Home Slagen, Veldtochten, Zeeslagen en Operaties Derde Slag aan de Aisne – Duitse aanval 1918

Derde Slag aan de Aisne – Duitse aanval 1918

Kaart van het westfront op 15 juli 1918 met Duitse en geallieerde posities tijdens het laatste offensief in de Eerste Wereldoorlog.
Kaart van het Westfront op 15 juli 1918, waarop de frontlinies tijdens het laatste Duitse offensief zijn weergegeven.

De Derde Slag aan de Aisne vond plaats tussen 27 mei en 6 juni 1918 en maakte deel uit van het Duitse lenteoffensief aan het westfront tijdens de Eerste Wereldoorlog. De operatie, door de Duitse legerleiding aangeduid als Operatie Blücher-Yorck, had als doel de Franse en Britse linies te doorbreken en de weg naar Parijs te openen voordat de Amerikaanse troepen volledig in Frankrijk waren aangekomen. De gevechten concentreerden zich rond het gebied van de Chemin des Dames, tussen Soissons en Reims. Ondanks grote Duitse terreinwinsten werd het offensief uiteindelijk tot staan gebracht door geallieerde tegenaanvallen, waarmee het strategische initiatief definitief verloren ging.

Militaire en Politieke Situatie

Na vier jaar van loopgravenoorlog verkeerde Duitsland begin 1918 in een complexe militaire en politieke situatie. De Vrede van Brest-Litovsk had aan het oostfront een tijdelijke rust gebracht, waardoor grote aantallen Duitse troepen konden worden overgebracht naar Frankrijk. Tegelijkertijd vormde de aanstaande aankomst van het Amerikaanse expeditieleger een groeiende bedreiging voor de Duitse strategie.

De Oberste Heeresleitung (OHL), onder leiding van veldmaarschalk Paul von Hindenburg en generaal Erich Ludendorff, besloot daarom tot een reeks offensieven aan het westfront om de geallieerden te dwingen tot onderhandelingen voordat de Amerikaanse troepenmacht volledig inzetbaar was. Politiek gezien werd deze militaire druk ook gezien als een middel om de Duitse bevolking, die gebukt ging onder voedseltekorten en oorlogsmalaise, nieuw vertrouwen te geven in een mogelijke overwinning.

Locatie

De gevechten vonden plaats in Noord-Frankrijk, in het gebied tussen de rivieren Aisne en Marne. De Chemin des Dames, een heuvelrug tussen de steden Soissons en Reims, had sinds 1914 strategische betekenis. Het terrein bestond uit kalkstenen hoogtes met diepe kloven, moeilijk begaanbare bossen en talrijke dorpen die tijdens eerdere gevechten zwaar verwoest waren.

De ligging van deze heuvelrug maakte het tot een natuurlijke verdedigingslinie. Zowel de Franse als de Duitse legers hadden er gedurende de oorlog uitgebreide loopgraven, bunkers en artillerieposities aangelegd. In 1917 was het gebied nog het toneel geweest van de mislukte Nivelle-offensief onder generaal Robert Nivelle, waarbij honderdduizenden Franse soldaten sneuvelden. Deze geschiedenis maakte de regio bij aanvang van 1918 van grote symbolische waarde.

Militaire Leiders

Aan Duitse zijde stond de operatie onder direct bevel van generaal Erich Ludendorff, die de planning en uitvoering leidde vanuit het hoofdkwartier van de 7e Armee. Het operationele commando lag bij generaal Max von Boehn, met ondersteuning van stafchef Oberst Reinhardt. De operatie viel onder het algehele gezag van kroonprins Wilhelm, commandant van Heeresgruppe Deutscher Kronprinz.

Aan geallieerde zijde was het bevel in handen van generaal Denis Auguste Duchêne, commandant van de Franse 6e Armee, bijgestaan door het Britse IX Corps onder luitenant-generaal Sir Alexander Hamilton-Gordon. De Franse opperbevelhebber Henri-Philippe Pétain waarschuwde Duchêne om geen troepen te dicht bij de frontlinie te plaatsen, maar deze adviezen werden grotendeels genegeerd, wat desastreuze gevolgen had tijdens de openingsfase van het offensief.

Doelstelling en Planning

Het Duitse plan, bekend als Operatie Blücher-Yorck, was bedoeld als een afleidingsaanval binnen het bredere kader van het lenteoffensief, ook wel de Kaiserschlacht genoemd. Ludendorff hoopte dat een snelle doorbraak aan de Aisne de geallieerden zou dwingen troepen van het Britse front in Vlaanderen weg te trekken, waardoor een later offensief in het noorden, Operatie Hagen, meer kans van slagen zou hebben.

De voorbereiding was nauwkeurig. Het Duitse leger concentreerde 29 infanteriedivisies, ondersteund door 4.600 artilleriestukken en meer dan 500 vliegtuigen. De troepen werden in de nacht van 26 op 27 mei in stelling gebracht over een front van ongeveer 55 kilometer tussen Vauxaillon en Brimont. Het plan voorzag in een intensief artilleriebombardement, gevolgd door de inzet van Sturmtruppen, speciaal getrainde infanterie-eenheden die snel door vijandelijke linies konden breken.

Militaire Eenheden

De Duitse troepenmacht bestond voornamelijk uit de 7e Armee, die was verdeeld in vijf korpsgroepen.

  1. Gruppe François (VII Armee-Korps): 211e en 241e Infanteriedivisie
  2. Gruppe Larisch (Generalkommando 54): 5e en 6e Infanteriedivisie, met de 6e Beierse Reserve als steun
  3. Gruppe Wichura (VIII Reserve-Korps): 14e Reserve-, 37e en 113e Infanteriedivisie
  4. Gruppe Winckler (XXV Reserve-Korps): 1e Gardedivisie, 33e Infanteriedivisie en 10e Reserve-Divisie
  5. Gruppe Conta (IV Reserve-Korps): 10e, 28e en 5e Gardedivisie

Aan Franse zijde beschikte Duchêne over 14 infanteriedivisies en 4 cavaleriedivisies, ondersteund door circa 1.400 artilleriestukken. De Britten leverden vier divisies (8e, 21e, 25e en 50e), die na zware verliezen in eerdere veldslagen in Vlaanderen naar dit relatief rustige front waren verplaatst om te herstellen.

Het Verloop van de Slag

In de vroege ochtend van 27 mei 1918, om 02:00 uur, openden de Duitse artillerie-eenheden het vuur met een massaal bombardement dat meer dan drie uur duurde. Naast hoogexplosieve granaten werden gasgranaten ingezet, gericht op artillerieposities, communicatielijnen en commandoposten. Kort na zonsopkomst trokken de Duitse Sturmtruppen ten aanval, gedekt door een rollend artillerievuur.

De Franse voorste linies werden overrompeld. Doordat generaal Duchêne zijn troepen dicht achter de frontlijn had geplaatst, waren de verliezen enorm. Binnen enkele uren stortten de geallieerde posities langs de Chemin des Dames in. Britse brigades, waaronder de 150e Brigade van brigadier-generaal Hubert Rees, werden vrijwel volledig gevangen genomen.

Tegen de middag hadden de Duitse troepen de rivier de Aisne overgestoken. De opmars verliep sneller dan verwacht; sommige eenheden drongen tot 25 kilometer diep door. De steden Soissons en Vailly-sur-Aisne vielen binnen twee dagen in Duitse handen. Op 29 mei werd ook Fère-en-Tardenois bereikt en rukten Duitse verkenningseenheden op tot op slechts 56 kilometer van Parijs.

Hoewel de Duitse opmars aanvankelijk succes boekte, stuitte zij begin juni op toenemende weerstand. De Franse opperbevelhebber Ferdinand Foch stuurde versterkingen, waaronder Amerikaanse eenheden van de 3e en 2e Divisie. In de omgeving van Château-Thierry en Belleau Wood leverden Amerikaanse mariniers hevige gevechten die de Duitse opmars stopten.

Op 6 juni 1918 kwam het offensief tot stilstand. De Duitse troepen waren uitgeput, de aanvoerlijnen overbelast en de verliezen zwaar. Pogingen om door te breken naar de Marne werden door gecoördineerde tegenaanvallen afgeslagen.

Resultaat

Het tactische resultaat van de Derde Slag aan de Aisne was voor Duitsland aanvankelijk gunstig. Binnen enkele dagen werd een terreinwinst van ongeveer 55 kilometer behaald, waarmee de Duitsers dichter bij Parijs kwamen dan sinds 1914. Strategisch gezien echter betekende het offensief een mislukking. De geallieerde linies bleven standhouden, en het Duitse leger raakte verzwakt door zware verliezen en logistieke problemen.

De Fransen en Britten konden dankzij de aanvoer van Amerikaanse troepen en herstelde reserves de linies stabiliseren. De Duitse plannen voor een groot offensief in Vlaanderen werden daardoor onmogelijk. Politiek leidde de mislukking tot groeiende twijfel binnen de Duitse legerleiding en bij de burgerbevolking over de haalbaarheid van een overwinning.

Militaire en Burger Slachtoffers

De verliezen tijdens de slag waren uitzonderlijk hoog. De Duitse legers verloren naar schatting 130.000 soldaten, terwijl de geallieerden gezamenlijk ongeveer 127.000 slachtoffers leden. Daaronder bevonden zich circa 98.000 Franse, 28.000 Britse en 11.000 Amerikaanse militairen.

Duitsland kon deze verliezen slechts gedeeltelijk aanvullen. Hoewel er nog reserves beschikbaar waren, was de kwaliteit van de versterkingen afgenomen door uitputting en het tekort aan ervaren officieren. De geallieerden konden daarentegen rekenen op voortdurende versterking door Amerikaanse troepen, waarvan dagelijks duizenden aankwamen in Franse havens.

Burgerslachtoffers vielen vooral door artilleriebeschietingen en bombardementen in dorpen nabij de frontlijn. Veel lokale bewoners waren reeds geëvacueerd, maar de schade aan woningen, boerderijen en infrastructuur was omvangrijk.

Materiële Verliezen

De materiële schade was aanzienlijk. Duitsland verloor meer dan 800 artilleriestukken en talloze voertuigen die bij de snelle opmars waren achtergelaten. De geallieerden verloren eveneens honderden kanonnen en duizenden geweren tijdens de eerste doorbraak.

De logistieke situatie aan Duitse zijde verslechterde snel. Munitie, brandstof en voedselvoorraden konden de oprukkende troepen niet tijdig bereiken. De artillerie liep vast door kapotte bruggen en vernielde wegen. Hierdoor verzwakte het Duitse vuursteunvermogen aanzienlijk.

Aan geallieerde zijde kon de bevoorrading dankzij beter georganiseerde spoor- en wegverbindingen snel worden hersteld. Binnen twee weken was het merendeel van het verloren materieel vervangen, terwijl de Duitse bevoorrading nog steeds afhankelijk bleef van overbelaste spoorlijnen.

Conclusie

De Derde Slag aan de Aisne leverde geen duurzaam voordeel op voor Duitsland. Hoewel de oorspronkelijke doelstellingen, het doorbreken van de geallieerde linies en het afdwingen van een strategische verschuiving, aanvankelijk leken te slagen, werd de opmars uiteindelijk tot stilstand gebracht. De verliezen aan manschappen en materieel waren niet te compenseren, en de geallieerden herstelden zich sneller dan verwacht dankzij Amerikaanse steun.

De mislukking van Operatie Blücher-Yorck markeerde het begin van de terugval van het Duitse leger. Binnen enkele weken volgde de Tweede Slag aan de Marne, waarbij de geallieerden definitief het initiatief herwonnen. De Derde Slag aan de Aisne wordt daarom beschouwd als een keerpunt dat het einde van de Duitse offensieve capaciteit aan het westfront inluidde.

Bronnen en Meer Informatie

  1. Bennett, Geoffrey (2005). Naval Battles of the First World War. Barnsley: Pen & Sword Military Classics. ISBN 978-1-84415-300-8
  2. Hart, Peter (2008). 1918: A Very British Victory. London: Phoenix Books. ISBN 978-0-7538-2689-8
  3. Evans, Martin Marix (2002). 1918: The Year of Victories. Arcturus Military History Series, London: Arcturus. ISBN 0-572-02838-5
  4. Zabecki, David T. (1998). The German 1918 Offensives: A Case Study in the Operational Level of War. London: Routledge. ISBN 978-0-7146-4938-5
  5. Stegemann, Hermann (1921). Geschichte des Krieges, Band IV. Stuttgart: Deutsche Verlagsanstalt
  6. Reichsarchiv (1944). Der Weltkrieg 1914 bis 1918, Band XIV: Die Kriegführung an der Westfront im Jahre 1918. Berlin: E.S. Mittler & Sohn
  7. Giraud, Victor (1920). Bataille de l’Aisne. Histoire de la Grande Guerre. Paris: Librairie Hachette
  8. Kronprinz Wilhelm (1923). Meine Erinnerungen. Berlin: E.S. Mittler & Sohn
  9. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946