Major Reginald John Howard DSO (8 december 1912 – 5 mei 1999) leidde in de nacht van 6 juni 1944 een Britse aanval met zweefvliegtuigen op twee bruggen bij Caen in Normandië. Het ging om de brug over het Caen-kanaal (later Pegasus Bridge) en de brug over de Orne (later Horsa Bridge). De intacte inname ondersteunde D-Day door verplaatsing en aanvoer aan de oostflank mogelijk te maken.
Vroege leven en opleiding
Gezinsachtergrond en jeugd
Howard werd op 8 december 1912 geboren in het Londense West End als zoon van Jack en Ethel Howard. Hij groeide op als oudste van negen kinderen in een arbeidersgezin, waarin zijn moeder het huishouden runde. Zijn vader had in de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk gediend en werkte daarna als kuiper bij Courage Brewery. Howard was actief bij de padvinderij en deed het goed op school, wat hem een beurs opleverde. Door de economische omstandigheden begon hij op veertienjarige leeftijd met voltijds werk.
Werk, avondonderwijs en werkloosheid
Na zijn schooltijd werkte Howard als klerk bij een makelaarskantoor en volgde hij avondlessen om zijn kennis te vergroten. Toch verloor hij in 1931 zijn baan, doordat het bedrijf waarvoor hij werkte ophield te bestaan. Die werkloosheid vormde de directe aanleiding om in 1932 in dienst te treden bij het Britse leger. De krijgsmacht bood een vaste structuur, opleiding en de mogelijkheid om via examens door te groeien. Na aanmelding doorliep hij de rekrutenopleiding in Shrewsbury en werd hij geplaatst bij de King’s Shropshire Light Infantry.
Eerste diensttijd in de King’s Shropshire Light Infantry
Tijdens zijn eerste diensttijd behaalde Howard goede resultaten bij lichamelijke training en bij interne legerexamens. Hij werd compagnieklerk en later instructeur lichamelijke training, waardoor hij zowel administratieve taken als opleidingswerk uitvoerde. Op basis van zijn schoolachtergrond vroeg hij in deze periode om een officiersaanstelling, maar dat verzoek werd afgewezen. Wel volgde een bevordering tot korporaal. Daarmee deed hij ervaring op als onderofficier, met verantwoordelijkheid voor dagelijkse discipline, rapportage en het aansturen van kleinere groepen binnen de compagnie.
Interbellum: diensttijd en politiewerk
Overstap naar de politie en gezinsvorming
Na het volbrengen van zijn zesjarige contract werd Howard in juni 1938 uit het leger ontslagen. Hij ging vervolgens werken bij de Oxford City Police, waar hij toezicht, administratie en opleidingservaring kon gebruiken. In 1936 had hij Joy Bromley ontmoet; het huwelijk vond plaats op 28 oktober 1939. Het echtpaar kreeg later twee kinderen, Terry en Penny. Zijn loopbaan in de politie werd kort, omdat de mobilisatie na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog een terugkeer naar militaire dienst meebracht.
Terugkeer in uniform en route naar een officiersrang
Op 2 december 1939 meldde Howard zich opnieuw bij de King’s Shropshire Light Infantry, aanvankelijk in de rang van korporaal. Binnen korte tijd volgden bevorderingen: eerst tot Company Sergeant Major en daarna, binnen ongeveer vijf maanden, tot Regimental Sergeant Major van het bataljon. In 1940 kreeg hij alsnog de kans om officier te worden en werd hij geplaatst bij de 166th Officer Cadet Training Unit. Die opleiding betekende een formele overgang van onderofficier naar officierskader en legde de basis voor zijn latere bevelsfuncties.
Deelname aan de Tweede Wereldoorlog
Benoeming tot officier en bevelservaring
Na voltooiing van de cadettenopleiding werd Howard op 9 november 1940 benoemd tot tweede luitenant bij het 2e bataljon van de Oxfordshire and Buckinghamshire Light Infantry. In de daaropvolgende jaren klom hij op tot kapitein en voerde hij langer dan een jaar het bevel over een compagnie. De werkzaamheden bestonden uit het trainen van manschappen, het organiseren van routine in het veld en het naleven van voorschriften. Deze fase vormde de praktische basis voor later bevel in een gespecialiseerde luchtlandingseenheid.
Vrijwilliger voor luchtlandingseenheden
Toen het bataljon begin 1942 werd aangewezen voor omzetting naar luchtlandingstroepen, meldde Howard zich vrijwillig. Daarbij accepteerde hij een demotie naar tweede luitenant om binnen de nieuwe organisatie een peloton te kunnen leiden. Bij de omzetting maakte slechts ongeveer de helft van de oorspronkelijke manschappen de overstap; de eenheid werd aangevuld met vrijwilligers uit andere legeronderdelen. Vervolgens werd Howard opnieuw bevorderd en in mei 1942 bereikte hij de rang van majoor. Hij kreeg het bevel over D Company en bleef daar ongeveer twee jaar verantwoordelijk voor training en voorbereiding. De opleiding richtte zich op snelle inzet na landing en op werken in kleine groepen.
Waarom waren de bruggen over kanaal en Orne van belang?
De bruggen bij Caen lagen over het Caen-kanaal en de Orne, 500 yard (circa 450 meter) van elkaar. Op 6 juni 1944 vormde de Orne de oostflank van de geallieerde landing. Intacte overgangen waren nodig voor verplaatsing en bevoorrading, onder meer vanaf Sword Beach naar luchtlandingseenheden ten oosten van Caen. Daarnaast kon de rivier als barrière dienen tegen Duitse tegenaanvallen.
Selectie van D Company en voorbereiding op een coup-de-main
Voor de aanval werden Howards D Company en een detachement geniesoldaten geselecteerd. Howard kreeg de opdracht om de training te leiden en de planning uit te werken, waarbij de nadruk lag op een coup-de-main: een korte overrompelingsactie om een object intact in te nemen en direct te beveiligen. Dat vroeg om nauwkeurige tijdsplanning, vaste aanvalsprocedures en duidelijke taakverdeling per groep. Oefeningen richtten zich op het snel verlaten van een zweefvliegtuig, het uitschakelen van wachters en het controleren van brugdelen die geschikt zouden zijn voor vernieling.
Vervoer naar Normandië per Horsa-zweefvliegtuig
De aanvalsmacht werd per Horsa-zweefvliegtuig naar Normandië gebracht, omdat gliders zonder motor dicht bij het doel konden landen. Howards glider werd gevlogen door Staff Sergeant Jim Wallwork DFM en werd gesleept door een Halifax van 298 Squadron, gevlogen door Wing Commander Derek Duder DFC DSO. Boven de kust werden de gliders op ongeveer 8.000 voet losgelaten. Drie toestellen met elk circa 28 zwaarbewapende militairen brachten samen ongeveer 90 personen over, inclusief de piloten.
Landing nabij de doelen in de nacht
De landing vond plaats rond 00:16 Britse tijd, overeenkomend met ongeveer 23:16 lokale tijd. De gliders raakten bij het dalen de toppen van populieren langs een klein veld met een waterpartij en kwamen na stuiteren tot stilstand, op enkele meters van elkaar. Hierdoor stond de eenheid vrijwel direct bij de doelen, zonder een lange verplaatsing. Een van de toestellen kwam met de neus in prikkeldraad terecht, vlak bij de brug, waarna de aanval direct kon beginnen.
Inname van de brug over het Caen-kanaal
Zodra de troepen de gliders hadden verlaten, bezetten zij de brug over het Caen-kanaal. De Duitse verdediging werd overrompeld en had weinig tijd om posities in te nemen. Enkele militairen werden in hun schuttersputten verrast, soms nog slapend, en één soldaat vuurde een waarschuwingssignaal af met een Very-pistool. Er was geen gelegenheid om de brug op te blazen; bovendien waren er geen vernielingsladingen aangebracht. Verliezen in de eerste minuten ontstonden vooral door eigen vuur en ongevallen. De kanaalbrug wordt sinds de oorlog doorgaans Pegasus Bridge genoemd, als verwijzing naar de luchtlandingstroepen die haar innamen.
Inname van de Orne-brug en eerste verdediging
Ook de brug over de Orne werd in de eerste fase bezet, waardoor beide overgangen in Britse handen kwamen. De Orne-brug kreeg later de naam Horsa Bridge, naar de gebruikte Horsa-gliders. Rond 01:30 uur naderden minstens twee gewapende halftracks van een genie-eenheid, gevolgd door pantsergrenadiers. Het eerste voertuig werd uitgeschakeld met een PIAT. Het tweede voertuig trok zich terug, mede doordat de bemanning dacht tegenover zwaardere antitankmiddelen te staan, zoals een 6-ponder.
Aflossing, versterking en verdediging later op D-Day
In de vroege ochtend werd bij het Duitse hogere commando duidelijk dat de bruggen intact waren veroverd. Howards mannen waren intussen versterkt door parachutisten die in het achterland waren geland. Om 03:00 uur nam het 7th Parachute Battalion de verdediging bij de bruggen over. Later op 6 juni arriveerde een detachement commando’s van de 1st Special Service Brigade onder Brigadier Lord Lovat; doedelzakspeler Bill Millin liep mee. Met deze versterkingen konden de geallieerden de positie verdedigen tegen aanvallen van elementen van de 21st Panzer Division, ondersteund door artillerie.
Inzet in Normandië en toekenning van de Distinguished Service Order
Na de bruggenactie werd D Company niet teruggetrokken voor nieuwe opdrachten, maar ingezet als reguliere infanterie in Normandië. De compagnie bleef tot 5 september 1944 in gevecht en had dan 91 dagen onafgebroken aan het front doorgebracht. Howard werd voorgedragen voor de Distinguished Service Order (DSO) op grond van zijn leiding tijdens de inname en het vasthouden van de overgangen. Op 16 juli 1944 kreeg hij de onderscheiding uitgereikt door Bernard Montgomery, die toen nog generaal was. De officiële bevestiging van de toekenning volgde op 31 augustus 1944.
Auto-ongeluk en einde van actieve oorlogsdeelname
Na terugkeer in Bulford reorganiseerde Howard zijn compagnie voor mogelijke vervolgoperaties. De eenheid nam niet deel aan Operation Market Garden en er werd besloten geen coup-de-main aanval te gebruiken bij Nijmegen en Arnhem. Op 13 november 1944 raakte Howard ernstig gewond bij een auto-ongeluk en kreeg hij geen nieuwe operationele taak. Hij bleef tot maart 1945 in het ziekenhuis. D Company vocht verder onder majoor, later kolonel, John Tillett, onder meer tijdens het Ardennenoffensief, de Rijnoversteek in Operation Varsity en de opmars door Duitsland tot aan de Oostzee.
Na de oorlog
Burgerdienst en woonplaatsen
In 1946 verliet Howard het leger door de gevolgen van zijn verwondingen, ondanks zijn wens om te blijven dienen. Hij ging werken voor het Ministry of Agriculture en bleef in de publieke sector tot zijn pensionering in 1974. Daarna verhuisde hij met zijn vrouw Joy naar Burcot bij Oxford en later naar Surrey. Joy overleed in 1986. Hoewel zijn werk voortaan civiel was, bleef hij betrokken bij de herinnering aan de operatie van 6 juni 1944.
Publicaties en verfilmingen
De bruggenactie werd na de oorlog beschreven in meerdere publicaties. Cornelius Ryan publiceerde in 1959 The Longest Day, waarin ook de inzet van D Company aan bod komt. In 1962 kwam de film The Longest Day uit, gebaseerd op Ryans boek; acteur Richard Todd speelde Howards rol en had zelf bij het 7th Parachute Battalion gediend dat de bruggen kwam versterken. Stephen E. Ambrose publiceerde in 1985 het boek Pegasus Bridge, met aandacht voor planning, landing en verdediging.
Lezingen, herdenking en museale betrokkenheid
Na zijn pensionering gaf Howard lezingen in Europa en de Verenigde Staten over tactiek en over de aanval op de bruggen. Hij keerde jaarlijks op 6 juni terug naar Normandië om een krans te leggen bij de landingsplek van de gliders. Daarnaast hielp hij mee aan de opzet en het onderhoud van een museum over luchtlandingstroepen bij de brug. In de jaren zestig ontmoette hij Hans von Luck, een officier van de 21st Panzer Division die op 6 juni 1944 niet bij de verdediging van Pegasus Bridge werd ingezet, en met wie hij later contact onderhield.
Overlijden en publicatie van privépapieren
Howard overleed op 5 mei 1999 op 86-jarige leeftijd. Op 4 juni 2000 werd het vernieuwde Memorial Pegasus museum geopend door de Prins van Wales. In 2006 publiceerde zijn dochter Penny Bates Howards privépapieren als The Pegasus Diaries. Daarmee kwam aanvullend bronmateriaal beschikbaar over voorbereiding en uitvoering van de operatie. Door herdenkingen en publicaties blijft de actie rond Pegasus Bridge en Horsa Bridge onderdeel van het historische beeld van D-Day.
Militaire Rangen
Howard begon in 1932 als soldaat bij de King’s Shropshire Light Infantry en werd tijdens zijn eerste diensttijd korporaal. Na zijn terugkeer in 1939 volgden snelle bevorderingen tot Company Sergeant Major en daarna Regimental Sergeant Major van het bataljon. Op 9 november 1940 werd hij tweede luitenant bij het 2e bataljon Oxfordshire and Buckinghamshire Light Infantry en later kapitein. Bij de overgang naar luchtlandingstroepen accepteerde hij in 1942 een tijdelijke terugzetting, waarna hij in mei 1942 majoor werd en D Company aanvoerde.
Onderscheidingen
Voor zijn leiding tijdens de inname en het vasthouden van de bruggen bij Caen werd Howard onderscheiden met de Distinguished Service Order (DSO). De uitreiking vond plaats op 16 juli 1944 door Bernard Montgomery; de toekenning werd officieel bevestigd op 31 augustus 1944. In 1954 ontving Howard daarnaast de Franse Croix de Guerre avec Palme. De toevoeging ‘avec Palme’ staat in het Franse onderscheidingssysteem voor een vermelding op legerniveau. De twee onderscheidingen zijn officiële erkenningen van zijn oorlogsdienst.
Conclusie
Reginald John Howard groeide van onderofficier door tot commandant van een luchtlandingseenheid en wordt in bronnen vooral genoemd in verband met D-Day. In de nacht van 6 juni 1944 leidde hij D Company bij de inname van de bruggen over het Caen-kanaal en de Orne, waarna de overgangen werden verdedigd tot aflossing. Daarna bleef de compagnie in Normandië in gevecht tot 5 september 1944. Een auto-ongeluk in november 1944 beëindigde zijn actieve oorlogsdeelname; vanaf 1946 werkte hij in de publieke sector. De operatie en Howards rol zijn vastgelegd in onderscheidingen, publicaties en herdenkingen.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Paradata UK, Public domain, via Wikimedia Commons
Ambrose, Stephen E. (1985) [2003]. Pegasus Bridge. London: Simon and Schuster. ISBN 0-7434-5068-X.
Ambrose, Stephen E. (2002). Pegasus Bridge: D-day: The Daring British Airborne Raid. Plaats onbekend: Simon & Schuster UK. ISBN 074345068X.
Von Luck, Hans (1989). Panzer Commander: The Memoirs of Colonel Hans Von Luck. Plaats onbekend: Dell Publishing. ISBN 0440208025.
Booth, Philip (1971). Oxfordshire and Buckinghamshire Light Infantry (The 43rd/52nd Regiment of Foot). Plaats onbekend: Leo Cooper (Famous Regiments Series). ISBN 978-0850520293.
Draper, Robin Anthony (2015). Redcoats to Riflemen: A short History of the Oxfordshire and Buckinghamshire County Regiment. Plaats onbekend: Uitgever onbekend. ISBN 978-0954937034.
Edwards, Dennis (1999). The Devil’s Own Luck: From Pegasus Bridge to the Baltic. Plaats onbekend: Leo Cooper. ISBN 978-0-85052-667-7.
Howard, John; Bates, Penny (2006). The Pegasus Diaries: The Private Papers of Major John Howard DSO. Plaats onbekend: Pen & Sword Books. ISBN 978-1-84415-446-3.
Parr, Barry (2007). What D’ya Do in the War, Dad?. Plaats onbekend: Trafford Publishing. ISBN 978-1-4251-1073-4.
Barber, Neil (2009). The Pegasus and Orne Bridges (Their Capture, Defence & Relief on D-Day). Plaats onbekend: Pen & Sword. ISBN 978-1473822740.










