Home Personen Duits Theodor Scherer: Duitse generaal en Cholm-belegering

Theodor Scherer: Duitse generaal en Cholm-belegering

Portret van Theodor Scherer, Duitse generaal in de Tweede Wereldoorlog en bevelhebber tijdens de omsingeling van Cholm in 1942.
Theodor Scherer, commandant van de 281e Sicherungs-Division, bekend van de verdediging van Cholm tegen Sovjet-troepen in 1942.

Theodor Scherer (1889–1951) was een Duitse militair die diende in zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog. Tijdens het interbellum werkte hij als politiefunctionaris, alvorens opnieuw toe te treden tot het leger. Hij werd bekend als bevelhebber tijdens de omsingeling van Cholm in 1942. Zijn loopbaan weerspiegelt de militaire en politieke ontwikkeling van Duitsland in de eerste helft van de twintigste eeuw.

Vroege leven en opleiding

Theodor Scherer werd geboren op 17 september 1889 in Höchstädt an der Donau. Hij begon zijn militaire opleiding op 14 juli 1908 als Fahnenjunker (officierskandidaat) bij het 12e Infanterie-Regiment “Prinz Arnulf” van de Beierse Landmacht. In oktober 1910 werd hij benoemd tot Leutnant. Zijn vroege jaren in dienst vielen samen met het laatste decennium van het Duitse Keizerrijk, waarin de militaire structuren nog grotendeels uit de negentiende eeuw stamden.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog diende Scherer aan het westfront. In juli 1916 werd hij tijdens de Slag aan de Somme krijgsgevangen genomen door Britse troepen. Hij werd later geïnterneerd in Nederland. Na het einde van de oorlog keerde hij in 1918 terug naar Duitsland. Vanwege de bepalingen van het Verdrag van Versailles en de bijbehorende inkrimping van het leger, werd Scherer niet opgenomen in de Reichswehr, het nieuwe vredesleger van de Weimarrepubliek.

Interbellum: Politiedienst en terugkeer naar de Wehrmacht

Na zijn ontslag uit het leger op 30 augustus 1920 trad Scherer in dienst bij de Beierse Landespolizei. In april 1935 werd hij bevorderd tot Oberstleutnant binnen het politiekorps. In november van datzelfde jaar werd hij met dezelfde rang overgenomen door de Wehrmacht. Scherer werd ingedeeld bij het Infanterie-Regiment 56, gestationeerd in Ulm. Per 1 januari 1937 werd hij bevorderd tot Oberst. In april 1938 werd hij benoemd tot commandant van dit regiment binnen de 5e Infanterie-Divisie, een functie die hij ook tijdens de eerste fase van de Tweede Wereldoorlog behield.

Van juni tot september 1940 had hij tijdelijk het commando over Infanterie-Regiment 507, waarmee hij deelnam aan de veldtocht in Frankrijk. Vervolgens werd hij overgeplaatst naar de Führerreserve. In november 1940 werd Scherer bevorderd tot Generalmajor. Van maart tot september 1941 fungeerde hij als commandant van het hoofdkwartier van het Oberkommando des Heeres (OKH) te Zossen.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Bevel over de 281e Sicherungs-Division

Op 1 oktober 1941 kreeg Scherer het bevel over de 281e Sicherungs-Division. Deze eenheid had als opdracht het beveiligen van de achterhoedegebieden aan het Oostfront. De divisie was belast met het bestrijden van partizanen, het neutraliseren van verspreide Sovjet-eenheden en het onderdrukken van vermeend verzet. Tussen Pasen en het einde van 1941 werden, volgens eigen opgave, meer dan 300 personen geëxecuteerd en 23 dorpen platgebrand.

De omsingeling van Cholm

In januari 1942 bevond een gecombineerd detachement van troepen uit de 281e Sicherungs-Division, politiedetachementen en andere eenheden zich in de stad Cholm. Daar raakten zij omsingeld door Sovjetstrijdkrachten. Deze situatie, bekend als de “Kessel von Cholm”, duurde van januari tot mei 1942. Aanvankelijk omvatte de troepenmacht onder Scherers bevel circa 3.500 soldaten. Door aanvoer van bijkomende eenheden liep dit aantal op tot ongeveer 6.000. De eenheid stond bekend als “Kampfgruppe Scherer”.

Op 19 januari 1942 werden volgens het oorlogsdagboek van het OKH zware partizanenaanvallen genoteerd. De stad werd gedurende weken van meerdere zijden aangevallen met intensieve artilleriebeschietingen. Eind februari leek een inname door het Rode Leger nabij. Scherer gaf aan dat extra infanterie nodig was, ondanks de aanwezigheid van artillerie en zware wapens.

Op 13 maart 1942 gaf Adolf Hitler bevel tot versterking van de Kampfgruppe. Uiteindelijk arriveerde enkel een bataljon van het Luftwaffen-Feld-Regiment 1 per vliegtuig. Op 5 mei 1942 slaagde een Duitse eenheid erin om de omsingeling te doorbreken. Tot 9 mei konden bijna 1.000 gewonden worden geëvacueerd. Scherer gaf het commando over de divisie in juni 1942 over aan Generalmajor Wilhelm-Hunold von Stockhausen en vertrok vervolgens met verlof.

Voor zijn rol in de verdediging van Cholm werd Scherer op 20 februari 1942 onderscheiden met het Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes. Op 5 mei 1942 ontving hij de Eichenlaub als aanvullende onderscheiding op het Ritterkreuz. De Wehrmacht erkende pas op 6 mei 1942 officieel de drie maanden durende omsingeling.

Vervolg militaire carrière

Na zijn verlof werd Scherer op 5 september 1942 benoemd tot commandant van de 34e Infanterie-Divisie. Op 1 november 1942 volgde zijn bevordering tot Generalleutnant. Korte tijd later, op 2 november 1942, kreeg hij het bevel over de 83e Infanterie-Divisie. Deze divisie was actief aan het oostfront, aanvankelijk in het centrale gebied, later in het noorden. Gedurende 1943 leed de divisie zware verliezen en moest zij herhaaldelijk worden gereorganiseerd. Scherer bleef aan als commandant tot 1 maart 1944, waarna hij werd opgevolgd door Oberst Wilhelm Heun.

Op 15 april 1944 werd hij benoemd tot inspecteur van de kustverdediging in het Reichskommissariat Ostland, een functie binnen de militaire bezettingsstructuur in de Baltische gebieden. In augustus 1944 werd hij overgeplaatst naar de Führerreserve. In april 1945 werd hij door het AOK van de 4e Pantserleger belast met de verdediging van de frontlijn aan de Schwarze Elster. Hij kreeg hierbij de leiding over de aanwezige veldgendarmerie en had zijn commandopost in Bad Liebenwerda.

Na de oorlog

Na de Duitse capitulatie werd Scherer krijgsgevangene gemaakt. In tegenstelling tot verschillende andere hogere Wehrmachtofficieren is er geen publieke registratie van een proces of berechting tegen hem wegens oorlogsmisdaden. Na zijn vrijlating keerde hij terug naar West-Duitsland. Op 17 mei 1951 kwam hij om het leven bij een verkeersongeval nabij Ludwigsburg.

Militaire rangen

  • Leutnant: 1910
  • Oberstleutnant (Politie): 1935
  • Oberst: 1937
  • Generalmajor: 1940
  • Generalleutnant: 1942

Onderscheidingen

  • Eisernes Kreuz 1914 (2e en 1e klasse)
  • Spange zum Eisernen Kreuz 1939 (2e en 1e klasse)
  • Ritterkreuz des Eisernen Kreuzes (20 februari 1942)
  • Eichenlaub bij het Ritterkreuz (5 mei 1942)
  • Cholmschild (31 oktober 1942)

Betrokkenheid bij oorlogsmisdaden

De 281e Sicherungs-Division, onder bevel van Theodor Scherer vanaf oktober 1941, opereerde in het achtergebied van het Oostfront. Deze divisie was belast met de bestrijding van partizanen en het handhaven van de Duitse bezetting. Volgens de eigen rapportages van de divisie werden tussen Pasen en eind 1941 meer dan 300 personen geëxecuteerd en werden 23 dorpen verwoest. Deze acties vonden plaats onder Scherers commando.

Op 5 augustus 1941 werd het personeel van de divisie schriftelijk verzocht geen informatie over massa-executies te vermelden in rapporten of in gesprekken met burgers. Deze richtlijn wijst op het systematische karakter van de misdaden en de wens tot afscherming van de betrokkenheid bij deze daden.

Hoewel Scherer na de oorlog niet juridisch is vervolgd, wijst zijn leiding over een eenheid die betrokken was bij systematisch geweld tegen de burgerbevolking op zijn operationele verantwoordelijkheid. Zijn rol past binnen het bredere kader van de bezettingspolitiek van de Wehrmacht in Oost-Europa, waarin repressie, vergelding en collectieve straffen vaak voorkwamen.

Conclusie

Theodor Scherer was een Duitse militair wiens carrière zich uitstrekte over beide wereldoorlogen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij vooral bekend vanwege zijn leiding over de verdediging van Cholm. Naast zijn militaire prestaties stond hij echter ook aan het hoofd van een eenheid die betrokken was bij oorlogsmisdaden tegen de burgerbevolking in de Sovjet-Unie. Zijn levensloop weerspiegelt de complexiteit van individuele verantwoordelijkheid binnen een breder militair systeem dat structureel gebruik maakte van geweld tegen niet-strijders. Na de oorlog leidde hij een onopvallend bestaan tot zijn overlijden in 1951.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: Bundesarchiv, Bild 101I-004-3633-39A / Muck, Richard / CC-BY-SA 3.0CC BY-SA 3.0 DE, via Wikimedia Commons
  2. Forczyk, Robert (2012). Demyansk 1942–43: The frozen fortress. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-84908-552-6.
  3. Hill, Alexander (2019). Soviet Partisan vs German Security Soldier: Eastern Front 1941–44. Oxford: Osprey Publishing. ISBN 978-1-47282-566-7.
  4. Lucas, James (2014). Hitler’s Commanders: German Action in the Field 1939-1945. Barnsley: Frontline Books. ISBN 978-1-84832-736-8.
  5. Lower, Wendy (2005). Nazi Empire-Building and the Holocaust in Ukraine. Chapel Hill: University of North Carolina Press. ISBN 0-8078-2960-9.
  6. Fellgiebel, Walther-Peer (2000). Die Träger des Ritterkreuzes des Eisernen Kreuzes 1939–1945. Friedberg: Podzun-Pallas. ISBN 978-3-7909-0284-6.
  7. Thomas, Franz (1998). Die Eichenlaubträger 1939–1945 Band 2: L–Z. Osnabrück: Biblio-Verlag. ISBN 978-3-7648-2300-9.
  8. Schramm, Percy E. (Hrsg.) (1982). Kriegstagebuch des Oberkommandos der Wehrmacht 1942. München: Deutsche Verlags-Anstalt. ISBN 3-421-01935-5.
  9. Mitcham, Samuel W. (2007). German Order of Battle: 1st–290th Infantry Divisions in World War II. Stackpole Books. ISBN 978-0-8117-3416-5.
  10. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946