Home Schepen Slagschepen en Slagkruisers USS Indiana BB-58 Amerikaans slagschip WOII

USS Indiana BB-58 Amerikaans slagschip WOII

USS South Dakota (BB-57) van de Amerikaanse marine voor anker in Hvalfjörður, IJsland, 24 juni 1943.
Het Amerikaanse slagschip USS South Dakota (BB-57) ligt voor anker in Hvalfjörður, IJsland, op 24 juni 1943.

USS Indiana (BB-58) was een slagschip van de South Dakota-klasse dat tijdens de Tweede Wereldoorlog dienstdeed in de Amerikaanse marine. Het schip vertegenwoordigde een generatie snel slagschepen die werden gebouwd in de jaren waarin het internationale verdragsstelsel voor maritieme bewapening uiteenviel. De Indiana werd in april 1942 in dienst gesteld en speelde een rol in meerdere grote zeeslagen in de Stille Oceaan. Dankzij haar bewapening, bepantsering en radarsystemen was het schip een belangrijk onderdeel van de Amerikaanse slagvloot tot het einde van de oorlog in 1945.

Ontwerp en constructie

De South Dakota-klasse werd ontworpen nadat Japan zich in 1936 had teruggetrokken uit het Washington Naval Treaty, dat sinds de jaren twintig beperkingen oplegde aan de bouw van slagschepen. De Verenigde Staten maakten gebruik van de zogenoemde escalator clause uit het Tweede Londense Zeeverdrag, waardoor het hoofdgeschut mocht worden vergroot tot 16-inch (406 mm). Desondanks bleef het maximale tonnage beperkt tot ongeveer 35.000 ton, wat leidde tot compacte maar krachtig bewapende schepen.

De kiel van USS Indiana werd gelegd op 20 november 1939 bij Newport News Shipbuilding in Virginia. Het schip werd te water gelaten op 21 november 1941 en kwam in dienst op 30 april 1942 onder bevel van kapitein Aaron S. Merrill. De Indiana was 210 meter lang, 32,9 meter breed en had een diepgang van 10,7 meter. Het standaard waterverplaatsingsvermogen bedroeg 37.970 ton, oplopend tot 44.519 ton in gevechtsuitrusting.

De voortstuwing werd verzorgd door vier General Electric-stoomturbines met acht oliegestookte Babcock & Wilcox-ketels. De turbines leverden samen 130.000 schacht-pk en gaven het schip een topsnelheid van 27,5 knopen (ongeveer 51 kilometer per uur). De actieradius bedroeg 15.000 zeemijl bij een kruissnelheid van 15 knopen. De bemanning bestond in vredestijd uit circa 1.800 officieren en manschappen, maar dit aantal liep tijdens de oorlog op tot ongeveer 2.500.

Bewapening

De hoofdbewapening van de USS Indiana bestond uit negen 16-inch (406 mm) Mark 6-kanonnen, opgesteld in drie drievoudige geschuttorens. Twee torens bevonden zich aan de voorzijde in een superfiring-opstelling, de derde aan de achterzijde. De kanonnen konden granaten afvuren over afstanden tot meer dan 35 kilometer.

De secundaire bewapening omvatte twintig 5-inch (127 mm) dubbele kanonnen van het type Mark 38, die zowel tegen oppervlakte- als luchtdoelen konden worden ingezet. De luchtafweerbatterij bestond bij indienststelling uit zeven viervoudige 40 mm Bofors-kanonnen en vijfendertig 20 mm Oerlikon-kanonnen. In de loop van de oorlog werd de luchtafweer voortdurend versterkt om de toenemende dreiging van Japanse luchtaanvallen en kamikazevliegtuigen te weerstaan.

Bepantsering

De pantsergordel van de USS Indiana had een dikte van 310 millimeter. Het hoofdpantserdek was maximaal 152 millimeter dik. De geschuttorens hadden pantserplaten tot 457 millimeter dik, terwijl de barbettes 440 millimeter dik waren. De commandotoren had zijwanden van 406 millimeter. Deze zware bepantsering bood bescherming tegen projectielen van gelijke kalibers, maar beperkte de interne ruimte aan boord.

Sensoren en dataverwerking

De USS Indiana behoorde tot de eerste Amerikaanse slagschepen die volledig gebruikmaakten van radar. Dit vergrootte de tactische mogelijkheden aanzienlijk, vooral bij nachtelijke operaties of slecht zicht. De eerste installatie bestond uit een SC-luchtzoekradar op de voorste mast. Deze werd later vervangen door een krachtigere SK-radar, die een groter bereik had en betere detectiemogelijkheden bood tegen inkomende vliegtuigen.

Naast luchtzoekradars kreeg de Indiana ook SG-radars voor oppervlaktewaarneming, die doelen op zee konden volgen, zelfs onder slechte weersomstandigheden. In de loop van de oorlog werden er meerdere typen toegevoegd, waaronder een tweede SG-installatie op de hoofdmast.

Het vuurleidingssysteem werd eveneens gemoderniseerd. In 1943 kreeg het schip een Mark 3-radar voor de aansturing van het hoofdgeschut. Deze werd kort daarna vervangen door de geavanceerdere Mark 8-radar, waarmee doelen nauwkeuriger konden worden gevolgd en bestreden. De secundaire batterijen werden voorzien van Mark 4-radars, die later werden vervangen door Mark 12/22-systemen. De combinatie van radarvuurleiding en proximity-fuses maakte de luchtafweer van de Indiana bijzonder effectief.

Het schip beschikte over een Combat Information Center (CIC), dat verantwoordelijk was voor het verzamelen, verwerken en verspreiden van tactische informatie afkomstig van radar-, sonar- en uitkijkposten. Het CIC verhoogde de gevechtskracht aanzienlijk doordat commandanten in real-time konden reageren op vijandelijke bewegingen. Tegen het einde van de oorlog waren de radarsystemen van de Indiana gemoderniseerd tot het niveau van Mark 27-microwave radar, waarmee het schip in de laatste oorlogsmaanden tot de meest technologisch geavanceerde slagschepen van de Amerikaanse vloot behoorde.

Modificaties

Gedurende de oorlog onderging de USS Indiana verschillende aanpassingen. De eerste betrof de vervanging van oudere luchtafweerwapens door Bofors- en Oerlikon-kanonnen. Ook werden extra radarinstallaties geplaatst, waaronder verbeterde lucht- en oppervlaktesensoren. Tijdens de gevechten in de Stille Oceaan werd het schip meermaals aangepast om schade te herstellen, zoals na de aanvaring met USS Washington in februari 1944. In 1945 werden traditionele observatie-instrumenten vervangen door radarapparatuur, en werd een elektronische tegenmaatregelinstallatie, de TDY-jammer, toegevoegd.

Status schip tijdens de oorlog

De USS Indiana werd gedurende de oorlog intensief onderhouden en aangepast. De modernisering van radars en vuurleiding hield het schip technisch op peil. Het ontwerp was compact, maar robuust genoeg om effectief te blijven tot het einde van de oorlog. In tegenstelling tot oudere slagschepen uit het interbellum werd de Indiana niet als verouderd beschouwd, mede door haar snelheid, moderne bewapening en aanwezigheid van een volledig operationeel Combat Information Center.

Operationele geschiedenis

De vroege inzet

Na haar indienststelling in april 1942 werd USS Indiana ingezet in de Stille Oceaan. Zij ondersteunde mariniers tijdens de Guadalcanalcampagne eind 1942 door kustbombardementen uit te voeren en vijandelijke vliegtuigen te bestrijden. In 1943 nam het schip deel aan de gevechten bij de Salomonseilanden, waar zij deel uitmaakte van Task Force 64 onder admiraal Willis Lee.

Operaties in de centrale Stille Oceaan

In november 1943 nam de Indiana deel aan de aanval op Tarawa, waar zij Japanse posities bestookte ter voorbereiding van de landingen. Begin 1944 volgden bombardementen bij Kwajalein, maar tijdens deze operatie botste het schip in het donker met de USS Washington. De schade was aanzienlijk en vereiste een langdurige reparatie in Pearl Harbor. In april 1944 keerde zij terug naar de vloot en nam deel aan de Mariana- en Palau-campagne, waaronder de invasie van Saipan en de Slag in de Filipijnenzee. Tijdens deze slag bood de Indiana luchtafweerbescherming aan de vliegdekschepen van Task Force 58.

De laatste oorlogsoperaties

In 1945 nam het schip deel aan de gevechten bij Iwo Jima en Okinawa, waar haar zware artillerie werd ingezet ter ondersteuning van amfibische landingen. De Indiana schoot meerdere kamikazevliegtuigen neer en bleef ondanks luchtaanvallen operationeel. Later in dat jaar voerde zij kustbombardementen uit op Japanse steden zoals Kamaishi en Hamamatsu, waarbij industriële doelen werden bestookt.

Na de Japanse overgave in augustus 1945 maakte de Indiana deel uit van de bezettingsmacht in de Japanse wateren. Het schip hielp bij de evacuatie en verwerking van geallieerde krijgsgevangenen en keerde in september terug naar de Verenigde Staten.

Na de oorlog

Na haar terugkeer onderging de USS Indiana een laatste onderhoudsperiode in San Francisco. In 1946 werd zij overgebracht naar de Pacific Reserve Fleet. Plannen voor modernisering of ombouw tot een geleidewapenschip werden in de jaren vijftig overwogen maar niet uitgevoerd vanwege de hoge kosten. Het schip werd in 1962 uit het register van marineschepen verwijderd en in 1963 gesloopt. Enkele onderdelen, waaronder de scheepsbel, het anker en het topgedeelte van de mast, zijn bewaard gebleven in musea en gedenkplaatsen in de staat Indiana.

Conclusie

De USS Indiana vertegenwoordigde de overgang van conventionele slagschepen naar radar- en informatiegestuurde maritieme oorlogsvoering. Dankzij de aanwezigheid van een Combat Information Center en geavanceerde radarinstallaties voldeed het schip aan de militaire normen van 1943 en werd het niet als verouderd beschouwd. De Indiana bleef gedurende de gehele oorlog effectief in inzet, zowel in kustbombardementen als in de verdediging van vliegdekschepen tegen luchtaanvallen.

Bronnen en meer informatie

  1. Friedman, Norman (1985). U.S. Battleships: An Illustrated Design History. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-715-9.
  2. Garzke, William H. Jr. & Dulin, Robert O. Jr. (1995). Battleships: United States Battleships, 1935–1992. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-55750-174-5.
  3. Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea, 1939–1945: The Naval History of World War Two. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-119-8.
  4. Lynch, Timothy (2007). A Historically Significant Shield for In Vivo Measurements. Health Physics, 93(2): S119–123. DOI 10.1097/01.HP.0000259867.85459.b2. S2CID 33969697.
  5. Frank, Richard B. (1990). Guadalcanal: The Definitive Account of the Landmark Battle. London: Penguin Books. ISBN 978-0-14-016561-6.
  6. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946.