
Hendrik Alexander Seyffardt was een Nederlandse luitenant-generaal die vóór 1940 een lange loopbaan in de landmacht en de generale staf doorliep, maar tijdens de Duitse bezetting vooral zichtbaar werd als boegbeeld van het Nederlandsch Legioen. Daardoor wordt zijn naam in de Nederlandse geschiedenis verbonden met zowel hoge militaire functies als openlijke collaboratie met de Duitse bezetter.
Vroege leven en opleiding
Hendrik Alexander Seyffardt werd op 1 november 1872 in Breda geboren als zoon van August Lodewijk Willem Seyffardt en Catharina Louisa de Hollander. Zijn vader was minister van Oorlog in het kabinet-Van Tienhoven, waardoor het militaire milieu al vroeg deel uitmaakte van zijn opvoeding. In het Haags bevolkingsregister kwam ook de spelling Seijffardt voor, terwijl kranten doorgaans de vorm Seyffardt gebruikten. Op 28 juni 1898 trouwde hij met Alida Elisabeth Bervoets; uit dat huwelijk werden een zoon en twee dochters geboren.
Zijn beroepsweg begon in 1887, toen hij op vijftienjarige leeftijd als cadet werd ingeschreven aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Na zijn opleiding werd hij geplaatst bij de Vestingartillerie als tweede luitenant. Daarmee volgde hij niet alleen het voorbeeld van zijn vader, maar koos hij ook voor een klassieke loopbaan in de beroepslandmacht, waarin opleiding, discipline en stafdienst een vaste plaats hadden. Die keuze bepaalde de rest van zijn openbare leven.
In 1900 keerde Seyffardt terug naar de Koninklijke Militaire Academie, ditmaal als docent. Naast zijn onderwijsfunctie volgde hij de Hogere Krijgsschool in Haarlem, de gebruikelijke route voor officieren die in aanmerking wilden komen voor een functie binnen de generale staf. Zijn vorming lag daardoor niet alleen op het terrein van bevelvoering, maar ook op dat van militaire planning, organisatie en stafwerk. Juist die combinatie hielp hem later door te stromen naar de top van de Nederlandse krijgsmacht.
Als docent aan de KMA combineerde Seyffardt onderwijs met verdere professionele scholing. Dat was kenmerkend voor officieren die niet alleen in het troepencommando, maar ook in de stafdienst vooruit wilden komen. Zijn loopbaan ontwikkelde zich daardoor binnen de kern van het beroepsleger, waar kennis van organisatie, mobilisatie en commandostructuur zwaar woog. Die achtergrond verklaart waarom hij later in aanmerking kwam voor een divisiecommando en voor de leiding van de generale staf.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland buiten de gevechten, maar de Nederlandse landmacht verkeerde wel langdurig in verhoogde staat van paraatheid. Voor Seyffardt is uit deze jaren geen afzonderlijk front- of veldcommando bekend. Wel viel zijn verdere ontwikkeling als beroepsofficier in een periode waarin mobilisatie, opleiding en stafwerk voor de krijgsmacht groot gewicht hadden. Zijn latere doorgroei naar hoge commando- en stafposten past in die professionele vorming.
Interbellum: militaire loopbaan en politieke oriëntatie
Opklimming binnen de landmacht
In de jaren na de Eerste Wereldoorlog zette Seyffardt zijn loopbaan voort binnen de hogere legerleiding. In 1928 werd hij in de rang van generaal-majoor commandant van de 1e Divisie. Een jaar later volgde zijn benoeming tot Chef van de Generale Staf, een functie die hij tot mei 1934 zou vervullen. In 1930 werd hij bevorderd tot luitenant-generaal. Daarmee bereikte hij een van de hoogste posities binnen de Nederlandse landmacht in het interbellum.
Als Chef van de Generale Staf had Seyffardt ook toezicht op de Centrale Inlichtingendienst, die onder GS III viel. In die functie kwam een politiek gevoelig punt naar voren. Hij wilde dat de dienst zou stoppen met het volgen van leden van de NSB. J.W. van Oorschot, hoofd van GS III, verdedigde de bestaande werkwijze totdat Seyffardt in september 1934 met pensioen ging. Deze kwestie laat zien dat zijn politieke voorkeuren al vóór de Duitse bezetting zichtbaar werden in zijn bestuurlijke handelen.
De functie van Chef van de Generale Staf bracht leiding over planning, organisatie en hogere bevelsstructuren samen en gaf haar drager gewicht in het publieke debat over defensie en staatsbestel. Dat vergrootte later ook de politieke betekenis van Seyffardts uitlatingen en keuzes. Hij trad naar buiten als iemand die uit de hoogste regionen van de vooroorlogse landmacht afkomstig was.
Zijn pensionering betekende geen terugtrekking uit het openbare leven. Seyffardt bleef zich uitspreken over de richting van staat en samenleving en sloot zich aan bij het conservatieve Verbond voor Nationaal Herstel. Zijn opvattingen waren sterk anticommunistisch en pro-Duits. Dat sloot aan bij bredere stromingen in het Europese interbellum, waarin anticommunisme, autoritaire staatsopvattingen en afkeer van het parlementaire bestel geregeld samenkwamen.
Toenadering tot de NSB
In 1937 werd Seyffardt lid van de NSB. Dat lidmaatschap duurde ongeveer een half jaar, waarna hij het weer opzegde. Tegelijk bleef hij verbonden aan de wereld van radicaal-rechtse en fascistische groeperingen. Hij schreef voor Volk en Vaderland, het partijblad van de NSB, en bleef zich bewegen in kringen die openstonden voor een autoritaire herinrichting van Nederland. Zijn verhouding tot de NSB was dus niet lineair, maar ook na zijn formele vertrek bleef de politieke verwantschap bestaan.
Die blijvende verwantschap blijkt ook uit zijn aanwezigheid in oktober 1940 bij een bijeenkomst van een fascistische groep rond het blad De Waag. Tegen die tijd was Nederland al bezet door Duitsland en kreeg samenwerking met nationaalsocialistische organisaties een andere lading dan in de jaren daarvoor. Voor Seyffardt betekende de stap van sympathisant en spreker naar openlijke betrokkenheid bij door de bezetter gesteunde initiatieven geen breuk met eerdere opvattingen, maar eerder een voortzetting ervan onder nieuwe omstandigheden.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Boegbeeld van het Nederlandsch Legioen
Na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie in juni 1941 ontstond binnen collaborerende Nederlandse kringen het plan om vrijwilligers te werven voor de strijd tegen het bolsjewisme aan het Oostfront. In juli 1941 werd Seyffardt door rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart aangezocht om daarbij als boegbeeld op te treden. Hij werd benoemd tot commandant van het Nederlandsch Legioen, ook aangeduid als het Nederlands Vrijwilligerslegioen. Het legioen werd binnen de structuur van de Waffen-SS ingezet voor de oorlog tegen de Sovjet-Unie. Formeel kreeg hij daarmee een leidende positie, maar die functie had vanaf het begin vooral propagandistische waarde.
Seyffardt sprak het Nederlandse publiek onder meer toe via het Polygoonjournaal om vrijwilligers te winnen voor dienstneming. Hij trad daarbij op in Nederlands generaalsuniform en werd in de propaganda voorgesteld als een ervaren militair die zijn gezag verbond aan de strijd tegen de Sovjet-Unie. Voor de bezetter en voor de NSB was zijn naam bruikbaar omdat hij uit de vooroorlogse legerleiding kwam. Voor Seyffardt zelf betekende deze rol een openbare keuze voor samenwerking met de Duitse oorlogsdoelen.
Verlies van feitelijke invloed
De feitelijke machtsverhoudingen binnen het legioen lagen echter elders. De Duitse SS trok de organisatie, opleiding en inzet van Nederlandse vrijwilligers al snel naar zich toe. Daardoor bleef Seyffardt vooral verantwoordelijk voor het Nederlandse achterland: de regionale organisatie, de werving en de maatschappelijke ondersteuning van militairen en hun gezinnen. Van een zelfstandige Nederlandse eenheid aan het Oostfront, zoals hij en andere hoge nationaalsocialisten in Nederland wenselijk achtten, was geen sprake.
Seyffardt onderkende laat hoe beperkt zijn positie werkelijk was. Hoewel hij nominale commandant bleef, werd zijn inbreng door de Duitse autoriteiten stelselmatig genegeerd. In maart 1942 bood hij zijn ontslag aan bij Hanns Albin Rauter en Seyss-Inquart aan. Dat ontslag werd niet doorgezet, omdat hij werd overgehaald om aan te blijven. Daarmee bleef hij zichtbaar verbonden aan een organisatie waarin hij weinig militaire zeggenschap had, maar waarvan hij wel het Nederlandse gezicht bleef.
Musserts schaduwkabinet
In de laatste fase van zijn leven werd Seyffardt opnieuw naar voren geschoven in een politiek project van de NSB. Op 1 februari 1943 stelde Anton Mussert een schaduwkabinet van gemachtigden samen, bedoeld om de Duitse bezettingsmacht te adviseren en tegelijk de indruk te wekken dat een toekomstige nationaalsocialistische bestuursvorm voor Nederland voorbereid werd. In die constructie werd Seyffardt gekoppeld aan het vrijwilligerslegioen en de militaire sfeer. Daarmee kreeg zijn naam opnieuw een politieke functie, nu niet alleen voor propaganda, maar ook voor bestuurlijke legitimatie.
Binnen het Nederlandse verzet werd deze ontwikkeling opgevat als een mogelijk begin van een kabinet-Mussert met ruimte voor vergaande samenwerking met Duitsland. Een deel van het verzet vreesde in het bijzonder dat een dergelijke constructie zou worden gebruikt om een vorm van algemene dienstplicht in te voeren en Nederlandse mannen naar het Oostfront te sturen. Voor de verzetsgroep CS-6 woog vooral mee dat Seyffardt deel uitmaakte van een zichtbaar nationaalsocialistisch bestuursproject. Daardoor werd hij een direct doelwit.
Aanslag en overlijden
Op de avond van 5 februari 1943 werd Seyffardt in zijn woning aan de Van Neckstraat 36 in Den Haag, in het stadsdeel Scheveningen, neergeschoten. De aanslag werd uitgevoerd door Gerrit Willem Kastein en Jan Verleun, twee leden van de verzetsgroep CS-6, voluit Corellistraat 6. Na aanbellen werd Seyffardt bij de deur beschoten. Hij overleed op 6 februari 1943 aan zijn verwondingen. Met die aanslag verdween een van de meest zichtbare Nederlandse medewerkers van het oostfrontbeleid van de bezetter.
De gevolgen reikten verder dan zijn persoonlijke lot. Kort na zijn dood werd een Nederlandse SS-eenheid aan het Oostfront naar hem vernoemd als het 48. SS-Freiwilligen-Panzergrenadier-Regiment General Seyffardt. Tegelijk vormde zijn dood een van de aanleidingen voor zware Duitse represailles in bezet Nederland. In dat kader wordt vooral Aktion Silbertanne genoemd, waarbij Nederlanders buiten het directe verzetsmilieu werden vermoord als vergelding voor aanslagen op collaborateurs en Duitse functionarissen.
Militaire Rangen
Seyffardts loopbaan laat een gestage stijging door de hogere officiersrangen zien. Zijn rangstappen kunnen als volgt worden samengevat. In 1887 begon hij als cadet aan de Koninklijke Militaire Academie. Na zijn opleiding werd hij tweede luitenant bij de Vestingartillerie. In 1928 bereikte hij de rang van generaal-majoor als commandant van de 1e Divisie. In 1930 volgde zijn bevordering tot luitenant-generaal. Hij sloot zijn actieve loopbaan in 1934 af als voormalig Chef van de Generale Staf en bleef daarna als luitenant-generaal buiten dienst in het openbare leven optreden.
Die rangontwikkeling maakt duidelijk waarom de Duitse bezetter hem in 1941 als bruikbaar boegbeeld zag. Seyffardt bezat geen marginale militaire achtergrond, maar kwam voort uit het hoogste deel van de Nederlandse legerorganisatie. Juist daarom woog zijn keuze voor medewerking aan het Nederlandsch Legioen politiek zwaarder dan die van een minder bekende oud-officier. Zijn militaire status verleende prestige aan een project dat in werkelijkheid door Duitse SS-structuren werd beheerst.
Conclusie
Hendrik Alexander Seyffardt doorliep eerst een klassieke loopbaan in de Nederlandse landmacht. Hij werd opgeleid aan de Koninklijke Militaire Academie, gaf daar later zelf onderwijs, klom op tot generaal-majoor en luitenant-generaal en eindigde als Chef van de Generale Staf. Binnen die loopbaan werd al zichtbaar dat zijn politieke opvattingen niet los stonden van zijn militaire positie, onder meer in zijn houding tegenover het volgen van NSB-leden door de Centrale Inlichtingendienst.
Na zijn pensionering verschoof het zwaartepunt van zijn openbare optreden naar politiek en ideologie. Zijn toespraken voor het Verbond voor Nationaal Herstel, zijn betrokkenheid bij de NSB en zijn latere rol binnen het Nederlandsch Legioen laten een duidelijke toenadering tot het nationaalsocialistische kamp zien. Tijdens de bezetting werd hij daardoor een bruikbaar boegbeeld voor de werving van Nederlandse vrijwilligers voor de strijd aan het Oostfront. Zijn feitelijke invloed bleef beperkt, maar zijn naam en rang verleenden gezag aan een organisatie die onderdeel was van de Waffen-SS.
Zijn levensloop wordt daarom niet alleen bepaald door zijn plaats in de vooroorlogse legerleiding, maar ook door zijn keuze om zich tijdens de bezetting publiekelijk te verbinden aan collaboratie. De aanslag van CS-6 in februari 1943 maakte een einde aan zijn rol, maar niet aan de politieke betekenis ervan. In de geschiedschrijving blijft Seyffardt vooral van belang als voorbeeld van een hoge Nederlandse militair die zijn autoriteit tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst stelde van de bezetter.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Nationaal Archief, Public domain, via Wikimedia Commons
- De Jong, Loe (1970). Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 5: Maart 1941 – juli 1942. Den Haag: Staatsuitgeverij. ISBN 9024716411.
- De Jong, Loe (1971). Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 6: Juli 1942 – mei 1943. Den Haag: Staatsuitgeverij. ISBN 9024717426.
- Klijnsma, Meine Henk (2022). Deftig rechts in het gedrang: De geschiedenis van het Verbond voor Nationaal Herstel 1933–1941. Hilversum: Verloren. ISBN 9789464551532.
- Van Olm, Rob (2012). Recht al barste de wereld: Reina Prinsen Geerligs en de ondergang van verzetsgroep CS-6. Soesterberg: Aspekt. ISBN 9789054290933.
- Du Preez-Verleun, D. & Wesselink, P. (2013). Soldaat in verzet: De belofte die Jan Verleun het leven kostte. Soesterberg: Aspekt. ISBN 9789054291817.
- Böhler, Jochen & Gerwarth, Robert (2017). The Waffen-SS: A European History. Oxford: Oxford University Press. ISBN 9780198790556.
- Stahel, David (2017). Joining Hitler’s Crusade: European Nations and the Invasion of the Soviet Union, 1941. Cambridge: Cambridge University Press. ISBN 9781108225281.
- Van Bergen, Leo (2009). Immediately and with all available means: the Dutch Red Cross and the field hospital on behalf of the Netherlands Voluntary Legion in WWII. Medicine, Conflict and Survival 25(1). DOI 10.1080/13623690802568996.
- Brolsma, Marjet (2022). Wisselwerkingen tussen de Nederlandse genazificeerde en antinazistische pers na Operatie Barbarossa. Tijdschrift voor Geschiedenis 135(2–3). ISSN 0040-7518. DOI 10.5117/TvG2022.2/3.003.BROL.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









