
De USS Helena (CL-50) was een lichte kruiser van de Brooklyn-klasse van de Amerikaanse marine, in dienst gesteld in 1939. Het schip werd gebouwd onder de beperkingen van het London Naval Treaty en was ontworpen als reactie op de Japanse Mogami-klasse. De Helena was de laatste van haar klasse en vertegenwoordigde een aangepaste versie met verbeteringen in de voortstuwing en luchtafweer. Na deelname aan diverse zeeslagen in de Stille Oceaan, waaronder Guadalcanal en Kula Gulf, werd zij op 6 juli 1943 tot zinken gebracht. De geschiedenis van de Helena toont de snelle evolutie van marineschepen in de Tweede Wereldoorlog en de noodzaak van voortdurende technologische vernieuwing.
Ontwerp en constructie
De USS Helena behoorde tot de aangepaste St. Louis-subklasse binnen de Brooklyn-klasse. De constructie begon op 9 december 1936 op de New York Naval Shipyard en het schip werd te water gelaten op 28 augustus 1938. De indienststelling vond plaats op 18 september 1939. De lengte bedroeg 608 voet (185,5 meter), met een breedte van 61,5 voet (18,7 meter) en een maximale diepgang van 24 voet (7,3 meter). De standaard waterverplaatsing lag op 10.000 long tons (10.160 ton), oplopend tot 13.327 long tons bij volle belading.
Het schip werd aangedreven door vier Parsons-stoomturbines, gevoed door acht Babcock & Wilcox ketels, met een totaal vermogen van 100.000 shp. Deze configuratie leverde een topsnelheid op van 32,5 knopen (60,2 km/u). De voortstuwing werd uitgevoerd via vier schroeven. De machinekamers waren volgens een unit-systeem opgebouwd, wat de overlevingskans bij torpedo-inslagen moest vergroten.
Bewapening
De Helena was uitgerust met een hoofdgeschut van vijftien 6-inch (152 mm)/47 kaliber Mark 16 kanonnen, verdeeld over vijf drievoudige torentjes. Drie torens bevonden zich aan de voorkant en twee aan de achterzijde, beide in een supervuurpositie. De secundaire bewapening bestond uit acht 5-inch (127 mm)/38 kaliber dubbele lucht-/oppervlaktekanonnen. In de oorspronkelijke configuratie had het schip acht 0.50 inch machinegeweren. Tijdens latere aanpassingen werden deze vervangen of aangevuld met twintig 20 mm Oerlikon-kanonnen en zestien 40 mm Bofors-kanonnen in viervoudige opstellingen.
Bepantsering
De scheepsromp van de Helena was voorzien van een pantsergordel van 3¼ tot 5 inch dikte. Het dekpantser was 2 inch dik, terwijl de barbettes tot 6 inch bepantsering hadden. De geschuttorens hadden een bepantsering variërend van 1¼ tot 6 inch. De commandotoren was voorzien van een bepantsering van 2¼ tot 5 inch. Deze bepantsering bood bescherming tegen artillerie en luchtaanvallen, maar bleek kwetsbaar bij torpedo-inslagen onder de waterlijn.
Sen>Sensoren en dataverwerking
Tijdens de modernisering in 1942 werd de Helena voorzien van verschillende radar- en vuurleidingssystemen, waarmee zij zich technisch onderscheidde van veel andere schepen in haar klasse.De radarinstallaties omvatten de SG-surface search radar, een van de eerste Amerikaanse radarsets die betrouwbaar schepen kon detecteren ongeacht weersomstandigheden of licht. Deze radar maakte het mogelijk om vijandelijke schepen op grote afstand te traceren, zelfs ’s nachts of bij slecht zicht.
Daarnaast werd het schip uitgerust met de SC air search radar, een vroege langeafstandsluchtwaarschuwingsradar, waarmee de luchtdoelartillerie vroegtijdig kon worden geactiveerd. Voor vuurleiding werden zowel FC- als FD-radars toegevoegd. De FC was gekoppeld aan het hoofdgeschut en de FD aan de secundaire batterijen. Deze vuurleidingsradars verbeterden de trefzekerheid aanzienlijk, vooral in nachtelijke gevechten of bij slecht zicht.
Hoewel de Helena tijdens haar modernisering niet over een volledig Combat Information Center (CIC) beschikte in de zin zoals die vanaf 1943 standaard werd, beschikte het schip wel over een geïntegreerd communicatiesysteem en radarcoördinatieposten die in staat waren om tactische informatie te verzamelen, interpreteren en te verspreiden binnen het schip. Deze functies vervulden grotendeels de rol van een CIC, zij het in beperkte vorm.
Vergeleken met eerdere scheepsklassen beschikte de Helena hierdoor over een verbeterd situationeel bewustzijn, wat vooral tot uiting kwam tijdens nachtelijke gevechten zoals de Slag bij Cape Esperance en de Slag bij Guadalcanal. De combinatie van moderne radar en effectieve vuurleiding gaf haar een operationeel voordeel, al zou dit vanaf 1943 als basiskwaliteit worden beschouwd. Haar technologische uitrusting maakte haar in 1942 nog tot een van de beter uitgeruste schepen binnen de lichte kruisers van de US Navy.
Modific>Modificaties
e aanval op Pearl Harbor onderging de Helena in 1942 een uitgebreide reparatie en modernisering op Mare Island Naval Shipyard. De zwaar beschadigde secties werden hersteld en het schip werd uitgerust met moderne radarsystemen (SG, SC, FC, FD). Tevens werd haar luchtafweer versterkt met de installatie van Oerlikon- en Bofors-kanonnen. De zwaar bepantserde commandotoren werd verwijderd vanwege beperkte zichtmogelijkheden en vervangen door een open brug. Hierdoor werd niet alleen het zicht verbeterd, maar ook gewicht bespaard, dat elders voor modernere systemen werd ingezet.
Operati>Operationele geschiedenis
destijd en Pearl HarborNa haar indienststelling op 18 september 1939 opereerde Helena aanvankelijk in vredestijd. Zij maakte een uitgebreide shakedowncruise naar Zuid-Amerika in 1940, waarbij onder meer Buenos Aires en Montevideo werden aangedaan. Na terugkeer werd het schip overgeplaatst naar de Pacifische Vloot, gestationeerd op Pearl Harbor. Daar onderging zij onderhoud en training, met het oog op toenemende spanningen met Japan.
Op 7 december 1941 bevond Helena zich naast de mijnenlegger Oglala, toen de Japanse aanval op Pearl Harbor begon. Een torpedo bedoeld voor het slagschip Pennsylvania trof in plaats daarvan Helena, waardoor zij zwaar beschadigd raakte. De schade leidde tot overstroming van haar machinekamers, maar de bemanning wist het schip drijvend te houden. Helena was een van de eerste schepen die terugvuurde, en werd gecrediteerd met het neerschieten van zes Japanse vliegtuigen. Na noodreparaties vertrok ze op 5 januari 1942 naar de Mare Island Naval Shipyard voor herstel en modernisering.
Guadalcanal en nachtgevechten
In juli 1942 keerde Helena terug naar actieve dienst en werd ingezet in de campagne rond Guadalcanal. Als onderdeel van Task Force 64 escorteerde zij konvooien en ondersteunde ze de geallieerde landingen. Ze raakte betrokken bij de Slag bij Cape Esperance op 11–12 oktober 1942, waarbij haar radargeleid vuur effectief bleek. Samen met andere Amerikaanse schepen vernietigde ze de Japanse kruiser Furutaka en de torpedobootjager Fubuki, en droeg bij aan de afwending van een geplande Japanse bombardementsmissie.
Op 13 november 1942 nam Helena deel aan de eerste nacht van de Zeeslag bij Guadalcanal. Tijdens deze chaotische confrontatie met Japanse slagschepen en kruisers leverde zij snel en nauwkeurig vuur met haar 6-inch kanonnen. Hoewel de Amerikaanse eenheid zware verliezen leed, waaronder het verlies van admiraals Callaghan en Scott, werd het Japanse slagschip Hiei zodanig beschadigd dat het de volgende dag zonk. Helena kwam relatief ongeschonden uit de strijd en speelde een ondersteunende rol bij de terugtocht van de overlevende Amerikaanse schepen.
Operaties in de centrale Solomonen
Begin 1943 werd Helena ingezet voor bombardementsmissies op New Georgia en omliggende eilanden. Tijdens operaties op 5 januari en 23 januari voerde ze nachtelijke beschietingen uit op Japanse vliegvelden bij Munda en Vila. In mei 1943 voerde zij opnieuw een beschieting uit op deze doelen ter voorbereiding op de geallieerde landing op New Georgia.
Op 4–5 juli ondersteunde zij de landing bij Rice Anchorage en nam deel aan een beschieting in de Kula Gulf. Tijdens deze operatie vuurde Helena meer dan 1.000 granaten af op Japanse stellingen. Tijdens de terugtocht werd de torpedobootjager Strong getroffen door een Japanse torpedo. Helena assisteerde bij de evacuatie van overlevenden, waarna haar eskader terugkeerde naar Tulagi.
Slag in de Kula Gulf en ondergang
Op 6 juli 1943 stuitte Helena, samen met de kruisers Honolulu en St. Louis, op een Japanse troepenmacht in de Kula Gulf. In het daaropvolgende nachtgevecht vuurde Helena met uitzonderlijk hoge snelheid, maar moest door het op raken van haar voorraad rookloos kruit overschakelen op standaard munitie met felle vuurmonden, die haar positie verraadden. Japanse torpedobootjagers Suzukaze en Tanikaze lanceerden torpedo’s waarvan er drie Helena troffen: de eerste brak de boeg af, de volgende twee sloegen diepe gaten in de machinekamers en braken de kiel. Binnen korte tijd zonk het schip.
Hoewel het schip brak en zonk, overleefden bijna 900 bemanningsleden de initiële explosies. De Amerikaanse torpedobootjagers Nicholas en Radford redden honderden opvarenden in de vroege ochtend, maar moesten meerdere keren de redding onderbreken wegens naderende Japanse schepen. Uiteindelijk werden 735 bemanningsleden direct uit zee gered. Een groep van 165 man dreef nog dagen rond op vlotten en wrakhout. Een deel van hen bereikte de kust van het Japanse bezette Vella Lavella. Dankzij de hulp van Solomon-eilanders en een Australische coastwatcher werden zij verstopt en later geëvacueerd op 16 juli tijdens een gevaarlijke nachtoperatie. In totaal kwamen 168 bemanningsleden om het leven tijdens de slag of door verdrinking en uitputting in de dagen erna.
Conclusie
>Conclusieelena vertegenwoordigde bij haar modernisering in 1942 een geavanceerde lichte kruiser binnen de Amerikaanse marine. De toevoeging van vuurleidingsradars en een verbeterde luchtafweer maakte haar effectief inzetbaar in nachtgevechten en bij luchtverdediging. Toch was het ontbreken van een volwaardig Combat Information Center volgens de normen van 1943 een beperking, waardoor zij aan het eind van haar diensttijd technisch werd ingehaald door nieuwere schepen. Ondanks haar tekortkomingen speelde de Helena een belangrijke operationele rol in de vroege fase van de oorlog in de Stille Oceaan.Bronnen en meer>Bronnen en meer informatie
ding: Naval History & Heritage Command , Public domain, via Wikimedia CommonsDomagalski, John J. (2012). Sunk in Kula Gulf: The Final Voyage of the USS Helena and the Incredible Story of Her Survivors in World War II. Potomac Books Inc. ISBN 978-1-59797-839-2.
Friedman, Norman (1980). United States of America. In: Gardiner, Robert & Chesneau, Roger (eds.). Conway’s All the World’s Fighting Ships 1922–1946. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-913-9.
Friedman, Norman (1984). U.S. Cruisers: An Illustrated Design History. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-0-87021-718-0.
Whitley, M. J. (1995). Cruisers of World War Two: An International Encyclopedia. London: Arms and Armour Press. ISBN 978-1-85409-225-0.
Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea, 1939–1945: The Naval History of World War Two. Annapolis: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-119-8.
Morison, Samuel Eliot (1958). The Struggle for Guadalcanal, August 1942 – February 1943, vol. 5 of History of United States Naval Operations in World War II. Boston: Little, Brown and Company. ISBN 978-0-316-58305-3.
Hornfischer, James D. (2011). Neptune’s Inferno: The U.S. Navy at Guadalcanal. New York: Bantam Books. ISBN 978-0-553-80670-0.









