
Arthur Coningham werd geboren op 19 januari 1895 in Brisbane, Queensland. Zijn jeugd werd gekenmerkt door instabiliteit. Zijn vader, eveneens Arthur Coningham geheten, was een bekende cricketspeler, maar kwam in opspraak na een gerechtelijke fraudezaak in Australië. Om aan de gevolgen van het schandaal te ontsnappen verhuisde het gezin naar Nieuw-Zeeland. Ook daar werd de vader veroordeeld voor fraude. Ondanks deze omstandigheden slaagde Arthur erin een beurs te bemachtigen voor Wellington College. Hij blonk niet uit in academische vakken, maar ontwikkelde zich als sportief en zelfstandig, met vaardigheden in paardrijden en schieten .
Op zeventienjarige leeftijd gingen zijn ouders uit elkaar wegens overspel van zijn vader. Coningham nam afstand van zijn vaders gedrag en stond bekend als gedisciplineerd, matig in levensstijl, en afkerig van grove taal.
Eerste Wereldoorlog
Coningham meldde zich in augustus 1914 aan bij het Nieuw-Zeelandse Expeditieleger. Hij nam deel aan de bezetting van Duits Samoa en werd later ingezet in Egypte en Somaliland. Na het oplopen van tyfus werd hij medisch ontslagen. Hij reisde vervolgens op eigen kosten naar het Verenigd Koninkrijk en trad daar toe tot het Royal Flying Corps .
Na zijn opleiding tot piloot werd hij eind 1916 toegewezen aan 32 Squadron. In de periode tot juli 1917 vloog hij talloze missies boven vijandelijk gebied. Tijdens de Slag bij Arras voerden zijn eenheid laagvliegende aanvallen uit op vijandelijke troepen en communicatielijnen. In de zomer van 1918 kreeg hij als majoor het commando over 92 Squadron. Ondanks verwondingen keerde hij telkens snel terug naar de frontlinie.
In elf maanden voerde Coningham 176 gevechtsvluchten uit, haalde negen vijandelijke vliegtuigen neer en was medeverantwoordelijk voor de vernietiging van drie andere. Hij ontving de Distinguished Service Order en de Military Cross. Zijn bijnaam “Mary” ontstond uit een verbastering van “Maori”, verwijzend naar zijn achtergrond in Nieuw-Zeeland .
Interbellum
Na het einde van de oorlog bleef Coningham actief binnen de Royal Air Force (RAF). Hij begon als commandant van 92 Squadron en was in de jaren 1920 onder meer instructeur en actief in het Midden-Oosten. In 1923 werd hij squadron leader en kreeg hij het bevel over 55 Squadron, dat opereerde vanuit Mosul in Irak.
In 1925 leidde Coningham een oefenvlucht van drie vliegtuigen van Egypte naar Nigeria en terug. Deze vlucht van in totaal 10.500 kilometer verliep zonder grote incidenten en gold als een voorbeeld van operationele planning. Voor deze prestatie ontving hij het Air Force Cross .
Gedurende de jaren dertig vervulde hij diverse staven- en instructiefuncties binnen het RAF College Cranwell, de Central Flying School en Coastal Command. In 1937 werd hij benoemd tot group captain en belast met trainingsverantwoordelijkheden. Tot 1939 was hij commandant van de vliegbasis RAF Calshot.
Tweede Wereldoorlog
Bij het uitbreken van de oorlog kreeg Coningham het commando over 4 Group binnen Bomber Command. Deze eenheid was klein en voerde aanvankelijk nachtaanvallen uit, waaronder het verspreiden van pamfletten. Pas in 1940 werden beperkte bombardementen uitgevoerd op doelen in Italië en het Ruhrgebied. De effectiviteit bleef echter gering en de middelen beperkt .
In juli 1941 werd Coningham op verzoek van Air Marshal Arthur Tedder overgeplaatst naar Egypte, waar hij de leiding kreeg over 204 Group. Deze eenheid werd later omgevormd tot de Western Desert Air Force. Bij zijn aankomst trof hij een ineffectieve organisatie aan die nauwelijks luchtsteun kon bieden aan grondtroepen.
Coningham verbeterde de samenwerking tussen lucht- en landmacht. Hij verdeelde verantwoordelijkheden efficiënt, maar stelde heldere eisen aan resultaten. Hij introduceerde onder meer het gebruik van jachtbommenwerpers, die zowel lucht- als grondaanvallen konden uitvoeren. Ook verbeterde hij de logistieke ondersteuning in de woestijn en het gebruik van radiocommunicatie voor gerichte luchtsteun.
Zijn luchtmacht leverde een beslissende bijdrage aan het stoppen van het Duitse offensief bij El Alamein in juli 1942. De nauwe samenwerking met generaal Bernard Montgomery leidde tot een gezamenlijk operationeel model, dat de basis vormde voor de moderne doctrine van gezamenlijke operaties tussen lucht- en landstrijdkrachten .
Doctrine voor tactische luchtmacht
Coningham formuleerde een systematische benadering voor het gebruik van luchtmacht in tactische situaties. Zijn prioriteiten waren: eerst luchtoverwicht verkrijgen, daarna vijandelijke aanvoerwegen verstoren en ten slotte luchtsteun combineren met grondaanvallen. Deze principes werden verspreid onder alle hogere officieren in Noord-Afrika. Zijn inzichten werden vanaf 1943 breder toegepast tijdens de geallieerde operaties in Sicilië en Italië.
Zijn prestaties leidden tot een benoeming tot Air Marshal. Hij werd verantwoordelijk voor de Northwest African Tactical Air Force en daarna voor het 2nd Tactical Air Force in Noordwest-Europa onder het commando van Air Marshal Leigh-Mallory.
Noordwest-Europese campagne
In januari 1944 werd Coningham teruggeroepen naar Groot-Brittannië om de luchtsteun voor de geplande geallieerde landing in Normandië voor te bereiden. Hij kreeg het bevel over het 2nd Tactical Air Force, dat een sleutelrol speelde bij de ondersteuning van grondtroepen tijdens de invasie.
Na de landing op 6 juni 1944 verslechterde de samenwerking met generaal Bernard Montgomery. Coningham was formeel verantwoordelijk voor het luchtsteunverzoekensysteem, maar Montgomery probeerde zijn gezag te omzeilen door direct te communiceren met Leigh-Mallory. De spanningen liepen op nadat Coningham kritiek had geuit op het trage oprukken van het Britse leger richting Caen, dat nodig was om vliegvelden veilig te stellen.
Montgomery verzocht om Coninghams vervanging, maar dit werd door Air Marshal Tedder en generaal Dwight Eisenhower afgewezen. Eisenhower beschouwde een eventuele vervanging als schadelijk voor de geallieerde eenheid. De kritiek van Coningham werd inhoudelijk als terecht beoordeeld .
Ondanks de frictie bleef Coningham het commando voeren over het 2nd Tactical Air Force tot juli 1945. Daarna werd hij opgevolgd door Air Chief Marshal Sir Sholto Douglas en kreeg hij het bevel over het Flying Training Command. Deze overplaatsing werd door Coningham als een degradatie beschouwd.
Pensionering en verdwijning
Op 1 augustus 1947 verliet Coningham de Royal Air Force na dertig jaar dienst. Hij werd aangesteld als commodore van de Royal Air Force Yacht Club, toen gevestigd in Calshot, maar later verplaatst naar Hamble.
Op 30 januari 1948 verdween Coningham spoorloos toen hij aan boord was van het vliegtuig Star Tiger, dat onderweg was van Lissabon naar Bermuda. Het toestel verdween boven de Atlantische Oceaan en werd nooit teruggevonden. Coningham was op dat moment 53 jaar oud. Zijn verdwijning wordt vaak genoemd in het kader van onopgeloste vliegtuigincidenten boven de oceaan.
Persoonlijk leven
In 1930 ontmoette Coningham de Britse Nancy Muriel Brooks, de echtgenote van de zakenman Sir Howard Frank. Na diens overlijden in januari 1932 trouwde zij met Coningham op 11 juli van datzelfde jaar in Alexandrië, Egypte. Uit het huwelijk werd een dochter geboren: Jane-Mari, op 5 mei 1934.
Nancy bracht twee zonen mee uit haar eerdere huwelijk: Howard Frederick Frank (geboren in 1923) en Robert John Frank (geboren in 1925). Howard kwam om het leven op 11 september 1944 als tankcommandant in de Guards Armoured Division tijdens de veldtocht in West-Europa.
Coningham in populaire cultuur
In de film Patton (1970) verschijnt een scène waarin een luchtmachtcommandant wordt aangesproken op het gebrek aan luchtsteun. In deze scène wordt Coningham foutief weergegeven als aanwezige; in werkelijkheid vond dit gesprek plaats tussen generaal Patton en Air Chief Marshal Arthur Tedder, en niet met Coningham. Dergelijke verbeeldingen tonen aan dat zijn naam verbonden bleef aan de luchtoperaties in West-Europa, ook al werd hij soms verward met anderen .
Conclusie
Arthur Coningham speelde een centrale rol in de ontwikkeling van de moderne tactische luchtmachtdoctrine. Zijn werk in Noord-Afrika en Europa leidde tot een verbeterde samenwerking tussen lucht- en landstrijdkrachten. Door zijn nadruk op luchtoverwicht, gecoördineerde inzet van luchtsteun en centrale bevelvoering leverde hij een wezenlijke bijdrage aan het verloop van de geallieerde veldtochten tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Coningham wordt herinnerd als een bekwame commandant met een scherp inzicht in het gebruik van luchtmacht op het tactische niveau. Zijn carrière, die zich uitstrekte van de Eerste Wereldoorlog tot het einde van de Tweede Wereldoorlog, weerspiegelt de evolutie van militaire luchtvaart in de eerste helft van de twintigste eeuw.
Zijn verdwijning in 1948 laat zijn biografie eindigen met een open vraag, maar doet geen afbreuk aan zijn nalatenschap binnen de luchtvaartgeschiedenis.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Edward George William Malindine, Public domain, via Wikimedia Commons
- Orange, Vincent (1990). Coningham: A Biography of Air Marshal Sir Arthur Coningham, KCB, CBE, DSO, MC, DFC, AFC. Washington D.C.: Center for Air Force History. ISBN 978-0-912799-55-2. S2CID 159129400.
- Budiansky, Stephen (2003). Air Power: The Men, Machines, and Ideas that Revolutionized War, from Kitty Hawk to Iraq. New York: Viking Press. ISBN 978-0-670-91251-2.
- Shores, Christopher F.; Franks, Norman; Guest, Russell (1990). Above the Trenches: A Complete Record of the Fighter Aces and Units of the British Empire Air Forces 1915–1920. London: Grub Street. ISBN 978-0-948817-19-9.
- Classen, Adam (2017). Fearless: The Extraordinary Untold Story of New Zealand’s Great War Airmen. Auckland: Massey University Press. ISBN 978-0-9941407-8-4.
- Bronnen Mei1940









