Home Schepen Torpedobootjagers HMS Havelock: Britse torpedobootjager 1939–1946

HMS Havelock: Britse torpedobootjager 1939–1946

HMS Havelock, Britse torpedobootjager, varend in camouflagekleuren tijdens patrouille in de Atlantische Oceaan, circa 1942.
De Britse torpedobootjager HMS Havelock in Atlantische camouflage, ingezet voor konvooibegeleiding en onderzeebootbestrijding.

HMS Havelock was een torpedobootjager van de Britse Royal Navy die diende tijdens de Tweede Wereldoorlog. Oorspronkelijk besteld door de Braziliaanse marine onder de naam Jutahy, werd het schip kort na het uitbreken van de oorlog overgenomen door het Verenigd Koninkrijk. Gedurende haar actieve dienst nam HMS Havelock deel aan meerdere maritieme operaties, waaronder de Noorse campagne van 1940, de konvooibegeleiding in de Atlantische Oceaan en de bescherming van invasie- en bevoorradingskonvooien voorafgaand aan D-Day. Haar ontwerp werd tijdens de oorlog aangepast aan veranderende dreigingen op zee.

Ontwerp en constructie

HMS Havelock behoorde tot de H-klasse torpedobootjagers die oorspronkelijk volgens Britse standaardontwerpen werden gebouwd voor export naar Brazilië. Op 8 december 1937 werd de opdracht voor het schip verstrekt aan de scheepswerf J. Samuel White in Cowes. De kiellegging vond plaats op 31 mei 1938, waarna het schip te water werd gelaten op 16 oktober 1939. Door de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog werd het schip op 5 september 1939 overgenomen door de Royal Navy en op 10 februari 1940 in dienst gesteld onder de naam HMS Havelock .

De romp van het schip was 98,5 meter lang en 10,1 meter breed, met een diepgang van 3,8 meter. De waterverplaatsing bedroeg 1.350 lange ton (standaard) tot 1.883 lange ton (volledig beladen). De voortstuwing bestond uit twee Parsons stoomturbines die via twee schroefassen een vermogen leverden van 34.000 shp, wat een topsnelheid van 36 knopen mogelijk maakte. Drie Admiralty 3-drum ketels leverden de benodigde stoom. Met een brandstofcapaciteit van 470 lange ton olie kon het schip 5.530 zeemijlen afleggen bij een snelheid van 15 knopen.

Bewapening

De originele bewapening van HMS Havelock omvatte vier enkelvoudige 4,7-inch (120 mm) Mk IX kanonnen, gemonteerd op de posities ‘A’, ‘B’, ‘X’ en ‘Y’. Tijdens de uitrusting werd het ‘Y’-kanon verwijderd om ruimte te maken voor meer dieptebommen.

De antischeepsbewapening bestond uit twee viervoudige torpedobuizen voor 21-inch torpedo’s. De luchtafweer bestond oorspronkelijk uit twee viervoudige .50 inch Vickers machinegeweren. Tijdens de oorlog werden deze vervangen door twee Oerlikon 20 mm-kanonnen, geplaatst op de vleugels van de brug. Een 12-ponder luchtafweerkanon werd in oktober 1940 toegevoegd ter vervanging van de achterste torpedobuizen .

Later in de oorlog werd het voorste ‘A’-kanon verwijderd ten gunste van een Hedgehog anti-submarine mortier, waarmee de nadruk verschoof naar onderzeebootbestrijding. Het aantal dieptebommen werd verhoogd tot 110, verspreid over drie rails en acht werpers.

Bepantsering

Zoals gebruikelijk bij torpedobootjagers uit deze klasse beschikte HMS Havelock niet over zware bepantsering. De focus van het ontwerp lag op snelheid, wendbaarheid en slagkracht, met beperkte bescherming tegen vijandelijk vuur. De opbouw was grotendeels van staal, maar bood geen bescherming tegen voltreffers van zwaardere artillerie of luchtaanvallen. Hierdoor was het schip afhankelijk van zijn mobiliteit, de escortefunctie en tactische ondersteuning van andere schepen voor verdediging.

Sensoren en dataverwerking

Vanaf haar voltooiing beschikte HMS Havelock over een ASDIC-installatie, een vorm van sonar die geluidsgolven gebruikte om onderzeeërs te detecteren. Daarnaast werd zij uitgerust met een HF/DF-richtingzoeker (High Frequency Direction Finding), waarmee vijandelijke radiocommunicatie kon worden opgespoord.

Later in de oorlog kreeg het schip een Type 271-radar op de brug, die doelindicatie mogelijk maakte, en een Type 286-radar voor oppervlakteverkenning op korte afstand. De HF/DF-installatie werd in een later stadium verplaatst naar een paalmast om beter bereik te realiseren.

Modificaties

De operationele omstandigheden vereisten meerdere aanpassingen aan HMS Havelock. Voor de voltooiing werd al een HF/DF-systeem geïnstalleerd. In oktober 1940 werd het achterste torpedowapen vervangen door een 12-ponder luchtafweergeschut. De twee originele .50 inch machinegeweren werden verwijderd en vervangen door Oerlikons op de brugvleugels.

Tijdens haar ombouw tot escortdestroyer kreeg het schip een Hedgehog-werpinstallatie op de plek van het ‘A’-kanon, en extra opslag voor dieptebommen verving de 12-ponder. Ook werden de Type 271- en 286-radars toegevoegd, en werden oudere bewapeningssystemen verwijderd of vervangen voor een betere balans tussen luchtafweer en onderzeebootbestrijding.

Status schip tijdens de oorlog

Gedurende de oorlog bleef HMS Havelock technisch operationeel, al golden sommige onderdelen in het middensegment van het conflict als verouderd. In het bijzonder werd haar luchtafweer als onvoldoende beschouwd voor inzet in het Middellandse Zeegebied. Dit leidde ertoe dat zij na tijdelijke toewijzing aan Force H in Gibraltar in 1941 werd teruggeplaatst naar de Atlantische konvooidiensten.

Toch werd het schip regelmatig gemoderniseerd. De upgrades aan de radarsystemen, sonarapparatuur en bewapening stelden haar in staat om haar taken als escortdestroyer doeltreffend te blijven uitvoeren tot het einde van de oorlog. Regelmatige refits in onder andere Liverpool zorgden ervoor dat HMS Havelock steeds werd aangepast aan de operationele eisen van het moment.

Operationele geschiedenis

Noorse campagne

Kort na haar indienststelling in februari 1940 werd HMS Havelock toegewezen aan de 9e Torpedobootjager Flottille onder het Western Approaches Command. In mei van dat jaar werd het schip tijdelijk overgeplaatst naar de Home Fleet voor deelname aan de geallieerde operaties in Noorwegen. Op 12 en 13 mei ondersteunde Havelock de landingen bij Bjerkvik tijdens de Slag om Narvik, waarbij zij vuursteun leverde en tijdelijk een Franse mortierbatterij op haar dek vervoerde.

Gedurende de rest van mei voerde Havelock artilleriesteun uit in het gebied rond Narvik. In de nachten van 30 en 31 mei evacueerde zij troepen van Bodø naar Harstad en Borkenes. Op 7 en 8 juni escorteerde zij transportschepen die troepen uit het Narvikgebied evacueerden.

Konvooidiensten en inzet bij Force H

Na de Noorse campagne hervatte Havelock haar werkzaamheden bij de 9e Flottille, die in december 1940 werd hernoemd tot 9e Escortegroep. Tot medio 1941 was haar taak hoofdzakelijk het begeleiden van geallieerde konvooien in de Atlantische Oceaan. In mei 1941 werd het schip tijdelijk overgeplaatst naar Force H in Gibraltar als extra escorte tijdens Operatie Tiger. Admiraal James Somerville achtte de luchtafweer van het schip echter onvoldoende voor operaties in de Middellandse Zee, waarna zij terugkeerde naar de Noord-Atlantische wateren.

Escortegroep B-5 en Atlantische strijd

In maart 1942 werd HMS Havelock het leiderschip van Escortegroep B-5 binnen de Mid-Ocean Escort Force. Gedurende deze periode escorteerde zij tientallen konvooien door de Noord-Atlantische Oceaan, vaak onder zware aanvallen van Duitse U-boten.

Een van de meest belaste operaties betrof de begeleiding van Konvooi TM 1 (Trinidad–Gibraltar) van 28 december 1942 tot 14 januari 1943. Ondanks het escorte gingen zeven van de negen tankers verloren. Havelock wist tijdens deze gevechten U-436 te beschadigen met dieptebommen.

In maart 1943 nam ze deel aan de bescherming van Konvooi SC 122, een van de grootste en zwaarste konvooislagen van de oorlog. Later dat jaar opereerde de escortegroep in de Golf van Biskaje, waar zij samen met de RAF U-boten aanviel die hun basissen aan de Franse westkust verlieten.

Operatie Overlord en gevechten in 1944

Begin 1944 werd HMS Havelock overgeplaatst naar de 14e Escortegroep ter ondersteuning van Operatie Overlord, de geallieerde invasie van Normandië. In juni 1944 bracht zij, samen met de torpedobootjagers Fame en Inconstant, U-767 tot zinken op 18 juni.

Na een grote onderhoudsbeurt in Liverpool tussen juli en september 1944 werd zij opnieuw ingezet als escorte voor konvooien langs de Britse kust. Begin 1945 werd Havelock ingezet bij een aanval op een wrak, dat werd aangezien voor U-242. Het bleek later het wrak van U-246 te zijn.

Na de oorlog

Na de capitulatie van Duitsland in mei 1945 kreeg HMS Havelock de taak om Duitse U-boten die zich hadden overgegeven van Loch Alsh naar Lough Foyle te begeleiden. Op 27 mei escorteerde zij het schip dat de Noorse regering in ballingschap terugbracht naar Oslo.

Tot juni 1945 bleef zij in Noorse wateren en werd vervolgens toegewezen aan de Royal Navy als oefendoel voor luchtvaarttraining. Deze taak vervulde zij tot halverwege 1946. Op 18 februari 1946 werd HMS Havelock formeel goedgekeurd voor uitdienststelling en op 2 augustus overgeplaatst naar de C-reserve. Op 31 oktober van dat jaar werd zij verkocht voor sloop en in Inverkeithing ontmanteld.

Conclusie

HMS Havelock vertegenwoordigde een type oorlogsschip dat gedurende de Tweede Wereldoorlog werd aangepast aan de veranderende behoeften van maritieme oorlogsvoering. Oorspronkelijk ontworpen voor conventionele gevechten, werd zij tijdens de oorlog omgevormd tot escortdestroyer met gespecialiseerde middelen tegen onderzeeërs.

Hoewel haar luchtafweercapaciteiten beperkingen kenden, speelde zij een rol in diverse maritieme operaties, waaronder de Noorse campagne, Atlantische konvooibegeleiding, en ondersteuning tijdens Operatie Overlord. Dankzij doorlopende modernisering en inzetbaarheid bleef HMS Havelock tot het einde van de oorlog operationeel bruikbaar.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: HMS Havelock Public Domain, via Wiki Commens
  2. Brown, David K. (2007). Atlantic Escorts: Ships, Weapons & Tactics in World War II. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-012-2.
  3. English, John (1993). Amazon to Ivanhoe: British Standard Destroyers of the 1930s. Kendal, England: World Ship Society. ISBN 0-905617-64-9.
  4. Friedman, Norman (2009). British Destroyers From Earliest Days to the Second World War. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-081-8.
  5. Haarr, Geirr H. (2010). The Battle for Norway: April–June 1940. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 978-1-59114-051-1.
  6. Lenton, H. T. (1998). British & Empire Warships of the Second World War. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-55750-048-7.
  7. Rohwer, Jürgen (2005). Chronology of the War at Sea 1939–1945: The Naval History of World War Two (Third Revised ed.). Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 1-59114-119-2.
  8. Whitley, M. J. (1988). Destroyers of World War Two: An International Encyclopedia. Annapolis, Maryland: Naval Institute Press. ISBN 0-87021-326-1.
  9. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946