
Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte nazi-Duitsland uiteenlopende militaire strategieën om vijandelijke staten te verzwakken. Een daarvan was een geheime economische operatie die gericht was op het destabiliseren van de Britse economie via grootschalige vervalsing van bankbiljetten: Operatie Bernhard. Wat begon als een poging om het vertrouwen in het Britse pond te ondermijnen, ontwikkelde zich tot een breed opgezet plan om de oorlogsinspanningen van Duitsland indirect te financieren. Deze hybride operatie was uniek door de combinatie van conventionele inlichtingenmethoden en onconventionele economische sabotage.
Achtergrond: Britse Bankbiljetten vóór de Oorlog
Ontwerp en Beveiliging
Voor de oorlog kende het Britse papiergeld weinig aanpassingen sinds de introductie in 1855. De bankbiljetten waren gedrukt op wit lompenpapier met zwarte inkt en toonden linksboven een gravure van Britannia, ontworpen door Daniel Maclise. Elk biljet bevatte circa 150 ogenschijnlijk willekeurige markeringen die als beveiliging dienden en bij iedere nieuwe uitgave werden gewijzigd. Daarnaast was elk biljet voorzien van een watermerk en een alfanumerieke serienummering die vooraf was geregistreerd bij de Bank of England.
Vertrouwen in de Onvervalsbaarheid
De Bank of England beschouwde haar bankbiljetten als uiterst veilig. Volgens de toenmalige museale staf van de Bank was er sprake van technologische eenvoud en een zekere zelfgenoegzaamheid over het ontwerp, omdat vervalsing van Britse ponden tot dan toe niet was geslaagd.
Oorsprong van het Plan
Het Initiële Voorstel
Op 18 september 1939 stelde Arthur Nebe, hoofd van het Reichskriminalpolizeiamt, voor om met behulp van bekende vervalsers Britse bankbiljetten na te maken. De bedoeling was om de vervalste biljetten boven het Verenigd Koninkrijk uit te strooien en zo inflatie en economische ontwrichting te veroorzaken. Hoewel Joseph Goebbels het plan omschreef als “grotesk”, zag hij er wel mogelijkheden in. Walther Funk, minister van Economische Zaken, maakte bezwaar wegens schending van het internationale recht, maar Adolf Hitler keurde het plan uiteindelijk goed.
Reactie van de Geallieerden
Ondanks de geheimhouding werd het plan gelekt via diplomatieke kringen in Griekenland. De Britse ambassade in Athene ontving van een Russische emigrant informatie over de nazi-operatie, die werd omschreven als een offensief tegen het Britse pond en zijn status als wereldreservemunt. De Bank of England werd gealarmeerd, maar stelde dat de bestaande beveiliging afdoende was. Toch werd in 1940 een nieuw £1-biljet met metaaldraad geïntroduceerd en in 1943 de import van ponden verboden voor de duur van de oorlog.
Operatie Andreas (1940–1942)
Opzet van de Eerste Fase
De uitvoering begon begin 1940 onder de naam “Unternehmen Andreas”. Reinhard Heydrich gaf Alfred Naujocks de leiding over een technische eenheid binnen de Sicherheitsdienst (SD). Het team bestond uit specialisten op het gebied van graveren, papierproductie en codering. De werkzaamheden concentreerden zich op het perfect nabootsen van papier, druktechniek en serienummers van met name het £5-biljet.
Technische Uitdagingen
De analyse van de originele Britse biljetten wees uit dat het papier handgemaakt was van gebruikte lompen zonder cellulose. De Duitsers slaagden erin dit te reproduceren, inclusief het nabootsen van de chemische samenstelling van het water om kleurverschillen te vermijden. De gravure van Britannia bleek bijzonder moeilijk te dupliceren en werd spottend aangeduid als “Bloody Britannia” door de Duitse graveurs. Na maanden werk werd een visueel identiek biljet geproduceerd.
Sluiting van de Operatie
In 1942 kwam er een voorlopig einde aan Operatie Andreas nadat Naujocks uit de gratie was gevallen bij Heydrich. De productie werd gestaakt en het project tijdelijk stopgezet. Naar schatting waren er in deze fase tussen de £500.000 en £3 miljoen aan vervalsingen geproduceerd, waarvan het merendeel ongebruikt bleef.
Herneming: Operatie Bernhard
Nieuwe Inrichting onder SS-leiding
In juli 1942 werd de operatie opnieuw opgestart, nu onder leiding van SS-majoor Bernhard Krüger. In tegenstelling tot de eerste fase werden nu gevangenen uit concentratiekampen ingezet. In het kamp Sachsenhausen werd een speciaal geïsoleerd complex ingericht waar geselecteerde gevangenen met grafische, technische en bancaire vaardigheden werkten aan de productie. De omstandigheden waren relatief beter dan elders in het kamp: men kreeg extra voedsel, toegang tot kranten en zelfs culturele activiteiten.
Opstart van de Productie
Vanaf januari 1943 werden er per maand 12.000 vellen bankpapier geleverd, goed voor vier biljetten per vel. Het team werkte in ploegendiensten en produceerde tussen medio 1943 en medio 1944 ongeveer 65.000 biljetten per maand. De biljetten werden verouderd door ze handmatig te bevuilen en vouwen aan te brengen om een authentiek uiterlijk te geven. De biljetten werden geclassificeerd in vier kwaliteitsniveaus, afhankelijk van het beoogde gebruik.
Uitbreiding van de Operatie: Amerikaanse Dollars
Nieuwe Doelstelling
In mei 1944 gaf Ernst Kaltenbrunner, hoge SS-functionaris bij het Reichssicherheitshauptamt (RSHA), opdracht om de vervalsingsoperatie uit te breiden naar de Amerikaanse dollar. De complexiteit van het ontwerp van de Amerikaanse $100-biljetten stelde de vervalsers voor nieuwe technische uitdagingen. Het biljet bevatte fijnzinnige gravures, intaglio-druktechniek en papier met ingeweven zijden draadjes – allemaal moeilijk reproduceerbare elementen.
Vertraging door Opzettelijke Obstructie
De gevangenen beseften dat hun waarde voor de nazi’s afhing van hun onmisbaarheid. Naarmate de Amerikaanse dollar dichter bij voltooiing kwam, namen zij daarom bewust vertragingstactieken in acht. Volgens latere getuigenissen gebeurde dit met stilzwijgende instemming van Krüger zelf, die vermoedelijk geen terugkeer naar het front wenste.
In januari 1945 werden uiteindelijk twintig monsters van het $100-biljet geproduceerd. Deze waren van hoge kwaliteit qua druk en gravure, maar het papier voldeed nog niet aan de vereisten, en het serienummersysteem was nog niet gekraakt.
Witwassen en Toepassing van de Vervalste Ponden
Distributiecentrum in Zuid-Tirol
De geproduceerde valse Britse ponden werden per trein overgebracht naar Schloss Labers, een SS-faciliteit in Zuid-Tirol. Hier werd het geld door een speciaal netwerk gewassen onder leiding van Friedrich Schwend, een beroepssmokkelaar met ervaring in illegale valuta-omzetting sinds de jaren dertig.
Internationaal Netwerk
Schwend bouwde een netwerk van circa vijftig agenten en subagenten in verschillende landen. Een deel van hen was bewust van Joodse afkomst, omdat vermoed werd dat zij minder snel verdacht zouden worden van samenwerking met nazi-Duitsland. De agenten kregen te horen dat het geld afkomstig was uit geconfisqueerde bezittingen van bezette landen.
Operaties Gefinancierd met Vals Geld
Een van de bekendste toepassingen van het vervalste geld was de betaling van de Turkse geheim agent Elyesa Bazna, codenaam “Cicero”, die tijdens de oorlog Britse staatsgeheimen doorspeelde vanuit Ankara. Een ander voorbeeld betreft de bevrijding van Benito Mussolini tijdens de Gran Sasso-operatie in september 1943, waarbij £100.000 aan vervalst geld werd gebruikt om informatie en steun te verkrijgen.
Daarnaast werd het geld ingezet om wapens te kopen op de zwarte markt, onder meer van partizanen in Joegoslavië, die deze op hun beurt doorgaven aan door Duitsland gesteunde groeperingen in Zuidoost-Europa.
Einde van de Operatie
Evacuatie naar Oostenrijk
Begin maart 1945, toen het Rode Leger en de geallieerden oprukten, werd de productie in Sachsenhausen stopgezet. Gevangenen en materiaal werden overgebracht naar het Mauthausen-Gusen-complex in Oostenrijk, en later naar de Redl-Zipf-tunnelinstallatie, waar de productie zou worden hervat. Kort daarna werd die opdracht ingetrokken. De nog resterende bankbiljetten en drukpersen werden deels verbrand, deels in vrachtwagens geladen en in de Toplitz- en Grundlsee-meren gedumpt.
Voorkomen van Executie
De gevangenen werden vervolgens verplaatst naar het kamp Ebensee. Daar stond hun executie gepland, maar een letterlijke interpretatie van het bevel (“alle gevangenen tegelijk ombrengen”) leidde ertoe dat men wachtte tot alle groepen waren aangekomen. Door mechanische problemen arriveerde de derde groep met vertraging, en voordat de executie kon plaatsvinden, bevrijdde het oprukkende Amerikaanse leger het kamp op 6 mei 1945.
Geproduceerde Waarde
De schattingen over het totale bedrag dat tijdens Operatie Bernhard werd gedrukt, lopen uiteen van £132 miljoen tot £300 miljoen. Daarvan was £125 miljoen inzetbaar als hoogwaardig vervalst geld.
Nasleep van Operatie Bernhard
Bernhard Krüger na de Oorlog
Na de oorlog hield SS-majoor Bernhard Krüger zich enige tijd schuil voordat hij zich in november 1946 overgaf aan de Britse autoriteiten. Omdat het vervalsen van vijandelijke valuta niet als oorlogsmisdaad werd geclassificeerd, werd hij niet strafrechtelijk vervolgd. In 1947 droegen de Britten hem over aan de Franse autoriteiten, die probeerden hem te overtuigen om valse paspoorten voor hen te vervaardigen. Krüger weigerde dit en werd in 1948 vrijgelaten.
Tijdens zijn denazificatieproces werden verklaringen overgelegd van voormalige gevangenen die aan de operatie hadden meegewerkt. Zij gaven aan dat Krüger zich correct had gedragen en hun levens had gered. Na zijn vrijlating werkte hij enige tijd voor de papierfabriek Hahnemühle, die eerder het speciaal papier voor de valse bankbiljetten had geproduceerd.
Friedrich Schwend en Zijn Vlucht
Friedrich Schwend bouwde dankzij zijn rol in de operatie een aanzienlijk vermogen op. Na zijn arrestatie in juni 1945 werd hij door de Amerikaanse inlichtingendiensten benaderd om te helpen bij het opzetten van een contraspionagenetwerk in Duitsland (de latere Gehlenorganisatie). Na een mislukte poging tot fraude vluchtte hij naar Peru. Daar werkte hij af en toe als informant voor de Peruaanse inlichtingendienst, maar werd later gearresteerd wegens valutasmokkel en het verkopen van staatsgeheimen.
Na een gevangenisstraf van twee jaar werd hij uitgewezen naar West-Duitsland, waar hij in 1979 werd berecht voor een moord gepleegd tijdens de oorlog. Hij kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens doodslag.
Opsporing en Ontdekkingen in de Naoorlogse Tijd
Vondsten in Oostenrijkse Meren
Na de oorlog werden meerdere zoektochten ondernomen in de Oostenrijkse meren Toplitzsee en Grundlsee. In 1958 werd een expeditie georganiseerd waarbij verschillende kisten met valse bankbiljetten en documentatie over het serienummersysteem van de Bank of England werden opgedoken.
In 1963 kwam het project opnieuw onder de aandacht na de dood van een duiker, die samenwerkte met een voormalige nazi-agent en een zakenman die in verband werd gebracht met valse gouden munten. De Oostenrijkse overheid startte daarop een zoekactie van een maand in de Toplitzsee. Daarbij werden meer valse bankbiljetten boven water gehaald.
In 1989 bracht de Duitse onderzoeker Hans Fricke, verbonden aan het Max-Planck-Institut, Krüger mee in een mini-onderzeeër tijdens een onderzoeksduik in het meer. In 2000 werd de onderzeeër gebruikt die eerder was ingezet bij de verkenning van het wrak van de Titanic. Bij deze zoektocht werden opnieuw valse biljetten geborgen, in aanwezigheid van Adolf Burger, een voormalige gevangene die bij de operatie betrokken was.
Invloed op het Britse Betaalsysteem
Maatregelen van de Bank of England
De Bank of England nam meerdere maatregelen om verdere verspreiding van het vervalste geld tegen te gaan. In april 1943 werd de uitgifte van biljetten van £10 en hoger stopgezet. In februari 1957 introduceerde de bank een nieuw £5-biljet met dubbelzijdige bedrukking en nieuwe beveiligingstechnieken, zoals subtiele kleurveranderingen en fijn machinaal graveerwerk.
Andere coupures volgden in latere jaren: het £10-biljet in 1964, het £20-biljet in 1970 en het £50-biljet in 1981. De kwaliteit van het vervalste geld uit Operatie Bernhard leidde ertoe dat bankfunctionarissen het als “de gevaarlijkste vervalsing ooit gezien” beschreven.
Circulatie en Herkomst van de Vervalsingen
Aan het einde van de oorlog bevond zich naar schatting £15 tot £20 miljoen aan vervalst geld in circulatie. Dit had een merkbare impact op het vertrouwen in het Britse bankwezen, hoewel het totale economische effect relatief beperkt bleef.
Het watermerk bleef de meest betrouwbare methode om de vervalsingen te herkennen. Desondanks zijn sommige biljetten bewaard gebleven, onder meer in het Museum van de Bank of England en het Nationaal Bankmuseum van België. Het International Spy Museum in Washington D.C. bezit zelfs een originele drukplaat van Operatie Bernhard.
Gevolgen en Erfenis
Culturele Verwerking
Operatie Bernhard bleef ook na de oorlog tot de verbeelding spreken. In 1981 produceerde de BBC de televisieserie Private Schulz, een fictieve, humoristische bewerking van de operatie. In 2007 werd Die Fälscher (The Counterfeiters) uitgebracht, gebaseerd op de memoires van Adolf Burger, een van de gevangenen die aan de operatie meewerkte. De film won een Oscar voor Beste Buitenlandse Film tijdens de 80e Academy Awards.
Gebruik door Zionistische Beweging
Een kleine groep uit de Joodse Brigade van het Britse leger, genaamd Tilhas Tizig Gesheften, gebruikte na de oorlog valse ponden afkomstig uit Operatie Bernhard om materiaal te kopen en Joodse vluchtelingen naar Palestina te smokkelen, in strijd met het Britse mandaatbeleid.
Verzamelwaarde en Historisch Belang
De Bank of England heeft als beleid dat alle biljetten die ooit zijn uitgegeven, worden ingewisseld tegen nominale waarde, met uitzondering van vervalsingen. Biljetten van Operatie Bernhard worden soms via veilingen aangeboden en brengen geregeld meer op dan hun oorspronkelijke waarde. Exemplaren zijn onder andere te zien in het Bank of England Museum en bij de Nationale Bank van België. Door hun authenticiteit en historische betekenis worden ze beschouwd als zeldzame getuigen van economische oorlogsvoering.
Conclusie
Operatie Bernhard was een grootschalige poging van nazi-Duitsland om de economische stabiliteit van het Verenigd Koninkrijk aan te tasten door middel van perfect nagemaakte bankbiljetten. De operatie ontwikkelde zich van een luchtlandingsplan met vals geld tot een langdurig en technisch hoogstaand vervalsingsproject, uitgevoerd door gevangenen onder toezicht van de SS.
Hoewel het doel van economische ontwrichting niet volledig werd bereikt, slaagde Duitsland erin het vervalste geld effectief in te zetten voor inlichtingenoperaties, wapenhandel en diplomatieke beïnvloeding. De operatie illustreert hoe economische middelen als wapen werden ingezet binnen het bredere kader van de Tweede Wereldoorlog. De nasleep laat zien dat, zelfs decennia later, de echo’s van deze economische sabotage nog voelbaar zijn in geschiedschrijving, rechtspraak en cultureel geheugen.
Bronnen en meer informatie
- Bower, Peter (2001). Operation Bernhard: The German Forgery of British Paper Currency in World War II. In: The Exeter Papers. London: The British Association of Paper Historians. ISBN 978-0-9525757-2-6.
- Burger, Adolf (2009). The Devil’s Workshop: A Memoir of the Nazi Counterfeiting Operation. London: Frontline Books. ISBN 978-1-84832-523-4.
- Malkin, Lawrence (2008). Krueger’s Men: The Secret Nazi Counterfeit Plot and the Prisoners of Block 19. New York: Little, Brown. ISBN 978-0-316-06750-8.
- Nachtstern, Moritz; Arntzen, Ragnar (2008). Counterfeiter: How a Norwegian Jew Survived the Holocaust. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84603-289-9.
- Pirie, Anthony (1961). Operation Bernhard. London: Cassell & Co. OCLC 603725.
- Ruffner, Kevin C. (2002). “On the Trail of Nazi Counterfeiters”. In: Studies in Intelligence, Vol. 46(2), pp. 41–53. ISSN 1527-0874.
- Feller, Steven A.; Hamilton, Charles E. (1985). “Operation Bernhard: The Ultimate Counterfeiting Scheme”. In: The Numismatist, Vol. 98(9), pp. 1766–1772. ISSN 0029-6047.
- Economieblog.nl. Waarom vals geld schadelijk is voor de economie.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946








