Sir Arthur Tedder: Strateeg van de Geallieerde Luchtmacht

Arthur William Tedder, eerste Baron Tedder, was een Britse luchtmachtcommandant die diende in het Royal Flying Corps en later in de Royal Air Force. Hij was actief in beide wereldoorlogen en wordt vooral genoemd in verband met luchtoperaties in Noord-Afrika, het Middellandse Zeegebied en West-Europa. Zijn loopbaan eindigde op het hoogste niveau van de RAF.

Vroege leven en opleiding

Arthur William Tedder werd geboren op 11 juli 1890 bij de Glenguin Distillery, het latere Glengoyne, in de Campsie Fells ten noorden van Glasgow. Hij was de zoon van Sir Arthur John Tedder en Emily Charlotte Tedder, geboren Bryson. Zijn vader werkte als Commissioner of the Board of Customs en was betrokken bij de uitwerking van de Britse ouderdomspensioenregeling. Door het werk van zijn vader woonde Tedder als kind op verschillende plaatsen in de Britse eilanden.

Tussen 1895 en 1898 verbleef Tedder in Lerwick op de Shetlandeilanden, waarna het gezin van 1899 tot 1901 in Elgin in Moray woonde. In 1902 verhuisde de familie naar Croydon in Surrey. Daar bezocht hij Whitgift School tot 1909. Daarna ging hij naar Magdalene College aan de Universiteit van Cambridge, waar hij geschiedenis studeerde. In juni 1912 behaalde hij een graad met lower second class honours.

Tedder bracht de zomer van 1912 door in Berlijn om Duits te leren. Aan het begin van het volgende studiejaar keerde hij terug naar Magdalene College, omdat hij zich wilde voorbereiden op een loopbaan in de diplomatie. Op 2 september 1913 kreeg hij een reserveaanstelling als tweede luitenant in het Dorsetshire Regiment. Na zijn studie trad hij als cadet toe tot de Colonial Service en vertrok hij in februari 1914 naar Fiji.

Deelname aan de Eerste Wereldoorlog

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerde Tedder terug naar Groot-Brittannië om bij het reguliere leger te dienen. Op 14 oktober 1914 werd hij bevorderd tot luitenant in het Dorset Regiment. In december 1914 was hij terug in Groot-Brittannië. Bij een reserve-eenheid in Wyke Regis aan de kust van Dorset liep hij in februari 1915 een zware knieblessure op, waardoor volledige infanteriedienst niet haalbaar bleef.

Na zijn blessure verrichtte Tedder korte tijd taken in een basiskamp bij Calais. Vervolgens vroeg hij overplaatsing aan naar het Royal Flying Corps. In januari 1916 werd hij toegelaten en ging hij naar de No. 1 School of Aeronautics in Reading. Op 21 maart 1916 werd hij kapitein. Daarna volgde hij de Central Flying School, waar hij zijn vliegbrevet behaalde en werd voorbereid op inzet als militair vlieger.

In juni 1916 diende Tedder als piloot bij No. 25 Squadron RFC aan het Westfront, waar hij vloog met de Bristol Scout C. Op 9 augustus 1916 werd hij flight commander binnen hetzelfde squadron. Op 1 januari 1917 volgde bevordering tot majoor en kreeg hij het bevel over No. 70 Squadron RFC. Deze eenheid gebruikte de Sopwith 1½ Strutter. Op 26 mei 1917 ontving hij de Italiaanse Silver Medal for Military Valour.

Tedder kreeg op 25 juni 1917 het bevel over No. 67 Squadron bij RFC Shawbury. In 1918 werd hij commandant van de School of Navigation and Bomb Dropping in Egypte. Kort daarna, op 24 juni 1918, kreeg hij het bevel over 38th Wing, eveneens in Egypte. Op 23 juli 1918 werd hij tijdelijk luitenant-kolonel. Deze rang legde hij op 2 april 1919 neer.

Interbellum: loopbaan binnen de RAF

Na de Eerste Wereldoorlog bleef Tedder verbonden aan de luchtstrijdkrachten. In mei 1919 kreeg hij het bevel over No. 274 Squadron op RAF Bircham Newton. Deze eenheid beschikte over de Handley Page V/1500, destijds de grootste bommenwerper van de RAF. Op 1 augustus 1919 aanvaardde hij een vaste aanstelling in de nieuw gevormde Royal Air Force. In februari 1920 werd zijn squadron hernoemd tot No. 207 Squadron en uitgerust met DH9a-bommenwerpers.

In 1922 en 1923 werd No. 207 Squadron korte tijd ingezet in Turkije tijdens de Chanak Crisis. Daarna volgde Tedder verdere stafopleiding. Eind 1923 en in het voorjaar van 1924 bezocht hij het Royal Navy Staff College. Op 1 januari 1924 werd hij wing commander. In september van dat jaar werd hij station commander op RAF Digby en commandant van No. 2 Flying Training School. Deze functies verbonden vliegopleiding, stafwerk en commandovoering.

Vanaf januari 1927 werkte Tedder bij het Air Ministry in de Directorate of Training. In 1928 volgde hij onderwijs aan het Imperial Defence College. Begin 1929 werd hij Assistant Commandant van het RAF Staff College. Op 1 januari 1931 werd hij group captain. In januari 1932 kreeg hij het bevel over de Air Armament School op RAF Eastchurch. Op 4 april 1934 werd hij Director of Training bij het Air Ministry.

Op 1 juli 1934 werd Tedder bevorderd tot air commodore. In november 1936 volgde zijn benoeming tot Air Officer Commanding van RAF Far Eastern Forces, met verantwoordelijkheid voor RAF-eenheden van Burma tot Hongkong en Borneo. Op 1 februari 1937 werd hij Companion of the Order of the Bath. Op 1 juli 1937 werd hij air vice marshal. In juli 1938 werd hij Director General for Research bij het Air Ministry.

Deelname aan de Tweede Wereldoorlog

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werkte Tedder op het terrein van onderzoek en luchtvaartproductie. Zijn afdeling werd overgebracht naar het nieuw gevormde Ministry of Aircraft Production. De samenwerking met minister Lord Beaverbrook verliep moeizaam, waardoor hij eind 1940 naar een operationele functie terugkeerde. Op 29 november 1940 werd hij Deputy Air Officer Commanding-in-Chief van RAF Middle East Command met de waarnemende rang van air marshal.

Kort na zijn benoeming kreeg Tedder opdracht om de Takoradi-luchtroute te herstellen. Deze route was van belang voor het overbrengen van vliegtuigen naar het Midden-Oosten via West-Afrika. Op 1 juni 1941 werd hij Air Officer Commanding-in-Chief van RAF Middle East Command. Hij was niet de eerste keuze voor die functie, maar Air Vice-Marshal Owen Tudor Boyd werd onderweg gevangengenomen. Daardoor kwam het commando bij Tedder terecht.

Als commandant in het Midden-Oosten leidde Tedder RAF-operaties in het Middellandse Zeegebied en Noord-Afrika. Daaronder vielen de evacuatie van Kreta in mei 1941 en Operation Crusader later dat jaar. In de Westelijke Woestijn werkte hij aan betere afstemming tussen lucht- en grondtroepen. Verkenning, luchtfotografie, verbindingen en directe steun aan grondformaties kregen binnen die aanpak een vaste plaats. Daardoor kon luchtmachtinzet beter worden gekoppeld aan het tempo van het Britse Achtste Leger.

In 1942 groeide de rol van de geallieerde luchtmacht in de woestijnoorlog. Tedder hield toezicht op de opbouw van de RAF in het gebied en op de invoering van werkbare operationele en administratieve afspraken. Bij de Slag bij El Alamein in oktober 1942 vormde luchtsteun een belangrijk onderdeel van de geallieerde druk op de As-mogendheden. Een door hem gebruikte bombardementstactiek kreeg de naam Tedder Carpet. In datzelfde jaar werd hij verder onderscheiden binnen de Order of the Bath.

In februari 1943 kreeg Tedder het bevel over Mediterranean Air Command onder generaal Dwight D. Eisenhower. In deze functie was hij betrokken bij de planning van de geallieerde invasie van Sicilië, Operation Husky, en daarna bij de invasie van Italië. De luchtmacht moest landingen beschermen, vijandelijke vliegvelden aanvallen en Duitse en Italiaanse verbindingen ontregelen. In december 1943 werd zijn bevel uitgebreid tot Mediterranean Allied Air Forces.

Tijdens deze periode kreeg Tedder ook te maken met persoonlijke gebeurtenissen. Zijn eerste echtgenote, Rosalinde Maclardy, met wie hij in 1915 was getrouwd, kwam in januari 1943 om bij een vliegtuigongeluk in Egypte. In oktober 1943 trouwde hij met Marie Black, geboren Seton. Tedder was vader van Dick, John Michael, Richard en Mena. Zijn zoon Dick sneuvelde in 1940 in Frankrijk.

In januari 1944 werd Tedder Deputy Supreme Commander bij Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force, onder Eisenhower. Deze positie bracht hem in het centrum van de voorbereidingen voor Operation Overlord. Hij werkte aan de luchtoperaties die de landing in Normandië moesten ondersteunen. Daarbij ging het om luchtoverwicht, steun aan amfibische landingen en aanvallen op spoorwegen, bruggen, communicatiepunten en andere militaire doelen in Frankrijk.

In de maanden voor D-Day werkte Tedder samen met onder anderen Arthur Harris van RAF Bomber Command en Carl Spaatz van de United States Army Air Forces. Het Transportation Plan moest Duitse verplaatsingen naar Normandië vertragen. Op 6 juni 1944 ondersteunden geallieerde luchtstrijdkrachten de landingen door aanvallen op Duitse stellingen en door bescherming van het invasiegebied vanuit de lucht. Tedder bleef daarna betrokken bij de luchtsteun voor de opmars door West-Europa.

Tijdens en na de Slag om Normandië had Tedder een moeilijke werkrelatie met Bernard Montgomery. Hij uitte kritiek op diens optreden en pleitte voor vervanging, maar Montgomery bleef in functie. Later in 1944 werd Tedder naar de Sovjet-Unie gestuurd om steun te zoeken toen het westelijke front onder druk stond tijdens de Slag om de Ardennen. Bij de opmars richting Nederland en Duitsland bleef geallieerde luchtsteun gericht op Duitse stellingen, troepenconcentraties en bevoorradingslijnen.

In mei 1945 ondertekende Tedder namens Eisenhower de Duitse overgave voor de westelijke geallieerden. Daarmee trad hij op in een formele rol bij het einde van de oorlog in Europa. Op 6 juni 1945 werd hij bevorderd tot de vaste rang van air chief marshal. Op 12 september 1945 volgde bevordering tot Marshal of the Royal Air Force. Die rang markeerde zijn plaats binnen de hoogste leiding van de RAF.

Na de oorlog

Op 1 januari 1946 volgde Tedder Charles Portal op als Chief of the Air Staff. In die functie kreeg hij te maken met de snelle demobilisatie na de oorlog en met het vertrek van veel ervaren luchtmachtpersoneel. Hij pleitte daarom voor meer werving. Ook verdubbelde hij de omvang van Fighter Command. In 1948 werkte hij mee aan de regelingen voor de Berlin Airlift, waarmee West-Berlijn via de lucht werd bevoorraad.

Op 8 februari 1946 werd Tedder verheven tot Baron Tedder of Glenguin in the County of Stirling. In 1947 hield hij de Lees Knowles Lecture, later gepubliceerd als Air Power in War. In januari 1950 werd hij chairman van de British Joint Services Mission in Washington. Hij ging in mei 1951 met pensioen. Daarna leidde hij de Royal Commission on University Education in Dundee, wat bijdroeg aan de vorming van Queen’s College, Dundee, binnen de Universiteit van St Andrews.

Tedder bleef na zijn militaire loopbaan actief in bestuur, onderwijs en bedrijfsleven. In november 1950 werd hij gekozen tot Chancellor van de Universiteit van Cambridge. Van 1954 tot 1960 was hij chairman van de Standard Motor Company. Ook was hij vice-chairman van de Board of Governors van de BBC. Daarnaast schreef hij over maritieme geschiedenis en stelde hij zijn oorlogsmemoires samen. In zijn latere jaren kreeg hij de ziekte van Parkinson.

Arthur Tedder overleed op 3 juni 1967 in zijn huis in Banstead in Surrey. Zijn as werd bijgezet in St Clement Danes in Londen, de kerk die verbonden is met de RAF. Zijn naam staat ook op een gedenkteken in Westminster Abbey. Daarmee bleef zijn loopbaan zichtbaar binnen de Britse militaire herinneringscultuur, vooral in verband met de ontwikkeling van luchtmachtcommandovoering in de twintigste eeuw.

Militaire Rangen

Tedder begon zijn militaire loopbaan op 2 september 1913 als tweede luitenant in de reserve van het Dorsetshire Regiment. Op 14 oktober 1914 werd hij luitenant in het Dorset Regiment. Binnen het Royal Flying Corps volgden snelle bevorderingen. Op 21 maart 1916 werd hij kapitein en op 1 januari 1917 majoor. Op 23 juli 1918 kreeg hij tijdelijk de rang van luitenant-kolonel, die hij na de oorlog weer neerlegde.

Binnen de RAF kreeg Tedder op 1 januari 1924 de rang van wing commander. Op 1 januari 1931 werd hij group captain en op 1 juli 1934 air commodore. Op 1 juli 1937 volgde bevordering tot air vice marshal. In november 1940 kreeg hij de waarnemende rang van air marshal. In april 1942 werd die rang permanent. Op 3 juli 1942 werd hij tijdelijk air chief marshal en op 6 juni 1945 werd deze rang vast. Op 12 september 1945 werd hij Marshal of the Royal Air Force.

Onderscheidingen

Tedder ontving tijdens en na zijn loopbaan verschillende Britse en buitenlandse onderscheidingen. In de Eerste Wereldoorlog kreeg hij op 26 mei 1917 de Italiaanse Silver Medal for Military Valour. Op 1 februari 1937 werd hij Companion of the Order of the Bath. In de New Year Honours van 1942 werd hij Knight Commander of the Order of the Bath. Op 30 juni 1942 werd hij mentioned in despatches voor zijn diensten in het Midden-Oosten.

Op 27 november 1942 werd Tedder Knight Grand Cross of the Order of the Bath. Op 27 augustus 1943 ontving hij de Amerikaanse Legion of Merit. Op 1 oktober 1943 kreeg hij het Grand Cross of the Polish Order of Polonia Restituta. Op 28 augustus 1945 werd hem de Sovjet-onderscheiding Order of Kutuzov, First Class, toegekend. Op 14 juni 1946 ontving hij de Amerikaanse Distinguished Service Medal. Zijn Britse peerage uit 1946 gaf hem daarnaast een erfelijke adellijke titel.

Conclusie

Arthur Tedder had een loopbaan die de ontwikkeling van de Britse luchtmacht over meerdere fasen volgde: van het Royal Flying Corps in de Eerste Wereldoorlog tot de hoogste RAF-leiding na 1945. Zijn werk lag vooral bij opleiding, staforganisatie, luchtoperaties en de afstemming tussen lucht- en grondstrijdkrachten. In de Tweede Wereldoorlog was hij betrokken bij campagnes in Noord-Afrika, het Middellandse Zeegebied, Normandië en de verdere geallieerde opmars in Europa.

Bronnen en meer informatie

  1. Afbeelding: British official photographer, Public domain, via Wikimedia Commons
  2. Orange, Vincent (2004). Tedder: Quietly in Command. London: Frank Cass Publishers. ISBN 0-7146-4817-5.
  3. Probert, Henry (1991). High Commanders of the Royal Air Force. London: HMSO. ISBN 0-11-772635-4.
  4. Orange, Vincent (2004). Arthur William Tedder. Oxford Dictionary of National Biography. Oxford: Oxford University Press. DOI 10.1093/ref:odnb/36446.
  5. Bronnen voor historisch onderzoek 1800–1946