
HMS Kempenfelt was een torpedobootjager van de W-klasse van de Royal Navy, gebouwd als flotilleleider en ingezet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was het tweede schip met deze naam dat in de oorlog diende. De eerste HMS Kempenfelt werd in oktober 1939 overgedragen aan de Royal Canadian Navy en hernoemd tot HMCS Assiniboine. HMS Kempenfelt nam deel aan operaties in de Middellandse Zee, bij de invasie van Normandië en in de Stille Oceaan, en maakte deel uit van de Home Fleet, de Eastern Fleet en de British Pacific Fleet.
Ontwerp en constructie
HMS Kempenfelt werd in december 1941 besteld bij de scheepswerf John Brown & Company in Clydebank. De kiellegging vond plaats op 24 juni 1942. Oorspronkelijk was de naam HMS Valentine gepland, maar deze werd gewijzigd naar HMS Kempenfelt in het kader van een naamswijziging binnen de latere oorlogsklassen. Het schip werd te water gelaten op 8 mei 1943 en op 25 oktober 1943 in dienst gesteld.
Tijdens de bouw werd HMS Kempenfelt geadopteerd door de burgergemeenschap van Hammersmith, na een succesvolle Warship Week-sparenactie.
Technische gegevens:
- Klasse: W-klasse torpedobootjager
- Waterverplaatsing: 1.710 ton (standaard), 2.530 ton (volgeladen)
- Lengte: 110,57 m
- Breedte: 10,90 m
- Diepgang: 3,0 m
- Aandrijving: 2 Admiralty 3-drum ketels, Parsons stoomturbines, 40.000 shp, 2 schroeven
- Snelheid: 36 knopen maximaal, 32 knopen volgeladen
- Actieradius: 8.658 km bij 20 knopen
- Bemanning: 225 personen
Bewapening
In de oorspronkelijke uitvoering had HMS Kempenfelt vier enkel opgestelde QF 4,7-inch (120 mm) Mk.IX-kanonnen op CP Mk.XXII-affuiten, geschikt voor oppervlaktestrijd. De luchtafweer bestond uit een viervoudige QF 2-ponder Mk.VIII-opstelling, diverse 40 mm Bofors-installaties, waaronder tweelingopstellingen van het Hazemeyer Mk.IV-type, en dubbele Oerlikon 20 mm-kanonnen Mk.V.
De torpedobewapening bestond uit acht 533 mm-torpedobuizen in twee viervoudige opstellingen, uitgerust met torpedo’s van het type Mk.IX. Voor onderzeebootbestrijding waren twee dieptebomrekken en vier werpers aanwezig, met een totale capaciteit van circa zeventig dieptebommen.
Bepantsering
Als torpedobootjager had HMS Kempenfelt geen zware bepantsering. Het ontwerp was gericht op snelheid en wendbaarheid. Bescherming bestond uit lichte bepantsering rond vitale onderdelen zoals de brug, vuurleidingsposten en delen van de machinekamers. Dit maakte het schip kwetsbaar voor luchtaanvallen en artillerievuur, maar geschikt voor snelle inzet in escorte- en aanvalstaken.
Sensoren en dataverwerking
HMS Kempenfelt was tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgerust met verschillende radar- en sonarsystemen voor oppervlaktesurveillance, luchtwaarschuwing, vuurleiding en onderzeebootdetectie. De volgende systemen waren aanwezig:
- Radar Type 272 target indication: voor oppervlaktesurveillance en doelindicatie.
- Radar Type 291 air warning: voor luchtwaarschuwing en het detecteren van naderende vliegtuigen.
- Radar Type 285 fire control on director Mk.III(W): vuurleidingsradar voor de hoofdbewapening.
- Radar Type 282 fire control on 40 mm mount Mk.IV: vuurleidingsradar voor de 40 mm-luchtafweerinstallaties.
Voor onderzeebootdetectie was een ASDIC Type 144-actiefsonar aanwezig. Dit systeem werkte door geluidsgolven uit te zenden en de teruggekaatste signalen te analyseren, waardoor afstand en richting van een onderzeeboot konden worden vastgesteld.
HMS Kempenfelt beschikte niet over een Combat Information Centre (CIC) of action information centre (AIC). Radargegevens werden lokaal afgelezen bij de betreffende radarpost en mondeling doorgegeven aan de brug of vuurleidingspost. De verwerking van tactische informatie vond plaats via afzonderlijke waarnemings- en commandoposten. In de context van de Tweede Wereldoorlog betekende de afwezigheid van een CIC of AIC dat de centrale coördinatie van sensorinformatie beperkt was, wat invloed had op de gevechtskracht van het schip.
Modificaties
Tussen 1951 en 1953 werd HMS Kempenfelt omgebouwd tot Type 15-fregat. De bewapening werd aangepast naar één dubbele 4-inch (102 mm) Mark 19-opstelling, één dubbele 40 mm Bofors Mk.5-opstelling en twee Squid- of Limbo Mark 10-onderzeebootmortieren.
Status schip tijdens de oorlog
Bij de indienststelling in oktober 1943 was HMS Kempenfelt technisch actueel en volledig operationeel. De radar- en sonaruitrusting waren representatief voor de late oorlogsjaren, maar het ontbreken van een CIC of AIC beperkte de centrale verwerking van gevechtsinformatie. Regelmatig onderhoud en aanpassingen maakten inzet in uiteenlopende klimaatzones en operationele theaters mogelijk.
Operationele geschiedenis
Eind 1943 werd HMS Kempenfelt ingezet in de Middellandse Zee als onderdeel van de 24th Destroyer Flotilla. In januari 1944 nam het schip deel aan de geallieerde landingen bij Anzio (Operatie Shingle). Op 21 januari voerde zij, samen met HMS Inglefield en het Franse schip Le Malin, een bombardement uit op Gaeta. De volgende dag escorteerde zij de kruisers HMS Orion en HMS Spartan. Op 27 januari werd een trein bij Formia beschoten. Van februari tot april 1944 verrichtte het schip escortetaken en patrouilles in het centrale Middellandse Zeegebied.
In mei 1944 keerde HMS Kempenfelt terug naar Groot-Brittannië en werd ingedeeld bij de 26th Destroyer Flotilla ter voorbereiding op de invasie van Normandië. Als onderdeel van Force J kreeg zij de taak kustverdedigingen bij Lagrune-sur-Mer te beschieten. Op 5 juni vertrok zij als escorteschip van een invasieconvooi. Op 6 juni verleende zij vuursteun bij de landingen en ondersteunde later die dag HMS Diadem bij Beny-sur-Mer.
In juli 1944 keerde het schip terug naar de Home Fleet in Scapa Flow en werd geselecteerd voor een refit in Cardiff om te dienen als leider van de 27th Destroyer Flotilla bij de British Eastern Fleet. Op 22 augustus nam zij deel aan Operatie Goodwood, waarbij vliegdekschepen en kruisers werden beschermd tijdens luchtaanvallen op het Duitse slagschip Tirpitz in Noorwegen. Na afloop voer zij naar Cardiff voor onderhoud.
In oktober 1944 vertrok zij naar de Eastern Fleet bij Ceylon en arriveerde op 22 november in Trincomalee. In december escorteerde zij een vloot tijdens luchtaanvallen op olieraffinaderijen op Sumatra (Operatie Outflank). In januari 1945 volgden verdere escortetaken, waaronder Operatie Meridian. Eind januari vertrok zij naar Fremantle en vervolgens naar Sydney voor oefeningen met de Amerikaanse marine.
Op 28 februari 1945 ging zij naar Manus als onderdeel van Task Force 113, die in maart werd toegewezen aan de United States Fifth Fleet voor de voorbereidingen van de Slag om Okinawa (Operatie Iceberg). In april en mei nam zij deel aan operaties in het gebied, waaronder bescherming tegen kamikaze-aanvallen. Op 22 mei escorteerde zij HMS Formidable, beschadigd door een kamikaze, naar Manus en later naar Sydney voor onderhoud.
In augustus 1945 keerde zij terug naar Manus en vertrok op 15 augustus naar Subic Bay voor deelname aan de herovering van Hongkong. Op 27 augustus escorteerde zij, samen met andere torpedobootjagers, vliegdekschepen en kruisers bij de Japanse overgave in Hongkong.
Na de oorlog
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog bleef HMS Kempenfelt tot december 1945 actief bij de British Pacific Fleet. In januari 1946 keerde zij terug naar Chatham, waar zij werd ingedeeld in de reservevloot. Zij bleef twee jaar in reserve en werd daarna overgebracht naar Simonstown, Zuid-Afrika.
In 1953 keerde het schip terug naar Groot-Brittannië en werd opgelegd in Portsmouth. In oktober 1956 werd HMS Kempenfelt, samen met zusterschip HMS Wager, verkocht aan de Joegoslavische marine.
Conclusie
HMS Kempenfelt werd in 1943 in dienst genomen als torpedobootjager van de W-klasse. Het schip was uitgerust met radar- en sonarsystemen die in de late oorlogsjaren als modern werden beschouwd. De afwezigheid van een Combat Information Centre (CIC) of Air Information Centre (AIC) betekende echter dat de centrale verwerking van gevechtsinformatie beperkt bleef. Kempenfelt werd in uiteenlopende operationele theaters ingezet, waaronder de Middellandse Zee, het Kanaal, de Indische Oceaan en de Stille Oceaan. Na de oorlog kreeg het schip een tweede loopbaan in de Joegoslavische marine.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Zimmerman, E A (Lt), Royal Navy official photographer, Public domain, via Wikimedia Commons
- Colledge, J. J.; Warlow, Ben (2006) [1969]. Ships of the Royal Navy: The Complete Record of all Fighting Ships of the Royal Navy (Rev. ed.). London: Chatham Publishing. ISBN 978-1-86176-281-8.
- Marriott, Leo (1989). Royal Navy Destroyers Since 1945. Ian Allan Ltd. ISBN 0-7110-1817-0.
- Raven, Alan; Roberts, John (1978). War Built Destroyers O to Z Classes. London: Bivouac Books. ISBN 0-85680-010-4.
- Whitley, M. J. (1988). Destroyers of World War 2. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-326-1.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946









