd commandant van het 9th Infantry Regiment en op 1 oktober 1940 brigadegeneraal, waarna hij assistent-divisiecommandant was van de 2nd Infantry Division. In 1941 leidde hij Camp Wolters, een groot opleidingscentrum. Op 29 september 1941 werd hij tijdelijk majoor-generaal en commandant van de 35th Infantry Division, waarvoor hij de Legion of Merit ontving; daarna volgden de 30th Infantry Division en vanaf 31 augustus 1942 het XII Corps.

Fourth Army en vorming van de Ninth Army

Simpson kreeg in 1943 het bevel over de Fourth United States Army en werd tijdelijk luitenant-generaal. De Fourth Army was vooral een opleidingsleger en vormde een staf die later kon worden ingezet in Europa. In 1944 werd dit hoofdkwartier in het Verenigd Koninkrijk voorbereid voor inzet; na overleg met Dwight D. Eisenhower werd het hernoemd tot Ninth United States Army. Het hoofddeel van de staf stak in juni 1944 over, onder meer aan boord van de RMS Queen Elizabeth.

Negende Leger in Europa

Simpson observeerde in juli 1944 in Normandië het begin van Operation Cobra. Bij de eerste poging vielen Amerikaanse bommen te kort, waardoor waarnemers dekking zochten. McNair nodigde hem uit om de herhaling een dag later te bekijken, maar Simpson keerde terug naar Engeland. Bij de herhaling vielen opnieuw bommen te kort en McNair kwam om.

Eind augustus 1944 landde het Ninth Army-hoofdkwartier op Utah Beach en op 5 september werd het leger operationeel binnen Bradley’s 12th Army Group. Het nam de Amerikaanse strijdkrachten in Bretagne over en kreeg de opdracht Brest in te nemen. Simpson bouwde de aanval op met zware artillerie en liet circa 40.000 long tons munitie aanvoeren uit depots in Normandië en het Verenigd Koninkrijk. De gevechten startten op 8 september; op 20 september 1944 werd Brest ingenomen.

Na Brest verplaatste Simpson zijn hoofdkwartier begin oktober 1944 naar Arlon. Kort daarna kreeg de Ninth Army een nieuwe sector aan het noordfront, aansluitend op Montgomery’s Anglo-Canadese 21st Army Group. Het doel was een omsingeling van het Ruhrgebied, waarbij de Ninth Army vanuit het noorden en de First Army vanuit het zuiden zou oprukken. Op 16 november begon de aanval op delen van de Siegfriedlinie ten noorden van Aken, met zware artillerie en luchtsteun. Op 14 december eindigde de opmars aan de Roer door de dreiging van gecontroleerde waterlozingen vanuit de Roer-dammen.

Kernmomenten 1944–1945

  • 8–20 september 1944: inname van Brest in Bretagne.
  • 16 november–14 december 1944: aanval op de Siegfriedlinie; stop aan de Roer.
  • 20 december 1944: Ninth Army onder bevel van Montgomery.
  • 23 februari–24 maart 1945: Operatie Grenade en de Rijnoversteek (Operatie Plunder en Operatie Flashpoint).
  • 1–11 april 1945: Ruhr-omsingeling en bereiken van de Elbe.

Roer, Rijn en bezetting

Tijdens de Ardennencrisis kwam de Ninth Army op 20 december 1944 onder bevel van Montgomery. Het leger stond divisies af ter versterking van de linies en nam extra front over. Daarna bleef de Ninth Army binnen de 21st Army Group voor Operation Grenade. Omdat de Roer-dammen door waterlozing een oversteek konden blokkeren, stelde Simpson de aanval uit tot 23 februari 1945; op 5 maart bereikte het leger de Rijn.

Op 24 maart 1945 stak de 21st Army Group bij Operation Plunder de Rijn over; de Ninth Army gebruikte de naam Operation Flashpoint. Op 1 april maakte de Ninth Army contact met de First Army en werd de omsingeling van het Ruhrgebied gesloten; op 4 april keerde zij terug naar Bradley’s 12th Army Group. Op 11 april bereikte het leger de Elbe. Simpson stond in maart 1945 op de cover van LIFE. Een geplande inzet in China verviel. Na Victory in Europe Day voerde de Ninth Army bezettingstaken uit en het hoofdkwartier werd in oktober 1945 in Fort Bragg geïnactiveerd.

Na de oorlog

Na de capitulatie in Europa kreeg Simpson nog functies in de Verenigde Staten. Van 11 oktober tot 14 november 1945 was hij commandant van de Second United States Army in Memphis, Tennessee. Daarna werkte hij in Washington in het Office of the Chief of Staff, onder meer in de Military Intelligence Board en als voorzitter van de War Department Reorganization Board. Op 30 november 1946 ging hij met pensioen wegens lichamelijke beperkingen. Via een speciale wet werd hij op 4 augustus 1954 op de retired list bevorderd tot vol generaal.

In zijn pensioenjaren woonde Simpson vooral in de regio San Antonio, Texas, en bleef hij actief in burgerfuncties. Hij werd bestuurder bij de Alamo National Bank en nam zitting in het bestuur van de Kamer van Koophandel van San Antonio, als opvolger van generaal Walter Krueger. Daarnaast was hij voorzitter van de Alamo-afdeling van de Association of the United States Army. Binnen die rol leidde hij een inzamelingsactie van 750.000 dollar voor de bouw van het Santa Rosa Children’s Hospital.

Na het overlijden van zijn eerste vrouw Ruth in 1971 verbleef Simpson een periode in het Menger Hotel in San Antonio. Hij kampte met phlebitis en neuritis, waardoor hij grotendeels in zijn woonruimte verbleef. In 1978 trouwde hij met Catherine Louise “Kay” Berman en verhuisde naar Windcrest, Texas. Simpson overleed op 15 augustus 1980 in het Brooke Army Medical Center en werd begraven in Arlington National Cemetery, naast Ruth.

Militaire Rangen

Simpson werd zowel in vaste rangen van het Regular Army als in tijdelijke oorlogsrangen bevorderd. Daardoor kon hij in 1943 als tijdelijk luitenant-generaal een veldleger leiden terwijl zijn vaste rang lager lag. Na de oorlog werd zijn vaste rang opgehoogd en in 1954 werd hij op de retired list tot generaal bevorderd.

DatumRang
11 juni 1909second lieutenant
1 juli 1916first lieutenant
15 mei 1917captain
7 juni 1918major (tijdelijk)
5 november 1918lieutenant colonel (tijdelijk)
1 september 1938colonel
1 oktober 1940brigadier general (tijdelijk)
29 september 1941major general (tijdelijk)
13 oktober 1943lieutenant general (tijdelijk)
4 augustus 1954general (retired list)

Onderscheidingen

Simpson ontving decoraties voor stafwerk in 1918 en voor zijn commando’s in 1944–1945. Tot de belangrijkste Amerikaanse onderscheidingen behoren de Army Distinguished Service Medal, Silver Star, Legion of Merit en Bronze Star Medal. Daarnaast kreeg hij meerdere campagne- en dienstmedailles. Buiten de Verenigde Staten werd hij onderscheiden door het Verenigd Koninkrijk, Nederland, België, Frankrijk en de Sovjet-Unie.

Amerikaanse onderscheidingen

  • Army Distinguished Service Medal (met eikenbladeren)
  • Silver Star
  • Legion of Merit
  • Bronze Star Medal
  • Campagne- en dienstmedailles: Philippine Campaign Medal, Mexican Service Medal, World War I Victory Medal (twee gevechtsgespen), Army of Occupation of Germany Medal, American Defense Service Medal, American Campaign Medal, Asiatic-Pacific Campaign Medal, European-African-Middle Eastern Campaign Medal (vier bronze service stars) en World War II Victory Medal.

Buitenlandse onderscheidingen

  • Verenigd Koninkrijk: Knight Commander of the Order of the British Empire
  • Nederland: Grand Commander of the Order of Orange-Nassau
  • België: Grand Officer of the Order of Leopold met palm; Croix de Guerre 1940 met palm
  • Frankrijk: Légion d’honneur (Chevalier); Croix de guerre (1914–1918 en 1939–1945)
  • Sovjet-Unie: Order of Kutuzov, First Class

Conclusie

William Hood Simpson doorliep een loopbaan waarin opleiding en stafwerk samenvielen met commando’s op steeds hoger niveau. Zijn vroege dienst omvatte inzet in de Filipijnen en aan de Mexicaanse grens, gevolgd door stafrollen bij de 33rd Division in 1918. In de Tweede Wereldoorlog leidde hij na divisie- en corpscommando’s de Ninth United States Army in Noordwest-Europa, met operaties rond Brest, de Roer, de Rijnoversteek en de Ruhr-omsingeling. Na 1945 werkte hij in Washington en leefde hij in Texas tot zijn overlijden in 1980.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: ibiblio.org, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Bartoli, Jonelle Ryan; McClurkin, Brenda S. (2012). Weatherford: The Early Years. Charleston, South Carolina: Arcadia Publishing. ISBN 978-0-7385-8549-9.
  3. Eisenhower, Dwight D. (1997) [1948]. Crusade in Europe. Baltimore and London: The Johns Hopkins Press. ISBN 0-8018-5668-X.
  4. English, John A. (2009). Patton’s Peers: The Forgotten Allied Field Army Commanders of the Western Front, 1944−45. Mechanicsburg, Pennsylvania: Stackpole Books. ISBN 978-0-8117-0501-1.
  5. Nance, William Stuart (2023). Commanding Professionalism: Simpson, Moore and the Ninth US Army. Lexington, Kentucky: University Press of Kentucky. ISBN 978-0-8131-9926-9.
  6. Williams, Docia Schultz (2000). The History and Mystery of the Menger Hotel. Plano, Texas: Republic of Texas Press. ISBN 978-1-55622-792-9.
  7. Empric, Bruce E. (2024). Uncommon Allies: U.S. Army Recipients of Soviet Military Decorations in World War II. Teufelsberg Press. ISBN 979-8-3444-6807-5.
  8. The Army Combat Forces Journal (September 1954). “Front and Center”. 5(2). ISSN 0271-7336.
  9. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946