Home Personen Duits Hans Loritz: SS-kampcommandant in nazi-Duitsland

Hans Loritz: SS-kampcommandant in nazi-Duitsland

Portret van Hans Loritz in SS-uniform als SS-Sturmbannführer tijdens zijn aanstelling binnen de Schutzstaffel rond 1933.
Hans Loritz in zijn functie als SS-Sturmbannführer, gefotografeerd tijdens zijn vroege carrière binnen de SS-organisatie.

Hans Loritz (21 december 1895 – 31 januari 1946) was een Duitse SS-officier die een leidende rol speelde binnen het concentratiekampensysteem van het nationaalsocialistische regime. Gedurende het Derde Rijk was hij kampcommandant in onder meer Dachau, Esterwegen en Sachsenhausen. Zijn naam wordt in verband gebracht met wrede behandelingen van gevangenen, misbruik van macht en betrokkenheid bij grootschalige executies. Na de oorlog werd hij gearresteerd en pleegde hij zelfmoord voordat een proces kon plaatsvinden.

Vroege leven en opleiding

Hans Loritz werd op 21 december 1895 geboren in Augsburg, in het Koninkrijk Beieren. Na de lagere school begon hij een opleiding tot bakker. In het kader van zijn opleiding en verdere werkervaring trok hij door verschillende steden, waaronder Innsbruck, Wenen, Boedapest en Berlijn.

Bij terugkeer in Augsburg begon hij een carrière bij de plaatselijke politie, waar ook zijn vader werkzaam was. Loritz werd uiteindelijk overgeplaatst naar de motoreenheid van het korps, een afdeling die door hem werd beschouwd als een elitaire eenheid binnen de politie. Zijn carrière daar werd echter onderbroken door disciplinaire problemen, hetgeen in 1927 resulteerde in zijn ontslag. Vervolgens was hij werkzaam als incasseerder bij het gemeentelijk gasbedrijf.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 meldde Loritz zich vrijwillig aan bij het 3. Königlich Bayerisches Infanterie-Regiment in Augsburg. Tijdens zijn diensttijd werd hij meermaals gewond. In 1917 werd hij bevorderd tot onderofficier. Later dat jaar meldde hij zich aan bij de luchtmacht en werd als boordschutter ingezet binnen de Duitse Fliegertruppe.

In juli 1918 werd zijn toestel boven Frankrijk neergehaald, waarna hij krijgsgevangen werd gemaakt door Franse troepen. Hij verbleef tot februari 1920 in Franse krijgsgevangenschap. Deze ervaring zou hem, net als veel andere teruggekeerde veteranen, verder vervreemden van de Weimarrepubliek, hoewel daarover geen persoonlijke uitspraken van Loritz bekend zijn.

Interbellum

Na zijn terugkeer in Augsburg hervatte Loritz zijn werk bij de politie, waar hij opnieuw deel uitmaakte van de motorbrigade. Zijn gedrag leidde echter tot meerdere disciplinaire onderzoeken, en in 1927 werd hij definitief ontslagen. Gedurende de jaren daarna werkte hij in verschillende burgerfuncties. Zijn privéleven werd gekenmerkt door instabiliteit. In 1922 trad hij in het huwelijk, waaruit een zoon werd geboren. De relatie liep stuk en werd in 1935 ontbonden. In 1936 hertrouwde hij, maar in datzelfde jaar kreeg hij ook een kind bij een andere vrouw.

Politiek gezien begon zijn actieve betrokkenheid bij de nationaalsocialistische beweging in 1930. Op 1 september van dat jaar werd hij lid van de NSDAP (lidmaatschapsnummer 298.668), en kort daarna trad hij toe tot de Schutzstaffel (SS), waar hij onder nummer 4.165 werd geregistreerd. Binnen korte tijd bouwde hij het plaatselijke SS-Sturm 1/II/29 uit tot een Sturmbann en werd hij een actieve kracht binnen de partijorganisatie in Zuid-Beieren.

In 1933 werd hij benoemd tot grenscommissaris van de 29e SS-Standarte in Schwaben. De lokale overheid stelde hem vrij van zijn gemeentelijke ambtsplichten, wat hem in staat stelde zijn SS-carrière voort te zetten met behoud van pensioenrechten. In deze periode kwam hij in conflict met een SA-leider, waarna hij overgeplaatst werd naar het concentratiekamp Dachau. Daar kreeg hij het bevel over het SS-Hilfswerk, dat zich richtte op Oostenrijkse SS-vrijwilligers.

Tijdens zijn tijd in Dachau kwam hij onder de invloed van Theodor Eicke, de toenmalige kampcommandant en later hoofd van de Inspectie der Concentratiekampen. Eicke stond aan de basis van de uniforme, centraal geleide structuur van het concentratiekampensysteem. Loritz beschouwde hem als mentor en probeerde via persoonlijke verzoeken aan Heinrich Himmler een overplaatsing te verkrijgen naar een kamp onder Eickes leiding.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

In juli 1934 werd Hans Loritz aangesteld als kampcommandant van het concentratiekamp Esterwegen in Noord-Duitsland, dat kort daarvoor van de SA naar de SS was overgedragen. Onder zijn leiding werd het regime in het kamp verscherpt. Loritz voerde een strengere tucht in, ondervroeg gevangenen persoonlijk en gaf bevel tot het toepassen van fysieke mishandelingen.

In 1935 werd hij bevorderd tot SS-Oberführer, zijn hoogste rang binnen de SS. Na de sluiting van Esterwegen in april 1936 kreeg hij het commando over het concentratiekamp Dachau, samen met de functie van SS-Standortführer, wat hem aanzienlijke invloed gaf over kamp én omliggende SS-eenheden. In Dachau stimuleerde hij systematisch geweld tegen gevangenen. Hij introduceerde strafmethodes zoals het zogenaamde “Pfahlhängen” (ophangen aan een paal), dat onderdeel werd van de interne kampdiscipline.

Loritz verrijkte zich op grove wijze tijdens zijn tijd in Dachau. Zo liet hij gevangenen werken aan zijn privéprojecten, waaronder de aanleg van een wildpark en de bouw van een villa in St. Gilgen aan de Wolfgangsee. Deze praktijken leidden tot een onderzoek door het SS-Verwaltungsamt, dat verantwoordelijk was voor de financiële controle binnen de SS.

In juli 1939 werd Loritz overgeplaatst naar Graz als SS-Abschnittsführer, een functie buiten het concentratiekampensysteem. Hij probeerde onmiddellijk terug te keren naar zijn vertrouwde terrein en verkreeg in december 1939 het tijdelijke commando over het kamp Sachsenhausen. In maart 1940 werd hij daar officieel benoemd tot kampcommandant.

In Sachsenhausen had Loritz wederom een centrale rol in het uitbouwen van het terreurbeleid. In juni 1941 was hij betrokken bij de selectie van zieke of arbeidsongeschikte gevangenen, die vervolgens werden vermoord in de euthanasie-inrichting Pirna-Sonnenstein. In datzelfde jaar organiseerde hij de executie van meer dan 10.000 Sovjet-krijgsgevangenen door middel van een speciaal gebouwde installatie voor nekschoten, een methode die systematisch werd toegepast binnen het kamp.

Zijn machtspositie in Sachsenhausen stelde hem opnieuw in staat gevangenen in te zetten voor eigen gewin. De werkplaatsen waarin gevangenen dwangarbeid verrichtten, werden spottend aangeduid als de “Loritz-Werke”. Wegens deze zelfverrijking werd in 1942 een intern onderzoek ingesteld, hoewel dit formeel zonder resultaat werd afgesloten. Wel verloor hij zijn functie als kampcommandant.

In september 1942 werd Loritz overgeplaatst naar Noorwegen, waar hij als inspecteur van het SS- en politieapparaat verantwoordelijk werd voor de leiding over meerdere kampen. Daar organiseerde hij onder andere de inzet van gevangenen – waaronder Joegoslavische partizanen – voor de aanleg van wegen en militaire installaties in barre omstandigheden. De sterftecijfers in deze kampen waren hoog; met name in de vestigingen Beisfjord, Elsfjord, Rognan en Karasjok overleden grote aantallen gevangenen als gevolg van uitputting, mishandeling en ondervoeding.

Na de ontmanteling van het SS-kampensysteem in Noorwegen hield Loritz zich bezig met de bewaking van fabrieken tegen sabotageacties. Hij bleef deze functie vervullen tot het einde van de oorlog.

Na de oorlog

In april 1945 vluchtte Hans Loritz met valse papieren naar Zweden. Kort na zijn aankomst werd hij gearresteerd en uitgeleverd aan de geallieerden. Hij werd geïnterneerd in het Britse interneringskamp Gadeland bij Neumünster in Noord-Duitsland.

Tijdens zijn gevangenschap werd duidelijk dat hij vervolgd zou worden voor oorlogsmisdaden, in het bijzonder voor zijn betrokkenheid bij de massamoord op Sovjet-krijgsgevangenen. Een uitlevering aan de Sovjetautoriteiten leek onvermijdelijk. Op 31 januari 1946 pleegde Loritz zelfmoord in gevangenschap, voordat het tot een rechtszaak kwam.

Militaire rangen

Binnen de SS kende Hans Loritz een gestage opmars in rang, tot aan zijn hoogste benoeming in 1935:

DatumRang
15 november 1931SS-Untersturmführer
11 april 1932SS-Hauptsturmführer
23 augustus 1932SS-Sturmbannführer
15 juli 1933SS-Obersturmbannführer
22 maart 1934SS-Standartenführer
15 september 1935SS-Oberführer

Loritz werd nooit bevorderd tot Brigadeführer of hogere rangen binnen de SS.

Conclusie

Hans Loritz vervulde als kampcommandant en SS-leider een bepalende rol binnen het nazistische onderdrukkings- en vernietigingssysteem. Zijn loopbaan werd gekenmerkt door brutaliteit tegenover gevangenen, systematische corruptie en actieve deelname aan grootschalige moordoperaties. Zijn optreden in onder meer Dachau, Sachsenhausen en Noorwegen toont de nauwe verwevenheid tussen persoonlijke ambities en de gewelddadige praktijk van de SS-infrastructuur. Hoewel hij formeel geen proces onderging, wijzen de historische bronnen ondubbelzinnig op zijn betrokkenheid bij ernstige misdaden tijdens het Derde Rijk.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Unknown / Not disclosed, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Klee, Ernst (2005). Das Personenlexikon zum Dritten Reich: Wer war was vor und nach 1945. Frankfurt am Main: Fischer-Taschenbuch-Verlag. ISBN 3-596-16048-0.

  3. Orth, Karin (2004). Die Konzentrationslager-SS. München: dtv. ISBN 3-423-34085-1.

  4. Riedel, Dirk (2010). Ordnungshüter und Massenmörder im Dienst der „Volksgemeinschaft“: Der KZ-Kommandant Hans Loritz. Berlin: Metropol Verlag. ISBN 978-3-940938-63-3.

  5. Tuchel, Johannes (1991). Konzentrationslager: Organisationsgeschichte und Funktion der Inspektion der Konzentrationslager 1934–1938. H. Boldt. ISBN 3-7646-1902-3.

  6. Segev, Tom (1995). Die Soldaten des Bösen: Zur Geschichte der KZ-Kommandanten. Reinbek bei Hamburg: Rowohlt. ISBN 3-499-18826-0.

  7. Riedel, Dirk (2000). Der „Wildpark“ im KZ Dachau und das Außenlager St. Gilgen. Zwangsarbeit auf den Baustellen des KZ-Kommandanten Loritz. In: Distel, Benz (Hrsg.): Dachauer Hefte, 16.

  8. Riedel, Dirk (2006). Die SS-Inspektion z. b. V. in Norwegen. Nationalsozialistische Täter in den Gefangenenlagern für jugoslawische Partisanen. In: Richter, Timm C. (Hrsg.): Krieg und Verbrechen. Situation und Intention: Fallbeispiele. München. ISBN 3-89975-080-2.

  9. Proske, Wolfgang (Hrsg.) (2021). Täter Helfer Trittbrettfahrer, Bd. 11. NS-Belastete aus Nord-Schwaben (+ Neuburg). Gerstetten: Kugelberg Verlag. ISBN 978-3-945893-18-0.

  10. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946