Wilhelm Josef Franz Ritter von Leeb werd geboren op 5 september 1876 in Landsberg am Lech, Beieren, als zoon van een rooms-katholieke familie. In 1895 trad hij toe tot het Beierse leger, waar hij al snel carrière maakte. Hij volgde tussen 1907 en 1913 een opleiding aan de Beierse Oorlogsacademie en diende vervolgens bij de Generale Staf. Zijn vroege militaire loopbaan bracht hem ook naar China tijdens de Bokseropstand.
De Eerste Wereldoorlog en de Interbellumperiode
Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog keerde Leeb terug naar het Beierse leger. Hij diende voornamelijk aan het oostfront, waar hij zich onderscheidde tijdens de Gorlice-Tarnów-offensief, de inname van de vesting Przemyśl en de campagne in Servië. Voor zijn verdiensten ontving hij in 1915 de Militaire Orde van Max Joseph, wat hem de adellijke titel “Ritter von Leeb” opleverde.
Na de oorlog bleef Leeb actief in het leger, dat in de periode van de Weimarrepubliek was teruggebracht tot de Reichswehr. Hij leidde een militair district in Beieren en werd in 1938 bevelhebber van het 12e Leger. Onder zijn leiding nam deze eenheid deel aan de annexatie van het Sudetenland, onderdeel van het Duitse expansiebeleid voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog.
Tweede Wereldoorlog: De Invasie van Frankrijk
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in september 1939 werd Leeb benoemd tot bevelhebber van Legergroep C. Hij kreeg de verantwoordelijkheid over de doorbraak van de Maginotlinie tijdens de Slag om Frankrijk in mei 1940. Hoewel hij zijn twijfels uitte over de Duitse invasie van de neutrale Lage Landen, voerde hij zijn bevelen uit en slaagde zijn legergroep erin een doorbraak te forceren.
Na het succesvolle offensief werd Leeb gepromoveerd tot Generalfeldmarschall tijdens de zogenaamde “Veldmaarschalkceremonie” in juli 1940. Hij werd ook onderscheiden met het Ridderkruis van het IJzeren Kruis voor zijn prestaties op het slagveld.
Operatie Barbarossa en de Aanval op de Baltische Staten
In juni 1941 begon Duitsland met Operatie Barbarossa, de grootschalige invasie van de Sovjet-Unie. Leeb kreeg het bevel over Legergroep Noord, die via de Baltische staten richting Leningrad (het huidige Sint-Petersburg) moest oprukken. Zijn legergroep bestond uit Pantsergroep 4, het 16e Leger en het 18e Leger. Binnen enkele weken wisten zijn troepen door Litouwen, Letland en Estland op te rukken naar het noorden.
Tijdens deze opmars werden in de bezette gebieden ernstige oorlogsmisdaden gepleegd, waaronder de massamoord op Joodse burgers door de Einsatzgruppen in samenwerking met lokale collaborateurs en Duitse militaire eenheden. Leeb was op de hoogte van deze praktijken, maar beperkte zich tot notities in zijn dagboek waarin hij zijn bezorgdheid uitte over de omvang van de moordpartijen.
De Belegering van Leningrad
Naarmate Legergroep Noord dichter bij Leningrad kwam, werd de tegenstand van de Sovjet-troepen heviger. Hoewel de stad begin september 1941 volledig was omsingeld, bleek de verovering moeilijker dan verwacht. Hitler gaf opdracht de stad niet direct in te nemen, maar uit te hongeren. Duitse artillerie en bombardementen richtten zich op civiele doelen en voorkwamen dat inwoners konden vluchten.
Leeb’s troepen ondernamen gedurende de belegering plunderingen en voerden wreedheden uit tegen de lokale bevolking. Civiele vluchtelingen werden met geweld tegengehouden en soms door artillerie beschoten. Hoewel Leeb bepaalde plunderingen probeerde te beperken door bevelen uit te vaardigen, gingen de excessen door. Het Duitse leger richtte zich op de vernietiging van de infrastructuur om de overlevingskansen van de bevolking verder te verkleinen.
Ontslag en Nasleep
De situatie aan het oostfront verslechterde voor Duitsland naarmate de Sovjettroepen sterker werden. In december 1941, tijdens het kritieke moment van de Slag om Moskou, besloot Leeb zijn troepen terug te trekken naar een verdedigingslijn achter de Volkhov-rivier, zonder toestemming van het Duitse opperbevel (OKH). Hoewel Hitler deze actie later goedkeurde, verzwakte het Leebs positie. Hij vroeg op 15 januari 1942 om meer vrijheid van handelen of ontslag. Hitler koos voor het laatste en verving Leeb door generaal Georg von Küchler.
Na zijn ontslag werd Leeb nooit meer ingezet. Hij werd opgenomen in de Führerreserve, een inactieve status voor hoge officieren. In 1943 ontving hij van Hitler een landgoed bij Seestetten als beloning voor zijn diensten. Deze eigendom had een geschatte waarde van 638.000 Reichsmark.
Het Proces van Neurenberg
Na de oorlog werd Leeb berecht tijdens de Hoge-Commandoprocessen, een onderdeel van de Neurenbergse vervolgingen van nazimisdadigers. Hij stond terecht voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, met name voor het doorgeven van de beruchte Barbarossa-decreten. Deze decreten stelden Duitse troepen in staat om Sovjetburgers, vermeende partizanen en krijgsgevangenen zonder proces te doden.
Leeb verdedigde zichzelf door te beweren dat hij slechts bevelen had opgevolgd en geen persoonlijke betrokkenheid had bij de moorden. Zijn advocaat benadrukte dat Leeb een humane soldaat was, die niet op de hoogte was van de volledige omvang van de oorlogsmisdaden. Hij zou geen directe controle hebben gehad over de Einsatzgruppen of andere eenheden die verantwoordelijk waren voor de massamoorden.
Hoewel Leeb werd vrijgesproken van enkele aanklachten, werd hij schuldig bevonden aan het doorgeven van de Barbarossa-decreten, die zijn ondergeschikten uitvoerden. Hij werd veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf, maar werd vrijgelaten omdat hij deze tijd al in voorarrest had doorgebracht.
Leven na de Veroordeling
Na zijn vrijlating in 1948 keerde Leeb terug naar Beieren en vestigde zich op zijn landgoed in Hohenschwangau. Hij leefde daar in relatieve anonimiteit en publiceerde geen memoires, in tegenstelling tot enkele andere Duitse generaals. Leeb overleed op 29 april 1956 aan een hartaanval in Füssen en werd begraven op de Sollner Waldfriedhof.
Conclusie
Wilhelm Ritter von Leeb speelde een belangrijke rol in de Duitse militaire campagnes tijdens de Tweede Wereldoorlog, waaronder de inval in Frankrijk en de belegering van Leningrad. Zijn nalatenschap wordt echter overschaduwd door de oorlogsmisdaden die werden gepleegd onder zijn bevel. Ondanks zijn verdediging dat hij slechts bevelen uitvoerde, blijft zijn medeverantwoordelijkheid voor het doorgeven van criminele bevelen een belangrijk punt van discussie in de geschiedschrijving.
Bronnen en meer informatie
- Afbeelding: Bundesarchiv, Bild 183-L08126 / CC-BY-SA 3.0, CC BY-SA 3.0 DE, via Wikimedia Commons
- Boog, Horst; Förster, Jürgen; Hoffmann, Joachim; Klink, Ernst; Müller, Rolf-Dieter; Ueberschär, Gerd R. (1998). Germany and the Second World War: Attack on the Soviet Union (Vol. IV). Oxford and New York: Clarendon Press. ISBN 978-0-19-822886-8.
- Hebert, Valerie (2010). Hitler’s Generals on Trial: The Last War Crimes Tribunal at Nuremberg. Lawrence, Kansas: University Press of Kansas. ISBN 978-0-7006-1698-5.
- Hilberg, Raul (1985). The Destruction of the European Jews. New York: Holmes & Meier. ISBN 978-0-8419-0910-6.
- Rosmus, Anna (2015). Hitlers Nibelungen (in German). Grafenau, Germany: Samples Verlag. ISBN 978-3-938401-32-3.
- Shirer, William L. (1960). The Rise and Fall of the Third Reich. New York: Simon & Schuster. ISBN 978-0-671-62420-0.
- Bronnen Mei1940









