Ferdinand Foch (1851–1929) was een Franse artillerieofficier die in 1918 het opperbevel kreeg over de geallieerde legers aan het Westfront. Hij was opgeleid aan de École Polytechnique en werkte vóór 1914 als stafofficier en docent aan het Oorlogscollege. Tijdens de oorlog voerde hij achtereenvolgens het bevel over een legerkorps, een leger en een legergroep. In augustus 1918 werd hij maarschalk van Frankrijk.
Vroege leven en opleiding
Familie, jeugd en schooltijd
Foch werd geboren in Tarbes in een katholiek burgerlijk gezin. Zijn vader was belastinginner en afkomstig uit Comminges; zijn moeder stamde uit een familie met militaire ervaring. Door verhuizingen volgde hij onderwijs in Tarbes, Gourdan-Polignan, Rodez en Lyon. Hij bezocht jezuïetencolleges in Saint-Étienne en Metz, maar verliet Metz in 1870 toen het college door Pruisische troepen werd bezet. Tijdens de oorlog van 1870 meldde hij zich bij het 4e Infanterieregiment zonder gevechtsdeelname.
Polytechnique en vorming tot artillerieofficier
Na 1870 werd Foch in november 1871 toegelaten tot de École Polytechnique. Hij koos daarna de richting artillerie en genie en studeerde in 1873 af aan de School voor Toegepaste Artillerie en Ingenieurswetenschappen. Als luitenant diende hij bij het 24e Artillerieregiment in Tarbes. In 1876 volgde hij een opleiding bereden artillerie in Saumur. Hij werd kapitein op 30 september 1878 en werkte vanaf 1879 in Parijs bij het centrale artilleriedepot.
Stafwerk, onderwijs en publicaties
Op 5 november 1883 trouwde Foch in Saint-Brieuc met Julie Bienvenüe; het echtpaar kreeg vier kinderen. In 1885 werd hij leerling aan de École Supérieure Militaire en liep hij stage bij de generale staf, waarna hij bij het 16e Legerkorps werd geplaatst. Tussen 1895 en 1901 doceerde hij aan het Oorlogscollege militaire geschiedenis, strategie en algemene tactiek. Zijn analyses van de oorlog van 1870 en van Napoleontische campagnes vormden een basis voor latere publicaties over oorlogvoering.
Politieke context en hogere bevelen vóór 1914
Zijn loopbaan viel samen met spanningen rond kerk en staat, waaronder de Affaire des Fiches. Zijn broer Germain was jezuïet, maar Foch werd toch luitenant-kolonel (1898), kolonel (1903) en brigadegeneraal (1907). In oktober 1908 werd hij directeur van het Oorlogscollege en bleef dat tot augustus 1911; in 1911 volgde bevordering tot generaal-majoor. In 1913 kreeg hij het bevel over het 20e Legerkorps in Nancy.
Deelname aan de Eerste Wereldoorlog
1914: Lorraine, terugtocht en stelling rond Nancy
Bij het uitbreken van de oorlog voerde Foch het bevel over het 20e Legerkorps in het Tweede Leger van de Castelnau. In augustus 1914 nam het korps deel aan het offensief in Lorraine richting Sarrebourg en Morhange; op 20 augustus volgde een terugtochtbevel. De gevechten brachten zware verliezen en leidden tot hergroepering rond Nancy, met stellingen bij het Grand-Couronné. Sommige beschrijvingen benadrukken dat hij de terugtocht afdekte; kritische analyses wijzen op offensief handelen met hoge verliezen en verlies van materieel.
1914: Negende Leger en de Slag aan de Marne
In september 1914 benoemde Joffre hem tot commandant van het Negende Leger aan de Marne. Met stafchef Maxime Weygand organiseerde hij verdediging en tegenaanvallen om het Duitse offensief in zijn sector te stoppen. Aan hem wordt vaak een korte zin toegeschreven waarin hij een moeilijke situatie als aanleiding voor een aanval beschrijft, maar de bron is niet eenduidig. In dezelfde periode werd zijn gezin geraakt: schoonzoon Paul Bécourt en zoon Germain sneuvelden op 22 augustus 1914.
1914: Noordelijke zone, Race naar de Zee en Ieper
Na de Marne werd Foch op 4 oktober 1914 plaatsvervangend opperbevelhebber voor de noordelijke zone. Tijdens de Race naar de Zee moesten legers zich snel verplaatsen om open flanken te sluiten en havens en spoorlijnen te beveiligen. Hij werkte in een gebied waar Franse, Britse en Belgische eenheden tegelijk opereerden. Duitse aanvallen in oktober werden afgeslagen, waarna de strijd rond Ieper het front in Vlaanderen consolideerde.
1915–1916: Artois, Somme en de gevolgen van uitputtingsslagen
In 1915 en 1916 kreeg Foch opdrachten op leger- en legergroepniveau en was hij betrokken bij offensieven in Artois en aan de Somme. De operaties waren gericht op doorbraken in versterkte linies en vergden langdurige artillerie-inzet en herhaalde infanterieaanvallen. Franse verliesoverzichten noemen voor deze campagnes zeer hoge aantallen doden en gewonden. De beperkte terreinwinst leidde tot kritiek, waarna Joffre hem in december 1916 onthefte van het commando over de Noordelijke Legergroep.
1917: generale staf, onderzoekswerk en overleg met bondgenoten
In januari 1917 kreeg Foch tijdelijk het commando over de Oostelijke Legergroep en onderzoekstaken rond Zwitserse neutraliteit. Nadat Pétain in mei 1917 Nivelle opvolgde, werd Foch chef van de generale staf van het Franse leger. Hij ondersteunde de regering als technisch adviseur en nam deel aan intergeallieerde conferenties over strategie en reserves. Daarnaast werkte hij mee aan de commissie die het Aisne-offensief van april 1917 onderzocht en personele wijzigingen adviseerde.
1917–begin 1918: Italië en de Opperste Oorlogsraad
Na Caporetto (oktober 1917) werd Foch naar Italië gestuurd om de samenwerking met bondgenoten te versterken. Frankrijk en Groot-Brittannië stuurden divisies en zware artillerie; generaal Duchêne voerde het bevel over de Frans-Britse steun. Foch werkte in Treviso aan afstemming van operaties, aanvoer en bevelslijnen. Op 7 november 1917 werd in Versailles de Opperste Oorlogsraad opgericht om gezamenlijke planning te verbeteren.
1918: generalissimo, geallieerd offensief en wapenstilstand
Op 26 maart 1918 kreeg Foch in Doullens de opdracht de geallieerde acties aan het Westfront te coördineren; in april werd hij opperbevelhebber van de geallieerde legers in Frankrijk. In Abbeville werd zijn bevoegdheid uitgebreid tot het westfront. Hij hielp de laatste Duitse offensieven van 1918 af te slaan en begon op 18 juli het tegenoffensief bij de Tweede Slag aan de Marne, met inzet van tanks. In augustus 1918 werd hij maarschalk van Frankrijk en op 11 november 1918 zat hij de delegatie voor bij de wapenstilstand bij Rethondes.
Interbellum: vrede, beleid en publieke rol
Vredesconferentie van Parijs en het Verdrag van Versailles
In januari 1919 begon in Parijs de vredesconferentie waarin de overwinnaars de verdragen opstelden. Het Verdrag van Versailles (28 juni 1919) verplichtte Duitsland tot territoriale afstand, herstelbetalingen en erkenning van verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de oorlog, onder artikel 231. Foch was militair adviseur bij discussies over veiligheid en grenzen. Hij noemde het verdrag een wapenstilstand van twintig jaar. Formeel bleef hij in functie tot 10 januari 1920, toen het verdrag in werking trad.
Hogere Oorlogsraad en internationale titels
Na de oorlog werd Foch voorzitter van de Hogere Oorlogsraad en kreeg hij het Hôtel de Noirmoutier in Parijs als residentie. In 1918 werd hij gekozen tot lid van de Académie française (zetel 18). Buiten Frankrijk ontving hij hoge waardigheden: veldmaarschalk van het Verenigd Koninkrijk (19 juli 1919) en maarschalk van Polen (13 april 1923). In 1921 werd hij ook kolonel van het Koninklijke 22e Regiment. Datzelfde jaar trad hij toe tot de Ridders van Columbus, een katholieke lekenorde.
Oorlogsdenken, publicaties en debat over zijn aanpak
Foch publiceerde over doctrine, onder meer De principes van oorlog (1903) en Het voeren van oorlog (1905). Zijn offensieve concepten waren beïnvloed door negentiende-eeuwse theorie en Napoleontische praktijk. Later werd erop gewezen dat zulke uitgangspunten nieuwe middelen en de industriële schaal van de loopgravenoorlog niet altijd meenamen. Een uitspraak uit 1911 waarin hij vliegtuigen als wetenschappelijk speelgoed omschreef, wordt in dat verband vaak aangehaald. In 1920 benadrukte hij dat commandanten moeten blijven studeren omdat middelen en oplossingen veranderen.
Na de oorlog
Laatste jaren en overlijden in Parijs
In de tweede helft van de jaren twintig nam Foch minder deel aan openbare activiteiten door verslechterende gezondheid. Hij bleef verbonden aan ceremoniële en adviserende taken, maar beperkte verplaatsingen en sociale bijeenkomsten. Op 20 maart 1929 overleed hij in Parijs in het Hôtel de Noirmoutier aan de Rue de Grenelle. Ooggetuigen beschreven dat hij vanuit zijn fauteuil wilde opstaan en daarbij de uitdrukking “Allons-y” gebruikte, waarna hij instortte. De doodsoorzaak werd omschreven als een plotselinge hartstilstand.
Staatsbegrafenis, graf en archief
Op 26 maart 1929 vond een staatsbegrafenis plaats bij de Notre-Dame in Parijs. In 1937 werd Foch bijgezet onder de koepel van Les Invalides in de kapel van Sint-Ambrosius; het grafmonument is van Paul Landowski. Zijn echtgenote, dochters en andere familieleden liggen begraven op Passy, waar ook het verlies van zijn zoon en schoonzoon uit 1914 werd herdacht. Zijn persoonlijke documenten worden bewaard in het Franse Nationaal Archief (fonds 414AP).
Herdenkingen, naamgeving en beeldvorming
Fochs naam bleef na 1929 aanwezig in monumenten en straatnamen. Ook schepen van de Franse marine kregen zijn naam: de zware kruiser Foch (1931) en het vliegdekschip Foch (R 99), vanaf 1960 in dienst en in 2000 in Brazilië hernoemd tot São Paulo. Instellingen zoals het Foch Ziekenhuis in Suresnes en een druivenras (Maréchal Foch) verwijzen eveneens naar hem. Na publicatie van zijn Memorial schreef Georges Clemenceau Grandeurs et misères d’une victoire (1930) als tegenlezing.
Militaire Rangen
Foch werd kapitein (30 september 1878) en promoveerde via staf- en onderwijsfuncties tot luitenant‑kolonel (1898) en kolonel (1903). In 1907 werd hij brigadegeneraal en in 1911 generaal-majoor. In 1913 werd hij korpscommandant van het 20e Legerkorps. Vanaf 30 september 1916 bleef hij officieel in actieve dienst zonder leeftijdsgrens. Deze loopbaan liep uit op zijn benoeming tot maarschalk van Frankrijk in 1918.
| Rang | Jaar / datum |
|---|---|
| Kapitein | 30 september 1878 |
| Luitenant-kolonel | 1898 |
| Kolonel | 1903 |
| Brigadegeneraal | 20 juni 1907 |
| Generaal-majoor | 21 september 1911 |
| Korpscommandant | 1913 |
| Actieve dienst zonder leeftijdsgrens | 30 september 1916 |
Onderscheidingen
Franse onderscheidingen
Foch doorliep in het Legioen van Eer alle graden: ridder (1892), officier (1908), commandeur (1913), grootofficier (1914) en grootkruis (1915). Op 21 december 1916 ontving hij de Militaire Medaille. Verder droeg hij het Oorlogskruis 1914–1918 en de herdenkingsmedaille voor 1870–1871. De data worden doorgaans weergegeven in officiële registers.
Buitenlandse decoraties en waardigheden
Bondgenoten verleenden hem hoge onderscheidingen, waaronder de Belgische Orde van Leopold en Britse orden zoals de Orde van het Bad. Polen kende hem onder meer de Orde van de Witte Adelaar en de Virtuti Militari toe en benoemde hem tot maarschalk van Polen. De Verenigde Staten verleenden een onderscheiding voor voortreffelijke dienst en Letland de Orde van Lāčplēsis (derde klasse). In 1918 ontving hij een eredoctoraat van de Jagiellonische Universiteit.
Conclusie
Ferdinand Foch groeide van artillerieofficier en docent uit tot geallieerd opperbevelhebber in 1918. Zijn loopbaan laat zien hoe pre‑1914 doctrine, stafwerk en coalitiepolitiek samenkwamen in een industriële oorlog. Als coördinator aan het Westfront hielp hij de inzet van reserves en het ritme van offensieven te sturen tot aan de wapenstilstand van 11 november 1918. Na de oorlog bleef hij actief in adviesorganen en uitte hij kritiek op het veiligheidsaspect van Versailles. Zijn nalatenschap bestaat uit archieven, publicaties, monumenten en blijvend debat over offensief denken.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Ray Mentzer (atominfo@aol.com), Public domain, via Wikimedia Commons
- Bugnet, Charles (2017). Luisteren naar maarschalk Foch. Parijs: Bernard Grasset. ISBN 978-2-246-81260-9.
- Greenhalgh, Elizabeth (2013). Foch, chef de guerre. Parijs: Tallandier. ISBN 979-10-210-0272-2.
- Notin, Jean-Christophe (2008). Foch. Parijs: Perrin. ISBN 978-2-262-02357-7.
- Porte, Rémy; Cochet, François; Bach, André (2010). Ferdinand Foch, 1851-1929: leren denken. Parijs: Soteca. ISBN 978-2-916385-43-3.
- Zeller, Léon; Franc, Claude (2018). Souvenirs sur les maréchaux Foch et Pétain. Parijs: Économica. ISBN 978-2-7178-7038-1.
- Foch, Ferdinand (2007). Over de beginselen van oorlog. Parijs: Economica. ISBN 978-2-7178-5480-0.
- Payan-Passeron, André (2024). Tegenwaarheden over de Eerste Wereldoorlog – 1914-2024, honderdtien jaar historische bedrog. Parijs: L’Harmattan. ISBN 978-2-38541-999-8.
- Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946










